Swing Festival: ‘Kleine setting is heerlijk’

BREDA – Vele jazzliefhebbers uit Breda en omstreken kwamen zondagmiddag goed aan hun trekken bij de negende editie van het Swing Festival Breda. Zeven bands gaven een optreden, de vijf deelnemende kroegen waren veelal goed gevuld.

“Zo’n kleine setting is heerlijk; jazz in een kroeg heeft wat intiems”, vertelt Ineke Voermans uit Breda. “Wat ik het leukste vindt om te zien is onderling plezier. Communiceren, lachen, hier en daar een aanwijzing: er moet muzikaal onderling wat gebeuren, ook zichtbaar. Als dat onzichtbaar is op het podium, ben ik er al minder enthousiast over.” Voermans doet alle deelnemende kroegen aan en vermaakt zich goed in Café Het Voske. “Dit meisje zou ik graag eens zien optreden bij bijvoorbeeld Jazz at the Castle, daar zou ze het geweldig doen”, doelt ze  op de Cypriotische Elizabeth Simonian, die samen optreedt met het Harry Kanters Trio. “Dat blijft toch het leukste om te spotten: jonge mensen die op enthousiaste wijze jazzmuziek spelen. En vernieuwen, ze geven er nog steeds hun eigen draai aan.”

Aan de overkant, in de langwerpige maar smalle bovenverdieping van Parc, treedt het Ellister van der Molen Kwartet op. “Ik ben vooral een luisteraar en sla bijvoorbeeld het veel te grote Jazzfestival over, daar draait het toch vooral om bier”, vertelt bezoeker Ger van Leeuwen. Hij vult aan: “We komen net van de Loose Bow Ties in de Bruine Pij. Zij wonnen onlangs de Jazz at the Castle Youth Talent Award. Dat was erg aardig, er zat echt flair in.” Ook hij is enthousiast over de jongere generaties die tijdens het Swing Festival optreden, maar iets minder over de locaties. “Het zijn alleen maar kleine cafés, van mij mogen die ruimtes best wat groter.”

Tinez Roots Club - Amost Nasty

Tinez Roots Club – Almost Nasty

Tinez Roots Club heeft Arnhem als basis, iets dat je niet zou verwachten als je naar Almost Nasty luistert. Je hoort namelijk vier zwarte mannen compleet los gaan op rythm & blues, zoals dat in het midden van de Verenigde Staten rond de jaren ’50 ongeveer geklonken moet hebben. Tinez Roots Club bestaat uit zanger / tenorsaxspeler Martijn van Toor, op baritone speelt Koen Schouten, op de Hammond 83 horen we Wolfgang Roggenkamp en op drums speelt vervolgens Henk Punter.
Meer lezen

Gare du Nord - Greatest Hits

Gare du Nord – Greatest Hits

Gare du Nord bestaat tien jaar en na vijf officiële albums is het tijd voor een Greatest Hits album. En terecht, Gare du Nord introduceerde de nu-jazz in Nederland en stond daarmee aan de basis van het succes van Room Eleven en met name Caro Emerald. Op deze Greatest Hits veertien nummers: Zes van het album Love for Lunch uit 2009, vier van Sex ‘n’ Jazz uit 2007 en een enkel nummer van de albums (In Search of) Exellounge (2001), Kind of Cool (2002) en Club Gare du Nord (2005). En omdat het album al eind november uitkwam, staat er natuurlijk ook nog één nieuw liedje op. Een kerstliedje. Het had niet gehoeven.

Want de overige dertien nummers hebben hun kracht allang bewezen en deze Greatest Hits levert een meer dan uitmuntend album op. Uiteraard de bekende hits als (doorbraaksingle) ‘Beautiful Day’, ‘Marvin & Miles’ en de debuutsingle ‘Pablo’s Blues’ met Robert Johnson zijn aanwezig. Bij Gare du Nord zijn de hits echter van ondergeschikt belang, aangezien juist de albums altijd bijzonder succesvol zijn geweest. Sex ‘n’ Jazz stond immers 98 weken (!) in de hitlijsten en hoewel Deleted Scenes from the Cutting Room Floor van Caro Emerald meer verkocht werd (vier keer platina tegen twee keer platina), zal Emerald niet zólang in de hitlijsten blijven staan. Toch?

Zoals gezegd, past het nieuwe (kerst)nummer ‘Christmas Every Day’ niet op deze Greatest Hits. Dan is het logisch dat je het nummer helemaal achterin zet. Maar het één-na-laatste nummer is ‘We Still Grow’ (met Blue Note-trompettist Erik Truffaz). En die is van dusdanige schoonheid, dat dat kerstnummer per defiinitie in het niet valt. Mosterd na de maaltijd. Hele flauwe mosterd na een voortreffelijke maaltijd. Maar het is dan ook het enige noemenswaardige minpunt. Greatest Hits bevat zóveel kwaliteit. Het uptempo jazz-nummer ‘Beautiful Day’ zet de toon, gevolgd door een trio Love For Lunch nummers, met zangeres Dorona Alberti als frontvrouw. Het duet met Marvin Gaye op ‘You’re My Medicine’ blijft een schot in de roos, zoals eigenlijk alle samenwerkingen die Gare du Nord aangaan erg de moeite waard zijn. Het Moby-achtige ‘Pablo’s Blues’ met Robert Johnson is fraai, ‘Ride On’ met Paul Carrack weet hooguit iets minder te bekoren.

Ach. Op ‘Christmas Every Day’ na, zijn alle nummers al bekend. En hoewel het reeds eind januari is, was Greatest Hits inderdaad een uitstekend kerstcadeautje. Het kippenvelmoment zit ‘m in ieder geval bij ‘We Still Grow’, van het album Club Gare du Nord uit 2005. Een prima Greatest Hits, van een prima Nederlands / Belgische band. Niet zo vooraanstaand en inmens populair als Caro Emerald momenteel, maar het is duidelijk dat Gare du Nord een flinke inspiratiebron geweest is.

New Cool Collective - Pachinko

New Cool Collective Big Band – Pachinko

Toen New Cool Collective anderhalf jaar geleden als achtkoppige band het hele aardige Out Of Office uitbracht, werd al duidelijk dat het collectief dansbaardere muziek wilde maken dan voorheen. Bij vlagen kende Out Of Office nog wat jazz van de moeilijke soort, maar het album klonk in z’n geheel dansbaar, met kwalitatief hele aardige nummers. Nu is het collectief terug als bigband en bestaat men uit negentien man. Pachinko heet het album en Japan is de inspiratie.

Jazz van de moeilijke soort is niet meer te vinden op Pachinko. Het neigt naar een olijke ska-band, maar daar doe je New Cool Collective Big Band te kort mee. Pachinko swingt er direct op los met het titelnummer en met ‘Little Black Dress’. Bij jazz en bigband denk je al snel aan saxofoons en trompetten en uiteraard zijn deze instrumenten ook volop aanwezig. Des te interessanter en verrassender is het gebruik van de gitaar als solo-instrument en de saxofoon en trompet als ondersteunend geluid. Goed te horen in ‘Circus Circus’ en een van de toffere nummers van het album.

Pachinko kent vele stijlen. Er zitten rock-elementen in, ska, jazz, dance. ‘Pasmo’ zou het thema-nummer in de Fata Morgana van de Efteling kunnen zijn. Het levert een zeer swingend geheel op, waar de muzikaliteit vanaf spat. New Cool Collective Big Band is geen big band zoals we die al kenden, maar is vernieuwend en hip. De samenwerking met de rapper Typhoon eerder dit jaar gaf dat natuurlijk al een beetje aan, maar dat New Cool Collective vernieuwend en hip is mag als bekend verondersteld worden. ‘We’re All Going Up’ is wederom zo’n fris, swingend nummer en kent zelfs vocalen. De moeilijke jazz lijkt te komen bij het bijna acht minuten klokkende ‘Peace and Happiness’, maar dat betreft slechts een intro. Het nummer is wat minder uptempo en fungeert als rustig tussendoortje.

Met twaalf nummers die overwegend swingen, variëren en dansbaar zijn, is Pachinko gewoon een erg leuk album. New Cool Collective Big Band tourt momenteel door Nederland en een podium vol instrumenten die samen dit soort muziek produceren is het aanzien zeker waard.

Typhoon ft. New Cool Collective - Chocolade

Typhoon ft. New Cool Collective – Chocolade

Op 15 juni 2008 staat er een interessante combinatie op het programma in de Melkweg. Rapper Typhoon deelt die avond het podium met New Cool Collective en deze samenwerking lijkt niet alleen op papier aantrekkelijk, maar blijkt ook in de praktijk goed te werken. Het klikt tussen Typhoon en NCC en daarom wordt besloten om een ep op te nemen. Op deze ep komen een aantal live nummers en een aantal studio-nummers te staan. Eind november werd de Chocolade EP dan ook daadwerkelijk gereleased. Een ep dus, want de samenwerking moest wel leuk blijven en niet te pretentieus, aldus Ty en NCC’er Benjamin Herman in het televisie-programma De Wereld Draait Door.

Het levert een album op met zeven nummers, waarvan ‘Bumaye’ en de live nummers ‘3 Luik’ en ‘Brand Los’ natuurlijk allang bekend van zijn. De nieuwe jasjes staan de nummers goed. De knallende, springerige hiphop-beats zijn ingeruild voor de warme sound van de NCC, zonder dat de nummers inboeten aan kracht. Daardoor luistert Chocolade lekker weg. De intro van ‘A De Na Oso’ is een gedicht van Typhoon gericht aan z’n moeder en dat neemt de vaart nogal uit deze ep. Hij brengt het geloofwaardig, maar de neiging om dat ene minuutje rap door te spoelen totdat de muziek begint is nogal aanwezig. ‘Licht Uit’ is een ander uiterste. Het nummer is een studio-uitvoering, maar voelt live aan en weet ongelofelijk goed te knallen. Het is in dat opzicht een fraai hoogtepunt van het album. Fakkelbrigade horen we op ‘Chocolade’ en vormt een tof middenstuk van deze ep.

Typhoon ft. New Cool Collective is dus niet alleen op papier interessant, maar weet live en nu dus ook op ep te overtuigen. Of deze samenwerking echt een vervolg gaat krijgen is nog de vraag. Deze ep overtuigt in ieder geval en is de aanschaf zeer zeker waard. Een live tour zou ongetwijfeld zorgen voor uitverkochte zalen, maar dat zijn Typhoon en New Cool Collective wel gewend.

Stonephase - Stonephase

Stonephase – Stonephase

Zo afgaande op de informatie die voor handen is over Stonephase, hebben we hier te maken met de Engelse Herman Benjamin. Larry Stabbins is een jazz-trompettist die het experiment niet schuwt en daarmee veel succes boekt in eigen land. Op het selftitled album Stonephase werkt Stabbins samen met enkele opvallende namen. Portishead-gitarist Adrian Utley, drum ’n bass/ hiphop – producer Krzysztof Oktalski en ook Portishead-bassist Jim Barr werken mee aan Stonephase. Op trombone, percussie, keys & rythm guitar horen we Helm Devegas. Op papier een bijzonder aantrekkelijke, interessante samenwerking dus en het blijkt in de praktijk bijzonder sterk te werken.

Het album trapt af met het swingende ‘Wedgehead Gets Lucky’. Laidback jazz met een rustige beat; Het roept een whiskey-en-sigaar-sfeer op. Adrian Utley gaat tekeer op ‘Yellow Brick Road’ met een bezwerende solo, die bijna angstaanjagend is en toch erg mooi. Een bijzonder sexy saxofoon is te horen op ‘Rotor’ en datzelfde geldt eigenlijk voor ‘Five Miles High’. Stonephase bevat geen vocalen en neigt het gehele album naar het nogal moeilijk te doorgronden freejazz-genre. Het album blijft dankzij de beats van Oktalski binnen kaders en daardoor te begrijpen voor niet-kenners van het eerder genoemde genre. Prachtig is ‘White Queen Psychology’. Een bijzonder fraai saxofoonnummer met een erg subtiel basgitaarloopje en Utley die z’n gitaar bijna John Frusciante-iaans laat klinken. Echt los gaat het aan het einde van het album, tijdens het haast 10 minuten durende titelnummer ‘Stonephase’. Het levert – samen met het eerder genoemde ‘Rotor’ – een prachtig muzikaal hoogtepunt op.

Of het een éénmalige samenwerking is tussen de diverse muzikanten is nog onbekend. Het album smaakt sowieso naar méér. Het oh zo moeilijke freejazz-genre op dergelijke wijze redelijk toegankelijk maken en tegelijkertijd ook nog interessant blijven voor liefhebbers van freejazz is een bijzondere prestatie.

Liefhebbers van New Cool Collective zullen met Stonephase een interessante nieuwe aanwinst hebben. Uitstekend album, dat niet van begin tot eind de aandacht vast weet te houden maar als achtergrond noch stoort, noch overheerst maar wel degelijk prettig wegluistert.