perrongeluk

Broodje

Een Afrikaanse man komt bij me. Hij heeft een grote koffer bij zich en draagt een lange, witte jurk en een kufi hoed. “Un café, s’il vous plait”, zegt ie. “Et…“, en hij wijst de warme broodjes aan. Hij stelt een vraag in het Frans, maar ik spreek die taal echt nauwelijks.

Aan z’n lichaamshouding te zien vraagt hij wat voor broodjes het zijn. Ik probeer het dus toch maar in het Engels: “This one is a sausage roll, with meat. And this one is with cheese“. De man spreekt echter slechter Engels dan dat ik Frans spreek. “Ehm, viande?“, wijst ie alle broodjes aan. Viande. Dat woord ken ik, dat is vlees. Of toch kaas? Zul je altijd zien. Het is één van die twee en ik weet niet welke.

Het is een wat ongemakkelijk momentje, die we allebei overigens best vermakelijk vinden. Geduldig en zonder enige frustratie proberen we elkaar te begrijpen. Ik probeer het nogmaals in het Engels: “This one is a sausage roll. With meat?“[man kijkt niet begrijpend], “Animal?” [man schudt hoofd], “Pork?” [man schudt hoofd]. De man besluit nu zelf het initiatief te nemen. Hij houdt beide wijsvingers langs z’n hoofd alsof het horens zijn en doet een wild dier na.

Oui!“, roep ik en baken met m’n handen de saucijzenbroodjes af. “D’accord, c’est viande“, grijnst ie. Nu wijst hij de kaasbroodjes aan en kijkt vragend. Ik denk weer na en kom op het lumineuze idee om hetzelfde te doen als hij. Ik doe hetzelfde dier na en haal mijn handen weg van mijn hoofd en ga naar mijn buik. De man knikt. Ik doe alsof daar uiers zitten, door in mijn denkbeeldige uiers te knijpen, de man knikt enthousiast en grijnst. Vervolgens doe ik alsof ik een emmer heb en roer erin. “Ah! Fromage!“, roept ie uit en hij bestelt een kaasbroodje.

perrongeluk

Kaasbroodje

Het is ongeveer tien minuten voor sluitingstijd. Alles is aangevuld, alles is schoon, de minuten tikken weg en ik ben helemaal klaar om straks de laatste plichtplegingen te doen, als ik eenmaal dicht ben.

Een mevrouw komt enthousiast op me afgelopen. “Goedenavond meneer!“, roept de vrouw vrolijk, terwijl ze vluchtig en blij om zich heen kijkt.

“Wat is het hier veranderd zeg! Station Breda is echt helemaal anders in vergelijking met de vorige keer dat ik hier was. Erg mooi geworden, maar ik moet m’n weg nog wel een beetje vinden merk ik. Ik woon in Terheijden. Breda heeft nu inderdaad een prachtig station, maar op dit tijdstip gaat er dus maar één keer per uur een bus naar Terheijden, die ik uiteraard op een paar minuten gemist heb. Hebben ze een hele busbaan aangelegd voor het traject Breda – Terheijden. Er is speciaal voor die busbaan een hele boerderij gesloopt en ik geloof dat de realisatie van die baan dus echt tónnen gekost heeft. Het zou me niets verbazen als het nog meer was dan dat. Nu rijden er ’s middags een paar bussen per uur, ’s avonds ééntje. Raar eigenlijk”.

Ze zucht even, het lijkt een kleine ergernis. “Maar goed”, vervolgt ze weer enthousiast, “het is hier echt flink anders dan voorheen. Ik ben nu al een tijdje aan het rondlopen en verbaas me oprecht. Ik heb vele stations gezien op de wereld. In Wenen bijvoorbeeld, dat is ook zo’n prachtig station. Hele muur met muziektonen, ja, dan weet je dat je in Wenen bent. Hier zie ik allemaal oude foto’s van Breda. Prachtig zwart/wit. Hoort bij deze stad, Bredanaars zijn echt trots op de historie en dat draagt het station mooi uit. Ach, soms zie je van die krakkemikkige stations ook”, en ze schudt meewarig haar hoofd.

Ik heb zelf geen rijbewijs en mijn man kan ook niet altijd rijden, dus doe ik alles met het openbaar vervoer. Ook gerust naar en in het buitenland hoor. Pas geleden ging ik op visite bij een vriendin van me, in Griekenland. Ik met het vliegtuig naar Tessaloniki. Het was noodweer, waardoor het een zeer enge vlucht was. We vlogen op een gegeven moment zelfs een paar meter boven de zee. In het vliegtuig waren sommige mensen meteen in paniek hè, ik had wel vertrouwen dat het goed ging komen. Ik ben niet zo snel bang, ik heb vooral in een vliegtuig altijd wel een soort vertrouwen dat het goed komt. Ik bedoel, de kans dat je onder een auto komt is groter dan dat je in een vliegtuigcrash zit, toch? We konden maar niet landen, ik dacht dat het landingsgestel kapot was ofzo. Uiteindelijk landden we met een flinke vertraging en ik had afgesproken dat ik een aansluitende trein zou pakken, naar het stadje waar zij woont. Die trein gemist, de trein daaropvolgend ook. Hadden die vriendelijke mensen van de vliegtuigmaatschappij een busje geregeld, er moesten namelijk echt meer mensen naar datzelfde stadje. Ging prima, die bus reed lekker door over snelwegen. Tot we bij de bergen kwamen. Ineens bleef de chauffeur gemiddeld 20 kilometer per uur rijden. Hij moest zelfs af en toe de bus uit om iets te repareren. Dan werkte het weer twee kilometer en dan moest ie er weer uit. Bleek dat die bus dus helemaal niet geschikt was. Dat had ik natuurlijk allang door, haha! De eh, naja, hoe zal ik het noemen, de Griekse ANWB heeft ons opgepikt en we zijn met taxi’s verder gegaan. Wat een hellenrit was het, taxichauffeur die wist wel raad met die bochtige weggetjes. Uiteindelijk zijn we goed en op tijd aangekomen en werd ik opgehaald door m’n vriendin. Was niet echt een supergezellig samenzijn trouwens. Paar keer woorden gehad, het wilde niet zo klikken als vroeger weet je wel, ga ik jou niet mee vermoeien. Nou ja, en toen de terugreis… Wat?

Ze ziet m’n blik een beetje veranderen. “Mevrouw, het spijt me, ik vind dit altijd wat moeilijk maar in uw verhaal geloof ik wel een goed moment. Het is half 11, ik wil graag sluiten“, zeg ik. “Oh, nou ja, de terugreis ging dus wel een stuk beter, maar dat is dus ook nog vijf keer overstappen voordat je bij de grote steden komt. Maar goed, zo heb ik dus meerdere reizen gehad, maar ik snap dat je dicht moet. Ik heb eigenlijk nog wel een grappig verhaal, korte maar hoor, we moesten eens…”, maar op dat moment wordt ze aangesproken door een andere reiziger. “Bent u aan de beurt? Mag ik even snel tussendoor bestellen?”, vraagt de man beleefd. De vrouw doet een stapje opzij. De man kijkt naar de warme broodjes. “Oei, nog maar twee kaasbroodjes, de rest is op? Oh, je gaat nú dicht? Heb ik even geluk, haha! Ah, nou, doet u mij maar de twee kaasbroodjes dan, lekker!

We rekenen af. De vrouw kijkt me treurig aan. “Ik had die kaasbroodjes willen hebben, had ze allang in het vizier, maar ik besloot ze gewoon te gaan kopen als je dicht ging… Shit, daar had ik nu écht heel veel zin in… Nou ja, nee, ik hoef niets anders hoor, ik wilde heel graag dat kaasbroodje. Eigen schuld, ga jij maar dicht, fijne avond nog”. Ik wens haar een goede avond en laat het luik zakken. Ze moet nog maar 20 minuten wachten.