Ömer betaalt gewoon gelijk

De 30-jarige Ömer had een aanrijding op de A58 vlakbij Breda. Toen de politie hem hierover ondervroeg, gaf hij een valse naam op.

“Ja, waarom deed ik dat… weet ik het?”, begint Ömer z’n onvoorbereide weerwoord. “Ik was denk ik in paniek. Ik moest iemand ontwijken op de snelweg, je weet toch. Toen botste ik tegen een andere auto. We schampten elkaar, het stelde niet veel voor. Maar ik heb pas geleden al eens mijn rijbewijs voor een tijdje in moeten leveren na een ander dingetje, maar ik heb die auto gewoon hard nodig voor m’n werk, snap je. Daarom denk ik dat ik dat deed, best stom natuurlijk.”

De rechter kijkt met enige verbazing naar de wat gemakzuchtige houding van Ömer . “U heeft €360,- strafbeschikking gehad, maar deze heeft u nog niet betaald. Het opgeven van een valse naam is natuurlijk gewoon een overtreding”, vertelt ze. “Hè? Heb ik nog een boete openstaan? Hoe hoog is die boete, zei u? Ik betaal mijn boetes altijd. Altijd. Maar van deze boete weet ik niets. Mijn vriendin houdt m’n post altijd in de gaten, ze is nu op vakantie dus misschien heb ik ‘m gemist ofzo?”, reageert Ömer geërgerd.

“Nou ja, er is ook al een aanmaning gestuurd, die boete is echt van meerdere maanden geleden”, reageert de rechter. “Maar… Ik zit hier dus voor het opgeven van een valse naam hè?”, verifieert Ömer . “Dat klopt. Heeft u trouwens geen last van het lage zonnetje?”, reageert de rechter op het feit dat Ömer met moeite tegen de zon in kijkt, dat via een raam de rechtszaal inschijnt. “Vrij irritant ja, dus ik wil hier eigenlijk ook zo snel mogelijk weg. Het is ook niet zo boeiend hoor. Maar even voor de helderheid: als ik die €360,- betaal, hoef ik hier dan ook niet meer te zijn toch?”, klinkt het hoopvol.

“Daar komt het feitelijk wel op neer, maar ik vraag me echt af waarom u een valse naam opgeeft. U wilde een ongeluk voorkomen, ontwijkt een auto en hierdoor botst u op een ander. Heel normaal auto-ongeluk lijkt me?”, probeert de rechter het nog.

“Zoals ik al zei, ik was in paniek. Dat was ook stom van me, zonde van het geld ook. Maar weet u wat? Ik betaal die €360, gewoon. Veel makkelijker dan dit gepraat. Stom dat ik een valse naam op gaf, dat moet ik ook gewoon niet meer doen. Het lijkt me voor ons allemaal makkelijker als ik gewoon die boete betaal, ja toch?” De rechter beaamt dat.

“Oké dan! Maak ik het vanmiddag in orde. Dank u wel!” en Ömer staat op. De rechter en de officier van justitie vinden het prima.

“Hè? Nu al? Nou, eh, oké, ja, nog een fijne middag inderdaad”, vraagt een vriend van Ömer, die op de publiekstribune zit. De twee lopen de rechtszaal uit, na één van de kortste zittingen ooit.

Vincent beging overtreding om gevaarlijke situaties te voorkomen

Vincent beging overtreding om gevaarlijke situaties te voorkomen

De 50-jarige Vincent uit Oosterhout rijdt tijdens de ochtendspits van 28 maart over de A58. Hij slaat af bij Gilze: een vrij lange éénbaansafrit, die pas laat tweebaans wordt: voor links- en voor rechtsaf. Hij weet uit ervaring dat het merendeel van de vrachtwagens linksaf zal gaan, hijzelf moet naar rechts. Het is druk die dag, de opstopping voor de stoplichten reikt tot de snelweg zelf. Hij ziet steeds meer vrachtwagens in zijn achteruitkijkspiegel en besluit een stukje vluchtstrook te smokkelen. Daar staat een flinke boete van 380 euro op. ,,Daarom ben ik hier. Dit was geen huftergedrag, ik wilde voorkomen dat er gevaarlijke situaties zouden voorkomen.”

Dat hier hoge boetes opstaan vindt ook Vincent meer dan terecht. Vluchtstroken zijn bedoeld voor hulpdiensten, dat ziet hij ook wel in. ,,Maar daar is verkeerstechnisch wat veranderd, het is er de laatste tijd zo enorm druk”, legt hij uit. ,,De strook zou daar echt langer gemaakt moeten worden en dat kán ook. Er gebeuren superveel ongelukken: je verwacht daar geen file. Mensen die de afrit moeten hebben, schieten er op het laatste moment tussen en dat gaat vaak maar net goed. En soms dus ook niet.”

Vincent heeft foto’s meegenomen van de situatie. De rechter kijkt ernaar, ook via Google Maps. ,,Ik reed hooguit 50 kilometer per uur, was ook niet gehaast of iets dergelijks. Ik wil alleen maar aangeven: ik deed dit om juist te anticiperen op het verkeer, om gevaarlijke situaties te voorkomen.”

De officier van justitie denkt daar anders over. ,,Het mag niet. Juist als je zoiets doet ontstaan er hachelijke situaties. Je mag daar niet rijden, dus verwachten mensen ook niet dat daar iemand rijdt.” Maar, voegt ze eraan toe: ,,Dat het geen hufteractie was, daar kan ik wel in meegaan. De redenatie is aannemelijk.” Ze wil daarom de boete op 380 euro houden, maar deze wel voor de helft voorwaardelijk. Vincent toont zich blij met de eis. ,,Het is een keuze die ik zelf maakte, ik werd nergens gedwongen. Ik probeerde gewoon mee te denken met de situatie.”

De rechter ziet niets in het voorwaardelijke deel van de boete. ,,Het mag niet, dus u verdient straf. Maar net als de officier van justitie vind ik dit geen hufteractie. Ik ga ervanuit dat u dit niet meer doet.” Vincent krijgt derhalve een boete van 190 euro.