perrongeluk

Manieren

Ok√©, wat wil jij hebben Son?“, vraagt een man die gehaast mijn richting uitloopt aan zijn vrouw. Hij installeert zich bij me, met z’n rug naar me toe, z’n elleboog op de balie. “Ja, doe maar een eh…. Colaatje ofzo en koop ook wat voor Tobias. Wat te eten en iets kleins te drinken“, antwoordt ‘Son’. Tobias leunt wat onzeker tegen de benen van z’n moeder en kijkt me met grote ogen aan.

Dus, Colaatje, wat te eten en drinken voor Tobias en natuurlijk bier voor mij“, somt de man zuchtend en op norse wijze op, “en ik pak wel een kaasbroodje en een Fristi voor ‘m“. Hij draait zich om en bestelt inderdaad exact hetgeen ik al begreep: een colaatje, een kaasbroodje, een Fristi en drie halve liters Heineken. Wederom een norse, afstandelijke toon. De man staart slechts naar de drankkast en kijkt me geen moment aan.

Ik serveer ‘m z’n bestelling en de man houdt een briefje van twintig tussen middelvinger en wijsvinger, terwijl hij met ‘Son’ overlegt wat het plan nu is. Ik neem het briefje van twintig aan en geef ‘m het wisselgeld terug. De man pakt de drie halve liters Heineken en doet deze in een plastic zak. Hij overhandigt ‘Son’ het Colaatje, die zij vrij bot uit zijn handen grist. Vervolgens krijgt Tobias z’n kaasbroodje en Fristi. De man kijkt Tobias streng aan. “Wat zeggen we dan? Ja? Zeg maar? Heel goed, dan zeggen we ‘dank je wel’!” Het jongetje kijkt z’n vader met grote ogen aan en kijkt vervolgens ook mij aan, in lichte paniek. De man kijkt me nors aan. “Die beleefdheden moet je er soms echt in stampen, echt ongelofelijk.”