De transactie

“Ik durf het haast niet te vragen, maar ik doe het toch: mag ik dát saucijzenbroodje van je overnemen?”, wijst de man heel specifiek een van de broodjes aan.

De man is ongeveer 60, maar z’n pretoogjes verraden een kinderlijke bui. “Precies díe?” en ik wil ‘m het broodje al overhandigen, maar hij onderbreekt me en kijkt me ernstig aan. “Ik ben me er echt wel van bewust dat het je pijn zal doen en dat het afscheid van dat broodje je zwaar zal vallen”, vertelt de man ernstig en vol mededogen, “maar ik wil je verzekeren dat het broodje ook bij mij echt in goede handen is.”

Ik probeer de man te peilen, hij kijkt me zo serieus mogelijk aan. “Tja, het is wel mijn favoriete broodje, waarom neemt u het saucijzenbroodje ernáást niet?”, speel ik het spelletje mee. “Ik wist dat je dat ging vragen, maar ik wil echt dát saucijzenbroodje.” Er valt een stilte. “Nou, vooruit dan maar. Het doet me pijn, maar het is duidelijk dat u er op staat. Het broodje is gewoon voor u, niks aan te doen. Ja, ik zal ‘m missen, maar dat is wellicht het lot als je werkt in een winkel als deze. Soms moet je afscheid nemen…”, somber ik.

De man kijkt me vol medelijden aan. “Wacht, wácht!”, roept hij. Hij loopt naar de servetten toe en pakt twee velletjes. “Alsjeblieft. Eentje voor mij en eentje voor jou, om je tranen mee af te vegen als ik eenmaal weg ben”, biedt hij me een servetje aan. “Wauw! Nu weet ik pas zeker dat het saucijzenbroodje bij u in goede handen is en dat u het met net zoveel respect behandelt als dat ik dat deed”, haal ik opgelucht adem, “het servetje is dan ook niet nodig, ik heb er nu een heel goed gevoel bij”, verzeker ik de man. De transactie geschiedt, het broodje wisselt van eigenaar. Drie minuten later komt de man terug. Hij loopt traag en vol drama richting de vuilnisbak. Hij kijkt me aan en wrijft met gespeeld verdriet met het servetje in z’n ogen. “Pfoeh. Toen ik het broodje eenmaal op had, voelde ik wat jij voelde. Ik mis ‘m nu ook. Ineens realiseerde ik me dat het broodje niet meer is. Hij is nu volledig verpulverd en landt momenteel in mijn buik. Moge het broodje rusten in vrede.” Uit respect hebben we een momentje stilte in acht genomen.

perrongeluk

Waar zijn ze?

Dancetour in de stad betekent traditioneel de drukste dag van het jaar op het station. Een continue rij voor m’n neus en ze willen allen eigenlijk maar één ding: Drinken. En wat te roken. En soms wat te eten.

Door de drukte staan we met z’n tweeën. Op dit moment helpt mijn collega en ik zorg dat alles aangevuld is en blijft. Een jongen staat naast die rij, voor ons raam. Hij kijkt mij aan en zegt wat, maar door het lawaai en door dat raam, komt er niet eens geluid binnen. Ik wijs ‘m op het raam, hij besluit voor de rij te dringen.

Brooje deuner…” Ik wijs naar de dönerzaak. “Maa… kwil een brooje deuner van jou man, geev me gewoon een brooje deuner…” Ik moet ‘m teleurstellen, maar hij houdt vol. “Ahjoh, brooje deuner mè gnovlook, ja toch!” Ik wijs ‘m op de saucijzenbroodjes, in de hoop dat ie dan maar wat koopt. “Suseisje! Dazsz ook goed“. Ik leg het saucijzenbroodje met servetje op de toonbank, hij zoekt geld. Inmiddels gaat m’n collega verder met ‘de rij’. De jongen zoekt in z’n zakken, portemonnee en in z’n kleine tasje.

Vijf minuten later heeft ie geld gevonden. Ik heb het broodje inmiddels allang weer weggehaald, maar hij is z’n bestelling sowieso vergeten. “Hejju ook cola?” Hebben we. “Hoe duur?” en hij geeft me 23 cent. “Da’s nie genoeg hè… maar…“, en hij draait zich om, naar de menigte. “Jongens, kan iemand me zponzeren? Jonges? Ej, jongens?“, draait zich weer naar mij toe, “Waar zijn m’n vrienden nou weer…

Held.

perrongeluk

Chique oud en nieuw

Het is rustig vandaag. Stil. Ik kijk uit over een verlaten perron, fantaserend over dat eerste biertje later deze avond.

Een vrouw betreedt het perron. Ze zal ongeveer 55 zijn. Ze is bijzonder stijlvol en klassiek gekleed, klaar voor een chique feest. Een mooie zwarte, strakke jurk laat haar slanke lijf goed voor de dag komen. Er is decolleté aanwezig, maar verre van ordinair. De jurk is tot net boven de knieën, maar rond de benen niet strak. Ze draagt een donkere panty met twee ‘schattige’, zwarte schoentjes met korte hakjes aan haar voeten. Een lange grijze jas verwarmt het geheel. Ook hier klasse; het stofje, de details en de vorm van de jas zijn tot in de puntjes perfect. Een jas die je in het dagelijks leven niet aan zal trekken.

Om haar nek hangt een rijkelijk versierde collier. Opvallend zijn de roodgeverfde haren en de diverse kleurrijke tinten in haar make-up.

Classy.

Ze komt naar me toegelopen. “Godskolere, wat zijn die tassen zwaar. Doe mij twee sosaaizebrojkes, ik moetun bojemke leggen voor vanavond en ik hènonnie gegete. Ik heb al veel te lang nie gezôpe, dus vanavond ga ik me lam zuipe. Fijne avond jij!”

perrongeluk

Slecht humeur

Het is niet meer dan logisch dat een slecht humeur moeilijk samengaat met opdringerige verkopers. Dus als ik een zware frustratie aan de andere kant van de balie merk, schakel ik over op een oppervlakkige, snelle modus. Dat in ogenschouw nemend:

“Mag ik een saucijzenbroodje?”

“Wilt u ‘m op een servetje, of zal ik ‘m inpakken?”
“NEE! GEWOON, EEN BROODJE!”
“Oké…” En we rekenen stilzwijgend af. De sfeer is eigenlijk om te snijden en dus wekt het op de lachspieren als ie zegt: “… Zou je het broodje tóch in willen pakken? Enne… Sorry voor m’n reactie…”