Praten over voetbal

De Überchauffeur doet enorm zijn best, wat vertederend is. Direct als ik in zijn auto stap, geef ik aan dat mijn Spaans echt behoorlijk basis is, maar desalniettemin wil hij graag ouwehoeren. Ik vertel hem dat ik nu drie weken hier ben en dat ik uit Nederland kom. ,,Ah, Robben!”, klinkt het gelijk theatraal, verwijzend naar Mexico – Nederland (1-2) in 2014, gevolgd door het aloude ,,no era penal!” Hij bedoelt het liefdevol met een knipoog, er is geen trauma ofzo.

Het gaat gelijk over voetbal. Over Sneijder, over Davids. Niet dat hij het mondiale voetbal echt volgt. Voor hem telt echter maar één club: América.

América

Nu moet ik even een paar weken terug in de tijd. Tania wijst me op straat een man aan met een geel mondkapje. Hoewel zij verre van geïnteresseerd is in voetbal, kent ze wel haar klassiekers. Ongetwijfeld ingegeven door haar voetbalgekke vader en broer. Je bent América-supporter, óf je haat het. Zij haten het. En deze man met geel mondkapje was voor América. Ergo: we haten América, kennelijk.

Ik leg de casus voor aan Jorrit, die jaren in Mexico woonde. Hij bevestigt: América haat je. Dat is zo ongeveer de vuistregel.

NAC

En dus zit ik in een taxi met een América-supporter en ik word geacht die club te haten. Ik zeg niks, alleen dat ik de naam van de club ken. Wat natuurlijk ook gewoon zo is. ,,Leo Beenhakker”, zegt de chauffeur. ,,Die heeft ons getraind.” Kijk, dat vind ik dan weer wél humor. Hij vraagt me voor welke club ik ben. Ik geef aan dat ik de Mexicaanse competitie simpelweg niet ken -en wil ook niet provoceren door de grote rivaal te noemen- en dat er voor mij ook maar één club telt: NAC. Daar heeft hij nog nooit van gehoord, uiteraard. ,,Zelfde kleur: geel”, wijs ik op mijn NAC-mondkapje. Dat vind ie wel weer leuk, ik ken de clubkleuren van América. ,,Ik denk dat ik Feyenoord leuk vind in Nederland”, zegt hij.

Romeo Wouden

We komen in een file terecht. Hij vindt via Wikipedia dat Nederlander Vincent Janssen in Mexico speelt, bij Monterrey. En dat Romeo Wouden in de jaren ’90 ook in het land speelde. Het klikt wel tussen ons, hoewel het natuurlijk met horten en stoten gaat qua taal. Maar we komen toch een heel end, want ook het Mexicaanse eten passeert de revue en hij probeert wat meer te weten te komen over Nederland. We staan na een tijdje muurvast in de file. Ik kijk op Google Maps waar we zijn en eigenlijk ben ik wel tevreden over deze locatie. Ik bedank de chauffeur hartelijk, ik heb het wel gehad met de praatgrage Mexicaan die ik écht wel mag en verlaat de taxi.

Zonder fooi te geven. Goed, hij deed enorm z’n best, het was vertederend én gezellig én een fijne rit. Maar América én Feyenoord? Er zijn simpelweg grenzen aan zaken die ik wil steunen.

Wat vond je van dit verhaal?

Al mijn verhalen zijn gratis te lezen. Maar mocht je als blijk van waardering en van vroljkheid een donatie achter willen laten: ik doe een dansje van blijdschap. Alvast zeer veel dank!!

Totaal: € -

Mexicaanse trots en drop

,,Dit is typisch Mexicaans. Oeh, en dit ook!”, glimlacht Tania, terwijl ze de menukaart afstruint. Ik ben hier nu drie weken en dat zinnetje wordt minstens dagelijks uitgesproken. Ik proef, ruik, probeer. De vele sauzen, de vele ingrediënten, de vele combinaties van smaken. Soms word ik gegrepen en is het heerlijk, soms kost het me moeite en zoek ik met enige haast naar het dichtstbijzijnde toilet. De Mexicaanse keuken is beroemd en origineel, dat staat vast.

El Día de la Independencia de México

Op 15 september ’s avonds vierde Mexico haar onafhankelijkheid met een enorm volksfeest. Tijdens deze coronatijden is dat niet zo enorm, maar dat het gonst is duidelijk. Overal hangen Mexicaanse vlaggen, alles is in de kleuren groen, wit en rood en overal klinkt de mariachi. Mexico is ontzettend trots op Mexico en dat laat men blijken. Tania is trots op Mexico en wil me dat laten zien, ruiken, proeven, horen, voelen. Buiten een buikpijntje hier en daar ga ik daar volledig in mee. Alleen bij het ontbijt zeg ik wat vaker nee. Daar prefereer ik toch nog even een voor mij stabiele basis.

Nederlandse vlag

Ik voel hier haast 24/7 de trots op het eigen land. Ik denk dan soms aan Nederland, waar onze driekleur eerder een teken van verzet is. Of eerder: van haat naar alles dat niet van origine Nederlands is -tenzij het natuurlijk lekker eten is. ‘Wij zijn Nederland’ is geen vaderlandsliefde, maar een verdedigingsmechanisme en melancholie naar tijden die nooit bestaan hebben en volledig geromantiseerd zijn. Zie het hijsen van de Nederlandse vlag bij de Sinterklaasintocht. Zie alle Twitteraccounts met Nederlandse (of juist regelmatig Luxemburgse) vlaggetjes. Jammer eigenlijk. Dat zit misschien in mij, maar ik vind het steeds moeilijker om me te vereenzelvigen met die vlag. Om bovenstaande redenen.

Barbacoa

Hier merk je dat dus wel. Verregaand, zelfs. Ik ontmoet Adrian, de vader van Tania. Hij praat, wil eveneens Mexico laten zien. En proeven, want het gaat bijna altijd alleen maar om eten. Hij neemt ons mee naar een typisch Mexicaans restaurantje, waar de taco barbacoa wordt geserveerd. Deze taco is bizar: een pan soep slash bouillon wordt in een gloeiendheet gat in de aarde geplaatst. Daaroverheen ligt een rooster. Daar wordt een volledig lam in gelegd, in maguey-bladeren. Daar wordt het zo’n acht uur geroosterd. (tip: zie de Netflix-serie Las chrónicas del taco, aflevering barbacoa!) Het smaakt echt fantastisch en voortreffelijk en als Adrian me ziet eten, zie je zijn trots groeien. Tania kijkt ook altijd naar me als ik eet. Ze hoopt natuurlijk dat ik het lekker vind. Maar niet alleen voor mij, maar toch ook voor Mexico.

Drop

Ik rommel wat in mijn reistas en tref er een zakje drop aan. Ik laat het hen proeven. Beider gezichten betrekken. Adrian doet een poging de smaak te herkennen, Tania is dan al afgehaakt. ‘Bijzonder’ is de term. Uit een soort hoffelijkheid probeert ze er nog één. Nee, dit typisch Nederlandse snoepje doet het niet voor ze. Die smaak is toch te vreemd. Schitterend. Ik blijf alles proeven dat me voorgeschoteld wordt, hoe ingenieus en bizar het ook moge klinken. Maar pak soms toch een dropje. Niet uit haat of verzet, maar omdat Nederland nu eenmaal ook een heel fijn land is. En omdat drop nu eenmaal ontzettend lekker is.

Wat vond je van dit verhaal?

Al mijn verhalen zijn gratis te lezen. Maar mocht je als blijk van waardering en van vroljkheid een donatie achter willen laten: ik doe een dansje van blijdschap. Alvast zeer veel dank!!

Totaal: € -

Reisblog Cuetzalan

Je zou dit zomaar een reisblog kunnen noemen. Ik neem je mee naar Mexico. Naar Cuetzalan in deelstaat Puebla. Het dorpje ligt hoog in de bergen, op zo’n vijf uur rijden van Mexico Stad. Hier lopen mensen in traditionele kleding en er is thans nauwelijks toerisme. Hooguit wat vanuit Puebla. Want ja, wie gaat er nu vijf uur rijden? Maar dat dit dorpje alles in zich heeft om een hotspot te worden vertel ik je hier.

Cuetzalan in al haar glorie als de zon schijnt

Cuetzalan

Cuetzalan is een zogenoemde Pueblo Mágico. Een magisch dorp. Het regent hier haast altijd. Dat schrikt wellicht wat af, maar het is juist haar charme. Soms ligt het dorpje volledig in de wolken en kun je nog geen vijf meter voor je uit kijken. Dan dondert er liters water over de trappen naar beneden. Tien minuten later verdwijnt de wolk weer en zie je de groene bergen op de achtergrond weer in al hun pracht. De huizen zijn rood en wit geschilderd om het magische karakter nog eens extra te benadrukken, de straten zijn fabelachtig fraai. Smal, stijl omhoog of omlaag, mooi bestraat en vol typisch Mexicaanse bedrijvigheid. De uitzichten zijn om te smullen. Buiten het dorp is de natuur wonderbaarlijk. Het letterlijke regenwoud, met talloze fantastische watervallen en volop groen. Vanaf nu komt er een persoonlijk reisverslag.

Zoals dat gaat in Mexico: Tania kende via via een dame die bij een ecologische camping werkt en kon op die manier via WhatsApp een plekje reserveren. Er werd een prijs gemaakt: twee overnachtingen in een tentje te midden van de natuur, een bezoek aan vijf watervallen en driemaal een zipline. Zoals gezegd is het een tocht van ruim vijf hier en de laatste anderhalf uur ga je over erbarmelijke wegen en u-bochten. Erbarmelijk: de wegen zitten vol holen, gaten die een gemiddelde auto veel schade aanrichten. Wij hebben een gemiddelde auto en dus is het slalommen. Geen eenvoudige tocht als het ook nog eens regent.

Erbarmelijk

De prijzen hier zijn Mexicaans laag. Ik at een biefstukje á drie euro. Biertjes zijn nog geen euro, afijn, dat soort prijzen. Na het eten in het dorp begint het avontuur pas écht: naar die camping toe. Had ik het net over erbarmelijke wegen? Die waren bijzonder luxe in vergelijking met deze. Smal, met haast extreme stijgingen, ondoenlijke u-bochten en dwars door de natuur. Zowel Google Maps als Waze zijn vaag. We spraken voorbijgangers aan, die ons bijzonder vriendelijk te woord staan. Nog zoiets: wát een aardige mensen wonen hier. Maar precies wisten ze het niet. Wel dat ‘die en die weg’ met onze Mazda niet te doen was. De tijd tikte, we wilden persé vóór het donker daar zijn. Maar de locaties die de twee navigatie-apps gaven (verschillend!): niks te vinden. En het werd enger en enger. Tania begon wat te panikeren. ,,Hier zit volop Narcos. Ik wil hier niet in het donker rondrijden”, verklaarde ze. We besloten het zekere voor het onzekere te nemen en terug te gaan naar het dorp. Geen regenwoudovernachting, maar een hotel.

’s Avonds regende het in Cuetzalan, wat deze waterval gaf

De eigenaresse Rosio bleek een echte moeder te zijn. Doodsbang voor Covid-19, maar tegelijkertijd uitermate verzorgend en liefdevol. Ze vroeg aan me hoe de situatie in Nederland was. Waarschijnlijk niet persé uit interesse, maar meer om te weten wat ze in huis haalde. Het hotel was schoon, prima, maar: een hotel. Met waanzinnig uitzicht op de kerk, maar, het laat zich raden, soms ook niet als er weer een wolk was.

Gids

De volgende dag hadden we toch wel die vijf watervallen en drie ziplines besteld. Ismael, onze 23-jarige gids, haalde ons op. Rosio ondervroeg hem uitgebreid over zijn bedoelingen, wilde zijn nummer en personalia hebben, als bescherming. Want ja, ze liet haar gasten toch over aan deze jongen. Hij lachte schaapachtig en zei maar overal ja op. Zo streng had hij het nog nooit meegemaakt.

Bordje

We begonnen met z’n drieën te lopen. Weer die fraaie vergezichten en wegen met stevige klim en daling. Tot we bij de entree van de camping aankwamen. Totaal onduidelijk; die entree waren we een dag eerder sowieso tweemaal gepasseerd, maar dit is het dus? ,,Ja, we hebben een bordje, dat moeten we nog ophangen”, zei Ismael. Nee, dit hadden we nooit kunnen vinden. Want na die entree is het nog zo’n zeshonderd meter omlaag.

De camping zelf is ook echt een bos, waar maximaal vier tenten kunnen staan. Het is dan ook meer het startpunt voor dit natuurgebied. Onze gehuurde tent stond er nog, want die was nu eenmaal gereserveerd. In een open shelter, zodat de tent droog staat. Dat was het idee, want de regen zou flink zijn de komende dagen. We waren gelijk verliefd en wilden er die nacht alsnog overnachten. Overnachten in zo’n jungle is toch toffer dan een hotel?

Een van de vier plekken was voor ons

De eerste waterval ligt dichtbij de camping, op zo’n honderd meter. Hier kun je een beetje zwemmen en dat is dan ook wat de Mexicaanse toerist hier doet. Nu niet, want pandemie en dus zeer rustig.

Avontuur

We lopen nadat we kort gezwommen hebben in de regen verder. No worries, de regen is warm, de temperatuur is aangenaam. Eerst een zipline van vierhonderd meter lang en dan écht de natuur in. Opvallend is dat er geen aangelegde paden zijn, maar dat het bij vlagen echt lastig is om te lopen. Soms waden we door het water naar de overkant, soms moet je klimmen. Ja, er is een pad, maar die is ontstaan door het te bewandelen. Verder is het volledig onaangetast. Bij vlagen is het ook oprecht gevaarlijk, vooral door de regen die het behoorlijk glad maken. Ismael raadt soms aan om op sokken te lopen, zodat je meer grip hebt. De watervallen zijn veel krachtiger dan normaal, legt hij bovendien uit. Het is het regenseizoen, er valt veel. Bij de hoogste waterval mogen we niet in de buurt komen, omdat het onverantwoord is. Ismael stelt voor om in het water te springen van zo’n acht meter hoogte. Uitstekend, want eng. Uitstekend, want sprookjesachtig. Maar ook maf, want hoe verantwoord is dat? Het soort dat ik het fijnste vind: eigen verantwoordelijkheid.

Koffie

Op een wat meer geëffend pad passeren twee dames ons. Het blijken de moeder en de vrouw van Ismael, met hun pasgeboren dochtertje. Ze nodigen ons uit om koffie te komen drinken bij opa. Dit gebied wordt beschermd door meerdere families. Ze delen de winsten, maar ook de verliezen, zoals nu met de pandemie. Ze onderhouden het gebied, ze wonen hier en zijn haast compleet zelfvoorzienend. De koffie komt van hun eigen koffieplant. De vader van Ismael plukt twee bananen voor ons en geeft een verse maiskolf. Nee, dit is geen onderdeel van de tour. Toen Ismael bij een koffieplant wat uitleg gaf, vroeg ik hem of die koffie in het dorpje ergens te krijgen is. Die vraag vond hij kennelijk leuk, waarop hij ons uitnodigde.

Op de koffie bij de familie

Vogel Rok

We nemen afscheid van de familie en gaan door. De natuur wordt heftiger en heftiger. Twee ziplines, terwijl er een hele dikke wolk verschijnt. Nog geen vijf meter zicht, dit is Vogel Rok uit de Efteling, maar dan in het echt. Opnieuw vierhonderd meter en je ziet niks. Zonde? Welnee, adrenaline. Overgeleverd aan het niets. Helemaal niets. Geen boom, geen lucht, alleen maar grijs. Het is waanzinnig. En dan eindigt de tocht van vijf uur.

We gaan na afloop terug naar Cuetzalan, met een busje. Eerst met wat lood in de schoenen: we hebben al een tweede nacht geboekt voor het hotel en dat willen we afzeggen. En dat bij deze schat van een vrouw. Ach, hoewel, lood: het is vijfhonderd pesos. Afzeggen en de volle prijs betalen is zonde, maar toch ook overkomelijk. Rosio is echter fantastisch. Ze vraagt honderd pesos omdat ‘slapen in het woud iets is dat uniek is en moeten ervaren’. Bovendien toont ze zich verheugd dat we haar in deze tijden vertrouwen. Tja, zo kun je het ook zien. Ze is zó lief, dat we er tweehonderd pesos van maken.

Strikt noodzakeljike foto bij een der watervallen

Zon

’s Avonds, voordat het donker is, rijden we dan toch echt met de auto naar de camping. We weten waar het is, maar de wegen zijn echt verschrikkelijk. Met veel horten en stoten komen we toch aan. Op het terras van onze shelter drinken we tequila en gaan naar bed. We slapen allebei kut, de tent meet zo’n 1.75 en ik ben tien centimeter langer. Maar de geluiden van insecten en het geluid van de regen is prachtig. En het licht de volgende ochtend is onvergetelijk. Licht? Ja. De dag dat we teruggaan naar Mexico City kenmerkt zich door zon en veel blauw. Ha! We lachen. Juist de meerwaarde van dit gebied zijn de wolken. Is de regen. Dat de zon nu schijnt is lekker, maar dan hadden we misschien juist de échte magie gemist.

Armoede

We rijden naar Cuetzalan om te ontbijten. De verkopers zijn bijzonder agressief vandaag. We observeren. Ik schat dat 95% van de mensen hun waar willen verkopen aan de overige 5%. Dit weergaloze dorpje vaart op binnenlands toerisme, maar dat is er nu niet. Voor ons zijn de omstandigheden geweldig, maar armoede is hier natuurlijk ook volop. Bij vlagen is dat ook schrijnend.

Güerito

We gaan even buiten zitten, op een muurtje. Een meisje van een jaar of twaalf wil ons iets verkopen. Stenen van een meteoriet, beweert ze. Ze heeft een apart gezicht en begint te kwebbelen. Dan kijkt ze me recht in de ogen. Het klinkt apart, maar blauwe ogen zijn bijzonder. Ze flirt. ,,Wie is deze hermoso? Deze güerito?”, vraagt ze. Hup, die heb ik ook weer binnen. Tania lacht. ,,Je hebt niet door hoeveel mensen verwonderd naar je kijken”, zegt ze. Om maar aan te tonen: mijn soort is hier apart. Voel ik me daarom bijzonder? Welnee, maar grappig is het natuurlijk wel.

Met deze pandamie niet heel druk, maar de smalle straatjes en Mexicaanse bedrijvigheid lijken me duidelijk

Gammel hekje

We gaan nog ergens koffie drinken. Een dakterras. Wat me opvalt is het gammele hekje dat moet verhinderen dat we naar beneden flikkeren. Ik denk terug aan Ismael, aan onze tocht. Als ik mijn beste vriend Jaap een appje stuur met een foto van die zipline, antwoordt hij: ,,Vogel Rok voelt toch wat veiliger. In je karretje met beugel enzo.” Ik moet er om glimlachen. Het dichtgespijkerde Nederland, waar elke vorm van onveiligheid wordt voorkomen uit angst voor rechtszaken en verzekeringen. Dit hekje waar ik maar niet tegenaan leun voelt als een soort symbool voor dit. Iedere vorm van eigen verantwoordelijkheid wordt in Nederland voorkomen. En juist dat benauwt me soms. Dit juich ik toe, terug naar de kern. Ik neem weer plaats aan ons tafeltje, dat schudt en dat wankelt. Tania kijkt me liefdevol aan. ,,Jíj zocht imperfectie. Hier heb je het.” Een absoluut gevoel van gelukzaligheid overmeestert me en ik geef haar een zoen.

Wat vond je van dit verhaal?

Al mijn verhalen zijn gratis te lezen. Maar mocht je als blijk van waardering en van vroljkheid een donatie achter willen laten: ik doe een dansje van blijdschap. Alvast zeer veel dank!!

Totaal: € -

Nog even geduld

De politieagent twijfelt als de groep echt niet luistert. ‘Wij zijn Nederland’, roepen ze. Hij sommeert afstand te houden, zij negeren dat. Hij begint er op in te slaan, het verschijnt op Dumpert. Dit is Nederlands verzet anno 2020. Waarom ze hier zijn? De mensen zijn woedend. Alsof alles van ze is afgepakt. Doe es even rustig joh.

Onmogelijk vraagstuk

Vooraf: ingewikkelde vraagstukken verdienen een kritische blik. Onmogelijke vraagstukken, echter, kun je beter overlaten aan de échte specialisten en daarop blijven vertrouwen. Dit onmogelijke vraagstuk heeft immers nog geen zaligmakend antwoord. Dat geldt niet alleen voor Nederland, dat geldt wereldwijd. Nog even wachten. Ik heb het uiteraard over corona en waarom meebuigen, meedeinen toch echt het meest logische is. Simplistisch? Absoluut. Dat geeft heel veel rust, kan ik je vertellen. Aanrader!

Vrijheid

Ik ben 39 jaar. Ik leef al 39 jaar in ongelofelijke vrijheid. Kan alles, mag alles. Ik ging naar school, koos mijn eigen opleiding, doe zoveel mogelijk leuke dingen en probeer op mijn eigen manier geld te verdienen om mijn eigen leven te bekostigen. En in mijn achterhoofd weet ik: mocht daar onverhoopt iets misgaan, dan word ik geholpen door de overheid. Vrijheid, met sociale regelingen in het achterhoofd: je kunt hier een zorgeloos bestaan opbouwen. En voor mij geldt: probeer zo min mogelijk op die overheid te teren. Ik heb het gelukkig dan ook nog nooit hoeven doen. Maar de wetenschap dat je geholpen kunt worden is fijn. Hoe anders is dat in, nou ja, vrijwel overal in heel de wereld.

Corona

Anyway. Toen kwam corona. Maatregelen. Overal ter wereld. Anderhalve meter afstand, handen wassen, grote evenementen even niet mogelijk, afijn, je kent ze. Voor het eerst in ons leven -of althans: voor de meesten- moeten we iets van vrijheid inboeten. En waarom? Omdat er een virus is waarvan we vooral in het begin weinig wisten. Het zekere voor het onzekere. Rutte zei al: zonder kennis moet ik beslissingen nemen. En hij koos voor de volksgezondheid én vertrouwde op de intelligentie van het volk.

Corona ebt weg. Er zijn nog besmettingen, maar nauwelijks ic-opnames, nauwelijks doden. De vraag rijst of het allemaal nog wel zo nodig is. Een vraag die andermaal door specialisten beantwoord mag worden. Want nog steeds geldt: met weinig kennis moet Rutte beslissingen nemen. En hij blijft kiezen voor de volksgezondheid. Stoute Mark. (Nee, volkomen terecht. Hup Mark.)

Pas acht maanden

We zitten pas acht maanden in deze rotzooi. Acht maanden. Waarvan een maandje met échte inperkingen. Thans valt dat alleszins mee, we kunnen en mogen vrijwel álles. Ik zit potdorie in Mexico. Over vrijheid gesproken. Heb geduld. Het gaat echt snel over. En ja, dat er pijn zit qua werkgelegenheid snapt iedereen. En voelt iedereen.

Alternatief

Als ik naar die demonstrerende groepen luister, hoor ik alleen maar woede. Dat je demonstreert tegen kernwapens: heel goed. Dat je demonstreert voor een betere studiefinanciering: begrijpelijk. Dat je opkomt voor je boerenbedrijf: duhuh (hoewel graag zonder geweld, intimidatie en andere onsympathieke drukmiddelen.) Dat zijn allemaal politieke keuzes. Maar dit is woede zonder alternatief. Ja, de Lange Fransen en Willem Engels van deze wereld. Dat is geen alternatief. Dat is gekte. Want niemand die het weet. Voor hen is het een verdienmodel.

Deze tijd levert ook kansen op. Speel erop in, zonder die gekke woede, maar met open mind. Kunstenaars: ga ermee aan de slag. Gekke tijden leveren inspiratie op. Deze tijd is voor de geschiedenisboeken. Vang het. En ja, dat de kunsten nu hard geraakt worden, absoluut. Maar ben creatief. Net als de horeca, die constant laten zien dat ze oplossingen vinden. Niet ideaal, maar wel knap. Net als de grote evenementen, die nu eenmaal op massa drijven en ook manieren vinden.

Even geduld

Rutte en co zijn niet bezig om de macht naar zich toe te trekken. Dit is nog altijd overal ter wereld gaande. Als Rutte nu loslaat en het zou misgaan, wordt hem dat verweten. Het is voorzichtigheid, dat te begrijpen is. Grote kans dat het weldra alsnog losgelaten wordt. Niemand vindt een inperking van vrijheid leuk. Ook Rutte niet. Ook de mainstream media niet, die écht niet bezig zijn met een of andere vage propagandashizzlestrategiedinges.  We moeten simpelweg nog even volhouden. Corona is er nog altijd. Dat is niet politiek, dat is niet om de massa te controleren. Dat is er gewoon. Deal with it. Nog even volhouden.

Wat vond je van dit verhaal?

Al mijn verhalen zijn gratis te lezen. Maar mocht je als blijk van waardering en van vroljkheid een donatie achter willen laten: ik doe een dansje van blijdschap. Alvast zeer veel dank!!

Totaal: € -

Een ode aan haar

Haar donkerbruine ogen lijken in bepaald licht soms een blauwe eclips te hebben. Ik kan daar verwonderd naar blijven kijken. Soms geïntrigeerd, puur door die wonderlijke kleur. Haar pupillen hebben echter een aanzuigende werking, waardoor ik er dieper en dieper in verstrikt raak. Haar rust doet de rest. Alsof ze me uitnodigt. Kijk maar, ik  kijk wel terug. Kom maar, je bent welkom. We bewandelen, bestuderen elkaars ziel. Onderzoeken deze, leren het kennen en een gelukzalig gevoel overvalt ons beiden. We komen steeds dichter bij elkaar, tot onze lippen elkaar raken. Een zoen.

Direct toen ik haar ontmoette, raakte ik gefascineerd door haar gezichtsuitdrukkingen. De overgangen zijn soms wonderbaarlijk en neigen naar het overdrevene. Naar toneel. Maar ze zijn echt. Van serieus, naar angstig, naar vrolijk, naar verrukt, naar nieuwsgierig, naar verbaasd. Haar wenkbrauwen spelen daarbij een belangrijke rol. De onderkant van haar ooglid ook; daar zit een klein kronkeltje dat haar gezicht een unieke karaktereigenschap geeft.

Dat unieke gezicht wordt voor mij vervolmaakt door haar mond. Een mond zo karaktervol, dat het mondkapje bij haar ook echt invloed heeft. Ze is nog steeds razendknap, haar ogen blijven fonkelen, maar haar mond blijft verborgen. Telkens als zij deze weer af mag zetten, maakt mijn hart een sprongetje.

Ze heeft lang, stijl haar. Zwart, met hier en daar een grijs haartje tussendoor. Soms draagt ze het los, soms in een knotje. Ik weet nog niet goed wat ik mooier vind, en of die vraag er überhaupt toe doet. Los is sensueel, vrouwelijk, knap. In een knotje is schattig, haar gezicht komt meer tot uiting, haar lach is dan nog meer overrompelend. Soms komt ze dansend naar me toe. Haar boventanden rustend op haar onderlip. Een lach breekt door, ze beweegt haar hoofd van links naar rechts. En ze eindigt het dansje met een zoen. Misschien ben ik op die momenten wel het meest verliefd.

Het intrigerende van dit al is dat ik dit al zag via de telefoon. De laatste acht maanden chatten en belden we dagelijks en was ik al verliefd. Verliefd op dit alles. Dat we elkaar nu ook kunnen aanraken, ruiken, proeven, voelen: natuurlijk heeft dat een gigantische meerwaarde. Maar in de absolute basis maakt het ook weer geen enorm verschil. Het is misschien wel de reden dat ik niet enorm angstig ben om weer terug te gaan naar Nederland. Ja, er zullen tranen vloeien en ja, ik zal haar missen. Maar ik raak haar niet kwijt, daar ben ik op dit moment van overtuigd.

In bepaalde dingen is ze volstrekt anders dan ik. In bepaalde dingen verrast ze me juist nu ik haar in het echt zie. In interacties met andere mensen, bijvoorbeeld. Ze is uitermate charmant en probeert van ieder gesprekje een leuk moment te maken. Dat verwarmt me, inspireert me. Ik kom thuis niet verder dan ‘goedendag’, terwijl júist dat soort gesprekjes de mooiste momentjes opleveren. Ze doet het bewust, zegt ze. Vooral bij toevallige passanten. ,,Misschien maak ik hun dag daarmee leuker?”

Dat doe je. De mijne in ieder geval. Iedere dag.

Wat vond je van dit verhaal?

Al mijn verhalen zijn gratis te lezen. Maar mocht je als blijk van waardering en van vroljkheid een donatie achter willen laten: ik doe een dansje van blijdschap. Alvast zeer veel dank!!

Totaal: € -

Corona in Mexico

Het is stil, haast uitgestorven op het enorme centrale plein in hartje Mexico City, Zócalo. Normaliter is dit een komen en gaan van mensen. Van handel, van toeristen, van geluid, van rumoer, van een ware kakofonie van alles. Nu is het volledig afgesloten. Er staan soldaten. Het zijn coronatijden.

In de straten eromheen lopen wel mensen. Er zijn looplijnen, er is controle door politie. Schijnheilig zet je dan je mondkapje op, want hoewel niet verplicht wordt dat toch van je verlangd. Ben je er voorbij, zet je ‘m weer af. Want laten we wel wezen: zo’n ding is best irritant. Ook in de straten is het overigens best wel stil, bijna de helft van de winkels in dit gedeelte is gesloten.

Als je een winkel in wil, of een restaurant, is dat mondkapje wel verplicht. Handen wassen, je temperatuur wordt opgemeten. Het personeel draagt mondkapjes en spatschermen. Ook hier is het overwegend rustig.

Deze wereldstad, die bekendstaat om haar absurde verkeer en drukte is ietwat in ruste. Of beter gezegd: in angst. Corona is de grote en vooral gevreesde vijand. Mensen die buiten zijn dragen mondkapjes en zelfs spatschermen. Het ziet er futuristisch en belachelijk uit. En hoewel ik de regels niet ken, zijn ze duidelijk. Ook hier is anderhalve meter afstand de norm.

Bijzonder is het ook in de supermarkt. Daar is ook een deurbeleid. Rondom de groenten en fruit is meer controle. Boodschappen doen anno nu voelt als boodschappen in Nederland medio april en mei, op het hoogtepunt van corona. Maar dan zonder die spanning.

Na 1 september lijkt het allemaal ietsjes te normaliseren. Het is iets drukker op straat. In Bosque de Chapultepec, het grootste park van de stad, wordt de handel weer opgestart. Druk is het echter nog steeds niet. Het verkeer neemt wel toe. We staan soms in een korte file.

Ik ben onder de indruk hoe de Mexicaan omgaat met de regels. Ik volg Mexicaans Twitter niet, maar zo op het oog lijkt het zonder morren opgevolgd te worden. Het valt wel op hoeveel mensen op straat slapen en leven. Dat verergert. De armoede neemt toe.

Wat ik begrijp is dat de Mexicaan doodsbang is voor corona. Mensen blijven thuis. Durven niets. De informatievoorziening is warrig en speelt in op het gevoel. Kennis is er kennelijk nauwelijks en wordt ook niet opgedaan middels buitenlandse media. Waar in Nederland corona erkend wordt en discussie bestaat hoe ermee om te gaan, is hier een andere tweedeling: óf je bent doodsbang, óf je gelooft niet dat het bestaat. In beide gevallen respecteert men de regels overigens wel. Het laat zich raden tot welke groep mijn vriendin behoort.

We deinen beiden wel mee. Dragen een mondkapje waar nodig, wassen onze handen regelmatig en zoeken de drukte niet op. In dat opzicht doen we stiekem best verstandig. In datzelfde Chapultepec zeggen kooplui dat de musea na El Día de la Independencia de México op 16 september nog meer opengaat, zoals musea en wellicht ook stadions. We zullen het zien, want officieel is er nog niets.

Wat vond je van dit verhaal?

Al mijn verhalen zijn gratis te lezen. Maar mocht je als blijk van waardering en van vroljkheid een donatie achter willen laten: ik doe een dansje van blijdschap. Alvast zeer veel dank!!

Totaal: € -

Levenspad

Terwijl Tania en ik hand in hand door Condesa, richting Paseo de la Reforma in het centrum van Mexico City lopen, raak ik even diep in gedachtes verzonken. We zitten in het regenseizoen; het zonnetje schijnt, maar twijfelt duidelijk. Donkere wolken maken langzaam hun opwachting. Het voelt gek genoeg als een geluksmomentje, maar niet alleen ingegeven door dit moment. Mijn brein werkt naar conclusies toe. Over mijn levenspad.

Verbouwing

Mijn vrienden zijn al de hele middag dolenthousiast en geïnteresseerd aan het WhatsAppen over verhuizingen en verbouwingen aan het eigen huis. In de chat worden duizelingwekkende bedragen genoemd, er wordt gewag gemaakt van het werk dat verzet moet worden. En hoe meer ik lees, hoe meer ik me realiseer dat ik me nooit in die materie zal hoeven te verdiepen. Want ik wil het niet. Ik wil niet méér dan dat ik al heb. Misschien wil ik wel minder. Die gedachte of conclusie stemt me vrolijk. Opgelucht. Eindelijk richting, zij het volstrekt anders dan al mijn vrienden.

Tania voelt aan dat ik in gedachtes verzonken ben. Ik leg haar uit dat het fijne gedachtes zijn. En probeer te vertellen wat deze zijn, in de wetenschap dat zij uit een compleet andere cultuur komt. Ze zegt het ten volle te herkennen. We merken dat huisje-boompje-beestje ons beider nachtmerrie is. Ik deel mijn eigen tijd in qua werk en dat doet zij ook. We dealen ermee en voelen ons daar goed bij, met de constante dreiging dat het te weinig zou kunnen zijn boven ons hoofd. En we willen niet veel. Ik teer vooral op herinneringen en avonturen. De gedachte aan een veilig thuis met kinderen trekt me totaal niet. Integendeel. Allesbehalve. Ik gruwel er zelfs een beetje van.

Vrijheid

Over een kleine drie weken vlieg ik terug naar Nederland. Of niet? Je kunt gratis omboeken bij KLM. Een ticket kost wat meer, maar dat is echt hooguit 25 euro. Misschien dat ik er nog wel één, of twee, of vier weken aan vastplak. Ik denk aan mijn geld. Het kan, volgens mij. Idealiter schrijf ik nog wat opdrachtgevers aan om ook hier nog wat extra euro’s binnen te harken. Tania heeft haar werkafspraken ook gewoon, tussen onze leuke uitjes door. Hoe meer ik hier kan werken, hoe langer ik kan blijven. En hier werken bevalt me eigenlijk wel uitstekend. Waarom niet?

Dát is de kern. Dát bedoel ik. Vrijheid. Bepaalde verplichtingen heb je altijd, maar ik probeer het tot het minimum te beperken. Kwaliteit leveren, van meerwaarde kunnen zijn, maar niet binnen de gekaderde uren. Niet met een door anderen opgelegd rooster. Onlangs las ik op BredaVandaag dit verhaal. Jongtwintigers. Het levert me jeuk op over mijn hele lijf. Die redenaties, die volstrekte gevangenschap in een ogenschijnlijk vrij leven. Je droom niet kunnen volgen omdat je nu eenmaal een baan hebt. Ik kan daar niet aan. En toegegeven, dat realiseren heeft me 39 jaar gekost. En ik snáp dat de meeste mensen dit wel willen. Het is the way it goes. Het geëffende pad. Je studeert, vindt een relatie, vindt werk, krijgt kinderen. Het is een wat simplistische weergave, maar ik merk langzaam -en ja, nu pas- dat ik me losruk van dat ideaalbeeld.

Mexico

Tania begint over Mexico te vertellen. Waarom ze van dit land houdt. Over nu, met corona en over het normale leven. Er is hier juist enorm veel vrijheid. Haast geen regels. Je ziet het aan het verkeer, je ziet het op straat, je ziet het in winkels. Hier is haast niks georganiseerd. Daar schuilt uiteraard veel gevaar in. Je wordt nauwelijks beschermd. Het is ieder voor zich, maar het werkt. Lang niet voor iedereen, omdat je als individu voor jezelf moet opkomen en niet geholpen wordt. We worden nu iedere dag minstens twintig keer aangesproken. Door bedelaars, door mensen die wat te verkopen hebben. Door muzikanten, door straattheater. Soms irritant, maar voor hen uiteraard noodzaak om geld te verdienen. Het mag. Soms écht irritant, zoals de mannen die een emmer op een vrije parkeerplaats zetten. Voor 50 pesos halen ze deze weg. Of, je zet de auto weg en ze komen naar je toe. Voor 50 pesos bewaken ze je auto. Zo niet? Tja, dan kan er van alles mee gebeuren… Een regelloze omgeving maakt mensen natuurlijk ook hufterig en hebberig. En ook dan geldt: hoe ga jij er zélf mee om?

Ik erken gelijk. Ik weet eigenlijk nog niets over dit land. Ik begin haast te geloven dat dít een vrije samenleving is, waarbij je wel altijd rekening moet houden met de ongeschreven regels. Of ik daarin kan overleven weet ik niet, maar het voelt vooralsnog opwindend en iets dat ik wil onderzoeken. Misschien voelt het voor nu zelfs wel als mijn levenspad.

Wat vond je van dit verhaal?

Al mijn verhalen zijn gratis te lezen. Maar mocht je als blijk van waardering en van vroljkheid een donatie achter willen laten: ik doe een dansje van blijdschap. Alvast zeer veel dank!!

Totaal: € -

Mario

Mario is onlangs ontslagen. Het bedrijf heeft dermate last van corona, dat er gesaneerd moest worden. Volgens Mario onzin: corona heeft het ontslag vergemakkelijkt. Eigenlijk kwam de pandemie in dat opzicht best goed uit voor het bedrijf.

De ongeveer-vijftiger lijdt eronder. Dat vertelt hij niet alleen, dat zie je ook aan alles. ,,Ik moet echt opletten dat ik niet te veel ga drinken, dat is mijn grootste valkuil”, vertelde hij me eerder. Het ontslag voelt oneerlijk. Voelt als een aanslag op het zelfvertrouwen. Regelmatig zit hij voor onze flat. Met Hans en soms met meer flatgenoten. Dan praten ze over de dingen, proberen steun bij elkaar te vinden en dan lachen ze samen. Die uitlaatklep is hard nodig. Ik zie de glimlach inmiddels al steeds vaker terugkomen.

Takelen

Ditmaal zit hij er weer. Ik ben net gebeld door mijn bovenbuurvrouw. Ze heeft een nieuwe bank gekocht en die moet naar boven, naar de vijfde verdieping. Ze heeft al wat vrienden opgetrommeld, maar kan eigenlijk wel extra handen gebruiken. Ik kocht onlangs ook een nieuwe bank en het lukte me om deze via de trap naar de vierde te sjouwen. Bij deze bank zou dat onmogelijk zijn. Het idee derhalve: takelen. Voor de galerij langs, naar de vijfde.

En daar staat de bank. Groene touwen eromheen; op het oog lijkt het me stevig. Twee touwen naar de vijfde verdieping, waar drie mannen klaar staan om te takelen. Mijn taak is om de bank te sturen. Geen sjouwwerk, maar de bank mag natuurlijk niet onder de galerijen vast komen te hangen.

De actie laat op zich wachten. Boven wordt druk vergaderd en soms komen de touwen even strak te staan. Loos alarm. Iemand komt thuis van het werk en kijkt het tafereeltje even aan. ,,Als dat maar goed gaat”, grijnst ze. Misschien heeft ze gelijk. Eigenlijk ziet het er helemaal niet zo heel stevig uit.

Ingrijpen

Mario kijkt ernaar. Een mengeling van vermaak en ergernis. PITT-bier in zijn hand, hoofdschuddend. Tot hij het niet meer aan kan zien. ,,Wat zijn jullie nou aan het dóen?”, vraagt hij geïrriteerd aan me. Ik leg uit dat ik dat dus echt niet weet. Dat ik een dienende functie heb en wacht tot we in actie overgaan.

Mario kijkt naar boven. De mannen hebben de touwen onder het hek van de vijfde verdieping bevestigd. ,,Dat is dus gewoon echt dom, dat ziet iedereen toch?”, verzucht Mario. ,,Hoe willen ze die bank óver het hekje krijgen, als het touw erónder zit?” Dat klinkt logisch. Ik had dat nog niet eens gezien. ,,Hebben jullie nog meer touw?”, roept Mario naar boven. Hebben ze.

Overname

Mario gaat naar binnen. Pakt de lift en eenmaal boven neemt hij de leiding op zich. De mannen raken direct overtuigd van de logica en werken gelijk mee. Mario komt weer naar beneden en verstevigt de touwen om de bank heen. ,,Ik heb vroeger bij de commando’s gezeten”, legt hij uit. ,,Toptijd. Dit soort dingen is echt logisch nadenken, vandaar mijn ergernis. Ze doen echt alles fout.”

Het takelen kan beginnen. Mario helpt de mannen. Het is een fluitje van een cent. Zonder noemenswaardige problemen lukt het ons om de bank op de vijfde verdieping te krijgen. Eenmaal echt boven, bedanken de mannen Mario voor zijn ongevraagde hulp. Zonder hem was dit immers nooit gelukt. Mario glimlacht op de hem zo kenmerkende stoere wijze. ,,Nu ga ik beneden weer bier drinken”, roept hij. Euforisch. Hij zal het niet snel toegeven, maar aan de fonkeling in zijn ogen te zien had hij dit even nodig.

Wat vond je van dit verhaal?

Al mijn verhalen zijn gratis te lezen. Maar mocht je als blijk van waardering en van vroljkheid een donatie achter willen laten: ik doe een dansje van blijdschap. Alvast zeer veel dank!!

Totaal: € -

 

Toekomstplanner

Ik ben nooit een goede toekomstplanner geweest. Ik weet nog niet eens wat ik later wil worden. Dat zie je ook aan mijn agenda: die is over een week nog volledig leeg. Voor mij bestáát oktober nog helemaal niet.

Toch bestelde ik onlangs een ticket naar Mexico Stad. Ondanks corona. Ondanks ‘oranje’, ondanks dat het heel sterk afgeraden wordt. Dus toen eergisteren juli ingeruild werd voor augustus, begon die reis plots wel dichtbij te komen. Want ik vertrek op 2 september. Jeetje.

Robert ten Brink

Dat Tania Mexicaanse is, die op ruim 8000 kilomeer van me vandaan woont: heeft zoiets wel toekomst? Potentie? Ach. Dat zou toekomstplannen zijn. Langeafstandsrelaties, Robert ten Brink, elkaar hooguit twee keer per jaar zien en alle andere scenario’s. Scenario’s? Zo werkt mijn brein niet. Dat zou zoiets abstracts zijn als vooruit kijken. Oktober bestaat nog niet eens.

Naïef. Lanterfanten. Instabiel. Natuurlijk, ook ik kijk kritisch naar hoe ik door dit leven wandel. Maar wil ik stabiel zijn, gedecideerd naar een einddoel lopen en min of meer zorgeloos naar mijn pensioen toewerken? Welnee. Dat zit niet in me. Iedere ochtend ontvang ik een voicemessage van Tania, waarin ze me ‘verrassingen’ toewenst. Alsof ze me begrijpt. M’n manier van leven begrijpt. Pensioen, ik maak me daar ontzettend zorgen om. Echt? Nee, soms dwíng ik mezelf me er druk om te maken. Lukt me niet. Ik ben geen toekomstplanner. Oktober bestaat nog niet eens.

Lift

De coronabesmettingen zitten weer in de lift, lees ik. Jongeren zijn nu de sjaak. Dat levert een marginaal aantal ic-opnames op, maar toch: duurt 2 september niet nog te lang? Zou het weer dichtgegooid kunnen worden? En plots overweeg ik om dat ticket om te boeken. Naar eerder. En als corona dan echt aan is en ik daar zit? Dat zie ik dan wel weer. Dat zou toekomstplannen zijn. Dat kan ik niet. Gevoelsmatig zit ik daar eigenlijk ook prettiger.

Als ik poog daar écht over na te denken, zit werkelijk de enige twijfel in het omboeken van dat ticket. Juist. Verder dan een maand vooruit denken lukt me immers niet. En ik wil haar zien. In het echt. Met haar naar bed gaan, met haar wakker worden. Met haar ontbijten, met haar naar buiten. Op avontuur. Of thuisblijven.

Abstracte toekomst

Bang voor corona ben ik niet, bang voor de overheid wel. Bang voor besmettingsgevaar ben ik niet, bang voor mijn vrijheid wel. Misschien moet ik dat ticket maar omboeken. Een totaal onzekere, abstracte nabije toekomst klinkt enorm aantrekkelijk. En ach. Die agenda is toch leeg. 

Mijn strijd met de petfles

Vier motorrijders nemen plaats op het terras. Een van hen haalt het drinken en al gauw gaan hun flesjes cola en fanta open. Mijn petfles ijsthee staat dan nog gesloten voor me. Ik krijg het ding met geen mogelijkheid open en ik zit hier inmiddels al een minuutje of tien.

Het is ook warm op dit overdekte terras. Ik zweet. Ik zit al ruim twee uur op de fiets en hoewel het buiten niet buitengewoon warm is, heb ik dat nu plots wel. Ik waag nog een poging, mijn handen voelen krachtig en ruw. Daar kan ik me niet achter verschuilen. Hngggg. Nee, het kreng wil niet open. Nog nooit meegemaakt. Een potje augurken is soms wat lastig -maar op te lossen met wat ferme tikjes met een mes. Maar een petfles krijg ik toch altijd wel open. Hngggg. Rode sporen in mijn handen verraden mijn moeite. Godsamme.

Ik weet: hoe langer ik hiermee hannes, hoe meer het opvalt. Op dit moment heeft nog niemand mijn onhandige manoeuvres gezien, denk ik. Natuurlijk kan ik het vragen aan de motorrijders, maar wat levert me dat op? Hooguit een open flesje. En ongetwijfeld hoongelach. Kun je zeggen: dan heb je wel je drinken, maar hoe waardevol is dat dan op zo’n moment? Immers, niet het drinken staat nu op het spel, ook mijn eergevoel. Ook als ze relaxed reageren en er geen hoongelach volgt, voelt het als een nederlaag. Die ijsthee zal me niet smaken, omdat ik deze niet verdiend heb.

Zit dat gevoel in mij? Ongetwijfeld. Natuurlijk. Maar de vraag blijft overeind. Hoe belangrijk is dit flesje drinken?

Ik besluit het terras te verlaten en mijn strijd elders voort te zetten. Ik fiets weer richting de Aa of Weerijs, tot ik bij een picknicktafeltje kom. Er zit niemand. En als er even niemand passeert, ga ik over in actie. Eerst probeer ik het nogmaals open te draaien, maar er zit écht geen beweging in. Dan ga ik over in de methode van het potje augurken. Ik tik de dop van het flesje stevig en ferm tegen de rand van de picknicktafel. En nog eens. Het flesje voelt nu uiteraard keihard, het koolzuur staat op ontploffen. Dat betekent dat ik wel krachtig te werk moet gaan, maar niet lomp. Hngggg. En ja! Beweging! Een licht sissend geluid, enkele druppels ontsnappen. Beleid. Kracht. Beleid. Toch weer wat druppels. Een straaltje, zelfs. Maar het flesje komt langzaam tot rust. Beleid. En uiteindelijk is de petfles open. Veel is er niet ontsnapt, ik heb eindelijk drinken. Een ovationeel applaus in een verlaten groen landschap met een meanderend riviertje valt mij ten deel. Eindelijk kan ik drinken en mijn eergevoel staat nog recht overeind. Ik zou hooguit mijn beklag kunnen doen dat m’n ijsthee lauw is, maar je kunt natuurlijk ook niet álles hebben.