Lampen zijn nog aan, maar de deur van V&D Breda blijft voorgoed dicht

Tien minuten nadat het doek viel, stond ik voor de V&D in Breda. Ik hoopte een werknemer te spreken, maar dat lukte niet. Ik schreef daarom deze observatie, die ook op de website van BN De Stem verscheen:

BREDA – Het is dinsdagmiddag, iets voor vijf uur. Het kolossale gebouw van de V&D in de Bredase binnenstad is dicht, wat een desolate indruk geeft. De wetenschap dat slechts iets eerder het definitieve doek gevallen is, versterkt dat gevoel. Binnen branden de lichten nog, de roltrap staat nog aan en rolt naar beneden. A3’tjes melden dat de winkel wegens omstandigheden is gesloten, verder schreeuwen de flinke kortingspercentages om aandacht.

Links van de hoofdingang is de personeelsingang. Deze staat op een kiertje, er is ook enige beweging gaande. Winkelend publiek loopt langs het voormalig warenhuis en kijkt weemoedig naar de dichte deuren. Als de personeelsingang opengaat, stapt er een beveiliger uit, gevolgd door twee winkelmedewerkers. De beveiliger wenst de twee sterkte, wat duidelijk geapprecieerd wordt. Handen worden geschud, opbeurende woorden worden geuit, de sfeer is bedroefd. Nee, de winkelmedewerkers willen niets tegen BN De Stem zeggen. Ze spoeden zich beiden weg, naar huis. Twee meisjes lopen langs en wijzen op de dichte winkel. “Hij is al dicht! Jammer hoor, ik kocht hier vorige week nog een lekker broodje!” De beveiliger sluit de deuren af. De lampen blijven aan, de roltrap rolt nog altijd naar beneden.

perrongeluk

De drie

Het is zondagavond en een jonge jongen schuifelt nonchalant naar me toe. Hij draagt een enorme legertas en ook z’n overige kleding doet vermoeden dat ie bij het leger zit. Hij is klein van stuk en heeft een wat kinderlijk gezicht. Dusdanig, dat ik ‘m eigenlijk rond de vijftien of zestien in schat.

“Yo, mag ik twee Heiniez”, vraagt ie. Een stoer toontje, maar ik ben nog niet overtuigd en vraag ‘m toch maar z’n legitimatiebewijs. Zonder te klagen en zonder irritatie overhandigt ie z’n identiteitsbewijs. Nog geen twintig, maar de twee biertjes mag ie kopen. “Maak er trouwenz maar drie van”, glimlacht ie.

Sindsdien koopt ie regelmatig op zondag twee of drie Heineken-biertjes bij me. Ondanks z’n gemaakt stoere manier van praten komt ie over als een ontzettend sympathieke gast. Altijd beleefd en altijd vriendelijk. Zonder dat er aanwijsbare of noemenswaardige interacties tussen ons plaatsvinden, begin ik wel een band met de jongen te voelen.

We zien elkaar lang niet elke zondag. Hij komt niet elke zondag langs om bier te halen, ik werk ook lang niet elke zondag. Vlak na de zomer komt ie weer bij me langs om drie Heineken te halen. Ik herken ‘m haast niet. Hij heeft een oude, doorleefde kop gekregen. Z’n huid is verouderd, hij heeft flink wat -onverzorgde- baardgroei en z’n grimas is een stuk minder jeugdig dan voorheen. Ik schat ‘m nu ruim in de dertig. Z’n bestellingen zijn nog altijd precies hetzelfde als voorheen: vriendelijk, correct, beleefd en toch dat stoere toontje. Z’n enorme legertas, z’n overige kleding en z’n manier van bestellen staan ‘m nu ietwat beter, maar toch vind ik het een ietwat zorgwekkende ontwikkeling. De redenen hiervoor laten zich raden. Of toch niet? Je zou haast met ‘m willen praten.

Ze lijkt op een meisje-meisje. Met een diadeem in het haar, een rond brilletje en een uiterst vriendelijke glimlach op haar gezicht heeft ze die uitstraling ook. Regelmatig koopt ze een saucijzenbroodje bij me en eet deze op in de wachtruimte tegenover me. Soms loopt ze m’n winkeltje voorbij en haalt een frietje bij de buren. In dat geval zwaait ze altijd vriendelijk  naar me als ze me passeert. Zo zie ik haar meerdere keren per week een saucijzenbroodje of een frietje eten.

Een jaar later is het lieve schoolmeisje qua gezichtje nog altijd intact, maar ik heb het meisje wel zien groeien. De vele saucijzenbroodjes en frietjes hebben hun sporen nagelaten in haar billen en haar buik. Het zorgt voor een onevenwichtig lichaam; Een klein hoofdje, smalle schouders en een flinke omvang rond haar billen en buik. De redenen hiervoor laten zich raden. Of toch niet? Je zou haast met ‘r willen praten.

Regelmatig koopt ze sigaretten bij me. Altijd is ze zwaar opgemaakt: Licht roze lippen, een dikke laag plamuur over haar gezicht waardoor er geen oneffenheidje waarneembaar is en flink wat mascara rond haar ogen. Ze draagt baseballkleding: Een rood petje en een rode sportjas van dezelfde Amerikaanse club. Ze heeft een barbiegezichtje en hoewel het een coherent geheel is, vind ik het verre van aantrekkelijk. Glimlachen doet ze zelden en alles bij elkaar zorgt het voor een wat dommig en goedkoop voorkomen. Maar goed, dat is natuurlijk smaak en ze bestelt altijd op een correcte wijze haar sigaretten. Ze draagt altijd deze combinatie en is vaak in gezelschap van haar vriend. Een stoere jongen die zich altijd wat afzijdig houdt.

Plotseling komt ze in ‘normale’, wat onopvallender, alledaagse kleding en is haar make-up flink gereduceerd. Haar gezelschap zie ik vanaf dan nooit meer. Maar de ontwikkeling gaat door. Enkele weken later heeft ze haar make-up behoorlijk smaakvol aangebracht en kleedt ze zichzelf behoorlijk chic: Een fraaie, klassieke, lange jas en een charmant hoedje zorgen voor een ware metamorfose. Ze draagt een modieus tasje om haar schouder en zelfs haar portemonnee is ingewisseld voor een chiquer model. Ze heeft ook een nieuwe vriend, een charmante jongen die regelmatig uitermate complimenteus is naar haar, terwijl ze haar sigaretten koopt. Ze komt niet meer dommig en goedkoop over, maar intelligent en high class. De redenen hiervoor laten zich raden. Of toch niet? Je zou haast met ‘r willen praten.

De ontwikkeling van deze drie –en van nog veel meer mensen- is een interessante om van een gepaste afstand te volgen. Welke kant gaat het op? Is dit afgelopen jaar een jaar van toevallige en verregaande ontwikkelingen in hun leven en komen ze het volgend jaar in een rustiger vaarwater? Blijft de jongen de komende tien jaar ogen als een dertiger of veroudert ie in ditzelfde tempo? Zal het schoolmeisje haar ogenschijnlijke drang naar vet weten af te remmen of blijft ze op dit tempo doorgroeien? En zal het tweede meisje haar eigen stijl gaan vinden of verandert die stijl weldra nog drastischer als ook deze relatie eindigt?

Je zou haast met ze willen praten, maar ik doe het niet. Ik ga me er niet mee bemoeien en volg de ontwikkelingen op gepaste afstand. Ze zullen immers niet op de bemoeienis van een stationsmedewerker zitten te wachten. En stiekem vermaak ik me wel met het volgen van hun ontwikkelingen.

perrongeluk

Gedoofde liefde

Een jongen omhelst vol passie een meisje. Z’n ogen gesloten, de liefde is duidelijk. Hij houdt haar zo dicht als mogelijk tegen zich aan. Het meisje houdt haar armen langs haar eigen lijf. Haar ogen open, ze rollen van verveling en ze kijkt rond. Als de jongen een poging doet het meisje op haar mond te zoenen, wendt ze haar hoofd ‘toevallig’ af. Na meerdere pogingen staakt de jongen z’n pogingen.

Minutenlang staan ze zo. Het meisje kijkt naar de klok en kijkt naar de mensen, de jongen blijft haar stevig vast houden, met de reeds beschreven passie.

Tot het meisje een vriendin ziet. Ze rukt zich los, rent op de vriendin af en schreeuwt dankbaar en vol opluchting haar naam, gevolgd door een uitgebreide knuffel en zoenen. De jongen loopt naar de twee toe en kijkt lijdzaam toe. Hij wordt totaal niet toegelaten en blijft er wat lullig buiten staan. Als de twee dames blij en druk kwebbelend beginnen te lopen, loopt hij er een metertje achteraan. Pijnlijk. Maar of ie het doorheeft?

perrongeluk

Paraplu

Een mooi beeld: een vrouw van ongeveer 50 loopt door de stationshal. Ze heeft een fel paarse jas aan met gele accenten. Boven zich houdt ze een net zo paarse paraplu. Deze is stuk, waarschijnlijk kapot gewaaid. Regenwater druppelt op haar schouder, maar ook in haar haar. Dat haar is doorweekt. Ze loopt gebogen, ze lijdt een beetje. Ze houdt halt om naar buiten te kijken. Ze blijft staan met de paraplu boven haar hoofd.

De stationshal is overdekt.

perrongeluk

Moderecensie

Een vrouw van ongeveer twee meter lang staat momenteel bij de kaartenautomaat. Ze staat ietwat instabiel en onwennig op hoge hakken, toebehorend aan laarzen tot net onder haar knie. Ze draagt een erg kort rokje, haar gespierde witte benen en haar nauwelijks aanwezige kont maken het beeld niet erg flatteus.

Even draait ze zich om. Ze draagt een strak, zwart topje. Haar opvallend ronde borsten zitten echt te hoog en zien er onnatuurlijk uit. Het zouden sinaasappels kunnen zijn, met een hele harde schil. Echte borsten zijn het duidelijk niet. Haar lippen zijn knalrood, haar ogen zwaar opgemaakt. Ze heeft haar wangen een extra rode teint gegeven. De man heeft de pech een echt mannenhoofd te hebben met zware baardgroei. De stoppels zijn alweer goed zichtbaar. Als hij onhandig op z’n hoge hakken wil weglopen, weet hij tientallen ogen op zich gericht. Niet zozeer door het oncharmante totaalbeeld, maar de manier van lopen. Korte stapjes, waarbij de hakjes bij elke stap ternauwernood rechtop blijven staan. Het lijf gebogen, de beenspieren bij elke stap duidelijk zichtbaar. Haar grote oorbellen maken geluid bij elke stap.

Ik zou ‘m simpelweg andere schoenen adviseren. Zowel voor comfort, gemak als uiterlijk. Het overige is puur smaak. Groetjes, uw moderecensent.