In de cel

Voor de cursus ‘Korte Verhalen’ kregen we een schrijfopdracht. De casus: ‘Je wordt met grof geweld van je bed gelicht door de politie en in de cel gezet. Je weet niet wat er aan de hand is. Achteraf zal blijken dat de politie de foute persoon gepakt heeft.

‘John was here’. En ernaast: een honderdtal turven. Tekeningen van borsten. Een gedetailleerde vagina, met stipjes die iets van stoppels voor zouden kunnen stellen. De tekeningen op de muren intrigeren me mateloos. Een 06-nummer. Een piemel. ‘Kankerwouten’. Een ontroerende ‘I love you Shania’. Vol geduld en tevens vol vermaak scan ik de muren, in afwachting tot wat komen gaat. Ze zullen me straks wel komen halen. Met excuses. Of misschien is het wel een grapje. Sterker: het ís een grapje. Honderd procent zeker. Ik was vorige week immers jarig, maar niemand van mijn vriendengroep gaf me iets. Alleen wat felicitatiewhatsappjes. Normaal gesproken haalden ze een flauw geintje met me uit. Maar op mijn veertigste verjaardag? Niets. Dit moest het wel zijn.

Het was die ochtend overigens wel allemaal net echt. Hardhandig, met veel geschreeuw. Ik werd zelfs geblinddoekt. Alsof ik in een aflevering van Breaking Bad zat. Of Ozark. Of wat voor Netflixserie dan ook. Misschien wel iets té hardhandig, m’n heupen doen pijn. Ik stootte me hard toen ze me met grof geweld in het busje gooiden. Leuk is niet het goede woord, maar wat staat me nog te wachten? Een marteling? Of komen mijn vrienden straks me in de polonaise ophalen en gaan we naar de stripclub?

Het is koud in deze cel. En stil. Soms hoor ik het gekraak van een hekwerk. Stemmen hoor ik niet. Niets. Ik besluit even te gaan zitten. Mijn telefoon ligt nog op mijn nachtkastje. Toen die politieagenten vanmorgen naar binnenstormden, was er geen tijd. Ik vermoed trouwens dat ik het ding ook niet mee had mogen nemen. Part of the show, denk ik. Mijn vrienden weten dat ik nogal verslingerd ben aan mijn telefoon. Eigenlijk is deze grap uitermate grof. Al mijn angsten zitten hierin: het geweld, het opgesloten zitten, de situatie geenszins onder controle hebben, de onzekerheid, geen telefoon. Ik voel me naakt. Mijn hart begint te bonken. Hoe lang duurt zo’n grap eigenlijk? Ik zit hier al zeker twee uur. Of vier. Ik heb echt geen idee.

Dit is echt zo’n grapje dat Chris bedacht heeft. De hufter. Geniale gast die het in zich heeft om bijzonder onverwacht uit de hoek te komen. Meestal sta ik aan zijn zijde. Nu ben ik de lul. Ik kijk weer om me heen, in de hoop toch iets te ontdekken dat deze grap zou bevestigen. Want de humor ervan is er toch alweer een tijdje vanaf.

Ik dacht terug aan hoe Chris en ik onlangs Maria pakten. Het was twee of drie maanden geleden en ze was ook jarig geweest. Chris appte me. ,,Ik heb een idee. We gaan Maria zich eens écht goed jarig laten voelen. Stel me nu even geen vragen, alleen antwoord. Doe je mee?” Dat was Chris. Hij bleef vaag, maar enthousiasmeerde toch. Maakte nieuwsgierig. Natuurlijk deed ik mee.

Er klonk een geluid door het cellencomplex. Geschreeuw. Een paar cellen van mij vandaan werd iemand met veel bombarie naar binnengebracht. Meerdere minuten lang klonk er een scheldkanonnade. En toen was het stil. Ik verzonk weer in gedachten.

Ik ging naar Chris toe en hij legde me uit wat er gaande was. Maria behoort al lang tot onze vriendengroep. Stiekem droomt iedere man van haar. Wij ook. Ze is knap en sexy. En onbereikbaar. We hebben nooit een kans bij haar gehad en waren allang gefriendzoned. Maar Tom, een vriend van Chris, was met haar gematched op Tinder. Die gast had eigenlijk weinig interesse, wat Maria kennelijk interessant vond. Met andere woorden: het gesprekje liep. Die vriend zat ook in het complot. ,,Hij heeft haar net gevraagd om te daten en heeft een boswandeling voorgesteld”, grijnsde Chris. ,,Daar kunnen we best wel eens iets leuks mee doen, toch?”

Nu klonk er gesnik. De man een paar cellen verderop was in huilen uitgebarsten. ‘Laat me eruit!’, klonk het wanhopig. Het ging door merg en been. Ik merkte dat m’n hart begon te bonzen. Dit is geen leuke grap. Dit is écht geen leuke grap.

Onze verrassing aan Maria bleek ook leuk. Het begon dat ze samen met Tom door het bos liep. Maria had een fleurig jurkje aangetrokken en aan haar complete lichaamstaal te merken had ze bovengemiddelde interesse. Chris en ik keken van een afstandje toe. Ze liepen op het bospad en kozen, precies zoals we hadden afgesproken met Tom, ervoor om op steeds kleinere bospaadjes te lopen. Dieper en dieper het bos in. Chris en ik volgde hen op grote afstand, om er zeker van te zijn dat Maria geen argwaan kreeg. Het was geniaal. Hoe dieper zij het bos ingingen, hoe minder mensen er in de omgeving waren. Maria en Tom liepen arm in arm, dichtbij elkaar. Het werd closer en closer. Soms keken ze elkaar aan; ik had Maria nog nooit zo gezien. De afstandelijke, onbereikbare Maria was helemaal de zijne. Chris en ik keken elkaar aan. Hij knipoogde en grijnsde triomfantelijk. Nog een paar minuten, nog een paar meter en dan zou het plan in werking treden.

En natuurlijk. We wisten van te voren ook echt wel dat het niet helemaal netjes was. Dat Maria het wellicht en waarschijnlijk helemaal niet zo leuk zou vinden. Daarom ook die maskers. Het moest allemaal wel echt lijken. Ze zou er achteraf zeker om kunnen lachen. En wat is er lekkerder dan na een goede schrik en paniek een paar biertjes te drinken met je vrienden? Ik moest er weer even om lachen. Die blik van Maria. Die pure paniek, wanhoop, verdriet, pijn: het plan liep gesmeerder dan verwacht. Wat een succes.

Ik schrok even wakker uit mijn gedachtes. Het drong meer en meer tot me door dat ik hier nog steeds zat. Het geschreeuw van deze ochtend kwam weer in me op. De pijn in mijn heup liet zich weer gelden. Mijn hart bonkte plotseling als een bezetene. Chris en ik hadden moeten lachen om het krantenberichtje over wat er zich in dat bos had afgespeeld, maar het rijmde toch wel ietwat met hetgeen er deze ochtend naar mij werd geschreeuwd. Is dit eigenlijk wel een grap? Er werden natuurlijk wel gewoon twee mannen gezócht; zou het kunnen dat de politie plots wist wie wij waren? Ik moest slikken. Kreeg het plots bloedheet. Dit kan toch niet?

En toen voetstappen. Meerdere. Ze passeerden de cel van de ander duidelijk, aan zijn geschreeuw te horen. Plots ging mijn deur open. ,,Ehm, allereerst onze excuses dat u zo lang heeft moeten wachten. Komt u mee, we zullen u naar huis brengen. Er is vanmorgen een grote fout gemaakt”, stamelde de politieagent. Als ik het niet dacht. Alsof zo’n grap niet zou kunnen en strafbaar zou zijn. Alsof je voor zoiets onbenulligs met zoveel geweld van je bed gelicht zou worden.

Wat vond je van dit verhaal?

Al mijn verhalen zijn gratis te lezen. Maar mocht je als blijk van waardering en van vroljkheid een donatie achter willen laten: ik doe een dansje van blijdschap. Alvast zeer veel dank!!

Totaal: € -

Liefde op afstand: de tickets

Voor BN DeStem schreef ik een zesdelige serie over Tania, voor de rubriek ‘Liefde op Afstand’. Deze serie liep van maandag 27 april tot en met zaterdag 2 mei 2020. Dit is deel twee:

Verslaggever Steven van Beek was in januari op vakantie in Mexico en ontmoette daar Tania: ze baadden in zee en kwamen toevallig in elkaars vaarwater. Dat was vlakbij het stadje Tulum, in het zuidoosten van het land. Het was liefde op het eerste gezicht. Al snel werden de vliegtickets voor 25 april geboekt, om die liefde verder te onderzoeken. De voorpret was echter maar een kort leven beschoren: het coronavirus gooide roet in het eten. Het virus is inmiddels ook in Mexico gearriveerd.

,,Natúúrlijk gaat ons samenzijn wel door. Ik weet echt 100% zeker dat je 25 april deze kant op komt en dat we een geweldige tijd zullen hebben”, riep Tania op 16 maart. Minister-president Mark Rutte kondigde strenge maatregelen aan en zonder te pretenderen dat ik ook maar enige kennis van virologie heb, had ik toch het sterke voorgevoel dat mijn reis naar Mexico op de tocht stond. In dat land was op dat moment nog niets aan de hand. Ja, natuurlijk was al wel bekend dat het coronavirus bestond en dat het in Azië en Europa al flink wat slachtoffers eiste, maar als je er niet middenin zit wil je de situatie nog wel eens onderschatten, nietwaar?

Met beleid probeerde ik haar toch te waarschuwen dat de kans dat ik naar haar toe zou komen kleiner en kleiner werd. De vliegreizen stonden nog gewoon op het programma en ergens hoopte ik dat ze geannuleerd werden. Dat ik de keuze niet hoefde te maken. Zij bleef de dagen erna optimistisch. Natuurlijk gaat het wel door.

Pas twee weken later, begin april, sloeg ook bij haar de twijfel over mijn komst toe: het virus bereikte Mexico. Winkels in de stad moesten hun deuren sluiten. Maatregelen werden genomen. Er was nog wel een sprankje hoop dat mijn komst mogelijk zou zijn, maar het was ergens wel prettig dat we daarin niet meer lijnrecht tegenover elkaar stonden.

Op 7 april werd mijn eerste vlucht, van Brussel naar Madrid, officieel geannuleerd. ,,Ik denk dat je nog wel kúnt komen, maar ik wil niet dat je naar Madrid gaat”, weifelde Tania met het oog op de brandhaard aldaar. Maar de keuze lag dus nog altijd bij mij; ze zocht zelfs al vluchten van Amsterdam naar Mexico Stad, of omgekeerd. Flirtend: ,,Ach, en als we nergens heen kunnen, blijven we toch drie weken saampjes thuis?”

Dagen verstreken en meer en meer besefte ook Tania dat 25 april kansloos werd. Vervolgens werd ook nog de vlucht van Madrid naar Mexico Stad gecanceld, waardoor mijn reis echt echt echt officieel niet meer door kan gaan. Balen, maar het is niet anders. Samen spreken we de hartstochtelijke wens uit dat we elkaar later dit jaar alsnog zullen gaan zien. En ach, met zo’n lockdown is het toch ook lastig om ándere mensen te ontmoeten, toch?

Wat vond je van dit verhaal?

Al mijn verhalen zijn gratis te lezen. Maar mocht je als blijk van waardering en van vroljkheid een donatie achter willen laten: ik doe een dansje van blijdschap. Alvast zeer veel dank!!

Totaal: € -

Liefde op Afstand: de date

Voor BN DeStem schreef ik een zesdelige serie over Tania, voor de rubriek ‘Liefde op Afstand’. Deze serie liep van maandag 27 april tot en met zaterdag 2 mei 2020. Dit is deel één:

Verslaggever Steven van Beek was in januari op vakantie in Mexico en ontmoette daar Tania: ze baadden in zee en kwamen toevallig in elkaars vaarwater. Dat was vlakbij het stadje Tulum, in het zuidoosten van het land. Het was liefde op het eerste gezicht. Al snel werden de vliegtickets voor 25 april geboekt, om die liefde verder te onderzoeken. De voorpret was echter maar een kort leven beschoren: het coronavirus gooide roet in het eten. Het virus is inmiddels ook in Mexico gearriveerd.

Ik had nog een paar dagen in Tulum. De zee had ik nog nauwelijks bezocht en het was heet, die ochtend. Ik dreef in het aangename water en speelde met de fijne golven. Zij liep de zee in en moest nog wennen aan de temperatuur. Wreef demonstratief over haar schouders, tot we elkaar aankeken. Ik maakte een grapje en we raakten in gesprek. Tania was op bezoek bij haar moeder in Tulum. De dag erna zou ze teruggaan naar haar woonplaats, vlakbij Mexico Stad. Ze genoot van dit weer, want thuis was het maar 10 graden. ,,Ohh”, riep ze plots opgewonden en ze wees achter me. Twee enorme vissen maakten gebruik van een golf. ,,Dat was prachtig”, omschreef ze haast ontroerd, want ja: bij zoiets ben je altijd te laat.

Dat het zou gaan regenen, was voorspeld. De eerste druppel viel een half uurtje later. Tania en haar moeder bleven onder hun gezamenlijke parasol liggen. Ik besloot terug te gaan naar het hostel, maar niet voordat ik Tania uitnodigde voor een drankje later die avond. Ja. Dat wilde ze wel.

De date werd gemaakt. Het gesprek ging als vanzelf: over haar werk als alternatief therapeut, haar vorige werk als financieel adviseur. Haar moeder, haar vader, haar broer. Dat huidige werk was een eigen praktijk in de opstartfase en ze had er haar eigen gedachtes en theorieën bij. Het leverde een inspirerend en fascinerend gesprek op.

,,Wat denk je dat die twee vissen nu aan het doen zijn? Ik denk dat ze nu diep in de oceaan aan het praten zijn. Aan het roddelen zijn. Aan het fantaseren zijn. Over ons”, memoreerde Tania aan de twee vissen eerder die middag. Ze glimlachte vertederend. ,,We moeten hen een naam geven. Ik stel Conchita en Chato voor. Zij waren de eersten die ons zagen en wisten dat het een goede ontmoeting was.” Ik keek in haar donkere ogen, die een verlichtende werking op me hadden. Haar fantasie rondom deze twee vissen haalde ook het beste in mij naar boven en we schreven samen een heel kinderboek. Conchita en Chato, tot dat moment met hun eigen onderlinge besognes en problemen, zwemmen nu met volle tevredenheid rond in de verre dieptes van Mexicaanse Golf. En onze eigen avond duurde tot in de verre dieptes van de Mexicaanse nacht.

Wat vond je van dit verhaal?

Al mijn verhalen zijn gratis te lezen. Maar mocht je als blijk van waardering en van vroljkheid een donatie achter willen laten: ik doe een dansje van blijdschap. Alvast zeer veel dank!!

Totaal: € -

Economie

Soms is het leuk om te filosoferen. Om, bij voorkeur zonder enige kennis van zaken, te mijmeren over een bepaald onderwerp. Misschien kun je het een beschouwing van gepaste afstand noemen. Misschien kun je bij een gebrek aan kennis juist buiten de lijntjes denken.  

Op school was ik vroeger bijzonder slecht in economie en juist daar wil ik het over hebben. Met geschiedenis leerde ik dat geld ooit bedacht is als ruilmiddel. Een brood stond gelijk aan een bepaald valuta, zoiets. De waarde van dat geld werd bepaald aan de hand van goud. Daar haakte ik al af, want: wie bepaalt die waarde dan?

Geld dient dus als ruilmiddel. Om dingen te kunnen kopen, in dusdanige mate dat je leven ervan afhangt. De waardebepaling aan de hand van goud is allang losgelaten. Bovendien is geld in afnemende mate iets fysieks. Geld is een digitaal getal geworden.

Schoolvakken als wiskunde, natuurkunde en scheikunde zijn feitelijk. Ingegeven door de natuurwetten, of de wetten der logica. Het zijn exacte vakken: zo is het. Daar is weinig discussie bij mogelijk. De vakken ontwikkelen zich wel door nieuwe kennis, maar 1+1 blijft altijd 2.

Met economie kost me dat dus meer moeite. Geld is een menselijk verzinsel. Theo Maassen had daar in deze sketch een hele fijne samenvatting van.

Armoede verwordt een natuurlijk proces, maar is uiteindelijk een gevolg van eeuwenoude afspraken. Het recht van de sterkste steekt hier de kop op. Economie is realistisch monopoly’en, een spel. Maar dan op leven en dood: mensen die weinig bezitten van dat menselijke verzinsel sterven.

Er is al meermaals geopperd om in Nederland een soort basissalaris uit te keren. Een vast bedrag voor iedereen, zodat je gewoon kan leven. Tegenstanders ervan menen dat mensen daar lui van worden. En dat het land zich dan niet door ontwikkelt. Psychologische onderzoeken wijzen uit dat dat te betwijfelen is.

Nu er een periode met corona is en iedereen thuis blijft, pompen de diverse overheden extra geld in de economie. Dat kan niet eindeloos, zeggen de economen. Ooit is het op. Maar wie bepaalt dat? Hoe kan iets digitaals ‘op’ zijn? Geld is toch een menselijk verzinsel, waarom zou je daar niet een paar extra nullen aan toe kunnen voegen?

Onlangs las ik een tweet, waarin iemand riep: ‘Dus nu worden we geleid door virologen?’, omgeven door bozige emoticons en cynische hashtags. Dat vond ik wel een inspirerende gedachte. Normaal worden we geleid door economen. Of nou ja, dat is wel het belangrijkste element waar men beleid op maakt. En dat vinden we kennelijk heel logisch. Ik vroeg me gelijk af of dat wel logisch is?

Waar geld uitgegeven wordt, kan het niet anders zijn dat mensen er ook aan verdienen. Dat er minder beweging van geld plaats vindt is inderdaad een gegeven. Eten wordt nog gewoon gemaakt, doodgaan hoeven we niet. Dus het enige dat je zou kunnen zeggen is dat de tijd stil staat. Dat het land zich niet ontwikkelt. Echter: de bouw gaat gewoon door. Alles dat relevant is gaat gewoon door. Deze coronacrisis toont eigenlijk gewoon aan dat we ons druk maken om een schoolvak dat puur en alleen door mensen verzonnen is. Deze coronacrisis zou ons moeten dwingen tot nadenken over prioriteiten. Want dat lag de afgelopen vele decennia en misschien wel eeuwen vooral bij geld verdienen. Daar zou de wereld eens een ommezwaai in moeten maken. Het zou het leven voor héél de wereld een stuk prettiger maken.  Want waar de rijke landen overtollig eten gewoon weggooien, hebben arme landen tekort. Het eerlijk verdelen leidt zonder enige twijfel tot datgene dat de economie al eeuwen pretendeert dat het doet: een doorontwikkeling van de wereld.

Wat vond je van dit verhaal?

Al mijn verhalen zijn gratis te lezen. Maar mocht je als blijk van waardering en van vroljkheid een donatie achter willen laten: ik doe een dansje van blijdschap. Alvast zeer veel dank!!

Totaal: € -

Strijd met motorrijder

Voor fietsers staat het stoplicht op groen, maar ik ben als wandelaar nog te ver weg om daar gebruik van te maken. Rood voor mij, dus. Ik houd halt, wetende dat het hier normaal gesproken best lang duurt. Een motorrijder wil rechtsaf slaan en staat daarom bij mij in de buurt. Hij kijkt me aan en knikt bemoedigend, alsof hij het goedkeurt dat ik inderdaad wacht tot het groen is. Hij geeft even stoer en demonstratief flink gas, terwijl hij gejaagd naar zijn eigen rode stoplicht kijkt. De mijne springt echter eerder op groen. De motorrijder zucht, maar herstelt zich direct. Hij grijnst naar me. “Gelúk, jonge!”, roept hij vrolijk naar me. Een interactie die mijn dag gewoon máákt.

Wat vond je van dit verhaal?

Al mijn verhalen zijn gratis te lezen. Maar mocht je als blijk van waardering en van vroljkheid een donatie achter willen laten: ik doe een dansje van blijdschap. Alvast zeer veel dank!!

Totaal: € -

Gezellige fietster

Iets zigzaggend fietst de vrouw op me af. Ze is nog enkele tientallen meters ver weg. Ze zal ruim in de zestig, misschien wel zeventig zijn, maar fietsen gaat haar nog alleraardigst af. Op haar hoofd heeft ze een enorme koptelefoon. Ik hoor dat ze behoorlijk hard met haar muziek meezingt, maar ze is nog te ver weg om echt te ontcijferen wát ze zingt. Een man laat zijn hond uit en ook hij loopt mijn richting op. Het gezang komt ook hem ter ore en hij draait zich nieuwsgierig om. De vrouw passeert ons. Luidkeels zingend. We staren de vrouw allebei even na en kijken elkaar vervolgens meerdere seconden verbouwereerd en glimlachend aan. De man doorbreekt de stilte tussen ons. ,,Nou ja, het klonk wél gezellig.”

Wat vond je van dit verhaal?

Al mijn verhalen zijn gratis te lezen. Maar mocht je als blijk van waardering en van vroljkheid een donatie achter willen laten: ik doe een dansje van blijdschap. Alvast zeer veel dank!!

Totaal: € -

Bij de Intratuin

Irritant: hele dag thuis en dan een briefje vinden dat je pakketje bij de Intratuin ligt. Omdat ik niet thuis ben. Nou ja.

Een tuincentrum op zaterdag is met Pasen sowieso een slecht idee, maar in coronatijden hoogst onaantrekkelijk. Toch waag ik me eraan. Al gauw sta ik in de rij voor de pakketjes. De Vaste Mevrouw handelt een klant af. Een Nieuw Meisje verschijnt achter de balie en kijkt me bemoedigend aan. ,,Ik zal deze meneer alvast helpen”, roept ze naar de Vaste Mevrouw die zo hard bezig is. Maar: het Nieuwe Meisje kan mijn pakketje niet vinden. Niet achter de balie, niet in de inloopkast, nergens. Huh? Wanneer heeft u dit briefje ontvangen? Want als het vandaag is…

De Vaste Mevrouw glimlacht. Er is nog een derde plek. Het Nieuwe Meisje geneert zich zichtbaar, wat onterecht is. Maar wel schattig. Ik vind ze allebei ongekend lief.

Het Nieuwe Meisje scant de barcode. Ze kijkt moeilijk. Ze scant nogmaals. ,,Eh… Hier staat dat het pakketje al dubbel uitgegeven is?”, roept het Nieuwe Meisje naar de Vaste Mevrouw. De Vaste Mevrouw is aan de telefoon. Als ze deze ophangt, belooft ze dat wij nu prioriteit hebben. Het Nieuwe Meisje leert nog en ik als klant ben ook heel belangrijk, natuurlijk.

Ik mag Vaste Mevrouw in toenemende mate. En Nieuw Meisje ook. Ik vermaak me oprecht kostelijk. ,,Je klikt eerst ‘uitreiken van pakket’ aan, want dat doe je: je reikt een pakket uit’”, legt Vaste Mevrouw uit. Nieuw Meisje glimlacht begripvol. ,,Ah, er moest nog een tussenstap…”

Noem het flirten, noem het interactie in tijden van sociale distantie, maar ik vind alles lief. Dat zeg ik ook. Dat ik dit gewoon leuk vind. Nu is het mijn beurt om mijn handtekening op het digitale scherm te plaatsen. Dat gaat uiteraard ongehoord mis, dat gaat altijd ongehoord mis. Het Nieuwe Meisje kijkt op haar beeldscherm. ,,Pff, nou, ik vind jouw mislukte handtekening anders óók grappig.” Zelden zó vrolijk de Intratuin weer verlaten.

Wat vond je van dit verhaal?

Al mijn verhalen zijn gratis te lezen. Maar mocht je als blijk van waardering en van vroljkheid een donatie achter willen laten: ik doe een dansje van blijdschap. Alvast zeer veel dank!!

Totaal: € -

Ongecontroleerd

Ergens begin februari was het koud. Het was zaterdagavond en ik had geen zin om thuis te zijn, maar er stond niets op het programma. In gedachten verzonken bekeek ik de app van VakantieVeilingen. Het werkte inspirerend: een avondje wellness klonk eigenlijk best goed. Ik had er zin in. Hitte. In m’n eentje, nou en? Toch weer twijfel en de uren verstreken. Ik ging dus niet en had een ontzettend saaie avond.

Met de kennis van nu had ik natuurlijk moeten gaan. Een avondje wellness is inmiddels allesbehalve vanzelfsprekend. De gewenning dat je altijd overal heen kunt gaan, altijd overal precies datgene dat je nodig had op ieder willekeurig moment in handen zou kunnen hebben. Het is weg. Voor het eerst in mijn leven heb ik ten volle begrip voor die vrolijke koeien in de lente. Eindelijk, naar buiten. In betrekkelijke, maar toch ogenschijnlijke vrijheid.

Het heeft ook iets romantisch, deze tijd. We zijn de controle kwijt. Risico’s helemaal uitsluiten kan niet meer. De arrogantie te menen dat ons als mensheid niets kan gebeuren is weg. De natuur is sterker. Een pandemie is als de meest gehaaide skimmer: de kwaadwillende hacker is altijd slimmer dan de goedwillende hacker. Omdat aanvallen nu eenmaal eenvoudiger is dan verdedigen.

Hebben we te traag gehandeld? Waarom wordt er zo weinig getest? En hoe komt het dat er nog zo weinig mondkapjes zijn? De schuldvraag, dat wijzende vingertje; het is nog steeds de drang naar controle. Terwijl: héél de wereld ‘handelde te traag’, héél de wereld ‘test te weinig’ en héél de wereld heeft een tekort aan mondkapjes. Laat het los. Laat het gaan. Zwijgen, stilzitten en geschoren worden. De Nederlandse overheid doet het zéker niet slechter dan anderen. Het best? Dat lijkt me niet te bestaan. En daarmee een utopie. Dat we iedere dag een hele jaarvoorraad beschermmiddelen gebruiken noem ik ‘er alles aan doen’. Dat het niet voldoende is: soit. Je hebt nu eenmaal nooit de volle controle. De overheid kan momenteel onmogelijk regeren, hooguit reageren. Dat is de situatie.

Ik merk dat die gedachte mij wel rust verschaft. Laat het los. Weet: de natuur is altijd sterker dan de mens. Dat er ooit een pandemie zou komen, is al jaren een vast gegeven. Maar hoe reageer je op iets abstracts als een pandemie, als je nog helemaal niet weet wat voor iets het is?

Ach. De schuldvraag. Al jaren wordt er gewaarschuwd voor klimaatverandering. Daar zijn, net als met corona, aanwijsbare argumenten voor. Aanwijsbare situaties. Corona begon in Wuhan, de klimaatverandering is in heel veel aspecten al zichtbaar. Maar nog steeds wordt het ontkend. Worden er modellen aangedragen die het tegendeel zouden bewijzen. Tja, niet iedere inwoner van Wuhan had corona. Betekent niet dat het er niet is. En dat probleem lijkt me in potentie een stuk groter dan corona.

Het is de onderbuik, want de algehele consensus is dat die schuldvraag helemaal niet ter zake doet. Nu niet, misschien later. Onbewuste fouten. Waar lering uitgetrokken kan worden. Maar een schuldvraag is in een crisis die heel de wereld treft totaal irrelevant, omdat deze crisis nooit helemaal uit te sluiten was. En gelukkig maar. Het toont aan dat de wereld niet zo maakbaar is. En niet zo vanzelfsprekend. En dat als je in je eentje op een druilerige, koude zaterdagavond naar de wellness wil, je dat gewoon moet doen. Want je leeft maar één keer. En dat is fantastisch.

Wat vond je van dit verhaal?

Al mijn verhalen zijn gratis te lezen. Maar mocht je als blijk van waardering en van vroljkheid een donatie achter willen laten: ik doe een dansje van blijdschap. Alvast zeer veel dank!!

Totaal: € -

Asteroïde

‘WE GAAN ALLEMAAL DEAUD door deze asteroïde’, kopte GeenStijl begin maart. Een asteroïde nadert de aarde. Hij mist óf raakt ons, dat is nu nog koffiedik kijken. We moeten het gaan ervaren. Want tja. Hoe wapen je je daartegen?

Asteroïden en pandemieën: het zijn de voornaamste bangmakers van de laatste decennia. Van de eerste zijn al talloze spectaculaire actiefilms gemaakt. Van die laatste vele drama’s en, als we zombies als pandemie meerekenen, vele science fictions.

Het intrigerende is dat beide bangmakers altijd al best realistisch waren. Wetenschappers waarschuwen ervoor en we luisteren er naar. We schrikken even, halen onze schouders op en gaan weer over tot de orde van de dag. Als wereld hebben we altijd zo gereageerd: zolang het er niet echt is, is het er niet echt.

Des te meer frappeert het me dat er nu talloze mensen zijn die de overheid en ook de wereldleiders deze pandemie kwalijk nemen. Te laat gereageerd. ‘We hadden dit aan zien komen’. Dat zijn overwegend dezelfde figuren die klimaatverandering weglachen en het als verdienmodel zien. Dat zijn overwegend dezelfde figuren die het KNMI uitlachen als zij code rood afgeven. En als het weer dan alleszins ‘tegenvalt’ (lees: het was niet zo heftig als voorspeld), dan zou het KNMI opgeheven moeten worden. Immers, wat heb je aan wetenschap als het niet klopt wat ze zeggen?

De vooruitziende wetenschap baseert zich altijd op modellen. Die modellen zorgen ervoor dat we kunnen voorspellen, maar dat zijn nooit de harde feiten. Immers: dat wat in de toekomst ligt is altijd ongewis. En daarmee discutabel. Dus een asteroïde, een pandemie, klimaatverandering, de economie: het is allemaal koffiedik kijken.

Geldt ook voor corona. Ja, het was in Wuhan al vreselijk en er is te laat gereageerd, maar de laatste decennia en langer zijn er talloze ziektes lokaal uitgebroken. Nú zeggen dat we het tóen hadden moeten weten is te gemakkelijk. Nú zeggen dat een wetenschappelijk orgaan het tóen onderschatte oneerlijk. Want een pandemie gaat juist razendsnel. En niemand die precies weet hoe zich dat ontwikkelt. Dat geldt ook voor een asteroïde. Hoe vaak we dát wel niet lezen? En hup: hij scheert weer op lichtjaren afstand aan ons voorbij. NASA, stelletje paniekzaaiers.

Ik weet niks. Twitteraars weten niks. Joh, zelfs de wetenschap weet weinig. Overal ter wereld lijden we onder het coronavirus, dus niemand heeft het antwoord. Maar je kunt nu al op je klompen aanvoelen dat ná deze pandemie de schuldvraag weer rijst. Dan komen de ‘zie-je-nu-wel’-opmerkingen van politici, columnisten, pseudowetenschappers en twitteraars weer boven. Want als je maar wat blijft roepen, zullen er vast wel dingen tussen zitten die achteraf inderdaad waar bleken te zijn. Ik prefereer nu echter stilte. Vertrouwen. Liefde. Geen vingerwijzen, maar fysiek gescheiden samenzijn. En als dit over is: lering trekken. Voor de volgende keer. Want niemand weet iets, want de toekomst is per definitie koffiedik kijken. Dat heb ik in ieder geval alvast geleerd.

Wat vond je van dit verhaal?

Al mijn verhalen zijn gratis te lezen. Maar mocht je als blijk van waardering en van vroljkheid een donatie achter willen laten: ik doe een dansje van blijdschap. Alvast zeer veel dank!!

Totaal: € -
dierengeluiden

Dierengeluiden

Twee ganzen vliegen luid gakkend over, richting Teteringen. En misschien wel verder. Een eend drijft en onderneemt verder geen enkele actie. Het kwaakt. Typisch eendengedrag. Een reiger aan de waterkant speurt naar eten. Sierlijk, als een standbeeld. Diverse vogels maken in een boom een kakofonie aan geluid. Een gevoel van melancholie en ontroering overvalt me als het besef tot me doordringt dat ik alleen dierengeluiden hoor. Dieren zie. Ik moet mijn oren spitsen om geluiden afkomstig van mensen te horen. Elders klinkt het geruis van auto’s. Dichterbij zoemt een machine, die je slechts hoort bij volle bewustzijn.

Twee uur geleden nam ik mij voor een goede wandeling te maken. Dat doe ik vaker, de laatste weken. Single man, opgesloten in huis, beduidend minder werk te doen en vereenzaming ligt echt op de loer: ik klaag niet, maar er even uit is gewoon noodzaak. Twee uurtjes; door het Mastbos, een rondje Galderse Meren, een wandeling door de stad of, zoals zojuist, Breda Noord. Breda Noord, daar waar de stad ophoudt en de weilanden beginnen.

Vrijwel verlaten straten, ook hier. Aan de Tussen De Dijken ligt een parkeerplaats. Ik weet het niet, iets zegt me dat daar soms dingen gebeuren. Het plekje trekt altijd dubieuze figuren aan. Op het moment dat ik deze plek passeer, zie ik een man zijn auto instappen en een vrouw haar fiets pakken. Ze gunnen elkaar geen blik, terwijl het duidelijk is dat er toch iets van contact tussen hen geweest moet zijn. Ze hebben op z’n minst iets met elkaar van doen. Denk ik dan toch. Het geeft stof tot fantasie. 

Vanaf de kinderboerderij Parkhoeve Noord klinkt het luide geblaat van schapen en het gemekker van geiten. Ik neem aan dat het nu vlak voor voedertijd is. Vlak vóór de kinderboerderij is een doorgangetje naar het park, waar runderen vrij rond mogen lopen. Ditmaal liggen ze verzameld rondom het wandelpad. Als ik de toegang open, kijken ze me strak aan. Niet dat ik pretendeer dat ik de emoties van runderen herken, maar bijzonder verwelkomend komen ze toch ook niet op me over. Ik besluit toch een stukje om te lopen. Deels uit angst, deels uit respect voor hen. Als ik nog eens omkijk, kijkt één der runderen me nog steeds aan. Een mengeling van desinteresse, afgunst en een uitgelopen staredown. Denk ik dan toch. Het geeft stof tot fantasie.

De Zwarte Dijk is volledig verlaten. Een lange weg naar het niets. Ik zet aan. Doe een sprintje. Honderd meter op volle snelheid. Dat lukt me nog alleraardigst, merk ik. Het zonnetje is inmiddels doorgebroken en het voelt fantastisch aan. Ik merk dat ik vrolijk word van de dierengeluiden om mij heen. Alsof zij hun weg steeds meer terugvinden. Het is weliswaar lente, maar ik kan mij niet heugen dat dierengeluiden het stadse overstijgen. Nu doet dat het wel. Het ontroert me.

Ik vervolg mijn weg en passeer de kinderboerderij weer. Het is er nu stil. De dieren worden gevoerd, dat verklaart. Ik zie een geit op een tafel staan. Ik moet erom lachen. Het dier herkauwt en lijkt me recht aan te kijken. Ditmaal toch geen staredown, volgens mij kijkt het dier dwars door me heen.

Ik merk dat de vrolijkheid weer even compleet terug is. De sociale interactie met levende organismen doen me goed. Terug naar huis, terug naar de stilte, terug naar de computer, terug naar de constante stroom van nieuws. Vereenzaming ligt weliswaar op de loer, maar vasthouden aan een onschuldig soort gekte sleept me erdoorheen. Want dieren trekken zich niets aan van corona. Dieren laten zich bij gebrek aan mensen juist meer zien. De lukrake geluiden naar wat dan ook, de staredowns en het gekwaak van eenden: ik heb mijn minimale sociale interactie van de dag weer gehad. En houd me daaraan vast. Voordat ik echt gek word.

Wat vond je van dit verhaal?

Al mijn verhalen zijn gratis te lezen. Maar mocht je als blijk van waardering en van vroljkheid een donatie achter willen laten: ik doe een dansje van blijdschap. Alvast zeer veel dank!!

Totaal: € -