Steven van Beek Werk met mij →

Dik in de 70 en nog steeds bloedfanatiek

Voor: BN DeStem, 15 augustus 2026

BREDA – Als Nederland O70 een strafcorner krijgt tegen Ierland O70, legt specialist Hans van de Schoot (71) aan. Even is er een kluts, via via komt de bal weer voor zijn stick en hij schiet onberispelijk binnen: 1-0. Het is de enige goal van deze pot. Deze week vindt het WK Masters Hockey plaats, onder andere bij BHV Push. In Breda zijn alle deelnemers 65 jaar of ouder en zij nemen de sport bloedserieus. Liefst 69 teams uit 17 landen zijn in Breda. Volgens de Australiër Ric Roberts (80) is sporten tot late leeftijd ontzettend belangrijk. ,,Hockey kun je ook lang doen en is goed voor lichaam en geest.”

Aan de zijlijn staat Tosca, de vrouw van Van de Schoot. ,,Hij is bloedfanatiek, is altijd doorgegaan. Vorig jaar zijn we naar Duitsland gegaan om bij hem te gaan kijken, toen deed hij voor het eerst mee met het team. Voor dit WK was hij de laatste dagen behoorlijk nerveus. Zelf heeft hij altijd in de derde klasse gespeeld en nu hockeyt hij met mannen uit de hoofdklasse, waardoor hij voelt dat hij nog heel veel leert. En hij is zeer vereerd dat hij hier mag meedoen.” Ze zijn hier met de familie. Ieder kind en kleinkind van Van de Schoot zit op hockey. ,,Door zijn fanatisme heeft hij behoorlijk wat invloed”, grijnst Tosca.

Iets verderop zit Jan ten Bruggencate (76) naar de wedstrijd te kijken. Vooraf wenst hij iedere speler met luide stem succes. Hij kent ze allemaal en speelde zelf zeker zestien jaar mee met het team. Door ziekte heeft hij hiermee moeten stoppen. ,,Ik help nog wel mee, bijvoorbeeld met de coördinatie van wedstrijden. Normaal spelen we wedstrijden tegen Engeland, België of Duitsland, of spelen we toernooitjes. Zo’n WK is altijd weer speciaal. Iedere vijf jaar wissel je van leeftijdscategorie en sinds kort hebben we ook een 80-plusteam, mensen worden toch steeds ouder. Deze mannen kunnen allemaal nog hartstikke goed hockeyen, zitten bomvol ervaring. Het gaat echt om inzet, voorbereiding en beleving.”

Loop over het terrein van Push en je hoort talen van over de hele wereld. Italiaans, Spaans, Engels. Hockeyers afkomstig uit Japan, Canada, Maleisië, Argentinië, Australië. Veel van deze mannen speelden in hun twintiger en dertiger jaren op hoog niveau. Dit WK is indirect gekoppeld aan het ‘echte’ WK in Amstelveen, eind augustus. Zo is ervoor gezorgd dat Nederland voor even hockeyhoofdstad van de wereld is, met ruim 400 teams verspreid over het land in alle leeftijdscategorieën.

De Australiër Roberts is een van de begeleiders van de Australische delegatie, die zo’n 200 tot 250 man sterk is. Ze zijn hier met zo’n negen teams naar Europa gekomen, plus aanhang. Die aanhang vindt hij belangrijk. ,,Het zijn bijzondere uitjes en dat moet je met elkaar delen. Zo dragen we toch bij aan de economie hier.” Ze reizen vrijwel ieder jaar. Wedstrijdjes tegen buurland Nieuw-Zeeland zijn tenslotte leuk, maar ook niet zaligmakend. ,,Dit is een sport die je tot late leeftijd kunt doen en deze trips voegen natuurlijk veel toe, na je pensioen. Je speelt met een stick, dat werkt ook heel goed voor de coördinatie van de hersenen. En het niveau is echt nog alleraardigst.” De delegatie was ook aanwezig bij de openingsceremonie van donderdag in de Grote Kerk. ,,Dat was erg druk. Er waren speeches, geloof ik, maar die waren helemaal niet te volgen door het lawaai. We begrepen niet goed wat de bedoeling was, maar het was toch gezellig”, zegt Roberts.

Een aantal Canadese dames verzamelt zich rond een bankje en praat wat bij over de laatste dagen. Tot ze het signaal krijgen dat hun mannen op het veld klaarstaan om te spelen tegen Maleisië. Haast in polonaise gaat een groepje vrouwen, allemaal in het rood gekleed en met een Canadees vlaggetje, naar het veld toe. Deze spelersvrouwen reizen altijd met hun mannen en maken er een toeristisch uitje van. ,,We zijn in Delft geweest en in Amsterdam, we hebben door Breda gewandeld. We gaan altijd mee met de mannen, dus we zijn ook echt vriendinnen geworden”, vertelt Karen Millard uit Vancouver. ,,Mijn man Mike begon pas met hockeyen toen hij 44 jaar was. Acht jaar geleden raakte hij geblesseerd en wilde hij niet meer als veldspeler verder. Toen is hij keeper geworden. Hij heeft eerder dit jaar een knieoperatie gehad en twijfelde of hij naar Nederland wilde komen. Ik heb ‘m daarop wel even streng toegesproken: we móeten gaan. Dit had ik toch niet willen missen?”

Scroll naar boven