Wachten op de trein

De man zit gehurkt tegen een paal, hooguit drie meter van mij. Hij zal ongeveer 29 zijn en is waarschijnlijk van Noord-Afrikaanse afkomst. Hij is robuust, sterk, breed. Een lederen jas zit ‘m als gegoten.

Hij kijkt niet boos; dat is duidelijk zijn natuurlijke expressie. Verdwaasd staart hij naar het niets, z’n donkerbruine ogen zijn waterig. Z’n vader, die iets verderop op een bankje zit, roept ‘m. De man doet geërgerd z’n oordopjes uit z’n oren en ze spreken kort in een taal die ik niet ken.

Direct doet hij de oordopjes weer in z’n oren en werpt kort een blik op de kleine laptop die hij naast zich heeft staan. Hij verhoogt het volume en neuriet nu hoorbaarder mee met de muziek. Als ik echt m’n best doe, hoor ik de vage tonen van het liedje
dat hij afspeelt. De melodie herken ik direct, maar ik kan het niet thuisbrengen. Dat gegeven zorgt ervoor dat ik m’n volle aandacht erbij houd, ik wil het weten.

Na een minuutje of vier kijkt hij weer op z’n laptop. Hij zet het liedje blijkbaar op repeat; de eerste tonen van datzelfde liedje zijn nu nog duidelijker hoorbaar. Hij heeft het volume andermaal iets verhoogd en het geneurie gaat nu over in zacht zingen. “Wha’ya’wai’in’fo”. Bij het uitspreken van deze ietwat onverstaanbare zin sluit hij z’n ogen en trekt een gepijnigd gezicht en balt z’n vuisten.

Ik versta de tekst net niet, maar het puntje-op-m’n-tong-gevoel wordt groter. Na vier minuten kijkt hij opnieuw op z’n laptop. Wederom wordt het volume verhoogd, opnieuw draait hij hetzelfde nummer. “What are you waitin fooooor”, zingt hij zachtjes, maar nu kraakhelder verstaanbaar. Hij draait het nummer intussen letterlijk voor de zesde keer.

Bij mij valt nu eindelijk het kwartje: het is dat hitje van Ellie Goulding. De man begint de tekst ook te kennen. “So love me nanana, love me nanana, tusj me nanana what are you waiting foooooor”, roept hij met gesloten ogen, met volle passie, maar toch op praatvolume. Z’n vader leest een boek op z’n bankje en kijkt verstoord op als hij z’n zoon hoort zingen.

Hij staat op en loopt voorzichtig naar ‘m toe en tikt ‘m op z’n schouders. De man wordt onderbroken in z’n euforie en haalt geërgerd z’n oordopjes uit z’n oren. De vader zegt iets tegen ‘m en knikt daarbij gedecideerd.

De man zucht. Hij sluit z’n laptop en bergt z’n oordopjes op. Hij staart al snel weer verdwaasd naar het niets. De trein arriveert bijna.

Steven van Beek

Steven van Beek ('81) woont momenteel in Mexico Stad. Alle teksten op deze website zijn van zijn hand.

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Translate »