De magie van het onontdekte, pure natuurschoon van Grutas de Xajhá

Mexico heeft een onuitputtelijk arsenaal aan natuurschoon. Het paradijselijke Yucatán met haar jungle, haar stranden en haar Maya-tempels. In het noorden de woestijn. Baja California, Chiapas, (de keuken van) Oaxaca en nog zoveel meer. En veel is nog niet eens echt ontdekt. Lees bijvoorbeeld nog eens mijn blog over Cuetzalan, in de staat Puebla. Begin dit jaar verscheen op YouTube een video over de Grutas de Xajhá. Het bracht plotse interesse van toeristen teweeg; de gemeenschap werd min of meer gedwongen een en ander om te gooien. ,,Ik werkte hier in de mijnen en dronk vervolgens al mijn verdiende geld op. Er was gewoon geen uitzicht op betere tijden, tot nu”, legt Rodrigo uit. De grotten bevinden zich op de grens van de staten Querétaro en Hidalgo, nabij het meer Presa Zimapán.

Jeep

De twintiger wacht op ons aan de kant van een bijzonder slecht geasfalteerd bergweggetje. Om hier te komen is al een flinke opgave vol steile u-bochten en vele tientallen wilde ezeltjes die om de haverklap de weg kortstondig blokkeren, maar vanuit deze plek is het met onze Honda City onmogelijk. Met een jeep ondernemen we enkele stevige klimmetjes op echte hobbelpaadjes, heftige dalingen, naar de plek om het échte dal te betreden.

,,Eerst hadden we misschien twee boekingen per week, nu soms wel vijftig in het weekend. We hebben ons helemaal opnieuw moeten organiseren.” Rodrigo is onderdeel van de gemeenschap die al tientallen jaren in dit onherbergzame gebied woont. En kennelijk nooit écht in de gaten had dat het goud in handen heeft. Of in ieder geval nooit wist hoe zij dit optimaal konden benutten.

Kamperen

Er is plek om een tentje op te zetten, wij hebben besloten hier te gaan slapen. Het avontuur trekt. Voor 50 pesos hebben we een plekje, voor 100 pesos huren we een tentje. Dit is bij elkaar zes euro en we krijgen een waanzinnig uitzicht op het dal waar de Grutas de Xajhá zich bevinden. Met ons staan er nu zo’n vijf tentjes. Er is een eettentje, een winkeltje en een toilettenblok neergezet. Alles amateuristisch, alles gerund door de gemeenschap.

Yolotzin, ‘ze noemen me Yolo’, is een meisje van een jaar of 17 en onze gastvrouw. Ze rent van hot naar her en doet alles voor je. Onze avondmaaltijd is basis; een stukje kip en rijst, maar wél erg goed bereid en lekker. Inclusief wat drinken kost dit eveneens 100 pesos, voor twee personen. Als ze ons vraagt wat we de volgende dag ná onze tour willen eten, is ze hooglijk verbaasd als ik aangeef geen bonen te willen. Nog nooit meegemaakt. Hoe kan het dat iemand geen bonen lust? Ze kijkt me met grote ogen aan. De schat. Ik vind het gewoon niet lekker, excuseer ik me, me niet echt realiserend dat dat raar is. Hooguit ongewoon.


Advertentie

Ezeltje

Ons tentje wordt vliegensvlug opgezet en is veel te klein voor mijn 1.86. Het begint tot overmaat van ramp te regenen en al gauw voelt de tent ook nat. Het doek aanraken levert vocht op, dus je moet er alles aan doen om dat te voorkomen. Het maakt het tentje nog kleiner, zelfs de best kleine Tania kan zich niet uitrekken. Het maakt slapen haast onmogelijk. Om half zes ’s morgens iaat een ezeltje door het dal. Het geluid weerkaatst aan alle kanten en wekt ons. Het luide, langrekkende geluid is weliswaar prachtig, maar op het moment zelve wat irritant. Allemaal part of the adventure, zullen we maar zeggen. Gelukkig is er café de olla, een zoete koffie. Een perfecte start van de dag.

Vleermuizen

Samen met onze gids Cristo lopen we via een behoorlijk steil voetpad naar de rivier, tot we bij een bootje komen dat ons zo’n driehonderd meter vervoert. Hier begint de tocht pas echt. We moeten het water zo’n acht keer kruisen, dus schoenen die tegen water kunnen is een must. Het moet, anders is er geen doorgang. Vervolgens begint er een klim, die eigenlijk onverantwoord voelt. De kans dat je naar beneden flikkert is groot, absolute voorzichtigheid is geboden. Het beetje modder helpt niet mee, de losse kleine steentjes al helemaal niet.

We bereiken de enorm massieve berg met een de robuuste Grutas de Xajhá erin, waar we in klimmen. Eerst met een wankel trappetje omhoog, om vervolgens in een gruwelijke stank terecht te komen. Vleermuizenpoep. Het is er bloedheet; Christo schijnt zijn lamp op de fladderende bats. ,,Ze zitten nu hier, voorheen meer beneden. Dat is misschien het nadeel van het toenemende toerisme.”

We gaan het trappetje weer af en gaan dieper de grot in. Het stinkt hier weliswaar ook, maar er is ook een frisse wind: dit is een tunnel. Er is een tweede uitgang. Daar is een bijzonder smalle doorgang omhoog, op zo’n tien meter hoogte. M’n hart klopt nu; ik ben er al heel mijn leven van overtuigd dat ik claustrofobisch ben. Ik wist dat dit moment ging komen. Face your fears is mijn devies. Maar het lukt ons allen, de claustrofobie valt alleszins mee. Er eenmaal uit verschijnt een nieuw waanzinnig uitzicht op het dal.

Warmwaterbronnen

Cristo is een jaar of 17 en zegt herhaaldelijk dat we voorzichtig moeten zijn. Bij gevaarlijke planten waarschuwt hij, maar namen van insecten of planten kent hij niet. Het is een lieve jongen die absoluut geen haast heeft, maar voor informatie moet je niet bij hem zijn. Als we eenmaal weer beneden bij het water zijn, wijst hij de warmwaterbronnen aan. We mogen er zo lang blijven als we willen, hij heeft geen schema. Het water meet gauw 40 tot 45 graden en daarmee overheerlijk. De natuurlijke stank, noem het rotte eieren, neem je voor lief.

Pure magie

Het is de wonderlijkheid van het onontdekte. Van het avontuur. Het volstrekte amateurisme van de gemeenschap is de pure romantiek. In het dal is niets aangelegd. De paden zijn onmiskenbaar, maar op plekken slechts met moeite begaanbaar. Alleen bij het waden van een sterke stroming is een touw over de rivier gespannen. De Grutas de Xajhá is nu nog zo’n nauwelijks betreed pareltje in de bergen. Onmogelijk om de magie op foto of video vast te leggen, omdat dat ultieme gevoel zich nu eenmaal niet laat vangen.

Het is te hopen dat gehaaide touroperators de plek nog even met rust laten, hoewel de eerste aanbiedingen er al zijn. ,,Zij verdienen er veel meer aan dan wij”, moppert de wat naïeve Rodrigo, die deze operators eerder als een bedreiging ziet dan als kans. De focus ligt nu nog op de gemeenschap, op de angst van invloeden van buitenaf. Weldra zullen ze de samenwerking vinden. Ten goede van de gemeenschap, maar of het dal en de Grutas de Xajhá er zelf zo gelukkig van zullen worden? De balans tussen toerisme en behoud van natuur is altijd een fragiele. De grotten liggen echter dusdanig afgelegen dat massatoerisme hier waarschijnlijk een kansloze zaak is. Gelukkig maar.

Check hier mijn foto’s op Instagram.

Waardeer dit verhaal! (Of steun me door een abonnement te nemen)

Totaal: € -

Steven van Beek

Alle teksten op deze website zijn van Steven van Beek.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Translate »