Santa Marta: gewapende overval

Santa Marta: gewapende overval

De tiener loopt al zeker vijf seconden naast me. ,,Hola amigo, cómo estás?”, vraagt hij plots. Hij is gekleed in het Catalaanse uitshirt van FC Barcelona en kijkt me wat gejaagd aan. Ikzelf ben bepakt en bezakt: ik verlaat met heel mijn hebben en houwen Santa Marta, op weg naar een volgende bestemming. De bus vertrekt vanuit deze buurt, die bij een eerder bezoek al ietwat gevaarlijk en ongemakkelijk aanvoelt.

,,Bien! Gracias, y tú?”, beantwoord ik naar waarheid en zo joviaal mogelijk, me terdege bewust van potentieel gevaar. ,,Bien. Tu móvil, por favor”, zegt de jongen op gedempte toon. Hij laat een glinsterend mes zien, met een lemmet van zo’n twintig centimeter. De timing van deze gewapende overval kan niet slechter: we passeren nét een restaurant; de deuren staan wagenwijd open. Zonder te twijfelen sla ik af naar rechts en loop er naar binnen. Een serveerster vangt me vrolijk op en vraagt of ik een tafeltje wens; ik ben de jongen direct kwijt. Ik geef aan dat ik zojuist ontsnapte aan een gewapende overval. Ze kijkt me ongeïnteresseerd en droogjes aan en haalt haar schouders op en gaat verder met haar werk.

Eerlijk en oprecht: ik had met enorm veel plezier deze jongen achtervolgd en hem uit willen leggen hoe hij dit een volgende keer aan moet pakken. Want dat hier lering door hem uitgetrokken zou moeten worden, dat lijkt me helder.

Ciudad Perdida

Ciudad Perdida

Van 4 tot en met 7 januari liep ik The Lost City Trek, ofwel: Ciudad Perdida. Een vierdaagse tocht naar de verloren stad. 23,3 kilometer heen, 23,3 kilometer terug. Nog een bijnaam? ‘De Groene Hel’, of: ‘Het Groene Vuur’. En die bijnaam is niet geheel onterecht, mijns inziens.

Kort: eerst rijd je met een busje vanuit Santa Marta in anderhalf uur naar verzamelpunt Guachuca. Vanuit die plek ga je nogmaals anderhalf uur met een 4×4 de wildernis van Sierra Nevada de Santa Marta in, naar het laatste stenen dorpje Machete Pelao. Kortom, je start al ver van de echte bewoonde wereld. Eenmaal midden in de jungle hike je op de eerste dag zo’n vijf uur naar het eerste kamp. In ons geval: door de regen en de modder bergop.

Nederlanders

Ons: dat is je groepje waarbij je wordt ingedeeld. Daar moet je dus wat geluk bij hebben, want je bent -dramatisch gezegd- de volle vier dagen ‘tot elkaar veroordeeld’. Mijn groepje bestaat uit twee Amerikanen, twee Fransen, een Duitser, een Zwitser en liefst zeven Nederlanders. Die, logischerwijs, naar elkaar trekken.

,,Ik ben benieuwd. Ik was onlangs in Machu Picchu, dat was écht loodzwaar”, verzucht één van hen. Natuurlijk, de gesprekken gaan over ieders reizen tot dan toe. Logisch. Ik vertel ze mijn reis tot nu toe; onder anderen over de hectiek van Cartagena. ,,Noem je dát al hectisch? Dan ben je nog nooit in Bangladesh geweest zeker”, reageert iemand schamper. Een van hen geeft scheutig tips over Zuid Amerika aan de rest, een ander heeft de hele wereld gezien. Het levert soms interessante anekdotes op.

De trip

We komen langs vergezichten. (,,Die waren in Chili al helemáál spectaculair.”) We passeren watervallen. (,,Die zijn in Indonesië pas geweldig.”) We moeten klimmen. (,,Maar dit is niet zó heftig als Machu Picchu.”) We ontmoeten de Kogi -de indianen die hier wonen, maar wildlife zien we helaas niet. (,,Dan moet je in Bolivia zijn!”)

Ikzelf geniet met volle teugen. Geniet van iedere stap. Kijk verwonderd naar de hoge bomen, naar de wilde natuur. Slaak een vreugdekreet als ik een stroompje zie, of een wilde waterval. Word op slag verliefd op iedere koe, iedere kip, iedere vogel, ja, op iedere salamander die ik zie. Ben onder de indruk van de paadjes die er liggen, zonder dat het makkelijk wordt. Kijk hongerig rond naar alle mensen. Inhaleer, kortom, alles dat me bereikt.

Op safari

,,Vorig jaar was ik in Afrika”, klinkt het iets verveeld achter me. ,,Ja, dan ga je natuurlijk een safari doen. Ik wilde dolgraag een luipaard zien!” Haar gesprekspartner kan zich dat voorstellen. ,,Toen zag ik uiteindelijk een luipaard. Leuk. Maar ja. Dan is de tweede toch al een stuk minder spectaculair.” Ze vervolgt. ,,En toen zag ik een leeuw. Die lag dus heel saai onder een boom te slapen, dus daar doe je het ook niet voor.”

Er wordt instemmend en begripvol gereageerd. Ik weet het niet, snap het niet. Ik vond de Amerikanen leuker. Die vonden in ieder geval álles ‘awesome’.

View this post on Instagram

Filter? Neeje! #lostcity #sunrise #ciudadperdida

A post shared by Steven van Beek (@stevenvbeek) on