Augustina bracht hygiëne en naaikunsten naar Congo

ETTEN-LEUR  – De Afrikaanse kunst die zuster Augustina (80) in haar woning heeft hangen en staan springt gelijk in het oog. Vijfendertig jaar lang was ze missionaris in Bobadi, een stam in het noorden van het huidige Congo-Kinshasa. ,,Ik was er niet om het evangelie te verkondigen, maar om hen een beter leven te geven.”

Ze was nog maar 24 jaar toen ze naar het Afrikaanse land vertrok. Het is 1963, de Belgische heerschappij in het land is ten einde. Ze leerde er de taal, de culturele verschillen, wilde snel onderdeel zijn van de gemeenschap. En leerde de plaatselijke bevolking over hygiëne. ,,Want het was er zo vies. Schoonmaken deden ze niet, tot aan de keuken aan toe. Ze hadden vaak zandvlooien tussen hun tenen. Dat maakten zij met een doorn van een plant schoon.” Of wassen: ze deden het met hetzelfde water als waar ze hun behoefte in deden. ,,Ze schaamden zich, het was gewoon een gebrek aan kennis.”

Ze instrueerde enkele vrouwen, die de kennis weer door moesten geven. Het ging traag; de meesten waren nog nooit naar school geweest. ,,Als westerlingen zijn we gewend om rechte wegen te bewandelen. Recht op het doel af. Zij weken vaak af; rondjes, omwegen. Dat zag je ook letterlijk: als er een boom omwaaide, liepen ze er omheen. Ruimden het niet op.”

Ze leerde hen ook hoe ze met een naaimachine om moesten gaan. Kleren maken. ,,Die stoffen lieten we uit Europa komen, want de kwaliteit daar was erg slecht. Vergeet niet dat de stammen daar ook nog eens een laag aanzien hadden en het dus ook moesten doen met het slechtste spul.”

Augustina was als een moeder voor de plaatselijke bevolking. Waar in het begin nog wat afstand bestond, begon ze steeds meer één van hen te worden. Ze werd volledig opgenomen. Traditionele, haast middeleeuwse gewoontes bleven haar verwonderen. ,,Als iemand overleed, werd er altijd een schuldige aangewezen. Deze kreeg dan gif toegediend. Overleefde hij, dan had hij zijn straf uitgezeten. Overleed hij, dan was dat de bevestiging dat hij de schuldige was.”

Ze zat er tot 1997, tot haar 59e. Ze kijkt terug op een fraaie invulling van haar leven. Een verrijking. Hoe het er nu is, weet ze niet. Maar de kans is groot dat er niet veel veranderd is en dat de herinnering aan haar aanwezigheid ook wat verwaterd is.

Tijdens de Open Monumentendagen van 14 en 15 september wordt een unieke verzameling Afrikaanse kunst getoond in de Heilige Jacobus de Meerderkerk in Fijnaart. Afkomstig van diaken Michaël Bastiaansen en de zusters Tescelina en Augustina. Te zien zijn zandschilderijen, houtsnijwerk, koperplaten, gebruiksvoorwerp en kunst.