perrongeluk

Ambitie

Ambitie

,,Goedemiddag! Mag ik een kopje koffie van u”, vraagt de man vriendelijk. Hij kijkt rond in het winkeltje en glimlacht. ,,Wat een geinig plekje is dit.” Hij brengt z’n koffie op smaak en blijft bij me staan. ,,Ik kom net van m’n dochter vandaan. Ze gaat bijna afstuderen, het einde is in zicht. Tandheelkunde, ontzettend zware studie”, vertelt hij. ,,Het is een doorzettertje. Altijd al geweest. Ook altijd al razend nieuwsgierig geweest”, continueert hij. ,,Freewheelend is een groot woord, ze had hier en daar ook wel wat moeite met de studie. Maar  eigenlijk heeft ze het gewoon perfect gedaan.”

De man is trots op z’n dochter, zoveel is duidelijk. ,,Ja, natuurlijk. Ze is zo ambitieus, ze wil zó graag meer, maar vergeet gelukkig ook niet te beseffen wat ze heeft. Ook zij is trots op zichzelf en is gelukkig: dat blijft voor mij het allerbelangrijkste.” De man kijkt me kort aan. ,,M’n dochter is iets jonger dan jij denk ik. Waarom sta jij op een dinsdagmiddag in een dergelijke winkel? Heb je geen ambities?”

De man glimlacht onschuldig naar me. ,,Ach, ik snap het trouwens wel. Als ik zie wat m’n dochter moet laten voor wat zij doet, kan ik daar alleen maar veel respect voor opbrengen. Jij hoeft alleen maar kopjes koffie in te schenken en broodjes te bakken en gaat vanavond gewoon naar huis, zonder enige druk en zonder verplichtingen. Daar is ook niets mis mee, dat is ook een fijne manier van het leven. Niet iedereen heeft immers ambities, toch?”

Net als ik toch maar wil reageren, arriveert z’n trein. ,,Ah! Ik ga weer verder. Werk ze nog, ontzettend leuk je gesproken te hebben!”, roept de man enthousiast. ,,Wens uw dochter veel succes met afstuderen”, roep ik ‘m na.

perrongeluk

Hip taalgebruik II

Een man van in de 60 loopt rustig, de handen in de zakken, mijn richting op. Hij blijft staan op ongeveer anderhalve meter afstand en bekijkt de winkel met grote interesse. Ik sta al voor ‘m klaar bij de balie. Het perron is tijdens de vakantietijd vaak nagenoeg leeg en om het ijs te breken open ik het gesprek alvast.

“Een goedemiddag”, verwelkom ik ‘m.
“U ook een bijzonder goedemiddag”, reageert de man vriendelijk, “staat u mij alstublieft toe mij te laten inspireren door uw winkel. Ik heb enige trek, eens kijken wat voor lekkers en gezonds u hier in de aanbieding heeft”. De toon, het taalgebruik: ik ben er liefhebber van.
“Uiteraard, neemt u de tijd. Staat u mij dan in ieder geval toe u welkom te heten in dit wonderlijke winkeltje”, pas ik me direct aan. De man glimlacht beleefd. “Wonderlijk, maar op de goede manier!”, zegt hij met een twinkeling in z’n ogen. Langzaam scant hij de aanwezige producten. Op zoek naar hetgeen z’n trek in iets voedzaams en -bij voorkeur- iets lekkers kan stillen.

De man neemt rustig de tijd, maar komt tot een besluit. “Doet u mij maar zo’n overheerlijke stroopwafel. Ik zie dat er twee stuks inzitten. Dat wordt smullen”, besluit hij. Ik overhandig hem de stroopwafels, we rekenen op eveneens keurige wijze af en wensen elkaar alle goeds. De man gaat weer op exact de plek staan waar hij zojuist uitgebreid de winkel bekeken heeft. Rustig pakt hij de stroopwafels, pakt één der wafels uit de verpakking en plaatst deze tussen z’n tanden. Rustig wacht hij op de trein, die over enkele minuten binnen zal komen.

Een jongen van een jaar of 20 komt vervolgens naar me toe. Hij weet z’n bestelling al: “Yo, heb jij bier? Ah, daar, es effe kijken wat je hebt. Ah. Twee halve liters Bav is maaster man. Krijg je van me?”, vraagt ie. Hij gaat akkoord, ik overhandig hem de twee blikken bier en we rekenen af. “Aiiight. Tenks man! Hou je rustig, laterrrr!”, sluit hij af na diens bestelling. De man kijkt de jongen verwonderd na en kijkt me vervolgens met een grote grijns aan. “Tsjonge. Een vriendelijk heerschap. Wel een bijzonder taalgebruik had die jongeman, vind u niet?”