De ballon

Het jongetje houdt z’n grote, gele ballon stevig vast en loopt er trots mee over het perron. Z’n moeder zit op een bankje en is aan het bellen. Ze waarschuwt het jochie nadrukkelijk om uit te kijken, alvorens ze haar telefoongesprek hervat.

Op een onbewaakt ogenblik laat de jongen de ballon los, waarop deze al gauw op het perron stuitert. Z’n moeder ziet het niet gebeuren; vrolijk speelt haar zoontje met de ballon en het lukt ‘m met z’n knie, z’n voet en z’n hoofd de ballon als een volleerd voetballer hoog te houden. Totdat een windvlaag de ballon heel even grijpt en de ballon iets afwijkt.

Het lukt het mannetje niet de ballon onder controle te krijgen en zo waait het gele speeltje weg, het spoor op. Hij kijkt verschrikt naar dit heftige verlies en roept in grote paniek z’n moeder. Die haalt haar schouders op. Jammer.

Ze sommeert haar zoontje de ballon te laten liggen waar deze ligt. Streng wijst ze op de gevaren van het spoor en vraagt de peuter toch vooral te accepteren dat hij de ballon echt kwijt is. Hij begint te huilen, de ballon blijft plagerig liggen tussen een spoorrail en de zijkant van het perron. Z’n moeder loopt liefdevol naar de jongen toe en omhelst ‘m.

Hij is echter ontroostbaar. “Misschien wil die meneer ‘m wel halen!”, vestigt het hij z’n hoop op een dertiger op het perron. De man kijkt schaapachtig hun richting op. Nee, ook dat verbiedt de moeder. “Het spoor is gewoon levensgevaarlijk, ook voor volwassenen! Straks komt er een trein aan!”, legt de moeder uit.

Streng, maar wel duidelijk. Het jongetje blijft beteuterd kijken naar z’n ballon, waar nu geen enkele beweging meer in zit. Zachtjes begin hij weer te treuren, ook de belofte van zijn moeder dat hij snel een nieuwe ballon krijgt baat niet.

En dan: het geluid van een naderende trein. Het betreft slechts een koploper, maar misschien is dat juist de pech. Het jochie kijkt verschrikt naar de komende trein, die razendsnel richting het station dendert. Richting zijn ballon.

Een fractie van een seconde later is de trein voorbij. De gele ballon is weg. Met grote ogen zoekt hij naar overblijfselen van wat ooit z’n ballon was. Een geel stukje rubber belandt na een korte dwarreling weer op het spoor. Het jongetje kijkt er met grote, verschrikte ogen naar. Hij begint hartverscheurend te huilen.

Steven van Beek ('81) woont momenteel in Mexico Stad. Alle teksten op deze website zijn van zijn hand.
Berichten gemaakt 1792

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven
Translate »