Ik schrijf al zolang ik me kan herinneren. Als tiener waren het gedichtjes en soms ook korte verhaaltjes. Meestal over niks, over bizarre gedachtes, over van alles tegelijk. Soms ging het de diepte in en kon ik mezelf er mee troosten. Lang dacht ik: wat moet ik ermee, wat kan ik ermee?
Toen ik ooit hardop zei dat ik dichter wilde worden, werd dat idee er meteen vakkundig uitgeluld. Daar kun je onmogelijk je geld mee verdienen. Ik zette het direct uit mijn hoofd.
Studeren
Want ja, ze hadden ongetwijfeld gelijk. Dus ging ik iets ‘verstandigs’ doen: Media en Informatie Management studeren in Amsterdam. Een soort marketing, maar dan met genoeg raakvlakken met schrijven om mijn hart rustig te houden. Zo breed, dat ik erna nog alle kanten op kon. Een HBO-diploma is altijd meegenomen, nietwaar?

Perrongeluk
Maar ik bleef schrijven. Altijd. Vanuit mijn werk in de Kiosk in Breda begon ik met Perrongelukjes. Kleine verhaaltjes over momenten met klanten. Ik publiceerde ze op mijn Facebook en die stukjes sloegen aan. Ze verschenen al snel in BN DeStem, gingen rond op sociale media, en tot op de dag van vandaag zijn er mensen die me er nog van kennen. Dat is toch fantastisch? Iets dat uit mijn eigen brein ontsproten is, waar mensen zelfs zoveel jaar na dato nog steeds vrolijk van worden?
Mexico
In 2018 stopte ik bij de Kiosk en stopte Perrongeluk ook. Maar ik bleef schrijven. Heel veel voor de krant, maar ook nog steeds veel over en voor mezelf. Ik vertrok naar Mexico om de liefde met Tania te onderzoeken en bleef schrijven. Over het leven dat ik probeerde te begrijpen. Ik vroeg of mensen wilden doneren om mijn columns te lezen en dat gebeurde. Een beetje. Maar dat beetje voelde als goud. Hoe mooi is dit?
Het Groene Schaduwlicht
Daarna begon ik aan een boek: Het Groene Schaduwlicht. Ik wilde weten of ik mezelf langer dan tien pagina’s kon boeien. En verdomd, dat lukte. Sterker nog: ik had er plezier in. Dat is uiteindelijk waar het om draait, vind ik. Plezier. Avontuur. Grenzen aftasten. Hoe ver reikt de fantasie? Hoe maak je iets moois, iets spannends, iets dat blijft hangen? Hoe schrijf je een verhaal, waarin meerdere subverhalen verweven zijn? Het gaf mij hoofdbrekens, op de fijnst mogelijke wijze.
Het Zolderluik
In 2025 begon ik met een wekelijkse column. Het ‘Steventje’. Dat begon met losse flarden van gedachtes en vooral het stukje over die verdomde ‘zwarte hond‘ werd veel gelezen. Al snel groeide dat uit tot Het Zolderluik, een wekelijkse thriller in afleveringen. Iedere week een nieuw hoofdstuk van hetzelfde verhaal. Honderd mensen volgen het inmiddels via Substack. En soms stel ik me voor hoe het zou zijn als dat aantal ooit duizenden wordt. Of als er een boek uit voortkomt. Een mens mag dromen, nietwaar?
Misschien gebeurt dat. Misschien ook niet. Wat ik weet: ik blijf schrijven. Altijd. Over wat ik voel, denk, zie of niet begrijp. Ik onderzoek hoe artificiële intelligentie mijn werk verrijkt, hoe het me beter maakt. En ondertussen probeer ik, ergens tussen al die stemmen op sociale media en het eeuwige ego-gedreun, een eigen plek te vinden. Fuck die bescheidenheid, maar helaas: ik ben het
Misschien word ik ooit schrijver. Tot die tijd schrijf ik. Lees je met mij mee?