Het ontplofte biertje

Nog een kwartiertje, dan ga ik sluiten. Snel zet ik de laatste puntjes op de i; ik vul de koeling met drinken volledig. Nog drie halve liters bier, vier cola en nog wat losse andere flesjes. Als ik de drie halve liters bier vast heb, lijkt het alsof iemand een waterpistool op me leegspuit. Een harde straal met bier spuit recht in m’n gezicht. Het duurt echt twee seconden voordat ik door heb dat het blikje in m’n handen ontploft. Ik gooi het spuitende bierblikje in de gootsteen, waar hij uiteraard verkeerd terecht komt en het bier nog in het wilde weg spuit.

Als het blikje tot rust komt maak ik de tamelijk frustrerende balans op: m’n shirt is nat, m’n gezicht is plakkerig en nat, m’n haar is doorweekt en overal ligt bier. En het is wellicht vreselijk nieuws, maar bier stinkt. Als drankje onovertroffen en verrukkelijk, als douche geen regelrechte aanrader.

Een man ziet me staan, in mijn natte shirtje en met m’n haar doorweekt. “Wat is er met jóú gebeurd?”, lacht hij mij iets te uitbundig. M’n ergernis bereikt een hoogtepunt. Met ingehouden ergernis leg ik droogjes uit dat een blik bier spontaan in m’n handen ontplofte. “Hmhm. Ik had geloof ik flink gevloekt in jouw plaats. Maar niet getreurd, er zijn voordelen aan zo’n ongelukje. Wist je dat bier heel goed voor je haar is? Ik heb het ook jaren gebruikt”, grijnst hij, terwijl hij lachend over z’n kale schedel aait. “Sorry, dat was flauw. Maarre”, en hij wijst diverse plekken aan in de winkel, “daar is het bier nog terecht gekomen. En de geur valt op mijn positie wel mee, dus je ruikt het niet. Geen zorgen dus!” Relativering; deze man is precies wat ik op dit moment nodig had. Nog vijf minuten. Ik maak de plekken schoon waar het bier op gekomen is en vrij snel daarna ga ik dicht.

Een paar dagen later werk ik weer. “Goedemiddag! Nog ruzie gehad met bier?” Pas dan herken ik ‘m en ik grijns. “Nee, hoewel ik nu wel bang ben voor bierblikjes, heel gek. Ik heb angst voor bier ontwikkeld. Da’s toch de nachtmerrie van elke man?”, somber ik. De man kijkt bedenkelijk en knikt vol mededogen. “Angst voor bier moeten we inderdaad niet hebben. Misschien heb ik een betere oplossing: je zou ook kunnen zeggen dat je een angst ontwikkeld hebt voor blikjes. Dan kun je gewoon bier blijven drinken!”, adviseert ie. Deze man is vanaf nu mijn held.

De allesweter

Een man van ongeveer 75 komt bij me. Het is lekker weer en hij heeft duidelijk alle tijd; een grote grijns op z’n gezicht, de handen in de zakken. Hij tuurt vol nieuwsgierigheid door de winkel.

“Goedemiddag! Ik heb zin om iets te drinken, maar wat hébt u zoal? Ik heb zin in iets van”, en hij likt kort met z’n tong over z’n lippen, “melkachtigs. Even kijken, die yoghurtjes zijn me wat te suikerig, dus neh, hmm, oh, u hebt Rivella zie ik? En nog in de aanbieding ook!”, komt hij al snel tot een besluit.

“Toch maar niks melkachtigs?”, reageer ik in al mijn onwetendheid. “Hó eens even”, protesteert de man theatraal en hij steekt z’n vinger als een onderwijzer op. “Dat is van melk gemaakt, wist u dat niet? Ik zal u uitleggen hoe dat zit. Als u van melk kaas gaat maken, ontstaat er na verloop van tijd een soort laagje op de melk. Een soort overblijfsel, als u het zo wil noemen. Dat laagje noemen ze biest. Een beetje raar spul, met een vreemd groengeel kleurtje, dat geen vet bevat. Die biest heeft een beetje zure smaak. Deze biest is het basisbestanddeel van Rivella”, vertelt de man enthousiast.

“Ik geloof dat ze het in de jaren ’50 ontdekt hebben in Zwitserland of Oostenrijk ofzo, die contreien. Ik ben nu wel benieuwd of het nog zo smaakt zoals in m’n herinnering.” De man ontvangt het flesje alsof het een uiterst bijzondere aankoop betreft. Hij bekijkt de ingrediënten, met als intro-zinnetje inderdaad: ‘Frisdrank met melkserum’. Hij wijst het zinnetje trots aan en kijkt me met een zie-je-nou-wel-blik aan. “En ook het logo is nog nagenoeg gelijk, de basis is hetzelfde. Vroeger hadden ze een wat rechtere typografie, tegenwoordig is het wat speelser en ronder. Je ziet het vooral hier, bij de ‘r’ en hier, bij de ‘e’ en de ‘a’ . Met dat oude logo kun je hedentendage niet meer aankomen, dit ziet er fris en heel erg modern uit. Bijzonder fraai, leuk. En nu een slokje.” Hij laat de vloeistof in zijn mond rollen en slikt door. “Jaja, ja, ik proef nog de biest. Stukje zoeter, maar ze zijn de smaak trouw gebleven. Ik heb eigenlijk ook wel zin in koffie, maar nee, beetje warm hè. Ik heb nog een mooi verhaal over de ontstaansgeschiedenis van een bepaalde Puerto Ricaanse koffie, maar ik moet denk ik toch maar mijn trein halen.”

Boze blik

Op ongeveer tien meter van me vandaan staat een mevrouw van ongeveer 75 jaar. Ze staat volledig stil. De rug ietsje gebogen, de voeten tegen elkaar, een handtas in haar rechterhand.

Ze vormt een rustpunt in een gehaaste omgeving; reizigers passeren gehaast achter en voor haar langs, maar zij staat volledig stil. Ze kijkt boos, getuige de diepe frons tussen de ogen en de mondhoeken die naar beneden wijzen. Als ik even wegkijk, is ze plots weg. Ze zal doorgelopen zijn, maar nog geen minuut later is ze er weer. Nu staat ze beduidend dichterbij, op ongeveer vijf meter van me vandaan. Nu kijkt ze niet meer zozeer naar de winkel, maar toch echt naar mij. Ze zoekt m’n ogen. Een intense haat in de hare.

Maar waarom? Ken ik haar? Nee toch? Kent ze mij? Heb ik de mevrouw iets misdaan? Is ze boos op mij? M’n hart gaat flink tekeer, ze werkt me op m’n zenuwen. Als ik weer even de andere kant op kijk, is ze toch weer verdwenen. Ik kijk naar links, naar rechts, maar ze is echt weg. Even haal ik opgelucht adem. En ineens staat ze vlak voor me. Nog steeds die blik, nog steeds die blik die me kapot maakt. Die me angstig maakt. Wat wil ze van me? Ze kijkt me nu recht aan, met een blik vol haat en afgunst. Haar rechterhand lijkt haar handtas nu met een intense kracht vast te klemmen. Elk moment gaat het gebeuren maar ik weet nog niet wat. De spanning is om te snijden, de vrouw zegt geen woord. Ik krijg het bloedheet. Gevoelsmatig staat ze er al uren, m’n hart gaat nu echt tekeer. “Goedemiddag mevrouw, kan ik u misschien helpen?” Hopelijk breekt deze opening het ijs. De blik van de vrouw verandert niet; het onweert, het dondert. Haar mond opent zich traag. En dan, op zachte toon: “Hedde gaaj ôk koffie?”

perrongeluk

Nuts

Heeft u ook een Nuts?“, vraagt een oude dame aan me. “Die hádden we onlangs nog wel“, vertel ik haar, “dus misschien…“, en ik kijk naar het rek waar de Nuts in dat geval zou moeten liggen, “hebben we ze nog“. Ik kijk rond, ik check de voorraad, ik kijk naar andere plekken, maar de Nuts is op. Dus benoem ik wat alternatieven: “we hebben eventueel wel Snickers, da’s ook met nootjes én bovendien in de aanbieding, of Lion… Twix… Mars…, Bros, Kitkat… wellicht zoiets?“, en ik draai me om. Een jongen kijkt me glazig aan. “Eh, ik weet niet waar je het over hebt, maar ik wilde eigenlijk gewoon een koffie…”

Vijftig meter verderop steekt de vrouw een sigaret op.

Spelletje

“Mag ik in de categorie Koud Drinken één flesje Fanta? En doet u ook maar een zakje M&M’s”. De man kijkt me vrolijk aan, met een briefje van 5 in z’n hand. “Die laatste heb ik niet, meneer”, antwoord ik. “Daar toch?”, wijst de man de M&M’s aan. “Dat is toch niet de categorie Koud Drinken?”, zeg ik. “Da’s de categorie Snoepwaren”.

Als je een spelletje wil spelen, dan wel volgens de regels, gaarne.

perrongeluk

Hip taalgebruik

“Mijnheer. Kunt u dit biljet van tien euro wisselen, opdat ik twee kwartjes van u ontvang teneinde gebruik te kunnen maken van het toilet?”

De oudere man, strak in het pak, vertoont geen spoortje cynisme. Dit is het taalgebruik dat de man in het dagelijkse leven bezigt. Het taalgebruik staat ‘m: Zijn pak als gegoten, z’n rode stropdas als opvallend middelpunt.

Maar natuurlijk meneer. Bij dezen: Een biljet van vijf euro, twee munten van twee euro en twee munten van vijftig cent. Het toilet is hier linksaf en aan het einde van de gang aan de linkerkant”. De man glimlacht. “U wordt bedankt. Ik wens u een prettige dag vandaag en bovenal: nog goede zaken”.

Stoffig taalgebruik? Neen, dit taalgebruik wordt weldra weer hip, is mijn uiterst voorzichtige voorspelling.

perrongeluk

Verveeld in Indonesië

Vandaag ben ik uitgeleend aan station Zwijndrecht, waar ik in m’n eentje een grote winkel run.

Een man, strak in het pak, komt de winkel binnen. “Jeetje! Wat is het hier veranderd joh!”, zegt ie.

“Ik woon sinds vijf jaar in Indonesië, ik bezit daar een restaurant. Morgen vlieg ik terug, ik ben hier voor een begrafenis. Saai hoor, Indonesië. Je hebt geen zin om dagelijks naar het strand te gaan, dat wordt saai na verloop van tijd. Het restaurant loopt gewoon goed, personeel heeft geen sturing nodig: ik verveel me kapot daar. Wat een treurig weer trouwens hier joh… Ha, ja, wij hebben inderdaad ook een regenseizoen in Indonesië, maar dan is het tenminste nog 27 graden!”

En maar klagen, tssk.

perrongeluk

Moppentapper

Een man komt vrolijk naar me toe.

“Ik heb vandaag gewandeld, in het bos. Ik liep over een heel smal paadje, heel kronkelig. Kom ik een groepje Marokkanen tegen, dus ik vraag aan die Marokkanen wat ze hier deden. ‘Hier rijden geen politieauto’s’, zeiden ze! HAHAHAHA, snap je ‘m?” en de man ligt in een scheur. “Dus de leraar vraagt aan Jantje: ‘Jantje, weet jij waar Hamburg ligt?’, antwoordt Jantje: ‘bij de mcdonalds meneer, HAHAHAHAHA! Heb je trouwens genoeg servetten voor dinsdag? Iedereen gaat huilen als Beatrix afscheid neemt… En al helemaal als Willempie koning is, HHAHAHAHA” en de man loopt luid lachend weg.

Het kostte wat moeite om een glimlach te veinzen, zoals u zult begrijpen. Maar het is wel gelukt!

perrongeluk

Koekje

“Mag ik zo’n koekje?”, wijst een meisje. “Wil je een bruine of een witte?”, vraag ik. “Welke is het lekkerst?”, vraagt ze. “Ikzelf vind de witte erg goed”, adviseer ik. “Oh. Doet u toch maar een bruine”, besluit ze.

perrongeluk

Bestelling

Een vrouw schuifelt het perron op en op ongeveer 15 meter afstand stelt ze de volgende vraag:

“hallo meneer u verkoopt zeker geen kroketten hè ik zie dat de trein naar roosendaal niet rijdt wat vervelend ik zou om 8 uur bij mn zus zijn ik zal r eens even bellen dat ik wat later kom doet u trouwens maar een saucijzenbroodje want die zijn in de aanbieding zie ik”