perrongeluk

Trucje

Een man komt naar me toe en bestelt op vriendelijke wijze een sandwich met kip. Hij wil er een blikje Red Bull bij en ook twee rolletjes Mentos. Voorts wil hij graag twee Twixen, een pakje Marlboro, een pakje Marlboro shag, vloeitjes, een pakje Vifit en een aansteker.

Hij doet de tabak in z’n zak en vraagt voor de rest een tasje. Hij wil pinnen, maar komt erachter dat z’n pinpas nog in de auto ligt. Hij belooft direct terug te komen om te betalen.

Uw blogger is echter scherp en vraagt de tabak terug. Hij ontkent dat ie de tabak al heeft, maar mijn duidelijke overtuiging en de politie achter hem, doen ‘m besluiten de tabak terug te geven. “Krijg je straks mee als je betaald hebt”, zeg ik bijdehand.

Doorzichtig trucje. Grote bestelling doen en op die manier verwarring scheppen en de tabak mee jatten. Onsympathiek trucje ook.

perrongeluk

Oude man, deel 2

Al sinds het begin van dit blog realiseer ik me dat ik ooit oog in oog kom te staan met het hoofdpersonage van zo’n blog. Natuurlijk probeer ik ieder personage met respect te omschrijven, waardoor ik niet heel bevreesd hoef te zijn. Denk ik, dan. Dacht ik, dan.

Want zojuist kwam de ‘Oude Man’ van onderstaand verhaal (blz 14 uit de bundel) langs.

“Zeg. Ik las in een blaadje in de bus over jouw boekje. Dat vond ik nou zó leuk, ik herkende je en ik wil deze natuurlijk graag van je kopen”.
Natuurlijk ben ik me er direct van bewust dat hij zo’n hoofdpersonage is, maar zo’n verhaal kan ik niet direct oplepelen. Ik weet alleen dat het een leuk, positief verhaal is en dus vertel ik enthousiast dat hij erin staat en ik zoek zijn verhaal op. Het verhaal heet ‘Oude Man’ en ik kijk ‘m wat beschaamd aan. “Ach, ik bén toch ook een oude man, da’s echt een prima titel hoor”. Hij koopt ‘m en zegt ‘m meteen te gaan lezen, buiten mijn zicht.

Als hij weg is, lees ik z’n verhaal nog eens. ‘Paarse neus’, ‘waarschijnlijk dood’, ‘al afscheid genomen’; ik voel dat ik bloos. Dat ik me naar voel. Dat ik door de grond wil zakken. M’n hart gaat tekeer. Lijkt me niet heel leuk om over jezelf te lezen. Bah.

Hij houdt me maar kort in spanning. “Mooi verhaal hoor, ik snap dat je me op die wijze omschrijft. Ik snap dat je me zo ziet en ik vond het een mooie zorg van je. Natuurlijk raar dat je al afscheid van me genomen had, maar ik begrijp het. Maar ik word 100, dus voorlopig blijf ik langskomen. En tuurlijk is het geen belediging, jij hebt ook een rare neus”.

(Oké, dat laatste zei ie niet, maar anders had ik geen leuke afsluiter).

perrongeluk

Een laaiende rookster

Het immer gezellige Zwijndrecht. Een jong meisje van ongeveer 14 komt in de winkel. Ze bestelt twee grote pakjes Marlboro en een kleine Marlboro light. Ik vraag haar legitimatiebewijs en ze erkent direct te jong te zijn. Ze vertelt dat ze de sigaretten namens iemand haalt en geeft me een telefoonnummer. De ‘mevrouw’ waarvoor ze de sigaretten haalt heeft het ‘erg druk’, dus moest zij even lopen.

Zoals bekend is de wetgeving omtrent sigaretten flink streng en ik moet haar dan ook teleurstellen: het is nu eenmaal verboden om sigaretten mee te geven aan jongeren. Ook als ik het nummer zou bellen, zou ik in overtreding zijn.

Slechts enkele minuten later komt een vrouw kwaad de winkel binnen. Kwaad? Nee, laaiend. Dat het ‘intens kankertriest’ is dat ik voor een paar sigaretjes zo ‘dom moeilijk’ doe en dat ik me ‘niet zo strak aan die domme kankerregeltjes moest houden’. Sorry, aan sommige regels houd ik me. Ze doet de bestelling opnieuw. De sigaretten kosten 22,- maar ze heeft slechts 20 euro bij zich. “Kanker! Kom ik die twee euro zo nog wel effe brengen” en ze stopt de sigaretten in haar tas. “Nou, geeft u de sigaretten nog maar even terug, als u 22,- heeft krijgt u ze mee”, vraag ik vriendelijk, maar resoluut. Haast agressief draait ze zich om, smijt de sigaretten op de balie en roept: “Godver, kankerjong, steek die sigaretten heel diep in je kankerreet!”

Heb ik niet gedaan, het lijkt me gewoon niet prettig aanvoelen. Ik heb ze netjes terug in het rek gedaan en de bestelling geannuleerd. Gestresst type, die mevrouw. Grofgebekt ook.

perrongeluk

Half uurtje wachten

Zaterdagochtend, omstreeks 6.40. Het is nog donker en de regen zorgt voor een wat mistroostige sfeer. Er zijn al diverse mensen in de stationshal. Sommigen hebben een donker hoekje opgezocht en slapen, anderen zitten diep weggedoken met een capuchon over het hoofd. Er is geen enkele actie. Mistroostig dus, ik zei het al. En een raar sfeertje.

‘Mijn’ winkel is afgesloten met een rolluik. Het luik is doorzichtig en op het moment dat ik arriveer, staat een man precies op de plek waar straks m’n klanten komen. Hij kijkt naar binnen richting de sigaretten en staat volledig stil. Als ik de winkel binnen kom en de lichten aan zet, kijkt hij naar mij, volgt nauwlettend m’n bewegingen. Ik moet echter toch echt enkele plichtplegingen doen voordat ik open kan.

Als ik m’n tijdschriften buiten zet, wens ik ‘m een goedemorgen. Hij vraagt hoe laat ik open ga en besluit te wachten. Ik voel z’n ogen tot 7.00 in m’n nek. Telkens als ik op kijk, ontmoet ik z’n starende blik. Irritant, je zou er de zenuwen van krijgen.

Ik open het rolluik, de man kijkt me strak aan. “Goedemorgen, eindelijk open en eindelijk aan de beurt: zegt u het maar”, verwelkom ik. De man wendt z’n hoofd weg en kijkt naar de sigaretten. “U heeft geen sigaren zo te zien, laat maar dan” en hij loopt weg, naar buiten, de regen in.

perrongeluk

Eigen ruiten ingooien

Twee meisjes komen naar me toe en één van hen bestelt zelfverzekerd een pakje sigaretten. Ze lijkt me duidelijk rond de 19-20 dus een id-controle is niet nodig. “Zou ik trouwens één euro mogen pinnen en vijf euro cash mogen betalen? M’n ouders mogen niet weten dat ik sigaretten koop.”

Toch id-controle, 15 jaar. Een typisch voorbeeld van je eigen ruiten ingooien.

perrongeluk

Kaarsje in de kerk

Een vaste klant is een vrouw van zeker 75. Ze is altijd kleurrijk en stijlvol gekleed. Ze heeft altijd een roze of paarse hoedje op en is elke dag mooi opgemaakt. Haar pretoogjes en vrolijkheid vallen echter het meeste op. Charmant is ze ook: “dag lieve jongen, heeft u voor mij zo’n lekker pakje Camel?”

Inmiddels weet ik dat ze Camel zal bestellen en ik leg het pakje bij haar komst dan ook al op de toonbank. Ik verwelkom haar dan net zo hartelijk: “goedemorgen jongedame, pakje Camel voor u?” Zij: “hihi, dat heb je goed onthouden hoor meneer, hartstikke fijn”, en ze rekent af.

Zojuist kwam ze weer en vroeg ze hoe het met mijn studie ging. Ik antwoordde dat ik reeds afgestudeerd ben maar dat ik nog altijd geen baan gevonden heb. Haar reactie: “och lieve schat, wat vervelend. Ik ga nu naar de Lieve Vrouwekerk en zal een kaarsje voor je aansteken. Als we daar samen in geloven, komt het goed. Het gezegde van de kerk luidt immers: ‘de vrouwe zal je de goede richting in douwe,’ denk daar maar aan!”

perrongeluk

Immer nors

Een vaste klant is een brede, norse, zwarte kerel. Als hij zijn beltegoed of sigaretten koopt, bestelt ie dat nors met één woord, loopt twee meter naar achteren en checkt langskomende vrouwen. Zijn versierpogingen totnutoe beperken zich tot “hey, psst”.

Nors en ook ergens wel een beetje eng dus. Zojuist wilde ie beltegoed, maar ik kreeg een foutmelding. Zonder wat te zeggen griste hij zijn geld terug en liep weg.

En kwam terug, voor sigaretten. Met een flauwe grijns zeg ik dat ik die wél kan verkopen. Hij kijkt me aan en het onmogelijke gebeurt: hij begint keihard te lachen. De slappe lach zelfs en hij zwaait bij het weglopen.

Zo leuk was de grap niet, maar dit is zo’n prestatie, dat ik ‘m op m’n cv zet.

perrongeluk

Kartelvorming

Een jongen bestelt een rode Rizzla vloei. Die verkopen we niet, dus ik bied ‘m een alternatief, Mascotte vloei, aan.

“Waarom hebben jullie nergens Rizzla dan?”, vraagt ie.

“Tja, één bedrijf, één assortiment, we verkopen dus overal alleen deze vloei”, verklaar ik.
“Pff, pure kartelvorming…”
“Ach, de buren hebben het wel en daar is het ook 5 cent goedkoper…”
“ja, en?” hij kijkt me aan, schudt z’n hoofd meewarig en hij loopt wat geïrriteerd weg, maar niet naar de buren.

Snap ik het niet of snapt hij het niet?

perrongeluk

Grote Pall Mall

Een oude man schuifelt traag naar me toe en legt z’n wandelstok op een verhoging, haalt zwaar adem en bestelt twee grote pakjes Pall Mall. Zuchtend en steunend bestelt ie ze, maar altijd op bijzonder vriendelijke wijze. Z’n paarse neus valt op in z’n flink verouderde gezicht. Vrijwel dagelijks komt ie sigaretten halen en het doet me toch wel wat als ik besef dat de dag dat deze man niet meer opdaagt weldra zal komen.

En inderdaad, plotseling komt ie niet meer. Ik realiseer het me vrij snel en weet zeker dat ie overleden moet zijn. Ik vraag het zelfs aan collega’s en ook zij zien de man nooit meer. Weken gaan voorbij, maanden. Het is zonde, in m’n hoofd neem ik afscheid van ‘m.

En ineens, ineens. Ineens schuifelt ie weer om de hoek naar me toe. Legt z’n wandelstok op de verhoging, haalt diep en zwaar adem en bestelt…
“Twee pakjes Pall Mall, neem ik aan?” zeg ik.
Hij kijkt op.
“Wel verdomd, jij bent hier ook niet weg te slaan hè?” Een glimlach, mooi.
“Meneer, zolang u hier komt ga ik niet weg hoor!”, lieg ik.
“Dat vind ik fijn, want voorlopig ga ik nog niet weg, ik kom je nog wel een paar keer lastigvallen om sigaretten te halen. Goed onthouden trouwens, twee grote Pall Mall”
“Astemblief, weer een voorraadje”
“Tot morgen ja… Tot morgen?”
“Tot morgen”

perrongeluk

Oude man

Een oude man schuifelt traag naar me toe en legt z’n wandelstok op een verhoging, haalt zwaar adem en bestelt twee grote pakjes Pall Mall. Zuchtend en steunend bestelt ie ze, maar altijd op bijzonder vriendelijke wijze. Z’n paarse neus valt op in z’n flink verouderde gezicht. Vrijwel dagelijks komt ie sigaretten halen en het doet me toch wel wat als ik besef dat de dag dat deze man niet meer opdaagt weldra zal komen.

En inderdaad, plotseling komt ie niet meer. Ik realiseer het me vrij snel en weet zeker dat ie overleden moet zijn. Ik vraag het zelfs aan collega’s en ook zij zien de man nooit meer. Weken gaan voorbij, maanden. Het is zonde, in m’n hoofd neem ik afscheid van ‘m.

En ineens, ineens. Ineens schuifelt ie weer om de hoek naar me toe. Legt z’n wandelstok op de verhoging, haalt diep en zwaar adem en bestelt…
“Twee pakjes Pall Mall, neem ik aan?” zeg ik.
Hij kijkt op.
“Wel verdomd, jij bent hier ook niet weg te slaan hè?” Een glimlach, mooi.
“Meneer, zolang u hier komt ga ik niet weg hoor!”, lieg ik.
“Dat vind ik fijn, want voorlopig ga ik nog niet weg, ik kom je nog wel een paar keer lastigvallen om sigaretten te halen. Goed onthouden trouwens, twee grote Pall Mall”
“Astemblief, weer een voorraadje”
“Tot morgen ja… Tot morgen?”
“Tot morgen”

(Note: Op 5 juni 2014 is ‘de oude man’ overleden. Lees hier de bijzondere mail die ik van zijn zoon ontving).