‘Waarom kocht u geen retourtje?’

“Het was geen vakantie, we waren op bezoek bij mijn man in Marokko. Bouchra wilde haar vader heel graag zien”, sputtert de 39-jarige Aïcha tegen als de rechter de zaak voorleest en daarbij het woord ‘vakantie’ gebruikt. Dat woordje zint ‘r duidelijk niet, “we moesten gewoon weer eens naar haar vader.” Het verhaal waarom Aïcha hier deze ochtend bij de kantonrechter is, is echter helder. Ze kocht twee enkele reizen naar Marokko, maar de terugreis naar Nederland bleek onbetaalbaar. Alleen de bus was betaalbaar, maar zo’n busreis duurt meer dan drie dagen. Om die reden bleef dochtertje Bouchra meerdere dagen afwezig van school, zonder opgaaf van redenen. In Nederland geldt echter de leerplicht, waardoor Aïcha nu voor het gerecht staat.

“Hier staat dat u vanuit Marokko naar de school gebeld heeft, met de mededeling dat u ziek was. Dat lijken me twee verschillende verhalen?”, vraagt de rechter zich af. Aïcha protesteert. Dat telefoontje heeft ze nooit gepleegd. En Aïcha is het er ook zeker mee eens dat Bouchra gewoon naar school moet, maar de busreis terug was onvoorzien. De reis duurde simpelweg langer dan de bedoeling en dat spijt ‘r. Ze weet dat ze in overtreding is, maar een boete kan ze nooit betalen.

Dat beaamt een begeleider van Amarant, die ook in de rechtszaal aanwezig is. Aïcha heeft liever dat de begeleider het woord doet omtrent haar financiën. “Aïcha is al een tijdje bij ons. Ze heeft flinke schulden en het water komt tot aan haar lippen, dus we zitten met haar in de schuldsanering. Ze is het overzicht totaal kwijt, we werken er hard aan om haar zaken weer op orde te brengen”, vertelt de begeleider. Aïcha zelf zit wat beschaamd op haar stoel. “Wilt u hier nog iets aan toevoegen”, vraagt de rechter. Aïcha schudt haar hoofd voorzichtig.

“U heeft een zwaar strafbaar feit gepleegd”, begint de Officier van Justitie dreigend. “U gaat op vakantie –of op bezoek, zo u wil-, maar boekt een enkele reis. Waarom boekt u geen retour? U moest toch sowieso terug? In de rechtszaal noemen wij dit luxeverzuim: U bent naar Marokko gegaan zonder absolute noodzaak, ook niet voor Bouchra. U heeft zich wél ziek gemeld bij de school, omdat u zich realiseerde dat u langer weg zou blijven. Omdat u op dit moment al in zwaar financieel weer zit, wil ik u een voorwaardelijke boete geven van €675,-. Met andere woorden: als Bouchra nogmaals zonder opgaaf van redenen wegblijft, betaalt u én deze €675,- én de boete die er voor die absentie oplegd wordt. Dat is mijn eis.”

De rechter neemt de volledige eis over. Hij herhaalt de waarschuwing haast vaderlijk en kijkt Aïcha strak in de ogen. “Vanaf nu houdt u zich aan de leerplicht voor Bouchra, afgesproken?” Dat belooft Aïcha, met een hoorbare snik in haar stem.

De Kantonrechter

Autistische Frank gaat vaak met de trein

Deze Kantonrechter verscheen eerder op 31 oktober 2016 in BN DeStem:

De 22-jarige Frank uit Tilburg maakte eind 2014 en begin 2015 graag gebruik van de trein, zonder hiervoor te betalen. Voor twee zaken staat hij voor de kantonrechter, vijf andere feiten worden meegenomen in de straf.

De boetes gaan vooral om het traject Tilburg – Oisterwijk, éénmaal heeft Frank naar Roosendaal gereisd. “Ik moest daar naar het politiebureau. Ik werd verdacht van oplichting op het internet en was doodsbang dat ik de gevangenis in moest. Daar wil ik nooit meer in, dus ben met knikkende knieën naar Roosendaal gegaan. Ik was min of meer verplicht om een verklaring af te leggen en voelde zware dwang van de politie naar Roosendaal af te reizen”, verklaart Frank. Maar, zegt de rechter: “U bent niet gedwongen om zwart te reizen met de trein, of om gebruik te maken van de trein? Er waren immers talloze opties om op een wijze naar Roosendaal te reizen waardoor u hier niet hoefde te komen, toch?” De verdachte buigt z’n rug iets, weet dat de rechter hier ook een punt heeft.

De overige keren had Frank simpelweg geen geld, zoals hij eigenlijk z’n hele leven geen geld heeft. Hij wordt inmiddels begeleid door een bewindvoerder, ook aanwezig in de rechtszaal. “Frank heeft inmiddels nachtwerk in de kantine van een fabriek, dat gaat heel goed”, vertelt ze. Frank: “Dat vind ik heel leuk om te doen. Afwassen, broodjes maken, heel veel variatie. En het is drie uurtjes per nacht, wat ik fijn vind. Ik werk er zes of zeven dagen per week.” De bewindvoerder kijkt Frank aan, vraagt of ze ‘het’ mag zeggen. Frank knikt. “Frank is autistisch, heeft een laag IQ en heeft een stressstoornis. Er is veel gebeurd in z’n leven.”

Zij kan dan ook niet 100% garanderen dat alle zaken nu op tafel liggen. “Dat valt niemand echt kwalijk te nemen.” Voordat de bewindvoerder in beeld kwam, regelde Frank z’n eigen zaken. Dat heeft ‘m een schuld opgeleverd die ergens rond de 80.000 euro moet liggen. “Nu woont hij samen met z’n vriendin. Zij krijgen €40,- leefgeld per week.” De rechter kijkt vertederd naar Frank. “Dus jij werkt gewoon bijna elke dag? Dat lijkt me wel heel zwaar, toch?”, polst hij. “Ja, maar ik vind het heel leuk. Het is zwaar om ’s nachts te werken, maar ik slaap gewoon in de middag. Daarom is het nu ook zo vroeg voor me, drie uur geleden werkte ik nog.”

De officier van justitie kaart nog maar eens aan waarom het nodig is dat je betaalt voor je kaartje bij NS. “Maar ik kan je moeilijk een geldboete geven. De kans dat de politie dan toch over de vloer komt is erg groot, want die boete is niet te betalen, die zou €390,- per feit zijn. Ik wil je een werkstraf geven van 16 uur.” Frank toont zich tevreden. “Ik weet dat ik zoiets best kan regelen met mijn werk. Ik zal daar voor zorgen, zij kennen mijn situatie en weten dat ik daar nog dingen voor moet doen.”

verjaardagsfeestje

Serious Request: Verjaardagsfeestje in de trein gevierd

Serious Request: verjaardagsfeestje in de trein gevierd

BREDA – Dinsdag vierde Fernando z’n zevende verjaardag. Als verjaardagscadeau bood moeder Emilia Siadari uit Breda op een veilingitem van de NS, die zij aanboden voor Serious Request: een verjaardagsfeestje in de trein, met een eigen conducteur.

Ze won met een bedrag van 120,-. ,,We zouden met de trein naar Breda gaan, maar daar wonen we al. Dus vanmorgen zijn we eerst naar Utrecht gegaan. Prima, wij vinden reizen met de trein vooral heel leuk”, vertelt Emilia.

Van Utrecht naar Breda wordt het feestje met tien vriendjes en enkele ouders gevierd in de trein, met een ballonnenkunstenares en een heuse band: Mooi Weer Op Straat. ,,Iedereen kreeg een snoepzak, er was drinken, het was een heel feestje. Vooral de conducteur maakte indruk; hij controleerde natuurlijk ook de toegangsbewijzen”, vertelt Martijn Verhaegh van de NS.

Met het Hop-on, Hop-off-treintje werd de reis vanaf station Breda naar het Glazen Huis vervolmaakt, alwaar de check van 120,- werd aangeboden.

De recidivist

Op 28 april 2015 verscheen deze Kantonrechter in BN DeStem:

De 42-jarige Anthony Martina betaalt eigenlijk nooit voor z’n treinreizen. Wat dat betreft is het een recidivist. Hij moet zich dan ook andermaal verantwoorden bij de kantonrechter.

Anthony Martina loopt uiterst nonchalant naar z’n plaats en gaat languit zitten. Dit is duidelijk niet de eerste keer dat hij zich voor een rechter moet verantwoorden. Als de rechter z’n gegevens verifieert, antwoordt Martina na elke zin op bijzonder cynische wijze hetzelfde: “Ja, meneer.” De officier van justitie kijkt met grote ogen naar z’n scherm. “Ik zie dat u de laatste maanden… jeetje. Ik zie dat u de laatste zes maanden maar liefst 38 keer bent aangehouden wegens zwartrijden in de trein?”, verbaast hij zich. “Ja man, tot op Schiphol aan toe! Ik ging naar Curaçao en werd op Schiphol aangehouden. Ze zoeken me gewoon op. Maar waarom ben ik hier nu? De vorige keer heb ik met m’n advocaat en met de officier van justitie in Den Bosch afgesproken dat het nu wel klaar is met die boetes en gevangenissen.” De rechter neemt na deze opmerking de tijd om in het dossier te kijken. “Ik zie hier wel dat u eerder al tien weken in de gevangenis gezeten heeft in verband met zwartrijden in de trein en dat u vorig jaar zelfs vier maanden vast gezeten heeft?”, leest de rechter voor. Zowel de officier van justitie als de rechter kijken met enige verbazing naar Martina. “Ja, dat bedoel ik dus. Vier maanden gezeten, de afspraak was dat ik daarmee direct van alles af zou zijn”, betoogt Martina. De rechter denkt inmiddels te begrijpen wat deze ‘afspraak’ inhield, maar “als deze afspraak tussen de officier en uw advocaat gemaakt is, waar is uw advocaat nu dan?” Dat weet Martina niet, “het leek me niet nodig. Door vier maanden te zitten zou ik 100% clean zijn, qua boetes en straffen. Ik ben op 8 januari weer vrijgekomen en ben nu wel klaar met justitie. Ik ben moe van de gevangenis.” De rechter blijft verbaasd naar het dossier kijken. “Alle zaken die open staan, stammen nog uit 2013 en 2014”, stelt hij, “daar heeft u dus nog geen straf voor gehad. Maar waarom blijft u zwart reizen als u weet dat dat niet mag?” Martina kijkt geërgerd, maar blijft stil. “U woont in Tilburg zie ik, bent u hier zojuist ook met de trein gekomen?”, lijkt de rechter Martina uit de tent te willen lokken. Martina vult zelf aan: “Ja. En nee, ik heb niet betaald voor m’n kaartje.” De officier van justitie acht de vele overtredingen bewezen en eist vijf weken gevangenisstraf. “Pff, weer gevangenis. Ik wil dat u naar de afspraak met justitie in Den Bosch kijkt”, klaagt Martina. Dat neemt de rechter inderdaad mee. “Maar ik geef u wel straf, u gaat een week de cel in, met nog een tweede week voorwaardelijk. Er zijn teveel openstaande zaken. Betaalt u nou maar gewoon voor uw treinkaartjes, belooft u me dat?” Martina geeft geen antwoord, maar loopt weer net zo nonchalant de rechtszaal uit.

perrongeluk

Trein gemist

Trein gemist

Het fluitje van de conducteur klinkt schel, de deuren van de trein gaan dicht. Nog eenmaal kijkt de conducteur over het perron, voordat hij ook de laatste deur sluit. Als de trein in beweging komt, verschijnt er toch een grote groep mensen op het perron. Aan de traditionele klederdracht te zien zijn het Afrikanen. Te laat. De groep hoort duidelijk bij elkaar en reageert vol dramatiek op deze gemiste trein. De één heft de handen ten hemel, twee mensen vallen elkaar in de armen en er klinkt even wat paniek.

Er is direct druk overleg bij de mannen van de groep, een vrouw begint te huilen. Ook het overleg tussen de mannen levert eigenlijk vooral paniek en teleurstelling op, totdat één van de mannen verheugd naar het vertrekbord wijst en de rest op het bord attendeert. Vol verbazing en tegelijkertijd vol ongeloof kijkt de groep naar het vertrekbord en een van de mannen komt mijn richting op, gevolgd door de rest van de groep. Hij spreekt me aan in het gebrekkig Engels, met een mooie Afrikaanse tongval. “Hallo meneer, wij hebben net de trein gemist, maar klopt het dat er straks nóg een trein naar Tilburg gaat?”, vraagt de man vol verwondering en hoop in z’n stem.

Ik beaam dat en geef aan dat er zes treinen per uur naar Tilburg rijden. De opluchting is op z’n gezicht te lezen, maar er is ook grote verbazing. “Ongelofelijk, wat een geluk. We misten gewoon nét de trein naar Tilburg en dat was een grote ramp. We zijn een dansgezelschap uit Afrika en we hebben vanavond een optreden in Tilburg. We moesten daarom per sé deze trein hebben, dat stond op ons papiertje. Net dachten we dus even dat we helemaal voor niets helemaal naar Nederland waren gekomen. Dat was dus best een drama, we dachten dat er maar één trein per dag naar Tilburg zou gaan…”

perrongeluk

Duimpje

Een oudere vrouw loopt moeizaam mijn kant op. “Meneer, is dit spoor 6? En vertrekt hier de trein naar Eindhoven?” Ik bevestig. De vertreksporen zijn door de verbouwing wat veranderd, dus ik heb al informatie opgezocht en kan de reizigers weer de goede kant op sturen.  “Gelukkig. Ik heb onlangs een nieuwe knie gekregen, dus het lopen gaat nog moeizaam. Er zijn nog geen liften of roltrappen hier, door de verbouwing. Nogmaals een trap af en op was niet prettig geweest, gelukkig staan we meteen goed!” Ze bedankt me, zwaait vriendelijk naar me en vertelt het goede nieuws aan haar man.

De man kijkt vertederd naar haar als ze praat. Hij glimlacht naar me en hij steekt z’n duim op na het horen van het goede nieuws.

Het begint ineens te regenen. Het stel staat net niet onder het afdak en wordt dus nat. Uiteraard verhuizen ze tot ze droog staan, wat neerkomt op een klein stapje naar achteren. De man glimlacht naar me, knikt tevreden nu ze droog staan en steekt z’n duim op.

Het perron wordt drukker en de meeste mensen verzamelen zich om het stel heen, allen onder het afdak. Het stel gaat dicht tegen elkaar staan. De man kijkt naar de drukte, glimlacht naar me, rolt kort met z’n ogen maar knikt toch vrolijk. Hij steekt z’n duim naar me op.

Onweer. Knallen. Gebulder. Men schrikt en wacht af. De man houdt z’n geschrokken vrouw stevig vast, zelf is ie niet zo onder de indruk. Hij kijkt me aan, trekt een overdreven verschrikt hoofd en glimlacht weer. Stoer en met een grijns schudt hij z’n hoofd en steekt z’n duim weer naar me op.

Het onweer zet niet door, het blijft echter wel regenen. Door de wind staat het stel soms toch in de regen, maar door de drukte onder het afdak hebben ze weinig bewegingsruimte. De man zorgt ervoor dat z’n vrouw droog blijft, z’n paarse shirt wordt echter langzaam nat. Hij kijkt me aan en veegt demonstratief de regen van z’n schouders. Hij glimlacht en steekt z’n duim wederom naar me op.

De trein naar Eindhoven arriveert. Kort is daar paniek. “Is dit ‘m?” Het stel kijkt vluchtig rond en tegelijkertijd kijken ze mij aan, in de hoop op een antwoord. Ik glimlach naar ze en knik naar de trein. Ik steek m’n duim op, ten teken dat ze goed zitten. De man beantwoordt met een grijns, het stel zwaait naar me en ze stappen in.

perrongeluk

De geest van station Breda

Het gebeurt soms dat ik ná mijn dienst nog even iemand pauze moet geven in een ander verkooppunt. Dus, dan verlaat ik verkooppunt A en geef de medewerker in verkooppunt B een half uurtje pauze.

Goedemiddag, ik… Hè? Ik heb net toch koffie bij jou gehaald of… Hè?” Een vrouw kijkt me verward aan. Onderzoekend. Ze probeert zich een voorstelling te maken van die jongen die haar zojuist geholpen heeft en die lijkt toch verdacht veel op de jongen die nu voor haar staat.

Dat was hij toch?“, lijkt ze te denken, maar ze vindt het duidelijk vreemd en moeilijk te plaatsen. Ik beken direct: “Klopt, ik ben het, ik ben een soort geest die door station Breda zweeft en overal plotseling kan opduiken“, antwoord ik met een grijns. Dat grapje komt niet direct aan. Ze blijft me onderzoekend en verward aankijken. De trein arriveert. “Houdt u uw kaartje maar alvast gereed, ik ben straks óók uw conducteur en de controle begint snel na vertrek van de trein“, plaag ik ‘r. “Eh… ja, nee, kaartje zit hier hoor… Ik… ga de trein in…, fijne middag” en vluchtig rent ze de trein in.

perrongeluk

Ontevreden collega’s

“Ja, ik weet het niet hoor. Wat heeft hij vandaag nou precies gedaan dan? Hij deed volgens mij echt een uur over dat mailtje en hij heeft een computer verhuisd, waar ie ook echt lang over deed. En verder?”

De jongen die praat loopt voorop en neemt plaats aan het raampje in een vierzitsbankje. De andere drie komen erbij zitten. “Hij doet ook niks! Kijk, ik ben hier binnengekomen door een stage. Ik heb die kans gewoon aangegrepen, keihard gewerkt, keihard m’n best gedaan en heb daardoor een contract gekregen. Verdiend! Wat heeft hij nu bewezen? Ik snap werkelijk niet dat hij er nog steeds is!”

De duidelijk jongste jongen heeft rode wangen en is fel. “Mja, het is toch de taak van Hans vind ik hoor. Hij is de leidinggevende. Nou weet ik wel dat dit soort dingen heel moeilijk zijn en ik weet ook dat hij absoluut geen leider ís, maar het is toch zijn taak”, zegt een derde jongen. “Hans is wel een goede leider, of in ieder geval een goede motivator. Hij heeft altijd gemotiveerd personeel gehad en weet ons altijd goed te sturen, maar heeft gewoon geen ervaring met dit soort situaties. Kijk, die lieve jongen is er pas een paar weken, het is voor ons allemaal even wennen om er zo iemand bij te hebben dus voor Hans ook. Hij heeft gewoon de tijd nodig”, zegt de vierde op rustige toon. De jongste denkt na, maar je ziet aan z’n gezicht dat ie zich al weken opvreet en zich al weken ergert. Maar hij houdt zich nu wijselijk stil. “Echt, rustig nou maar. Misschien verbetert het nog en zo niet, dan onderneemt Hans echt wel actie, eventueel in samenspraak met ons toch. We kunnen Hans misschien volgende week even apart nemen, want ik ben het met je eens dat dit niet al té lang meer moet duren”. De jongste lijkt te bedaren en de vier pakken hun spullen. De trein stopt, de vier lopen stilzwijgend naar buiten.

Ik vermoed dat er binnenkort een vacature vrijkomt, omgeving Oss.

perrongeluk

Totaal onbegrip

Een jongen kijkt langdurig en hoofdschuddend naar de digitale vertrekborden. Het onbegrip is van zijn gezicht te lezen en na enkele minuten zoekt hij zijn toevlucht tot de alom bekende gele borden. Ook hier vindt hij niet de gewenste informatie, waarna hij zich tot mij wendt.

“Meneer, ik zie overal de vertréktijden staan, maar kan ik ook zien wat de áánkomsttijden van de treinen zijn?”, vraagt ie. “Nee, die informatie staat nergens, maar misschien kan ik je helpen. Op welke trein wacht je?”, probeer ik behulpzaam te zijn.

“Ik wacht op iemand uit Roosendaal”, zegt ie. De trein vanuit Roosendaal is de trein náár Zwolle, dus de aankomsttijd van de trein uit Roosendaal is feitelijk de vertrektijd van de trein naar Zwolle, is mijn ietwat wiskundige formule. “Nee, dat klopt niet. Die trein gaat namelijk eerst naar Tilburg, dat staat er toch?”, zegt ie vol onbegrip. Ik vertel ‘m dat de trein náár Zwolle toe vanuit Roosendaal om 22:10 in Breda aankomt en vervolgens via Tilburg en ’s Hertogenbosch richting Zwolle rijdt. “Hè? Nee, je begrijpt me niet. Ik wil weten hoe laat de trein uit Roosendaal hier in Breda komt. De trein naar Zwolle of Tilburg of wat je ook zegt maken me niet zoveel uit hoor, hoe laat komt de trein uit Roosendaal hier is de vraag?”, blijft ie vol onbegrip. “De trein uit Roosendaal arriveert hier om 22:10”, probeer ik het wat simpeler te houden, zonder moeilijke wiskundige formules. “Ja maar… Weet je wat, je begrijpt me niet. Ik vraag het wel even aan iemand anders…”, sluit ie af.

Ik begrijp nu hoe mijn wiskundelerares op de middelbare school zich voelde.

perrongeluk

Jacques

Een echte held van het perron is Jacques. Jacques is geestelijk gehandicapt en ervan overtuigd dat ie bij de spoorwegen werkt. Van 12 tot 5 is ie op het station te vinden, hij is alleen in dienst als ie z’n stropdas om heeft.

Hij vertelt mensen op kenmerkende manier welke trein ze moeten hebben en bij vertragingen loopt ie iedereen af om die vertraging door te geven. Hij adviseert de mensen soms gevraagd, maar meestal ongevraagd. Om half 4 precies heeft ie pauze en koopt een gehaktstaaf met mayonaise. Die eet ie dan vlak voor me op, met een twinkeling in z’n ogen. Z’n eetgewoonten zijn niet bevorderlijk voor je eigen eetlust.

Een held dus, die ik helaas wel eens op strenge en boze toon gevraagd heb niet bij mij te blijven staan en gewoon naar huis te gaan. Door de vele vertragingen was de koffie gratis en de mensen stuk voor stuk chagrijnig. Jacques, op vrolijke toon: “als de koffie gratis is, komen jullie wel hè, jaaaajaaaaa!” Leek me wat ongepast.