Overvolle afrit: dan moet je de volgende maar pakken

De 25-jarige Fay wilde op 3 oktober 2018 vanaf de A16 afslaan naar haar woonplaats Prinsenbeek. Het is half 6 ’s avonds, spitstijd en wel meer mensen willen deze afslag nemen. Er ontstaat wat filevorming voor het stoplicht bij de Backer en Ruebweg en die file loopt tot de snelweg. Diverse bestuurders kiezen voor een plekje op de vluchtstrook, om de A16 zelf te ontzien. Fay sluit hier achteraan en begaat daarmee een fikse verkeersovertreding Ze ontvangt een boete van 380 euro.

,,Iedereen ging erin staan. Voor mij, achter mij. Als ik door zou rijden, zou ik flink moeten afremmen op de snelweg; dat durfde ik niet goed. Het was druk en onoverzichtelijk, dit leek me de meest veilige optie; gewoon meegaan met de rest. Het is een splitsecond, ik moest snel beslissen en besloot erbij te gaan staan”, legt ze uit. De rechter geeft al snel aan dat zij niet de enige is met een boete: iedereen die daar stond ontving een prent.

Fay ziet het tafereel vaker gebeuren, als ze op de voetgangersbrug loopt. Het is misschien wel dagelijkse kost rond dit tijdstip. Ze weet nog altijd niet goed wat ze een volgende keer anders zou kunnen doen, daar denkt ze al een tijdje over na. ,,Momenteel rijd ik ook een stuk minder met de auto, ik heb een baan gevonden die beter met de trein bereikbaar is, dus kom ik nu ook niet meer in deze situatie.” Wat haar steekt is dat deze boete zo hoog is. En dat het onder ‘huftergedrag’ valt. ,,Zo voel ik dat niet, ik deed juist wat ik dacht dat het beste was.”

De officier van justitie begrijpt dat het geen ideale situatie is. ,,Ik vrees dat je in het vervolg dan maar een afslag later moet nemen. Dat is enorm vervelend, dat snap ik, maar wel de beste en meest veilige manier. Ik zie ook wel dat je geen hufter bent, maar ik wil die boete wel handhaven.” Dat wil zeggen: ze ontvangt inderdaad een boete van 380 euro, maar ze hoeft maar 190 euro te betalen. Het andere gedeelte is voorwaardelijk. ,,Je weet nu wat je in het vervolg zou moeten doen, dus ik verwacht nu ook betere keuzes”, voegt hij eraan toe. ,,Dat accepteer ik wel, ik heb het gewoon gedaan”, sombert Fay. De rechter gaat erin mee. ,,Het is zo’n verkeersovertreding die begrijpelijk is, maar het is gewoon niet goed.”

Volgens Teun kan hij daar nooit gereden hebben

De 64-jarige Teun komt op 12 januari 2019 terug van zijn vakantie in Málaga, Spanje. Hij landt op Eindhoven Airport, maakt gebruik van een transferbusje naar de parkeerplaats waar zijn auto staat en rijdt vervolgens terug naar Breda. Hij passeert omstreeks kwart voor één knooppunt Sint Annabosch. Hier negeert hij een rood kruis en rijdt zelfs door pionnen heen, waar mensen zouden kunnen werken. Hij ontvangt hier een stevige boete voor, maar maakt bezwaar. ,,Er staat in het proces verbaal dat de auto richting Tilburg reed, over de A27. Dat vind ik raar, daar zijn wij nooit geweest”, zegt hij.

Hij belde Rijkswaterstaat, onderzocht de hectometerpaal waar aan wordt gerefereerd. ,,Ik heb namelijk geen werkzaamheden gezien en ik ben nooit op de plek geweest waar mijn auto gezien zou zijn. Ik kwam vanuit Eindhoven en verliet de A58 pas bij de A16, want ik woon in Breda-West.”

Teun heeft een aantal bewijzen bij zich. De boardingpass, die hem van Malaga naar Eindhoven bracht. De factuur van de parkeerplaats in Oirschot. Hij heeft bovendien een overzichtsfoto van Google Maps bij zich, om aan te tonen dat het ‘totaal niet logisch’ is dat hij daar gereden zou hebben. ,,Want dat zou totaal niet logisch zijn.”

Hij laat het zien aan de rechter en officier van justitie. Drie heren gebogen over het a4’tje, om een goed overzicht te krijgen. ,,Er zou bovendien een foto gemaakt zijn van mijn auto”, gaat Teun verder. ,,Dus die wilde ik wel zien. Ik heb de politie gebeld, en wat blijkt? Die foto blijkt helemaal niet te bestaan.”

Het vliegtuig van Teun vertrok om 8 uur vanuit Malaga. De vlucht duurde zo’n twee en een half uur. ,,Dan moet je wachten op je koffers en daarna wachten op de bus naar Oirschot”, probeert hij de kwart voor één ’s nachts te verklaren.

Dat er een wegafzetting was, kan bewezen worden. Er kan echter niet honderd procent uitsluitsel gegeven dat Teun er gereden heeft. Er is een Toyota gezien, met het nummerbord. Dat Teun daar precies op dat moment met eenzelfde auto reed zou ook toeval geweest kunnen zijn. ,,Maar het geeft me alsnog teveel twijfel. Niet aan de agent, niet aan zijn observatie, wel of u het was die daar reed”, zegt de rechter. En dat betekent: vrijspraak.

Rood kruis was door viaduct niet zichtbaar

,,Ik ben eigenlijk wel aangenaam verrast dat ik hier mocht komen”, grijnst de 68-jarige Henk uit Middelburg. Een boete voor een verkeersovertreding is nieuw voor hem, een gang naar de rechtbank al helemaal.

Hij reed op 7 januari 2019 van zijn dochter in Prinsenbeek, terug naar zijn woonplaats. Vanuit Prinsenbeek rijdt hij richting de A16, waar hij op de rechterrijstrook blijft rijden om op die manier even later de A58 op te gaan. Het eerste dat hij op de A16 ziet, is een viaduct. Hier loopt de Valdijk overheen. Pas onder het viaduct ziet hij een rood kruis boven zijn weghelft: hij moest zo snel mogelijk uitwijken en invoegen om op een andere baan te komen. ,,Het was ook nog eens behoorlijk druk, dus het lukte me niet zomaar. Al gauw passeerde ik dat rode kruis. Toen het wel kon, ben ik alsnog gewisseld.”

Volgens de politie heeft hij echt te langzaam van baan gewisseld. ,,Wat had ik dan moeten doen? Had ik moeten afremmen? Harder moeten rijden? Wat was mijn alternatief?”, vraagt hij zich nu nog steeds af.  Hij ontvangt in ieder geval een bekeuring thuis.

Hij heeft verzet aangetekend. Vindt het niet terecht. ,,Want je ziet dat rode kruis pas ná het viaduct. Dat is een paar honderd meter, een kwestie van secondes. Het lukte me gewoon niet eerder in te voegen. Ik snap ook wel dat ik fout zit, maar ik wist en weet gewoon niet wat ik in deze situatie moest doen. Als ik nu twee of drie rode kruizen gemist had, dan was het een ander verhaal en was ik echt fout geweest.”

De officier van justitie heeft slecht nieuws voor Henk: volgens de politie reed hij nog liefst zeshonderd meter na het rode kruis over de afgesloten baan. Henk schrikt ervan. De officier legt uit wat de redenen zijn van een rood kruis: een ongeval, hulpverleners of wellicht wel werkzaamheden. In alle gevallen: gevaarlijk en dus niet rijden.

,,Dus moet je je snelheid maar wat matigen of wat harder, je moet daar écht invoegen”, is hij streng. Hij vraagt 240 euro boete, waarvan 100 euro voorwaardelijk. De rechter gaat hierin mee. ,,Ik moet het respecteren”, verzucht Henk. ,,Ik vind het zo vreemd. Je ziet het rode kruis daar zo laat, dus ik kan het me ook niet echt kwalijk nemen. Nou ja, goed, ik weet het niet. Ik ben weer een ervaring rijker, zullen we maar zeggen.”

Boete voor gerechtsgebouw zorgt voor extra trammelant

De 26-jarige Peter uit Bavel werd op 7 februari vlak naast de Bredase rechtbank staande gehouden. Zijn fiets was niet verlicht. Hij schold de agenten uit en er ontstaat zelfs een handgemeen. Het loopt uit de hand; Peter doet een ruwe sport en maakt gebruik van technieken.

Het levert de agenten verwondingen op: zij eisen schadevergoeding van respectievelijk 200 en 250 euro. ,,Ik zat niet lekker in mijn vel, het was niet slim van me. Ik heb er enorme spijt van”, toont hij zich schuldbewust.

Het letsel van de agenten wordt ondersteund door foto’s in het proces verbaal. ,,Ze mogen wel een nieuwe fotograaf inhuren, ik zie hier werkelijk niets op wat lijkt op letsel. Is dát een blauwe plek? Het lijkt eerder de schaduw”, geeft de rechter te kennen.

Peter gaat al naar therapie. Eerder probeerde hij rustig te blijven door te blowen, inmiddels is hij van alle drugs af. De agressie wordt getemperd, hij kan nu beter met zijn emoties omgaan. ,,Ik moet alle consequenties van mijn handelen aanvaarden. Geldboetes zijn nu wel rot, een taakstraf zou beter zijn.” Een hulpverlener in de zaal bevestigt dat het nu goed gaat met Peter. Dat er een goede weg in is geslagen. ,,En als u toch die kant op kijkt: naast hem zit zijn vriendinnetje. Dat is ook wel een reden dat het een stuk beter met Peter gaat”, wijst de advocaat. De rechter glimlacht. ,,Huisje-boompje-beestje! Het zou toch geweldig zijn als ik dát op zou kunnen leggen in de rechtbank. Dat werkt heel vaak heel goed!”

Ook de officier van justitie ziet in zijn documentatie dat het echt steeds beter gaat, op dit incident na. Ze wil hem 40 uur laten werken, plus 20 uur voorwaardelijk. De schadevergoedingen legt ze ook op, maar ze stelt dat deze aan de hoge kant zijn.

De advocaat van Peter gaat er met gestrekt been in. ,,We moeten geen watjes maken van onze agenten. Een ijsbeentje, hallo, dat deden we vroeger op het schoolplein ook. Dit jeukt hoor. Natuurlijk, handen af van onze dienders, absoluut mee eens. Maar kom op.”

Dat ergert de rechter ietwat en dat geeft hij dan ook duidelijk aan. Hij gaat mee met de officier, maar het wordt 30 uur onvoorwaardelijk en 30 uur voorwaardelijk. Bovendien moet Peter respectievelijk 150 en 100 euro betalen aan de agenten.  

Warrige heterdaad is ook een heterdaad bij diefstal Hudson’s Bay

Nee, Shaylene (21) en Angel (20) waren op 13 december 2018 zeker niet bij de Hudson’s Bay in Breda. En hebben toen ook geen parfum gestolen.

Heel netjes heeft het Openbaar Ministerie niet gehandeld. Het duo werd ten onrechte aangehouden bij een vermeende winkeldiefstal, waarop ze herkend werden door een beveiliger. De NAW-gegevens die ten onrechte gevraagd werden, worden nu dus gebruikt.

Er zijn duidelijke camerabeelden. ,,Herkent u zichzelf?”, vraagt de rechter. Shaylene kan niet anders dan dat erkennen. Angel houdt vol: dit is zij niet.

De beelden tonen dat ze samen de winkel inlopen, wat praten bij de parfums en vervolgens allebei een doosje pakken. Het verdwijnt in hun tas en ze lopen rechtstreeks naar buiten. De alarmen gaan niet af. Shaylene: ,,Dat betekent dat ik niks had meegenomen.”

De advocaten vragen een schorsing om te overleggen; de rechter toont zich enthousiast en onder de indruk van de scherpe beelden.

Als ze terug zijn, vraagt de rechter nogmaals aan Angel: ,,Herkent u zichzelf al?” Nee, nog steeds niet. ,,U lijkt er extreem veel op, maar we gaan verder.”

De twee zijn bekenden van justitie, er lopen meer zaken. Angel is al veroordeeld. Shaylene nog niet en heeft dan ook nog geen strafblad. De twee zaten al drie dagen vast, maar zonder uitspraak.

Voor de officier van justitie is het wel helder: Angel en Shaylene zijn wel degelijk schuldig. Ze eist voor beien een taakstraf van 24 uur, waarvan de helft voorwaardelijk. Maar, verdedigt de advocaat: ze zijn gesnapt als gevolg van een onterechte aanhouding. Dat zij onterecht aangehouden zijn en er vervolgens gezocht is naar een andere reden: dat is wel een erg zware vormfout. ,,Als u hier niet in meegaat, dan vind ik een geldboete meer dan voldoende.” De advocaat vindt het ook niet bewezen dat de twee samenwerkten. Op de beelden is te zien dat ze ieder een doosje pakken; van samenwerking is geen sprake.

De officier is het ermee eens dat het ‘warrig’ gegaan is. Maar de winkeldiefstal zelf is wel een zuivere. Zo ziet de rechter het ook: de manier waarop Angel en Shaylene in handen van justitie zijn gekomen is niet gangbaar, maar het feit an sich is wel bewezen. Angel krijgt een geldboete van 150 euro. Shaylene mag een taakstraf gaan doen á 14 uur.

Liesbeth nam haar fiets mee in de trein

De 18-jarige Liesbeth werd nog wel gewaarschuwd, maar sloeg dat in de wind. En nu heeft ze een bekeuring gekregen van 95 euro en, erger, automatisch een aantekening op de justitiële documentatie. Vooral dat laatste baart haar zorgen.

Kunstacademie

De kunstacademiestudente stapte op 16 november in Roosendaal op de trein, richting Breda. Ze heeft haar fiets bij zich, maar het is spits; dan mag je deze niet meenemen. Tussen Roosendaal en Etten-Leur wordt ze aangesproken door een conducteur: als ze in Etten-Leur uitstapt, komt ze er met een waarschuwing vanaf. Ze moet echter naar Breda en ze besluit het risico te nemen. In Breda staan vier man haar op te wachten: ze wordt bekeurd.

Ze schrijft een uitgebreid verzet, waarin min of meer een soortgelijk verhaal in staat. Ze betwist het feit dan ook niet. ,,Maar er waren wel voldoende zitplaatsen, dus in mijn beleving was het niet zo erg.” De NS ziet in Etten-Leur zo’n zeventig mensen in de trein stappen en stelt wel degelijk dat het druk was. ,,U maakte gewoon een domme beslissing. Dat zegt u zelf ook: het was niet zo slim om te blijven zitten”, stelt de rechter.

Minsterjarigenstrafrecht

Liesbeth vindt het geld een dingetje. Ze hoopt op het minderjarigenstrafrecht; ze was immers nog maar even 18 op het moment dat het gebeurde. De officier van justitie geeft aan dat dat geen meerwaarde oplevert: voor zo’n feit worden hooguit jongeren van 16 en jonger iets milder gestraft. ,,En maakt u zich niet ongerust over de documentatie. Een fiets meenemen in de trein levert geen problemen op in uw carrière.”

Liesbeth stelt dat ze een waarschuwing kreeg, maar dat haar niet werd verteld dat daar een boete opstond. ,,En ze raadden me aan om er in Etten-Leur uit te gaan, maar ik dacht dat het toch ook niet zo heel erg zou zijn als het Breda werd. Daar moest ik zijn, uiteindelijk.”

In Breda werd ze dus aangehouden en viel het kwartje. ,,Ik dacht: wát heb ik gedaan?” De officier noemt de actie van Liesbeth ‘niet de slimste ooit’. Hij legt haar 95 euro op, maar maakt er geheel voorwaardelijk van. En omdat Liesbeth zich zorgen maakte over een aantekening op haar justitiële documentatie: op de website www.watdevog.nl kunnen jongeren -maar eigenlijk iedereen- inzien wat wel en niet belangrijk is. Een overtreding als deze zal bijvoorbeeld geen invloed hebben op een eventueel Verklaring Omtrent Gedrag (VOG).


Tof verhaal?

Dit verhaal lees je gratis, hoewel er uiteraard wel werk in zit. Als je deze tekst waardeert en dat wil laten blijken middels een bijdrage: dat kan en wordt natuurlijk super-super-super-gewaardeerd!

Totaal: € -



Ad de Deurwaarder

,,U bent hier als journalist begrijp ik. Razend interessante zaak hè?” De man kijkt me onderzoekend aan en meent het. Dit is ‘de verdachte’ en hoewel dit een vrij simpele kantonzitting betreft, is er een korte schorsing. Ik heb hem dan al een ruim kwartier horen praten, met stijgende verbazing. Verbijstering, haast. Een hees, hoog stemmetje vulde zojuist de ruimte en hij maakte gebruik van fraaie juridische volzinnen, consequent verbonden met vele langgerekte eh’s. De rechter verifieerde dan ook al vrij snel: ,,U bent werkzaam in de justitiële periferie, nietwaar?”

‘Ad’, noem ik hem. Een 55-jarige deurwaarder uit Rotterdam. Op 8 juni 2017 werd hij op heterdaad betrapt op wildplassen. Dat wil zeggen: de agent zag hem tegen een boom in de bosjes staan, zag dat hij zijn broek dichtdeed en zag, eenmaal weg, dat er een natte plek op de boom zat. Bovendien was er een urinelucht te ruiken. Goed te weten: de politie is strafbaar als zij dingen in het proces verbaal zetten die verzonnen zijn. Ofwel: er staat niet letterlijk dat de man geplast heeft, dat moet de rechter beslissen op basis van deze feiten. Maar Ad betwist deze dus. Wat hij dan eigenlijk in die bosjes deed? ,,Dat is mijn persoonlijke levenssfeer, ik mag daar gewoon zijn. Misschien wilde ik wel de benen strekken, of een frisse neus halen. Dat is niet strafbaar.”

Hij heeft een flink pakket aan verzetschrift geschreven. Allemaal over deze zaak. De officier van justitie heeft deze niet gelezen, wat de man nogal kwalijk vindt. ,,Ik heb mijn verweer ingediend. Dat u uw spullen niet op orde heeft, is aan u te wijten”, sart hij. Vandaar de schorsing: de rechter geeft de officier de kans om dit alsnog te doen. ,,Ik wil ook de twee agenten spreken. Ik zou hen wat vragen willen stellen, ik schat dat ik zo’n drie kwartier per man bezig zal zijn”, legt Ad de rechter voor. Eén van de agenten is zelfs al in het gebouw; de man heeft de Gemeente Etten-Leur opgedragen de agent naar de rechtbank te sturen.  

De rechter vindt dat veel te ver gaan. Hij wil deze agent wel binnen laten, maar er hooguit vijf minuten aan spenderen. De zaak is verder zo klaar als een klontje, de agenten hebben een kraakhelder proces verbaal opgesteld en de tegenargumenten van Ad zijn ronduit vaag.

Ik kijk naar de man. Strak in een duur en chique pak, kennelijk in de stellige overtuiging dat hier iets te halen valt. Overtuigd van zijn kennis van het juridische apparaat, overtuigd dat hij hier onderuit kan komen. Hij roert in zijn koffie, die hij snel heeft gehaald tijdens deze schorsing. Hij staat er zelfverzekerd bij, is er heilig van overtuigd dat dit inderdaad een interessante zaak is. Ook het publiek bij deze kantonrechterzittingen moet naar buiten. Een vrouw rolt achter zijn rug om met de ogen als ze naar ‘m kijkt.

,,Ja, absoluut, ik ben zeer benieuwd wat er gaat gebeuren”, antwoord ik, naar waarheid. De man wordt veroordeeld, uiteindelijk. Toch met een aanmerkelijk lager bedrag dan de originele boete, maar dat komt omdat deze zaak veel eerder behandeld had moeten worden. Zijn tegenargumenten worden stuk voor stuk van tafel geveegd. Ad moet liefst 40 euro betalen. ,,Dan ga ik in hoger beroep”, belooft Ad de rechter op koele toon. Dat kan echter niet; daar is de boete te laag voor, legt de rechter uit. Dat lijkt me een pientere diss van de rechter naar de deurwaarder, die zich deze ochtend eigenlijk gewoon ronduit belachelijk maakte.

(Het verhaal De Kantonrechter over Ad lees je hier.)

Tof verhaal?

Ik zou graag vaker columns of teksten willen maken. Als je deze tekst waardeert en dat wil laten blijken middels een bijdrage: dat kan en wordt natuurlijk super-super-super-gewaardeerd!

Totaal: € -

Toine heeft een ‘onstuimige relatie’

De 24-jarige Toine uit Zevenbergschen Hoek mishandelde zijn vriendin tweemaal in korte tijd, op 8 en 12 november 2018. Bovendien vernielde hij bij het tweede incident de badkamerdeur. ,,Een onstuimige relatie als ik dat zo lees”, houdt de rechter Toine voor. De twee hebben zeer regelmatig ruzie, aan beide kanten. Ze hebben een alcohol- en drugsprobleem. Toines vriendin heeft ook geen aangifte gedaan van mishandeling; Toine zit hier door ingrijpen van de politie.

De incidenten zelf herinnert Toine zich nauwelijks, zegt hij. In beide gevallen was hij stomdronken. ,,Ik wil en moet gewoon opgenomen worden. Ik wil stoppen met drinken, ik kan dat niet alleen”, fluistert hij. Ook zijn vriendin heeft inmiddels begeleiding. Toine is een bekende van justitie. Mishandelingen en vernielingen staan vaker op zijn strafblad en loopt tot aan de kinderrechter. Reclassering geeft aan dat er veel motivatie is bij Toine: hij wil minderen met die alcohol, maar het lukt hem gewoon nog niet zo goed. En dus zal hij weldra naar een gesloten inrichting gaan, voor maar liefst zes maanden.

De officier vindt het ernstig en eist 80 uur werkstraf en twee weken voorwaardelijke gevangenisstraf voor Toine. ,,Maar hij is op de goede weg”, verdedigt zijn advocaat, in de hoop er ietwat van de straf af te snoepen. ,,Ik moet op de blaren zitten”, weet Toine, nadat de officier aangeeft dat er toch echt een straf moet komen. ,,Ik wil niet alles laten afhangen van de hulpverlening, dit is gewoon een ernstig feit”, zegt ze.

De rechter is het daar wel mee eens. Hij wil 36 uur werkstraf en twee maanden voorwaardelijke gevangenisstraf. ,,U moet zich vanaf nu compleet gaan aanpassen aan de reclassering. Er volgt nu zes maanden in een gesloten afdeling waarin u het moeilijk zult gaan krijgen. Wilt ontsnappen. Weer aan de drank wil”, spreekt hij Toine ernstig toe. ,,Maar ik wil één ding met u afspreken. Dat ik u hier niet meer zie. Ik onthoud uw gezicht, ik weet wie u bent. Dus wens ik u een hele fijne dag, veel wijsheid in de toekomst en niet tot ziens.”

Charlotte zit niet goed in haar vel

Het gaat niet goed met de 27-jarige Charlotte uit Breda. Ze zit thans opgesloten in een psychiatrische instelling, haar advocaat is er wel. Charlotte zou op 14 november jongstleden Esther hebben mishandeld in Breda. Zij liep met een vriendin ’s avonds door de Breda, toen een schreeuwende vrouw in een gele jas op hen afkwam. Ze vluchtten, maar tevergeefs: ze wordt geschopt en geslagen. Diezelfde avond zou Charlotte ook een andere vrouw hebben mishandeld.

Charlotte weet het niet meer, maar erkent wel een gele jas gedragen te hebben. ‘Ik heb een kind van je, ik ga alles aan je vrouw vertellen’, zou Charlotte Esther hebben toegebeten. ,,Ja, dat is wel gek om tegen een jonge vrouw te zeggen”, vindt de rechter. ,,Charlotte eh, spoort niet helemaal, om het plat te zeggen?” De advocaat vindt dat inderdaad plat gezegd, maar: ,,Dat zou je wel kunnen zeggen.” Met Esther gaat het sindsdien niet zo goed. Ze heeft angsten en hoofdpijn en vraagt een schadevergoeding van 450 euro.

Er is van alles met Charlotte aan de hand, legt de advocaat uit. ,,Ik ken haar al sinds ze nog Charles heette”, duidt hij op de transitie die in volle gang is. Er is geen stabiliteit in haar leven en dat is juist nu wel gewenst. Er zijn al zelfmoordpogingen geweest, deze mishandeling zou een psychose geweest kunnen zijn, maar dat staat niet vast.

De advocaat vindt de zaak zelf ook niet heel helder. ,,Esther en haar vriendin zouden naar een ouder echtpaar gerend zijn, maar die zijn niet gehoord door de politie. En het spijt me, ik doe mijn werk als advocaat hier en wil Esthers klachten niet bagatelliseren, maar is er een causaal verband tussen de klachten van Esther en dit voorval? Die avond zijn er immers geen verwondingen geconstateerd.”

De rechter schuift dat opzij. Het gaat om hoofdpijn, rugpijn en angsten: dat zijn geen pijnen die direct zichtbaar zijn. Wel is hij het eens met de advocaat dat 450 euro te veel is. Hij maakt er 300 euro van. Bovendien krijg Charlotte een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken.

Nachtelijk bezoek Joost zorgt voor onrust

,,Hij lacht ons uit. Snapt u dat dat heel dreigend voelt?” José en haar vader geven de 35-jarige Joost een voorsprong bij het verlaten van de rechtbank. Ze zijn bang voor de man uit Bergen op Zoom. Dat is niet gek: op 21 januari 2018 belt hij om half 2 ’s nachts aan bij José. De haar onbekende Joost is zwaar onder invloed. ,,Mijn zwager woont naast haar, ik had me in huis vergist”, legt hij uit. Hij wil naar binnen, maar dat weigert ze. Er ontstaat duw- en trekwerk. De 17-jarige zoon van José, Maxim, snelt naar beneden om te helpen. Joost pakt Maxim stevig beet. ‘Ik heb vrienden bij No Surrender’, zou hij gezegd hebben, inclusief een dreigend vingertje langs zijn hals. Maxim belt de politie, Joost wordt meegenomen.

Joost moet lachen. Zoveel is er niet gebeurd, stelt hij. ,,Ze werd gelijk boos, er was niets aan de hand”, legt hij uit. Toch zit het hem niet lekker; de dag erop biedt hij middels een briefje zijn excuses aan. ,,José staat bekend als lastig. Ik ken niemand van No Surrender, ik heb niet gedreigd, maar wilde het wel goedmaken.”

José eist een schadevergoeding. Het incident heeft diepe sporen nagelaten. Maxim voelde zich zo onveilig in eigen huis, dat hij verhuisd is naar zijn vader. Joost gaat regelmatig naar zijn zwager. José hoort dan zijn stem, ziet zijn gestalte en is doodsbang. Kan het niet laten rusten, haar huis voelt als een onveilige plek. José laat haar vader een brief voorlezen, zijzelf durft niet. Joost schudt zijn hoofd ongelovig, herkent zich niet in het geschetste beeld.

Zowel de rechter als de officier van justitie noemen het excuusbriefje een impliciete bekentenis. Joost is een bekende als het gaat om drugs, drank en agressie. Ook in de rechtbank toont hij geen enkele empathie of verantwoordelijkheid. Hij krijgt een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken en een geldboete van 1000 euro. Bovendien moet hij 400 euro schadevergoeding betalen aan José. Joost kondigt direct aan dat hij de straf niet accepteert. Zijn cynische grijns richting José en haar vader gaat door merg en been.