De grilligheid van Noord-Argentinië

De grilligheid van Noord-Argentinië

In de voorbereidingen op mijn reis vond ik de befaamde en spectaculaire Ruta 40. Van het zuiden van Argentinië tot aan de Boliviaanse grens, 5194 kilometer. Vergelijkbaar met de wereldberoemde Route 66 in de VS.

Ik had al moeite met het behalen van mijn rijbewijs, maar toch: wat lijkt me dat vét. Het kwam echter niet erg hoog op mijn lijstje en ik vergat Ruta 40.

Eenmaal in Buenos Aires wilde ik meer van Argentinië zien. Patagonië, natuurlijk, maar nog iets. Ik stuitte op Salta, in het noorden van Argentinië. Een veelzijdig gebied, met grillige landschappen, woestijn en jungle. Ik besloot er een weekje heen te gaan.

Pas na het boeken zag ik dat Ruta 40 langs Salta loopt. Een gevalletje ‘daar krijg je anders spijt van’: ik huurde een auto.

De verhuurder gaf me een kaart en mijn gewenste route bleek niet helemaal haalbaar. Delen waren alleen gangbaar met een goede jeep, niet met deze gare Chevrolet.

De eerste dag

Ik paste mijn route aan. Van Salta naar Cafayate over Ruta 68 bleek een fenomenale geasfalteerde route langs wijngaarden. Het prachtige groen werd al snel woestijn, met spectaculaire bergen, kloven en vergezichten. Vanuit Cafayate nam ik de Ruta 40 naar Cachi. Geen asfalt, talloze bochten, stijl omhoog en omlaag. Met een snelheid van maximaal 40 tufte ik gedecideerd door, gegrepen door de omgeving. Bij vlagen raakte ik ontroerd. Door die omgeving, door het feit dat ik hier reed. Ruim 7 uur in de auto en 345 kilometer verder kom ik aan in Cachi.

En dag twee

De volgende dag vervolg ik mijn weg. Van Cachi over Salta naar Purmamarca, waar de zevenkleurige berg is. Vanuit Purmamarca moet ik een stukje terug, naar de jungle van Calilegua. Een afstand van 512 kilometer, vandaag zit ik echt de gehele dag in de auto.

Maar met name dat eerste deel van deze tocht. Totaal anders dan de dag ervoor, maar minstens zo weergaloos. Ik passeer een vallei die in zijn geheel is gehuld in wolken. Het levert een sprookjesachtig beeld op; ik merk dat ik alleen maar enthousiaster word. Geen Ruta 40, maar veel enger: diepe ravijnen, maar vooral de zon maakt het hier lastig. Van de felle zon de schaduw in is moeilijk: je ziet niets. En dat geschiedt uiteraard in haarspeldbochten en her en der stroomt er een heel beperkt watervalletje waar je doorheen moet rijden.

Na Salta is het snelweg en rijd je zo met 120 kilometer per uur door.

Calilegua

Op dag 3 merk ik dat ik het beu raak. Vele uren alleen in de auto begint eenzaam te voelen. Contacten opdoen is in dit geval nagenoeg onmogelijk; ik verlang terug naar Buenos Aires. Ik arriveer in Calilegua, een klein dorpje aan de rand van de jungle. Het hotel dat ik geboekt heb is vreemd genoeg gesloten. Alles is gesloten. Ik wil wat eten vraag mensen op straat, maar de twee eetgelegenheden die er zijn, zijn inderdaad dicht.

Ik ga naar het nabijgelegen dorpje, dat is wat groter. Maar ook daar is veel gesloten, het is acht uur ’s avonds. Ik vind een snackbarachtig etablissement. Een dame is de vloer aan het schrobben en met merkbare tegenzin laat ze me binnen. Ik krijg een broodje met een stuk vlees, ham en kaas en een eitje eroverheen. Het smaakt vreselijk vet, iets waar ik niet erg blij van wordt. Mijn hotel is inmiddels open. Het blijkt een puik hotel met restaurant te zijn. Op de borden van andere gasten zie ik heerlijk eten liggen. Irritatiemomentje.

Lucas en Alfonso

De volgende dag even geen auto, dacht ik. Ik wil een stuk wandelen. Maar er loopt een prachtige (auto)route door de jungle en hoe verder en hoe hoger je komt, hoe mooier het wordt. Deze route is ruim 40 kilometer, dus wandelen is iets te veel van het goede. Als ik ergens een schitterend uitzichtpunt heb, stop ik even en ga zitten. Twee jonge gasten komen naar me toe en vragen of ik last heb van de muggen. Ik heb deet bij me, muggenrepalent, dus volgens mij zit ik goed. We raken in gesprek en de jongens blijken die dag terug te moeten naar Salta, net als ik. Lucas en Alfonso blijken hele toffe gasten en ik kan wel wat gezelschap gebruiken.

Samen vervolgen we onze weg in de jungle en hebben heerlijke gesprekken. Lucas blijkt supporter van San Lorenzo, de club die ik in Buenos Aires bezocht. Het schept een band, hij geeft me zelfs een sportbroek van San Lorenzo cadeau. Uit dankbaarheid dat ze mee mogen rijden. Eenmaal in Salta -en met ruim 1000 kilometer in drie dagen op de teller- nodigen ze me uit in hun hostel, waar ze met zes man verblijven. Ze maken echte Argentijnse empanadas en we spelen Mens Erger Je Niet. Geniaal. Hoe verrassend het kan lopen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.