perrongeluk

Onder stroom

Meneer, zou mijn telefoon even opgeladen kunnen worden in uw winkel?”, informeert een meisje van ongeveer 27 bij me. “Het treinverkeer zit me vandaag tegen en ik moet echt even bellen, maar mijn telefoon is leeg”, vertelt ze terwijl ze haar telefoon en oplader aan me overhandigt. De nood is duidelijk hoog; Ze maakt een wat gefrustreerde indruk en ze positioneert zichzelf ongeveer twee meter van de winkel. Hier wacht ze op de trein en kan ze snel haar telefoon weer terugvragen.

Goedenavond. Misschien stomme vraag hoor, maar zou ik mijn telefoon alsjeblieft kunnen opladen bij je?”, vraagt een man van ongeveer 29 aan me. Niet helemaal de bedoeling om als oplaadpunt te fungeren, maar vooruit.“Ah, thanks. Ik móet zo echt even bellen dat ik wat later kom, maar daar heb ik nu geen batterij meer voor”, reageert de jongen opgelucht als hij zijn oplader en telefoon aan me geeft. “Irritant hè, ik heb hetzelfde, mijn telefoon ligt daar ook”, reageert het meisje op ons onderhoud. De jongen draait zich naar haar toe en ik hoor dat ze hun frustraties aan elkaar vertellen.

Na vijf minuten zie ik echter een brede glimlach ontstaan op het gezicht van het meisje. Ze kijkt de jongen flirtend aan en de jongen flirt opzichtig terug. Het gesprek heeft een andere wending gekregen, de twee praten vrolijk en blijven elkaar recht aankijken. De jongen stelt zichzelf voor, het meisje beantwoordt zijn hand en ze houden elkaars hand langer vast dan de etiquettes zouden voorschrijven. Er springt zowaar merkbaar een vonk over, de ogen constant op elkaar gericht, de lach op beide gezichten wordt er niet minder op.

De trein komt elk moment binnen en de twee komen naar me toe om hun telefoons terug te vragen. Samen lopen ze naar de trein, hun telefoons al in de aanslag om nummers uit te wisselen.

perrongeluk

Twintig keer pijpen

Vlak voor me wordt een jongen gebeld.

“Heej, ja, we zijn er!”

(…)
“Nee, meen je niet”
(…)
“Ja, godverdomme, we zijn er net!”
(…)
“Aaah, wat een kuthoer joh, had ze dat niet eerder kunnen bedenken”
(…)
“Ja, en nu dan? We gaan echt niet dat hele takkestuk terug hoor”
(…)
“Sjesus, ze moet me echt minstens 20 keer pijpen voor ik ‘r dit vergeef!”
(…)
“Oh… nou ja, wens ‘r maar beterschap, ik zie je binnenkort wel weer”

Vriend: “En?”
Beller: “Ze heeft afgezegd, we kunnen weer naar huis”

Goh.

perrongeluk

Duur telefoontje

Een lieve, oudere, buitenlandse dame vraagt op vriendelijke toon of er een openbare telefoon op het station is. Helaas, die heeft de huidige verbouwing van het station niet overleefd. Ze vraagt of ze mijn mobiel mag lenen en wil daar gerust een euro voor betalen.

Normaliter zeg ik sowieso ‘nee’ tijdens het werken, maar ik ben in een goede bui en leen ‘r m’n telefoon. Ze houdt het betrekkelijk kort (5 minuten), bedankt me en neemt afscheid. Mijn telefoongeschiedenis toont een erg lang nummer. Volgens google is het Brazilië, ik leen ‘m nu écht nooit meer uit.