Matig betaalde opdracht met parachutist blijkt onbetaalbaar

Ja, er was wat tegenzin. Vlak voordat ik naar Rijsbergen vertrok kreeg ik een appje van de redactie dat ik 1655 leestekens mocht gebruiken voor dit verhaal. Dat is weinig. Het betekent dat deze opdracht me slechts 42 euro zou opleveren.

Het zou om half 8 ‘s avonds beginnen. Dus: om 7 uur vertrekken vanuit huis, evenement, terug naar huis en dan nog schrijven. Mijn tekst zou dan ongeveer om half 10 wel klaar kunnen zijn. Een flinke hap uit mijn avond en daar stond dus weinig tegenover. Vandaar de tegenzin.

Inhoudelijk klonk het wel leuk. Op 27 juni 1909 had de Etten-Leurse industrieel Sybrand Heerma van Voss een primeur. Hij liet, voor het eerst in Nederland, een vliegtuigje vliegen, om de technische vooruitgang te laten zien aan het volk. ,,Het was een beetje de Leurse Bill Gates”, legde de voorzitter van de Stichting Eerste Gemotoriseerde Vlucht in Nederland (SEGVIN) Giel Venema me ter plekke uit. Zij organiseren sinds 2009 ieder jaar een vlucht over precies de plek waar ook Heerma van Voss zijn vliegtuig liet vliegen. Ze laten er vervolgens parachutisten uit springen, wat de climax van het evenement betekent. Ach, veel stelt het niet voor, maar het is goed om oude helden te herdenken.

Eén van de springers deze keer is Rob, fervent wandelaar van wandelvereniging De Losse Feeter. Die vereniging is medeorganisator en Rob maakte, als enige, gebruik van een kortingsactie.

,,Wie is nou Rob?”, gilt een vrouw vanaf de grond, als de parachutisten langzaam naar beneden dwarrelen. Mensen wijzen: dat zou ‘m toch moeten zijn? ,,Roob, Róób! Zwaai es!”, gilt ze. Zij zal een zeventiger zijn, met een onmiskenbaar Amsterdamse tongval. Ze maakt foto’s met haar telefoon, terwijl de parachutisten dichter en dichter bij de aarde komen. Ze grijnst: ,,Dees is wel goed gelukt, maar is het nou Rob?”, vraagt ze aan me. Geen idee, ik ken Rob immers niet. ,,Ik woon al 43 jaar in Etten-Leur, dat Amsterdams is al flink versleten geloof ik”, legt ze me verwonderd uit, als ik ernaar vraag.

Ze maakt nog een foto, precies op het moment dat Rob landt. Maar dit blijkt ‘m niet te zijn. Een seconde later landt de échte Rob, en is het momentum voor de perfecte foto vervlogen. ,,Wat maak je me nou! Ga es heel gauw terug naar boven, ik heb de verkeerde gefotografeerd!”, roept ze vrolijk en sarcastisch. Rob zelf is nog wat flabbergasted om hetgeen hij net gedaan heeft, de vrouw grijnst. ,,Sjongejonge, heb ik gewoon foto’s lopen maken van een of andere onbekende”, sombert ze. ,,Rob, zwáái dan als ik je roep!” en ze schiet onbedaarlijk in de lach.

Zo eindigt het evenement al gauw. De wandelaars lopen verder. De parachutisten ruimen hun spullen op en ook de overige toeschouwers vertrekken weer. Op de terugweg ben ik de vrolijkheid zelve en realiseer me plots dat ik hier nog 42 euro mee verdiend heb ook.

Tof verhaal?

Ik zou graag vaker columns of teksten willen maken. Als je deze tekst waardeert en dat wil laten blijken middels een bijdrage: dat kan en wordt natuurlijk super-super-super-gewaardeerd!

Totaal: € -



Irritatie appel

Even rommelde mijn buurvrouw in de stilteruimte in haar tas, totdat ze vond wat ze zocht: een appel. Ze poetste ‘m op tot het glansde en ik zag de lucht buiten direct betrekken. Zwart worden. Zij leek dat niet te zien, of het leek haar niet te deren. Haar mond ging wagenwijd open. Ze bracht de vrucht op de juiste hoogte om er een hap van te nemen en drukte haar scherpe tanden in het velletje, dat zich al gauw gewonnen gaf. Haar tanden spietsten zich eenvoudig door de vrucht. Ze zette kracht, opdat haar tanden elkaar weer raakten en ze een grote hap van de appel richting haar kiezen en keel kon dirigeren.

Dan begint het kauwen, waarop na een aantal kaakbewegingen alleen het vruchtwater over is. Dat slikt ze met moeite door, waarna bovenstaande handeling zich herhaalt totdat alleen een klokhuis resteert. Erbij nadenken doet ze niet; ze werkt gewoon door met haar computer, de appel verorberend.

Het geluid dat deze handelingen teweeg brengt, gaat door merg en been. Ik hoorde het buiten donderen. Bliksemen. Losgaan, maar het geluid van de appeleetster overtreft het. Iedere hap die ze neemt is een explosie, een vermaling van ogenschijnlijk moeizaam doordringbare materie. Dit geluid krast zich scherp in mijn ziel. Logischerwijs zou iedere hap minder geluid moeten opleveren, maar mijn brein registreert iedere hap en houdt deze steeds iets langer vast, waardoor de geluidsopeenstapeling alleen maar harder wordt. Dit tart al mijn irritatiegrenzen.

Het eten van appelen op de openbare weg, maar zéker in stilteruimtes zou beboet moeten worden. Ik overweeg op zo’n moment zelfs lijfstraffen. Ik weet dat dat een lugubere fantasie is die vooral leeft in mijn primaire, thans geïrriteerde brein. Daarom laat ik die gedachte binnenin gewoon gaan, zonder daar in de openbaarheid een grote kwestie van te maken.

Ik heb liever dat iemand muziek opzet van Guus Meeuwis, dan dit geluid. Ik heb liever dat iemand naast me een frietje oorlog eet, of een boterham met salami. Eet voor mijn part krakerige chips bij een film in de bioscoop. Sterker, ik prefereer supporters van de Oranje Leeuwinnen die in een polonaise lopen, met onder hen een man met twee ballonnen onder zijn shirt omdat dat supergrappig is. Echt, alles. Alles is beter dan het geluid van een krakende appel. Het is het meest walgelijke, wanstaltige geluid dat bestaat.

Ze deponeert de appel in haar lege koffiekartonnetje, wat op zichzelf al een misselijkmakende gedachte is. De wolken breken gelijk weer open, tot de strakblauwe hemel van weleer weer terug is. Het geluid van de smakkende appeleetster echoot nog even na in mijn brein, totdat het helemaal verstomt.

Tof artikel?

Ik zou graag vaker columns of teksten willen maken. Als je deze tekst waardeert en dat wil laten blijken middels een bijdrage: dat kan en wordt natuurlijk super-super-super-gewaardeerd!

Totaal: € -



Met Billie Eilish en mijn vader in de auto

,,Dit klinkt toch nergens naar? Wat een troep”, foeterde mijn vader. Ik gniffelde. De autoradio stond dermate zacht dat echt goed luisteren niet eens lukte. Deze reactie had ik echter wel verwacht.

Het had iets spannends. Mijn vader (71) en ik (38) zijn immers nog altijd écht vader en zoon. Als we in één auto gaan, rijdt hij. Als we uit eten gaan, betaalt hij. Als we muziek luisteren, bepaalt hij. Ik heb het al vaak geprobeerd, hem nieuwe muziek aandragen. Hem uit de comfort zone van Pink Floyd en andere generatiegenoten te halen. Het lukte soms. Portishead vindt hij mooi. Gotan Project bij vlagen. Goldfrapp soms.

Maar ditmaal reed ik en dat is een zeldzame rolverdeling. Mijn vader sprak het niet uit, maar was gespannen. Ik rijd harder en iets offensiever. Hij wil maximaal 100 rijden. Maar vooral: hij wil niet afhankelijk zijn.

Vlak voordat we in de auto stapten, zette ik Spotify op. Ik besloot op te zetten wat ik zélf wilde. Dat klinkt logisch, maar het was een drempeltje.

Het werd Billie Eilish en da’s zeer actueel. Ik hoorde hit ‘Bad Guy’ voorbij komen op Studio Brussel en was verkocht. Wat bleek: het hele album van de Amerikaanse tiener bleek ontzettend sterk.

En ja, er was op zich nog wel een minieme kans dat mijn vader het zou appreciëren. Zo sociaal ben ik nog wel. Geen obscuur genre, maar iets nieuws met de ijdele hoop hem iets aan te bieden dat hij leuk zou kunnen vinden. En voordat we Hilversum verlaten hadden, na hooguit twee nummers, was zijn oordeel helder: troep.

Het is een eigenschap die ikzelf niet wil overnemen. Graag wil vermijden. Natuurlijk: er is geen betere muziek dan de muziek uit je jeugd. De nostalgische waarde ervan is nooit te overtreffen. Je hoort alles voor het eerst en alles maakt indruk. Maar ik wil open blijven staan voor nieuwe dingen. Nieuwe klanken. Dat is niet eenvoudig, want onbewust sluiten die zintuigen zich. Maar ik wil niet vastroesten in een soort vroeger-was-alles-beter. Probeer bewust te blijven zoeken naar nieuwe muziek, want ook nu worden mooie dingen gemaakt, dat kan niet anders.

Het album van Billie Eilish was bij Oosterhout afgelopen, we waren bijna thuis. ,,Zal ik de radio anders aanzetten? Of wil je iets anders horen?”, stelde ik voor. Nee, mijn vader prefereerde stilte. ,,Thuis pakken we nog een wijntje”, beloofde hij mijn moeder, die achterin zat. Ongetwijfeld met Pink Floyd door de speakers.

Tof artikel?

Ik zou graag vaker columns of teksten willen maken. Als je deze tekst waardeert en dat wil laten blijken middels een bijdrage: dat kan en wordt natuurlijk super-super-super-gewaardeerd!

Totaal: € -

Identificeren

Identificeren

De interviews van Stijn Vreven met NOS, FOX en Omroep Brabant na NAC – Feyenoord waren genot. Daar stond hij: een ingehouden, maar duidelijk zichtbare ergernis. Een vaatje buskruit dat op ontploffen stond, edoch, met een triomfantelijke blik in zijn ogen. Het journaille wilde het hebben over het wegsturen naar de tribune, Vreven vond dat bijzaak. Irrelevant. Hij wilde het hebben over de wedstrijd. Er was vandaag maar één ding van belang: winnen van Feyenoord. En dat was gelukt. Hóe? Ook irrelevant. Een discutabele penalty is ook een penalty.

Voor de bühne

Zijn tirade in de vierde minuut was hartverwarmend. ‘Een 110% penalty en rode kaart’, noemde hij het. Mwoa, je kán ‘m geven, Nijhuis deed het niet. Later, op de tribune, ging het gewoon door. Schreeuwen, opstoken, meeleven, coachen. Clownesk? Een dorpsgek? Voor de bühne? Nee, dit is geen act, dit is gemeend en uit het hart. Zeker, een recidivist, want dit ís Vreven. Dit is een man die zichzelf vergeet en maar één ding voor ogen heeft: winnen. NAC in de eredivisie houden.

Robert Maaskant

Robert Maaskant sloopte eens een dugout, meer soortgelijke incidenten rond NAC-trainers kan ik me niet heugen. Maaskant deed het uit onmacht; hij kreeg het niet aan de praat, degradatie was onvermijdelijk. Bij Vreven is het geen onmacht. Hij port, pookt, leeft mee, schreeuwt en is simpelweg een supporter die zijn ploeg naar een overwinning wil schreeuwen.

Identificeren

Een veelgehoord kritiek op NAC is het hoge aantal huurlingen. Zo kun je niet bouwen en zo kan de achterban zich niet identificeren met spelers. Dat eerste klopt feitelijk, maar wie bouwt wel in de eredivisie? Voor het NAC-publiek lijkt het niet uit te maken. Het heeft spelers als Umar Sadiq, Manu García en Angeliño allang in de armen gesloten.

Dat identificeren heb ik nooit begrepen. Hoe kun je je identificeren met een voetballer? 25 jaar geleden keek ik wel op tegen spelers. Tegen Pierre van Hooijdonk, John Lammers, Ton Lokhoff. En ik droomde ervan eenzelfde snorretje te kweken als dat van Jack Koumans. Maar identificeren?

Vlam in de pan

NAC-supporters zijn op haar best als er een vermeende overtreding wordt gemaakt en de scheids niet fluit. De welbekende vlam in de pan, de massale fluitconcerten. Minutenlange tirades, terwijl vrijwel iedereen weet dat er niets aan de hand was. Het vuurtje opstoken, leven in de brouwerij brengen. Hóe NAC wint is onbelangrijk. Als er maar gewonnen wordt; bij voorkeur met een beukend NAC, bij voorkeur door toedoen van supporters. Volgens diverse media zou Vreven ongeschikt zijn om trainer in het profvoetbal te zijn; hij vervult immers een voorbeeldfunctie en de angst bestaat dat de jeugd zijn gedrag kopieert. Lijkt mij vergezocht. Vreven is geen voorbeeld, Vreven is een spiegel. En als je je er niet in herkent, is het jouw evenbeeld niet.

Want zaterdagavond bewees Stijn Vreven eens te meer: met hem kan het NAC-publiek zich identificeren. De rust en de redelijkheid zelve buiten het veld, één brok passie en vastbeslotenheid erbinnen. Vreven is alles wat de NAC-supporter is, alles wat de NAC-supporter wenst. Het is letterlijk decennia geleden dat dat gebeurd is. NAC zou een geweldig statement maken als ze zijn contract juist nu verlengen.