Voor het eerst buiten Amsterdam

Voor het eerst buiten Amsterdam

Vertwijfeld kijkt ze in het rond, op zoek naar iets of iemand. Ze is nog geen twintig en lijkt zich totaal niet op haar gemak te voelen. Even blijft ze vlak voor mij staan en raapt de moed bij elkaar. ,,Mag ik je wat vragen? Heb jij hier misschien een stopcontact?”, vraagt ze uiteindelijk aan me. Geen probleem natuurlijk, ze mag haar telefoon gerust even bij me opladen. ,,Mja, ik heb hier afgesproken maar geen idee waar en hoe laat precies. Mijn telefoon viel uit voordat ik dat nog kon vragen via de app”, legt ze uit.

Even laat ze een stilte vallen en kijkt me verwonderd aan. ,,Dit klinkt misschien stom, maar jij praat echt gráppig”, zegt ze. ,,Heel anders dan de mensen waar ik vandaan kom. Ik kom uit Amsterdam en ben nog nooit buiten Amsterdam geweest, ik moet nog een beetje wennen denk ik.” Nu is mijn accent niet overdreven Bredaas, maar de zachte g is onmiskenbaar aanwezig. ,,Nou, eh, welkom in Breda. Welkom in het zuiden!”, grijns ik. Weer die verbazing, maar ditmaal kijkt ze me vooral in de war aan. ,,Zuiden? We zitten nu in het noorden toch? Dit is eh…”, en ze kijkt op een papiertje, ,,Bréda? Zeg ik dat goed?” Ze legt de klemtoon verkeerd, maar ik vind dat ze het goed genoeg zegt.

Ze heeft sinds kort een relatie met een jongen uit Breda. Of nou ja, relatie, dit is de derde keer dat ze elkaar gaan zien. Hij kwam tot nu toe naar Amsterdam, ditmaal is zij naar zijn habitat gekomen. ,,Kweenognie, hij is leuk, maar ook wel een beetje vaag vind ik.” Nu valt er een ongemakkelijke stilte, die wordt gered door haar vriend . Die tikt haar op haar schouder, draait zich om en zonder wat te zeggen loopt hij weg. Het meisje haalt haar schouders op. ,,Beetje vaag dus. Mag ik mijn telefoon weer terug?”

Sessuele spanning

,,Pff, ik heb het koud-d-d-d.” Voor me staat een wonderschone jong-twintiger, tamelijk schaars gekleed. Het charmante jurkje staat haar prachtig en past fraai bij haar donkere huidskleur. Diverse sieraden maken het werkelijk een plaatje en voor ik het weet geef ik haar een compliment, die ze bescheiden en met een verlegen glimlach incasseert. Ze koopt twee warme broodjes en een kopje thee en onderwijl praten we wat; weldra is ze op plaats van bestemming , waar het warm is.

Een man komt ook naar ons toe en spreekt haar aan. Hij is wat ouder en is duidelijk onder invloed van iets dat hem naar een andere wereld gebracht heeft. De vrouw besluit hierop toch maar wat haast te maken en al snel loopt ze weg. ,,Oh, nou, dag schatje”, neemt hij verbouwereerd afscheid van haar, maar herpakt zich snel. ,,En hoi lieverd”, grijnst hij naar mij. ,,Ik wil graag geld wisselen om te pissen. Kan dat bij jou? Jawel toch, schatje?” Hij kijkt wat vaag uit zijn ogen en tolt ook op zijn benen, maar heeft toch een uiterst vredige uitstraling.

,,Natuurlijk, eh, lieverd”, speel ik het spel met groot plezier met hem mee. ,,Alsjeblieft, wat muntgeld. En daar is het toilet.” De man kijkt me plots kwaad aan. ,,Lieverd… ik vind dat hier ineens een rare sessuweele spanning ontstaat en dat bevalt me helemaal niet.” De sfeer slaat echt ineens om, hij lijkt op het punt te staan te ontsporen. Zonder wat te zeggen draait hij zich woest om en loopt weg, richting het toilet. Enkele minuten later loopt hij weer langs. ,,Héé!”, roept hij van een afstandje, op agressieve toon. Ik schrik en wacht gespannen op wat komen gaat. ,,Dank je wel man! En ik wilde je nog een fijne avond wensen. Schatje!”

Geert

Geert

De vrouw is druk in gesprek met haar man, als ze opkijkt en me recht in de ogen aankijkt. ,,Oh koffie, daar heb ik nu gewoon eens even heel veel zin in. Wil jij ook wat Geert?”, roept ze enthousiast. Geert staat met zijn handen op zijn rug, schudt zijn hoofd en kijkt niet vrolijk. Zijn vrouw echter is de vrolijkheid zelve en maakt gelijk aanstalten daadwerkelijk te bestellen. ,,Of of of cappuccino! Dat is nog beter. Ik neem een cappuccino, en wat wil jij Geert?”

Geert zet met een diepe zucht een stap dichterbij, maar blijft vastberaden. Het geeft wel een koddig beeld, deze twee ruime zeventigers, ieder met hun eigen rol. Geert schudt geïrriteerd het hoofd en draait zich vervolgens demonstratief om. ,,Nou, ik wil wel hoor. Gewoon zin in! We zijn alweer een tijdje op pad vanmiddag en hebben hier toch ruim voldoende tijd om over te stappen, dus waarom niet. Oeh!”, en de vrouw draait zich weer om naar haar man. ,,Geert! Gééhéért! Wil je anders een gevulde koek? Geert?” Geen reactie. Sterker, Geert zet -andermaal demonstratief, zo lijkt het- weer een stap verder weg. Zijn handen gevouwen achter zijn rug..

,,Tggg, wat een kerel is het hè. Nou, geeft u mij maar in ieder geval een cappuccino én een gevulde koek. Mister grumpy zal spijt krijgen, maar hij krijgt lekker niets van me. Haha!”, lacht de vrouw met een vileine, cynische ondertoon. Geert draait zijn hoofd en kijkt zijn vrouw aan en schudt, toch met iets lieflijks in zijn ogen en een grijns op zijn lippen, zijn hoofd. De vrouw bergt haar gevulde koek op en loopt met haar cappuccino naar Geert. Ze haakt in zijn armen en draait zich om. ,,Al ruim veertig jaar mee getrouwd, het is elke dag weer een waar feest”, lacht ze.

Vakantieperiode

Vakantieperiode

,,Ja. Ja, ik gun mezelf een saucijzenbroodje.” De vrouw spreekt het dan wel uit met een zekere overtuiging, maar zo klinkt ze allerminst. ,,Maar ik doe het wel, want zoiets koop ik nooit. En ik vind dat ik óók wel eens iets slechts mag”, verdedigt ze haar eigen twijfel. Dat verdient wat duiding, vindt ze zelf. ,,Ik werd net in de trein gebeld door mijn zoon van 16. Hij zit samen met zijn broertje van 14 thuis. Eerst vroegen ze of het klopte dat papa een zak snoep bij zich had naar zijn werk. Een slimmigheidje in opbouw naar de werkelijke vraag toe, want vervolgens vroeg hij zich af of ze de zak chips mochten openen, die we blijkbaar nog in de kast hebben liggen.”

De vrouw grijnst even. ,,Dat ze voor zoiets bellen vind ik best bijzonder, dat betekent toch dat ze nog altijd naar ons luisteren. Maar goed, laten we eerlijk zijn: wie weet wat ze wel in het geniep doen?” Ik som op: blowen, snuiven, spuiten; de vrouw interrumpeert me al snel: ,,Jajaja, dat ook. Joh, zo ver had ik het nog niet eens bedacht. Maar inderdaad: ze zullen vast ook dingen voor me verzwijgen, ik weet echt lang niet alles van ze. Maar dan nóg vind ik het bijzonder dat ze me dan hier weer wel voor bellen.” Omdat de vrouw toch vindt dat ze haar opvoedkundige taken ook in dit geval serieus dient te nemen, stemt ze toe om de zak chips te openen, met één maar. ,,Jullie mogen de chips pakken, maar alleen omdat we nog in de vakantieperiode zitten, voegde ik eraan toe. Streng hè?”, lacht ze.

Al snel arriveerde ze in Breda. ,,En ik bedacht me: ik zit toch óók nog in mijn vakantieperiode, dus ik mag óók iets ongezonds pakken. Vandaar dit saucijzenbroodje!”, roept ze, gevolgd door een flinke hap  vol overtuiging.

 

Verfijnde nuances

Verfijnde nuances

,,Wat zit je haar leuk”, zegt de veertiger uitermate droogjes. Hij kijkt me met speelse aan en al snel verschijnt een enorme grijns. Cynisme is deze man nooit vreemd geweest. Ja, oké, mijn haar was op dat moment wat langer dan wenselijk en ja: ik had het die dag wat anders zitten. Ikzelf vond het wel geinig en zag het wel als een leuk experiment. Mijn enthousiasme met vijf woordjes de grond ingeboord. Bedankt.

Hijzelf heeft zijn eigen stijl. Voor mijn gevoel ziet hij er altijd min of meer hetzelfde uit, maar eigenheid kan de ruime veertiger niet ontzegd worden. Een colbertje, een felgekleurd bloesje, een flat cap als hoofddeksel en een gestileerd baardje en dito snor. Er is over nagedacht, hij doet zijn best, zoveel is duidelijk. ,,Maar ik let niet op trends, dit is gewoon wie ik ben.” Maar toch: zo ziet ie er al járen uit. ,,Dat is gewoon niet waar”, sputtert hij tegen. ,,Ik verander mijn stijl jaarlijks. Dat zie je aan mijn gezichtsbeharing en kleding.”

Hij legt uit: ieder jaar scheert hij met carnaval alle gezichtsbeharing weg. Soms laat hij weer een klein baardje groeien, of een snor, of volledige bebossing, of iets met bakkebaarden.  ,,Dit jaar heb ik juist dikke bakkebaarden en een klein baardje en zijn mijn kaken nagenoeg kaal”, wijst hij. Ook in zijn kleding past hij vlak na carnaval kleine veranderingen toe. Dat zit ‘m in kleur, of in stof. ,,Maar een ander soort pet past niet bij me, ik moet het doen met zo’n pet. Maar ieder jaar iets anders.”

Ik kijk hem toch wat verwonderd aan. Voor mijn gevoel is zijn stijl al jaren eenduidig. ,,Je kijkt gewoon niet goed. Maar inderdaad: zo rigoureus als jij zal me dan weer niet snel gebeuren, het zit ‘m in verfijnde nuances.”

Perrongeluk: Belangrijker dan een saucijzenbroodje

Belangrijker dan een saucijzenbroodje

Het is al wat later op de avond, als een oudere man ietwat verloren in de stationshal staat. Het is nagenoeg uitgestorven en hij zoekt duidelijk iemand die hem kan helpen. Al snel besluit hij zijn prangende vraag aan mij te stellen. Een vrij specifieke vraag over de bussen, waar ik het antwoord niet op weet. De OV Servicewinkel is op dit tijdstip al gesloten, ik raad hem aan de volgende dag terug te komen of het eventueel aan een buschauffeur te vragen. ,,Komt goed, ik hoef het pas overmorgen te weten. Tijd zat”, vertelt hij. Hij kijkt vertwijfeld en verdrietig op een a4’tje. Deze houdt hij met al zijn kracht vast, zijn handen trillen.

Het is een kwestie van het luikje openen, lijkt het; de man wil zich uiten, maar wacht op een aanleiding. ,,Waar gaat u overmorgen met de bus heen?”, vraag ik daarom zo luchtig mogelijk. ,,Mijn broer is een paar dagen geleden overleden. Plotseling. Hij was vijf jaar jonger dan ik”, vertelt hij. ,,Het is zo raar. De laatste keer dat ik hem zag ging het juist zo goed.” Hij laat een stilte vallen, haalt zijn schouders even op. ,,Ik kreeg deze brief met het adres van de crematie en van de receptie. Ik ken denk ik niemand, op de mensen na die ik niet hoef te zien. Met mijn broer had ik nauwelijks contact, toch komt het nogal binnen bij me”, zegt hij met een snik in zijn stem. ,,Alles in me zegt dat ik niet moet gaan, maar ik moet wel hè?”

Op bescheiden afstand staat een jongen geduldig, maar met gespitste oren te wachten. Als de man hem ziet staan, staakt hij in paniek het gesprek en loopt gehaast weg. De jongen kijkt hem na. ,,Ik ving een flard van jullie gesprek op en vond dat mijn saucijzenbroodje wel even kon wachten”, toont hij zich begripvol.

Perrongeluk: dat verhaal ging toch over ons?

Dat verhaal ging toch over ons?

Het luik heb ik zojuist laten zakken, de Kiosk is dicht. Nou is dat luik een soort traliewerk: je kunt erdoorheen kijken en doorheen praten. ,,We weten dat je dicht bent, maar mogen we je wat vragen? U schrijft toch in de krant?” Door de tralies heen zie ik een stelletje staan, begin twintigers. ,,Pas geleden wees mijn moeder me op zo’n verhaal. Ze dacht dat het over ons ging”, legt de vrouw uit. Ik kijk even goed naar ze, maar herken hen niet. ,,En ik denk het eigenlijk ook. Een paar weken geleden schreef je over een stel dat iets bij je kwam kopen”, verduidelijkt de vrouw. ,,Althans: mijn vriend kocht iets bij je, ik bleef op een afstandje staan en wilde eigenlijk niks.” Ah! Uiteraard weet ik over welk verhaal het gaat: de Perrongeluk van 15 juli jongstleden. De man drong aan en deed vele voorstellen, de vrouw hield alles ongeïnteresseerd af maar was uiteindelijk toch blij met haar american cookie. ,,Dat ging toch over ons? Het móet wel. Ook mijn moeder was overtuigd.”

Nu is het zo: dat verhaal zou ik heel regelmatig kunnen schrijven. Het gebeurt dikwijls. De welbekende druppel -dat moment dat ik besloot het eens op te schrijven- was een stel van Marokkaanse komaf, zeker niet dit stel. Die druppel was ook een tamelijk bizarre, verregaande overdrijving. Best hilarisch dat dit stel zich hier dan ten onrechte in herkent.

Maar hoe is dit verhaal dan binnengekomen bij het stel? Voelden ze zich aangesproken, betrapt? ,,Het was een spiegel, zo zijn wij gewoon. Het is een beetje een gekke manier van doen, maar ik denk niet dat dit op de lange termijn anders zal gaan”, grijnst de vrouw. Even is er een ongemakkelijke stilte. ,,Wel een beetje jammer dat het niet over ons ging”, besluiten de twee.

N.a.v. dit verhaal

 

Perrongeluk: Mais

Mais

Het spoor over de Moerdijkbrug wordt momenteel vernieuwd, waardoor reizigers tussen Amsterdam en Brussel over moeten stappen in Breda. Het levert drukte op, maar vergt ook wel iets van je talenknobbel; ik sprak al mensen uit werkelijk alle uithoeken. Toch kom je met Engels een heel end.

De jongedame is ook Brits en kijkt nieuwsgierig naar de warme broodjes. ,,Whats inside?”, wijst ze naar alles. Cheese in het kaasbroodje, sausage in het saucijzenbroodje, meet with curry in het frikandellenbroodje en vegetables in de empanada. Die laatste: da’s een vegetarisch broodje, wat haar interesse wel heeft. ,,What kind of vegetables?”, vraagt ze. Een heerlijk broodje, ik was zelf direct fan, maar juist de opsomming van de groenten die erin zaten schrok mij eerst af. ,,It’s delicious”, probeer ik het aantrekkelijk te maken. ,,With brown beans, mais and more.”

Het meisje kijkt me verschrikt en met een vies gezicht aan, een reactie die ik wel enigszins verwachtte: zo keek ik ook. ,,You’re kidding me? What the…?”, roept ze mijns inziens ietwat overdreven. Nou ja, ik wijs haar de kaas- en saucijzenbroodjes aan, die zijn immers in de aanbieding. Ik bedoel: als het zó onaantrekkelijk klinkt, dan heeft het toch niet al te veel zin om erop door te blijven gaan, nietwaar? ,,But… really? Mice?”, blijft ze zich richten op de empanada. Ah, het kwartje valt. Nee, niet mice. Mais. Het meisje blijft me viezig aankijken. ,,I don’t mean mice, I said <articulerend> màà-ies. But now I realise: that’s a dutch word… Of course, there are no mice involved!”, lach ik een beetje geschrokken van dit misverstand. Het meisje blijft achterdochtig, de empanada wordt het niet. Het wordt een kaasbroodje.

Mais.

Corn, Steven. Corn.

Perrongeluk: iedereen heeft een knuffel nodig

Iedereen heeft een knuffel nodig

De jongen sleept een koffer mee en op zijn rug ligt een enorme rugzak. Met schichtige bewegingen legt hij zijn bagage neer en haalt diep adem. Tot hij haar ziet. ,,Hé! Ook op doorreis?”, vraagt hij spontaan. Ook zij staat bepakt en bezakt bij me, een ietwat moeizaam gesprekje begint. Ze komt van een festival in Friesland en is bijna thuis; hij moet nog een stukje verder.

,,Dit is echt de vreselijkste dag van mijn leven”, verzucht de 18-jarige jongen. ,,Ik ben bij een vriendin in Engeland geweest. Zij is de enige op de wereld die me begrijpt, het afscheid was moeilijk”, vertelt hij geëmotioneerd. De vrouw luistert aandachtig, de jongen vervolgt. ,,Nu moet ik weer naar mijn moeder. Dan begint het gezeik vol onbegrip weer. Ik ben, nou ja, anders dan anderen, begrijp je?” Hij somt enkele psychische stoornissen op, zoals asperger en PTSS. Het is ontroerend: de vrouw -ook nog maar 25- neemt rustig de tijd en geeft hem haar volledige aandacht, iets waar hij naar snakt. Want: ,,Ik ben zo blij dat je met me praat. Ik had het nodig, het zat me tot hier. Met mannen heb ik nare ervaringen, ik wil alleen met vrouwen praten, maar dat is soms zo moeilijk.”

De vrouw blijft interesse tonen,  tot de jongen breekt. Ze geeft direct een warme knuffel, die de jongen dankbaar en vol overgave beantwoordt. Hij plet haar haast, zij wrijft zachtjes over zijn rug. Maar dan is het tijd, zijn trein vertrekt haast. De vrouw kijkt hem beduusd na. ,,Wauw, dit was bijzonder. Hij wilde me niet versieren of slap ouwehoeren, dat was duidelijk”, vertelt ze. ,,Nee, hij zocht contact en dat moet je dan gewoon geven, vind ik. En hij had een knuffel nodig. Dat is toch zo: soms hebben mensen een knuffel nodig.”

Perrongeluk: afscheid van een vriend

Afscheid van een vriend

,,Ho, wacht, nee!”, roept hij, op het moment dat ik zijn twee bekers thee wil bereiden. ,,Ik kom vandaag voor iets heel anders.”

Deze man komt vrijwel dagelijks bij me langs en bestelt dan twee thee; voor hemzelf en voor zijn vriendin. Ze ontmoeten elkaar na hun beider werkdag in Breda en gaan vervolgens samen naar huis. Hij is er altijd een kwartiertje eerder en de thee lijkt op een soort vast ritueel. De man en ik raakten al snel aan de praat en er ontstond iets wat je haast een vriendschap zou kunnen noemen. Soms waren de gesprekjes grappig, soms gingen ze over het nieuws, soms waren ze persoonlijk van aard. En in alle facetten voelden we elkaar aan, zonder dat het hersenloos meepraten werd.

Hij ontpopte zich dan ook al snel tot een favoriete klant. Er waren ook geen verwachtingen of verplichtingen: er zaten dagen tussen dat we nauwelijks praatten, maar een blik van verstandhouding was dan voldoende.

De laatste maanden werk ik beduidend minder in de stationshal en zie ik hem haast niet meer. ,,Daarom kom ik even langs, dit lijkt me dan het beste moment.” Hij kijkt me ietwat ongemakkelijk in de ogen. ,,We hebben een huis gekocht. In Limburg. Ik heb nieuw werk; wederom in een drukkerij, maar met meer taken. Ik ben grafisch ontwerper, in mijn nieuwe functie ga ik daar meer plezier uit halen. Het is haast perfect: ik ga mijn vriendin meer zien, we hoeven minder te reizen, het huis is geweldig. Maar je begrijpt waarom ik hier nu ben”, kondigt hij de keerzijde aan. ,,Ik ben hier om je gedag te zeggen. Afscheid te nemen. Morgen is mijn laatste dag, dus vanaf dan kom ik hier niet meer.” Met een stevige, gemeende handdruk wensen we elkaar alle goeds in onze verdere levens.