Liefde op Afstand: de date

Voor BN DeStem schreef ik een zesdelige serie over Tania, voor de rubriek ‘Liefde op Afstand’. Deze serie liep van maandag 27 april tot en met zaterdag 2 mei 2020. Dit is deel één:

Verslaggever Steven van Beek was in januari op vakantie in Mexico en ontmoette daar Tania: ze baadden in zee en kwamen toevallig in elkaars vaarwater. Dat was vlakbij het stadje Tulum, in het zuidoosten van het land. Het was liefde op het eerste gezicht. Al snel werden de vliegtickets voor 25 april geboekt, om die liefde verder te onderzoeken. De voorpret was echter maar een kort leven beschoren: het coronavirus gooide roet in het eten. Het virus is inmiddels ook in Mexico gearriveerd.

Ik had nog een paar dagen in Tulum. De zee had ik nog nauwelijks bezocht en het was heet, die ochtend. Ik dreef in het aangename water en speelde met de fijne golven. Zij liep de zee in en moest nog wennen aan de temperatuur. Wreef demonstratief over haar schouders, tot we elkaar aankeken. Ik maakte een grapje en we raakten in gesprek. Tania was op bezoek bij haar moeder in Tulum. De dag erna zou ze teruggaan naar haar woonplaats, vlakbij Mexico Stad. Ze genoot van dit weer, want thuis was het maar 10 graden. ,,Ohh”, riep ze plots opgewonden en ze wees achter me. Twee enorme vissen maakten gebruik van een golf. ,,Dat was prachtig”, omschreef ze haast ontroerd, want ja: bij zoiets ben je altijd te laat.

Dat het zou gaan regenen, was voorspeld. De eerste druppel viel een half uurtje later. Tania en haar moeder bleven onder hun gezamenlijke parasol liggen. Ik besloot terug te gaan naar het hostel, maar niet voordat ik Tania uitnodigde voor een drankje later die avond. Ja. Dat wilde ze wel.

De date werd gemaakt. Het gesprek ging als vanzelf: over haar werk als alternatief therapeut, haar vorige werk als financieel adviseur. Haar moeder, haar vader, haar broer. Dat huidige werk was een eigen praktijk in de opstartfase en ze had er haar eigen gedachtes en theorieën bij. Het leverde een inspirerend en fascinerend gesprek op.

,,Wat denk je dat die twee vissen nu aan het doen zijn? Ik denk dat ze nu diep in de oceaan aan het praten zijn. Aan het roddelen zijn. Aan het fantaseren zijn. Over ons”, memoreerde Tania aan de twee vissen eerder die middag. Ze glimlachte vertederend. ,,We moeten hen een naam geven. Ik stel Conchita en Chato voor. Zij waren de eersten die ons zagen en wisten dat het een goede ontmoeting was.” Ik keek in haar donkere ogen, die een verlichtende werking op me hadden. Haar fantasie rondom deze twee vissen haalde ook het beste in mij naar boven en we schreven samen een heel kinderboek. Conchita en Chato, tot dat moment met hun eigen onderlinge besognes en problemen, zwemmen nu met volle tevredenheid rond in de verre dieptes van Mexicaanse Golf. En onze eigen avond duurde tot in de verre dieptes van de Mexicaanse nacht.

Wat vond je van dit verhaal?

Al mijn verhalen zijn gratis te lezen. Maar mocht je als blijk van waardering en van vroljkheid een donatie achter willen laten: ik doe een dansje van blijdschap. Alvast zeer veel dank!!

Totaal: € -

Economie

Soms is het leuk om te filosoferen. Om, bij voorkeur zonder enige kennis van zaken, te mijmeren over een bepaald onderwerp. Misschien kun je het een beschouwing van gepaste afstand noemen. Misschien kun je bij een gebrek aan kennis juist buiten de lijntjes denken.  

Op school was ik vroeger bijzonder slecht in economie en juist daar wil ik het over hebben. Met geschiedenis leerde ik dat geld ooit bedacht is als ruilmiddel. Een brood stond gelijk aan een bepaald valuta, zoiets. De waarde van dat geld werd bepaald aan de hand van goud. Daar haakte ik al af, want: wie bepaalt die waarde dan?

Geld dient dus als ruilmiddel. Om dingen te kunnen kopen, in dusdanige mate dat je leven ervan afhangt. De waardebepaling aan de hand van goud is allang losgelaten. Bovendien is geld in afnemende mate iets fysieks. Geld is een digitaal getal geworden.

Schoolvakken als wiskunde, natuurkunde en scheikunde zijn feitelijk. Ingegeven door de natuurwetten, of de wetten der logica. Het zijn exacte vakken: zo is het. Daar is weinig discussie bij mogelijk. De vakken ontwikkelen zich wel door nieuwe kennis, maar 1+1 blijft altijd 2.

Met economie kost me dat dus meer moeite. Geld is een menselijk verzinsel. Theo Maassen had daar in deze sketch een hele fijne samenvatting van.

Armoede verwordt een natuurlijk proces, maar is uiteindelijk een gevolg van eeuwenoude afspraken. Het recht van de sterkste steekt hier de kop op. Economie is realistisch monopoly’en, een spel. Maar dan op leven en dood: mensen die weinig bezitten van dat menselijke verzinsel sterven.

Er is al meermaals geopperd om in Nederland een soort basissalaris uit te keren. Een vast bedrag voor iedereen, zodat je gewoon kan leven. Tegenstanders ervan menen dat mensen daar lui van worden. En dat het land zich dan niet door ontwikkelt. Psychologische onderzoeken wijzen uit dat dat te betwijfelen is.

Nu er een periode met corona is en iedereen thuis blijft, pompen de diverse overheden extra geld in de economie. Dat kan niet eindeloos, zeggen de economen. Ooit is het op. Maar wie bepaalt dat? Hoe kan iets digitaals ‘op’ zijn? Geld is toch een menselijk verzinsel, waarom zou je daar niet een paar extra nullen aan toe kunnen voegen?

Onlangs las ik een tweet, waarin iemand riep: ‘Dus nu worden we geleid door virologen?’, omgeven door bozige emoticons en cynische hashtags. Dat vond ik wel een inspirerende gedachte. Normaal worden we geleid door economen. Of nou ja, dat is wel het belangrijkste element waar men beleid op maakt. En dat vinden we kennelijk heel logisch. Ik vroeg me gelijk af of dat wel logisch is?

Waar geld uitgegeven wordt, kan het niet anders zijn dat mensen er ook aan verdienen. Dat er minder beweging van geld plaats vindt is inderdaad een gegeven. Eten wordt nog gewoon gemaakt, doodgaan hoeven we niet. Dus het enige dat je zou kunnen zeggen is dat de tijd stil staat. Dat het land zich niet ontwikkelt. Echter: de bouw gaat gewoon door. Alles dat relevant is gaat gewoon door. Deze coronacrisis toont eigenlijk gewoon aan dat we ons druk maken om een schoolvak dat puur en alleen door mensen verzonnen is. Deze coronacrisis zou ons moeten dwingen tot nadenken over prioriteiten. Want dat lag de afgelopen vele decennia en misschien wel eeuwen vooral bij geld verdienen. Daar zou de wereld eens een ommezwaai in moeten maken. Het zou het leven voor héél de wereld een stuk prettiger maken.  Want waar de rijke landen overtollig eten gewoon weggooien, hebben arme landen tekort. Het eerlijk verdelen leidt zonder enige twijfel tot datgene dat de economie al eeuwen pretendeert dat het doet: een doorontwikkeling van de wereld.

Wat vond je van dit verhaal?

Al mijn verhalen zijn gratis te lezen. Maar mocht je als blijk van waardering en van vroljkheid een donatie achter willen laten: ik doe een dansje van blijdschap. Alvast zeer veel dank!!

Totaal: € -

Strijd met motorrijder

Voor fietsers staat het stoplicht op groen, maar ik ben als wandelaar nog te ver weg om daar gebruik van te maken. Rood voor mij, dus. Ik houd halt, wetende dat het hier normaal gesproken best lang duurt. Een motorrijder wil rechtsaf slaan en staat daarom bij mij in de buurt. Hij kijkt me aan en knikt bemoedigend, alsof hij het goedkeurt dat ik inderdaad wacht tot het groen is. Hij geeft even stoer en demonstratief flink gas, terwijl hij gejaagd naar zijn eigen rode stoplicht kijkt. De mijne springt echter eerder op groen. De motorrijder zucht, maar herstelt zich direct. Hij grijnst naar me. “Gelúk, jonge!”, roept hij vrolijk naar me. Een interactie die mijn dag gewoon máákt.

Wat vond je van dit verhaal?

Al mijn verhalen zijn gratis te lezen. Maar mocht je als blijk van waardering en van vroljkheid een donatie achter willen laten: ik doe een dansje van blijdschap. Alvast zeer veel dank!!

Totaal: € -

Gezellige fietster

Iets zigzaggend fietst de vrouw op me af. Ze is nog enkele tientallen meters ver weg. Ze zal ruim in de zestig, misschien wel zeventig zijn, maar fietsen gaat haar nog alleraardigst af. Op haar hoofd heeft ze een enorme koptelefoon. Ik hoor dat ze behoorlijk hard met haar muziek meezingt, maar ze is nog te ver weg om echt te ontcijferen wát ze zingt. Een man laat zijn hond uit en ook hij loopt mijn richting op. Het gezang komt ook hem ter ore en hij draait zich nieuwsgierig om. De vrouw passeert ons. Luidkeels zingend. We staren de vrouw allebei even na en kijken elkaar vervolgens meerdere seconden verbouwereerd en glimlachend aan. De man doorbreekt de stilte tussen ons. ,,Nou ja, het klonk wél gezellig.”

Wat vond je van dit verhaal?

Al mijn verhalen zijn gratis te lezen. Maar mocht je als blijk van waardering en van vroljkheid een donatie achter willen laten: ik doe een dansje van blijdschap. Alvast zeer veel dank!!

Totaal: € -

Bij de Intratuin

Irritant: hele dag thuis en dan een briefje vinden dat je pakketje bij de Intratuin ligt. Omdat ik niet thuis ben. Nou ja.

Een tuincentrum op zaterdag is met Pasen sowieso een slecht idee, maar in coronatijden hoogst onaantrekkelijk. Toch waag ik me eraan. Al gauw sta ik in de rij voor de pakketjes. De Vaste Mevrouw handelt een klant af. Een Nieuw Meisje verschijnt achter de balie en kijkt me bemoedigend aan. ,,Ik zal deze meneer alvast helpen”, roept ze naar de Vaste Mevrouw die zo hard bezig is. Maar: het Nieuwe Meisje kan mijn pakketje niet vinden. Niet achter de balie, niet in de inloopkast, nergens. Huh? Wanneer heeft u dit briefje ontvangen? Want als het vandaag is…

De Vaste Mevrouw glimlacht. Er is nog een derde plek. Het Nieuwe Meisje geneert zich zichtbaar, wat onterecht is. Maar wel schattig. Ik vind ze allebei ongekend lief.

Het Nieuwe Meisje scant de barcode. Ze kijkt moeilijk. Ze scant nogmaals. ,,Eh… Hier staat dat het pakketje al dubbel uitgegeven is?”, roept het Nieuwe Meisje naar de Vaste Mevrouw. De Vaste Mevrouw is aan de telefoon. Als ze deze ophangt, belooft ze dat wij nu prioriteit hebben. Het Nieuwe Meisje leert nog en ik als klant ben ook heel belangrijk, natuurlijk.

Ik mag Vaste Mevrouw in toenemende mate. En Nieuw Meisje ook. Ik vermaak me oprecht kostelijk. ,,Je klikt eerst ‘uitreiken van pakket’ aan, want dat doe je: je reikt een pakket uit’”, legt Vaste Mevrouw uit. Nieuw Meisje glimlacht begripvol. ,,Ah, er moest nog een tussenstap…”

Noem het flirten, noem het interactie in tijden van sociale distantie, maar ik vind alles lief. Dat zeg ik ook. Dat ik dit gewoon leuk vind. Nu is het mijn beurt om mijn handtekening op het digitale scherm te plaatsen. Dat gaat uiteraard ongehoord mis, dat gaat altijd ongehoord mis. Het Nieuwe Meisje kijkt op haar beeldscherm. ,,Pff, nou, ik vind jouw mislukte handtekening anders óók grappig.” Zelden zó vrolijk de Intratuin weer verlaten.

Wat vond je van dit verhaal?

Al mijn verhalen zijn gratis te lezen. Maar mocht je als blijk van waardering en van vroljkheid een donatie achter willen laten: ik doe een dansje van blijdschap. Alvast zeer veel dank!!

Totaal: € -

Ongecontroleerd

Ergens begin februari was het koud. Het was zaterdagavond en ik had geen zin om thuis te zijn, maar er stond niets op het programma. In gedachten verzonken bekeek ik de app van VakantieVeilingen. Het werkte inspirerend: een avondje wellness klonk eigenlijk best goed. Ik had er zin in. Hitte. In m’n eentje, nou en? Toch weer twijfel en de uren verstreken. Ik ging dus niet en had een ontzettend saaie avond.

Met de kennis van nu had ik natuurlijk moeten gaan. Een avondje wellness is inmiddels allesbehalve vanzelfsprekend. De gewenning dat je altijd overal heen kunt gaan, altijd overal precies datgene dat je nodig had op ieder willekeurig moment in handen zou kunnen hebben. Het is weg. Voor het eerst in mijn leven heb ik ten volle begrip voor die vrolijke koeien in de lente. Eindelijk, naar buiten. In betrekkelijke, maar toch ogenschijnlijke vrijheid.

Het heeft ook iets romantisch, deze tijd. We zijn de controle kwijt. Risico’s helemaal uitsluiten kan niet meer. De arrogantie te menen dat ons als mensheid niets kan gebeuren is weg. De natuur is sterker. Een pandemie is als de meest gehaaide skimmer: de kwaadwillende hacker is altijd slimmer dan de goedwillende hacker. Omdat aanvallen nu eenmaal eenvoudiger is dan verdedigen.

Hebben we te traag gehandeld? Waarom wordt er zo weinig getest? En hoe komt het dat er nog zo weinig mondkapjes zijn? De schuldvraag, dat wijzende vingertje; het is nog steeds de drang naar controle. Terwijl: héél de wereld ‘handelde te traag’, héél de wereld ‘test te weinig’ en héél de wereld heeft een tekort aan mondkapjes. Laat het los. Laat het gaan. Zwijgen, stilzitten en geschoren worden. De Nederlandse overheid doet het zéker niet slechter dan anderen. Het best? Dat lijkt me niet te bestaan. En daarmee een utopie. Dat we iedere dag een hele jaarvoorraad beschermmiddelen gebruiken noem ik ‘er alles aan doen’. Dat het niet voldoende is: soit. Je hebt nu eenmaal nooit de volle controle. De overheid kan momenteel onmogelijk regeren, hooguit reageren. Dat is de situatie.

Ik merk dat die gedachte mij wel rust verschaft. Laat het los. Weet: de natuur is altijd sterker dan de mens. Dat er ooit een pandemie zou komen, is al jaren een vast gegeven. Maar hoe reageer je op iets abstracts als een pandemie, als je nog helemaal niet weet wat voor iets het is?

Ach. De schuldvraag. Al jaren wordt er gewaarschuwd voor klimaatverandering. Daar zijn, net als met corona, aanwijsbare argumenten voor. Aanwijsbare situaties. Corona begon in Wuhan, de klimaatverandering is in heel veel aspecten al zichtbaar. Maar nog steeds wordt het ontkend. Worden er modellen aangedragen die het tegendeel zouden bewijzen. Tja, niet iedere inwoner van Wuhan had corona. Betekent niet dat het er niet is. En dat probleem lijkt me in potentie een stuk groter dan corona.

Het is de onderbuik, want de algehele consensus is dat die schuldvraag helemaal niet ter zake doet. Nu niet, misschien later. Onbewuste fouten. Waar lering uitgetrokken kan worden. Maar een schuldvraag is in een crisis die heel de wereld treft totaal irrelevant, omdat deze crisis nooit helemaal uit te sluiten was. En gelukkig maar. Het toont aan dat de wereld niet zo maakbaar is. En niet zo vanzelfsprekend. En dat als je in je eentje op een druilerige, koude zaterdagavond naar de wellness wil, je dat gewoon moet doen. Want je leeft maar één keer. En dat is fantastisch.

Wat vond je van dit verhaal?

Al mijn verhalen zijn gratis te lezen. Maar mocht je als blijk van waardering en van vroljkheid een donatie achter willen laten: ik doe een dansje van blijdschap. Alvast zeer veel dank!!

Totaal: € -

Asteroïde

‘WE GAAN ALLEMAAL DEAUD door deze asteroïde’, kopte GeenStijl begin maart. Een asteroïde nadert de aarde. Hij mist óf raakt ons, dat is nu nog koffiedik kijken. We moeten het gaan ervaren. Want tja. Hoe wapen je je daartegen?

Asteroïden en pandemieën: het zijn de voornaamste bangmakers van de laatste decennia. Van de eerste zijn al talloze spectaculaire actiefilms gemaakt. Van die laatste vele drama’s en, als we zombies als pandemie meerekenen, vele science fictions.

Het intrigerende is dat beide bangmakers altijd al best realistisch waren. Wetenschappers waarschuwen ervoor en we luisteren er naar. We schrikken even, halen onze schouders op en gaan weer over tot de orde van de dag. Als wereld hebben we altijd zo gereageerd: zolang het er niet echt is, is het er niet echt.

Des te meer frappeert het me dat er nu talloze mensen zijn die de overheid en ook de wereldleiders deze pandemie kwalijk nemen. Te laat gereageerd. ‘We hadden dit aan zien komen’. Dat zijn overwegend dezelfde figuren die klimaatverandering weglachen en het als verdienmodel zien. Dat zijn overwegend dezelfde figuren die het KNMI uitlachen als zij code rood afgeven. En als het weer dan alleszins ‘tegenvalt’ (lees: het was niet zo heftig als voorspeld), dan zou het KNMI opgeheven moeten worden. Immers, wat heb je aan wetenschap als het niet klopt wat ze zeggen?

De vooruitziende wetenschap baseert zich altijd op modellen. Die modellen zorgen ervoor dat we kunnen voorspellen, maar dat zijn nooit de harde feiten. Immers: dat wat in de toekomst ligt is altijd ongewis. En daarmee discutabel. Dus een asteroïde, een pandemie, klimaatverandering, de economie: het is allemaal koffiedik kijken.

Geldt ook voor corona. Ja, het was in Wuhan al vreselijk en er is te laat gereageerd, maar de laatste decennia en langer zijn er talloze ziektes lokaal uitgebroken. Nú zeggen dat we het tóen hadden moeten weten is te gemakkelijk. Nú zeggen dat een wetenschappelijk orgaan het tóen onderschatte oneerlijk. Want een pandemie gaat juist razendsnel. En niemand die precies weet hoe zich dat ontwikkelt. Dat geldt ook voor een asteroïde. Hoe vaak we dát wel niet lezen? En hup: hij scheert weer op lichtjaren afstand aan ons voorbij. NASA, stelletje paniekzaaiers.

Ik weet niks. Twitteraars weten niks. Joh, zelfs de wetenschap weet weinig. Overal ter wereld lijden we onder het coronavirus, dus niemand heeft het antwoord. Maar je kunt nu al op je klompen aanvoelen dat ná deze pandemie de schuldvraag weer rijst. Dan komen de ‘zie-je-nu-wel’-opmerkingen van politici, columnisten, pseudowetenschappers en twitteraars weer boven. Want als je maar wat blijft roepen, zullen er vast wel dingen tussen zitten die achteraf inderdaad waar bleken te zijn. Ik prefereer nu echter stilte. Vertrouwen. Liefde. Geen vingerwijzen, maar fysiek gescheiden samenzijn. En als dit over is: lering trekken. Voor de volgende keer. Want niemand weet iets, want de toekomst is per definitie koffiedik kijken. Dat heb ik in ieder geval alvast geleerd.

Wat vond je van dit verhaal?

Al mijn verhalen zijn gratis te lezen. Maar mocht je als blijk van waardering en van vroljkheid een donatie achter willen laten: ik doe een dansje van blijdschap. Alvast zeer veel dank!!

Totaal: € -
dierengeluiden

Dierengeluiden

Twee ganzen vliegen luid gakkend over, richting Teteringen. En misschien wel verder. Een eend drijft en onderneemt verder geen enkele actie. Het kwaakt. Typisch eendengedrag. Een reiger aan de waterkant speurt naar eten. Sierlijk, als een standbeeld. Diverse vogels maken in een boom een kakofonie aan geluid. Een gevoel van melancholie en ontroering overvalt me als het besef tot me doordringt dat ik alleen dierengeluiden hoor. Dieren zie. Ik moet mijn oren spitsen om geluiden afkomstig van mensen te horen. Elders klinkt het geruis van auto’s. Dichterbij zoemt een machine, die je slechts hoort bij volle bewustzijn.

Twee uur geleden nam ik mij voor een goede wandeling te maken. Dat doe ik vaker, de laatste weken. Single man, opgesloten in huis, beduidend minder werk te doen en vereenzaming ligt echt op de loer: ik klaag niet, maar er even uit is gewoon noodzaak. Twee uurtjes; door het Mastbos, een rondje Galderse Meren, een wandeling door de stad of, zoals zojuist, Breda Noord. Breda Noord, daar waar de stad ophoudt en de weilanden beginnen.

Vrijwel verlaten straten, ook hier. Aan de Tussen De Dijken ligt een parkeerplaats. Ik weet het niet, iets zegt me dat daar soms dingen gebeuren. Het plekje trekt altijd dubieuze figuren aan. Op het moment dat ik deze plek passeer, zie ik een man zijn auto instappen en een vrouw haar fiets pakken. Ze gunnen elkaar geen blik, terwijl het duidelijk is dat er toch iets van contact tussen hen geweest moet zijn. Ze hebben op z’n minst iets met elkaar van doen. Denk ik dan toch. Het geeft stof tot fantasie. 

Vanaf de kinderboerderij Parkhoeve Noord klinkt het luide geblaat van schapen en het gemekker van geiten. Ik neem aan dat het nu vlak voor voedertijd is. Vlak vóór de kinderboerderij is een doorgangetje naar het park, waar runderen vrij rond mogen lopen. Ditmaal liggen ze verzameld rondom het wandelpad. Als ik de toegang open, kijken ze me strak aan. Niet dat ik pretendeer dat ik de emoties van runderen herken, maar bijzonder verwelkomend komen ze toch ook niet op me over. Ik besluit toch een stukje om te lopen. Deels uit angst, deels uit respect voor hen. Als ik nog eens omkijk, kijkt één der runderen me nog steeds aan. Een mengeling van desinteresse, afgunst en een uitgelopen staredown. Denk ik dan toch. Het geeft stof tot fantasie.

De Zwarte Dijk is volledig verlaten. Een lange weg naar het niets. Ik zet aan. Doe een sprintje. Honderd meter op volle snelheid. Dat lukt me nog alleraardigst, merk ik. Het zonnetje is inmiddels doorgebroken en het voelt fantastisch aan. Ik merk dat ik vrolijk word van de dierengeluiden om mij heen. Alsof zij hun weg steeds meer terugvinden. Het is weliswaar lente, maar ik kan mij niet heugen dat dierengeluiden het stadse overstijgen. Nu doet dat het wel. Het ontroert me.

Ik vervolg mijn weg en passeer de kinderboerderij weer. Het is er nu stil. De dieren worden gevoerd, dat verklaart. Ik zie een geit op een tafel staan. Ik moet erom lachen. Het dier herkauwt en lijkt me recht aan te kijken. Ditmaal toch geen staredown, volgens mij kijkt het dier dwars door me heen.

Ik merk dat de vrolijkheid weer even compleet terug is. De sociale interactie met levende organismen doen me goed. Terug naar huis, terug naar de stilte, terug naar de computer, terug naar de constante stroom van nieuws. Vereenzaming ligt weliswaar op de loer, maar vasthouden aan een onschuldig soort gekte sleept me erdoorheen. Want dieren trekken zich niets aan van corona. Dieren laten zich bij gebrek aan mensen juist meer zien. De lukrake geluiden naar wat dan ook, de staredowns en het gekwaak van eenden: ik heb mijn minimale sociale interactie van de dag weer gehad. En houd me daaraan vast. Voordat ik echt gek word.

Wat vond je van dit verhaal?

Al mijn verhalen zijn gratis te lezen. Maar mocht je als blijk van waardering en van vroljkheid een donatie achter willen laten: ik doe een dansje van blijdschap. Alvast zeer veel dank!!

Totaal: € -

Pepe

In Zuid Amerika had ik een aantal persoonlijke doelen. En een paar jolige. In Latijns Amerika zou het bijvoorbeeld toch heel goed mogelijk moeten zijn om een man te ontmoeten die Pepe heet? Ik vond restaurants met die naam en vroeg binnen aan het personeel of er ook iemand wérkte die zo heette. Ik had nooit succes. Eigenlijk is dat, samen met het oog in oog staan met een doodeng insect, het enige dat echt ontbrak aan die reis.

Misschien behoeft dat wat uitleg. Toen ik met mijn toenmalige liefje samenwoonde, wilden we een kat. Een spontane hersenkronkel spuwde er een naam uit: Pepe. Hester keek me verwonderd aan, ik haalde mijn schouders op en herhaalde het meermaals. We vonden de lieve vrouwtjeskat Josje. En doopten haar om in Pepe. Raar? Ja. Nou en?

En omdat Pepe -of Pep, of Pepje- een schatje bleek te zijn, kreeg die naam toch een leuke lading. Soms flauw (,,Hoe zou Pepe in Afrika heten? M’Pepe.”), maar het beestje rendeerde beter en beter in huis, werd liever en liever en de naam Pepe werd daarom waardevol voor me.

Maar een Pepe ontmoette ik dus nooit. Ook onlangs in Mexico zag ik restaurants met de naam. Ik realiseerde me dat ik in dit land wellicht wel een grotere kans van slagen had dan in Colombia, maar er eentje vinden? Nee.

Gisterenavond lag ik in bed, toen Tania me belde om me een goede nacht te wensen. Pepe draaide om me heen, wachtend op mijn aandacht. Soms richtte ik mijn telefoon op haar en Tania en ik keken met plezier naar haar gedrag. Ik vertelde Tania mijn grappigbedoelde verhaal. Dat ik op zoek was naar een Pepe. Ook zij vroeg zich hardop af waarom een Nederlander zijn poes in godsnaam Pepe noemt, maar een echte duiding had ik niet. Misschien was het een Latijns-Amerikaanse hersencel, die zich sterk maakte? Ik bedoel, in Nederland ga je ze toch niet vinden?

Tania blijkt een oom te hebben. Oom Pepe. Ik keek haar ontroerd aan. Echt, ik had kippenvel. Werd enthousiast en noemde dit ‘één van de hoogtepunten van onze gesprekken tot nu toe’. Ze lachte, begreep mijn opwinding niet helemaal -of: totaal niet- maar liet het liefdevol begaan. ,,Ik heb er haast geen contact meer mee, zie hem eigenlijk nooit meer”, glimlachte ze. Ze wilde wel haar best doen om een video te bemachtigen waarin hij zichzelf voorstelt als Pepe. En een handtekening, als daar althans de naam Pepe in te ontwaren is. En hij wordt eregast als we ooit zouden trouwen.

Godsamme, wat wil ik deze vrouw graag weer zien.


Hieronder vind je de mogelijkheid om een donatie te doen! Yes, de teksten zijn meestal gewoon gratis te lezen, maar een leuke fooi wordt natuurlijk supergewaardeerd!

Nog 48 dagen

Telkens als ze glimlacht, gaat er een scheut van verlangen door me heen. Het klinkt als een vrolijke grinnik, dat op de één of andere manier telkens om de zoveel zinnen opduikt. Als mijn wekker ’s morgens afgaat wil ik deze, zoals ieder normaal mens, afzetten en mijn telefoon weer wegleggen. Totdat het besef komt: Tania. Het lijkt wel puberliefde. Ik zet mijn internet aan en zie het WhatsApp-symbool al snel verschijnen. Een voiceberichtje. Haar nu al bijna traditionele goedemorgengroet. En weer die grinnik. Ik ben direct wakker. En vrolijk.

Op 25 april vertrek ik. Drie en een halve week, Mexico City. Naar Tania, ergens in het noorden van de stad die qua inwoneraantal vergelijkbaar is met Nederland. Mijn goede vriend Jorrit heeft zijn liefde voor deze stad al vaker uitgesproken en het stond al een tijdje redelijk hoog op mijn lijstje. Ik houd van Latijns Amerika. Ik houd van de steden. De levendigheid. En nu ken ik daar Tania. Een prachtige Latina. Een prachtig mens die ik in toenemende mate in mijn armen wil houden. Hoe zou die grinnik in het echt klinken? In mijn oor, met een vleugje ademhaling?

Een weekje of twee, drie geleden werd onze fantasie steeds groter. Ik wilde naar Mexico, zij naar Nederland. Om elkaar te zien. We praatten erover, veelvuldig. Beloofden elkaar dit jaar nog in de armen te sluiten. Na weer die fantasie besproken te hebben, besloot ik het gewoon te doen. Weg met de toezeggingen, de beloftes, maar actie. Waarom niet? Ik kocht een ticket.

We belden met video. Haar rode wangetjes verraadden opwinding. Die was niet gespeeld. Mijn continu onzekere ik werd gelogenstraft. En sindsdien praten we er haast constant over. En bespraken we zelfs kort het gegeven dat het ook tegen kan vallen. Beide beentjes op de grond. Realistisch. En toch de blijvende opwinding.

,,Ik weet niet of je van taco’s houdt? Mijn broer wil ons meenemen op taco-tour. Ik ben er zelf niet zo’n fan van, hij vindt het heerlijk en kent de beste straatkraampjes. Zou je dat leuk vinden?”, appt ze me. Ik ben ontroerd. Ze heeft haar familie en vrienden over me verteld. Dit is niet langer een één op één, maar breder. Dat bevalt me. Ietwat verlegen geeft ze toe dat ze vaak over me praat. Natuurlijk wil ik meedoen met de taco-tour. ,,En vrienden stellen een barbecue voor, dat is misschien ook wel leuk.” Natuurlijk is dat leuk.

En zo vullen die drie weken zich langzaamaan. Ik probeer realistisch te blijven. Tot het negatieve aan toe: ook alleen ga ik het daar prima naar mijn zin hebben, mocht het onverhoopt mis gaan. Maar het gaat niet mis. Onze dagelijkse telefoontjes, appjes, voiceberichtjes: ze worden steeds leuker. Er overvalt me een gevoel dat ik al jaren niet gehad heb. Of misschien wel nooit gehad heb. Nog 48 dagen.