Reno Masasi debuteert met ‘Back’

Reno Masasi debuteert met ‘Back’

BREDA – Grappig, noemt Reno Masasi het. ,,Twee jaar geleden deed ik een freestyle. Ik rapte: ‘Ja, ze herkennen de stem, binnenkort BN DeStem!’, en zie wat er gebeurt?”

Romius Ludelu-Kifu -zijn echte naam- heeft zijn debuutsingle ‘Back’ inmiddels op YouTube gezet. De Bredase rapper is ambitieus: ,,Ik wil echt in de game komen en omring me daarom met professionals die me kunnen helpen.”

De 18-jarige heeft een Congolese achtergrond. ,,Mijn raps en barz komen binnen als ‘masasi’, het Congolese woord voor schoten”, verklaart hij de naam. Het businessmodel is helder: alle nummers zullen voorzien worden van een clip. Diverse social influencers zullen via social media een groot bereik gaan realiseren. Bovendien wil hij zo snel mogelijk eigen merchandise op de markt brengen.

Back

De clip voor ‘Back’ werd opgenomen op diverse plekken in Breda. In zijn buurt ‘Gampel’ (Fellenoord), in Q-Park Centrum, bovenop de Albert Heyn aan de Oude Vest; het zijn de plekken waar hij als kind vroeger graag kwam.

Teksten zijn belangrijk, vindt hij. Ze moeten kloppen op de trap- en drilbeats die hij gebruikt. ,,Ik wil ook mijn veelzijdigheid laten zien; soms ben ik boos, soms juist positief.”

Mijn stijl is uniek

Echt een muzikaal voorbeeld heeft hij niet. ,,Ik luister naar Amerikaanse rappers zoals Meek Mill en Kodak Black, maar ik geloof dat mijn stijl uniek is.”

Op dit moment heeft hij zeven nummers af, daarnaast zitten er nog zo’n zeven nummers in de pijpleiding: de teksten zijn klaar, de beats moeten er nog bij gezocht worden. ,,Ik doe en betaal alles zelf, maar alleen afhankelijk van studiotijd. Zo investeer ik in mijn carrière, omdat ik weet dat het me meer gaat opleveren.”

Hij is overtuigd dat hij aan de vooravond van een doorbraak staat. ,,Ik ga het commercieel maken, omdat ik muzikaal iets toe te voegen heb.”

Reno Masasi hoopt op festivals als Appelsap, Encore, Woohah en Latin Village. ,,Ik wil mensen blij maken met mijn muziek, dat mensen het gaan voelen. En ik wil hen meegeven dat ze moeten doen wat ze leuk vinden en niet bang zijn om te falen.”

Geen lucht meer uit ‘Groot Hart’

Geen lucht meer uit ‘Groot Hart’

BREDA – ,,Een cardioloog zal onmiddellijk zien dat het niet helemaal klopt”, glimlacht kunstenares Mia Trompenaars uit Breda, terwijl ze een rondje loopt om haar nieuwste werk ‘Groot Hart’. Het zwarte gevaarte hangt in haar atelier aan een tweetal katrollen. Het is echter onmiskenbaar een hart, daar bestaat geen twijfel over.

Trompenaars heeft de drang naar perfectie allang laten varen. Dat lijkt met dit materiaal ook niet anders te kunnen: ‘Groot Hart’ is gemaakt van binnenbanden voor tractoren. Het zorgt ervoor dat het knip-en-kit-werk duidelijk zichtbaar is en wellicht is dat juist de grootste charme. Trompenaars heeft er een jaar aan gewerkt, inclusief voorbereiding en denkwerk. ,,Het was voor mij de eerste keer dat ik met tractorbanden werkte, dus hoe pak je dat aan? Hoe creëer je vormen? Hoe bevestig je twee stukken aan elkaar en hoe zorg je ervoor dat het luchtdicht blijft?” In een logboek hield ze haar stappen en haar keuzes nauwgezet bij.

De fascinatie voor het orgaan ontstond en paar jaar geleden. ,,Iedereen heeft er gedachtes bij, maar uiteindelijk is het hart slechts een pompje, een motortje. We geven er heel veel betekenissen aan: trouw, emotie, gevoelens, maar dat zit toch echt in ons brein. Dat vind ik interessant.”

Tot voor kort was ze nog op zoek naar gaatjes in haar werk, sinds een week komt er dan toch echt geen lucht meer uit het hart. Een minuscuul gaatje dat ze onlangs toch aantrof is inmiddels geplakt; het geeft de imperfectie misschien nog wel meer cachet.

Van 6 mei tot en met 23 juni exposeert ze ‘Groot Hart’ bij Pulchri Studio, in Den Haag. De Nederlandse Kring van Beeldhouwers viert haar honderdjarig jubileum en zo’n honderd aangesloten beeldhouwers zullen hier hun werk tentoonstellen. Tijdens de Open Atelierroute in het najaar is ‘Groot Hart’ ook in haar eigen atelier te bewonderen.

Flashmob met Tocoloro

Flashmob met Tocoloro

Het Bredase koor Tocoloro bestaat inmiddels vier jaar, maar telt slechts achttien leden. Dat zijn er veel te weinig, maar eerdere campagnes om meer leden te werven leverden nauwelijks extra aanwas op. En dus werd besloten tot een ludieke ledenwerfcampagne: een zogenoemde ‘seriële flashmob’ in hartje Breda.

Onder aanvoering van dirigente Anneke Bogaard werden donderdagavond de stoute schoenen én opvallend kleurrijke kledij aangetrokken. De dames verschenen in het wit, roze, oranje en rood, vrij naar een Caribisch paradijsvogeltje en inmiddels de huiskleuren van het koor. Het idee: daar waar het druk is in de binnenstad het oeuvre ten gehore brengen. Zonder vergunning, maar zoals het hoort: spontaan, zonder enige aankondiging. ,,Het zou toch wel heel leuk zijn als we ook wat troubles krijgen”, kijkt Bogaard alvast iets vooruit

Tocoloro brengt vooral Afrikaanse muziek, met uitstapjes naar Brazilië, Suriname, Bulgarije, Oekraïne en Cuba. Ze begeleiden zichzelf door middel van percussie. Het koor oefent normaliter eens in de twee weken in Het Huis van de Heuvel en met foldertjes hopen ze na afloop van de liederen het aanwezige publiek te enthousiasmeren eens deel te nemen aan het koor.

Vooraf lijken er toch wat zenuwen aanwezig. Tijdens het inzingen op het binnenpleintje van de Nieuwe Veste ontstaat wat discussie over de te zingen liederen. Enkele daarvan zijn de laatste tijd nauwelijks geoefend, maar Bogaard heeft er het volste vertrouwen in dat het goed komt. Ook van een flashmob is in de praktijk niet echt sprake: de groep verplaatst zich gezamenlijk, stationeert zich opvallend en zingt, na kort overleg, een lied van zo’n drie minuten en vervolgt daarna weer haar weg. Veel publiek trekken de performances van Tocoloro dan ook niet, daar zijn de minioptredentjes waarschijnlijk toch te kort voor. ,,We willen iedereen in de stad vergasten op mooie liederen, hopelijk is ons dat dan toch gelukt”, klinkt Bogaard optimistisch.

Op zoek naar een bigmac

Op zoek naar een BigMac

Eerste kerstdag bij de McDonalds

Afgelopen zondag, the day after Serious Request en tevens Eerste Kerstdag-, oogt de binnenstad enigszins verlaten. Vrijwel alles is dicht en zelfs de horeca is lang niet altijd open. Het levert mede dankzij het regenachtige weer een nogal desolate binnenstad op. De vele döner- en andere fastfoodzaakjes zijn overwegend wel geopend, maar de weknemers staan er toch wat werkloos bij. Her en der eet iemand in z’n eentje z’n kerstmaal.

Zélfs de McDonalds is vandaag gesloten. Althans, de vestiging aan de Karnemelkstraat. Dat dat ietwat onwennig aanvoelt, blijkt wel uit de vertwijfelde blik van een man voor het pand. Hij tuurt naar binnen, in de hoop een teken van leven te ontwaren. De lichten boven de kassa’s staan aan, dus wie weet? En als er iemand is, wie weet wat er dan mogelijk is? Wellicht kan er dan alsnog een BigMac bereid worden! Hij neemt weer even afstand en bekijkt het pand van de McDonalds nauwkeurig. Ook op de eerste etage is het donker, dat belooft dan ook niet veel goeds. Wederom doet hij een paar stappen naar voren en poogt zelfs de schuifdeuren handmatig te openen. Tevergeefs en hij lijkt zich ook al snel te realiseren dat deze actie ook niet erg zinvol was. Stel dat het gelukt was: wat was dan het vervolg geweest? Wat had hij eenmaal binnen kunnen doen? Hij pakt z’n mobiele telefoon uit z’n binnenzak en kijkt hier uitgebreid naar. Een korte, opgewonden zucht van verlichting is zichtbaar en voelbaar. De man kijkt op als hij mij de McDonalds ook iets vertwijfeld ziet naderen. ,,Deze vestiging is dicht, maar de McDonalds aan de Steenakker is vandaag wél gewoon open!”, klinkt het opgewonden, alvorens hij in z’n auto stapt en zich in die richting op haast.

 

Hartje Breda: ondertussen op de Grote Markt

In de historische kelder van Café De Boterhal aan de Grote Markt is een heuse brouwerij verrezen: Sint Joris geheten. Maanden van ideeën, uittekenen, verbouwen en installeren, tot het daadwerkelijke testen en bierbrouwen gingen eraan vooraf; woensdag ging de kelder open voor publiek, om alvast te proeven. “Dit is ons eerste vat, met nu alleen nog wit- en bitterblond bier. Die gaan we nu evalueren. We verwachten dat het vierde vat De Perfecte Biertjes zullen opleveren”, vertelt eigenaar Wouter van de Graaff. Dat belooft wat, het witbiertje smaakt nu al wonderwel. Biersommelier Jet van de Griendt geeft direct een fraaie rondleiding door de catacomben van het pand. “Het was passen en meten door deze smalle gangetjes”, bezweert ze. Daar bestaat zeker geen twijfel over. De kelder uit 1483 ademt historie, de inrichting van de ruimte ook. “We gaan helemaal mee met het verhaal van het boogschuttersgilde van Sint Joris, dat hier toen huisde. Onze biertjes gaan ook namen dragen die voortkomen uit het verhaal van Sint Joris, met een beetje eigen interpretatie”, vertelt Van de Graaff. Hoe de biertjes dan gaan heten is nog geheim, dat wordt pas bekend als Het Perfecte Biertje uit de taps stroomt. De bieren kunnen nu al geproefd worden middels een heuse proeverij. Heerlijk.

Eerder schreef ik dit artikel over brouwerij Sint Joris.

De drie blinde musketiers

Iedere week nemen de vrienden Guus, Kees en Willem uit Vught de trein naar Breda. “Een reis van dik een uur. In Breda worden we opgevangen door NS-medewerkster Manouk, die ons op de bus naar Gemeenschapshuis De Vlieren zet.” De drie heren zijn immers (nagenoeg) blind, maar willen hun sport tóch kunnen uitoefenen: blind tafeltennissen. Huh? Eigenlijk is showdown – zo heet de sport – beter te vergelijken met airhockey. Het spel wordt gespeeld aan een tafel met een verhoogde rand, het balletje mag de tafel niet verlaten. Aan weerzijden zijn twee doelen. De spelers hebben batjes, de bedoeling is uiteraard te scoren. Het geheim zit ‘m in het balletje: daar zit een belletje in. Als Jack -die al eens Europees én Wereldkampioen werd- een potje speelt, luisteren Guus en Kees naar het keiharde geluid. “Je hoort de beweging van de bal, dus kunnen we het spel ook prima als toehoorders volgen”, beweert Guus. Waar Jack met een idee speelt, ramt Guus met de botte bijl het balletje naar het vijandige doel. “Vind ik heerlijk, ik wil gewoon keihard hakken”, grijnst hij. Elke week in totaal twee uur reizen, Guus heeft er geen moeite mee. “Je raakt de reis gewend en met z’n drieën is het hartstikke gezellig. Na afloop drinken we nog een paar biertjes, om dan weer een uur terug te reizen. We worden hier al de Drie Musketiers genoemd.”

Hartje Breda: Roparun & Inspire Coffee

Voor de rubriek Hartje Breda toog ik woensdag 11 mei compleet blanco de straten op. Het leverde twee verschillende verhalen op.

Over de Roparun, met Joek Baaij:

Enthousiast geeft Joek Baaij alle passerende kinderen een high-five. Baaij zit bij het team ‘Daar Lopen We Voor’ van de Roparun, dat geld inzamelt ten bate van kankerpatiënten. Vandaag zijn ze neergestreken op het speelveldje aan de Veestraat. Liefst 408 kinderen van basisschool De Spoorzoeker leggen hier een parcours af, ontworpen door Open-Up Fun-Kidz. Cyril Breinburg helpt de kinderen met de warming-up. “Voorheen was het voor de kinderen een soort duurloop. Beetje saai rondjes rennen dus. We hebben er nu een soort obstaclerun van gemaakt”, wijst hij naar een aantal autobanden en naar een zeil waar kinderen onderdoor schuifelen. Baaij pept de kinderen vanaf de zijlijn op. “Toen mijn vrouw kanker kreeg, hebben we ons als team aangemeld bij Roparun. De meeste teams zijn bedrijven of vriendengroepen, ons team is een samenraapsel. Allen met een eigen verhaal. Dat is nu vijf jaar geleden. Ze overleed helaas vlak voor onze eerste Roparun, maar ik haal hier nog steeds zoveel kracht uit. Als we erover vertellen in de schoolklassen, heeft ieder kind ook wel een verhaal.” Constant achterin loopt ene Maarten. Hij rent wel mee, maar spant zich nauwelijks in. Tijdens het rennen is hij druk bezig met haken. “Vorig jaar kreeg ik een haakpakket van m’n moeder. Thuis ligt een koord dat ik gehaakt heb van twintig meter lang”, vertelt hij daar enthousiast over. Vandaag heeft ie een koordje gehaakt van zo’ n twintig centimeter. “Ik heb net als de rest toch zeven rondjes gelopen, dus heb ik niet ondergedaan voor de anderen. M’n best gedaan voor het goede doel en intussen ook m’n leukste hobby uitgeoefend!” Baaij lacht er luid om. “Het mannetje liep toch knap mee en haakte toch goed aan, haha!” De leerlingen haalden samen €6632,37 op. “Daarmee kunnen we het resterende leven van kankerpatiënten echt veraangenamen”, constateert Baaij tevreden.

Over Inspire Coffee, met Eric Huysmans:

Het is woensdagmiddag rustig in Inspire Coffee Company aan de Veemarktstraat. Met name de bovenverdieping van de koffiezaak wordt normaliter bevolkt door vele zzp’ers en studenten, die hier onder het genot van een kopje koffie of smoothie werken of studeren. Vandaag kiest men voor het lekkere weer. Het zorgt ervoor dat Eric Huysmans de perfecte plek tot z’n beschikking heeft; aan het open raam, met uitzicht op de volle terrassen. “Ik kom hier ongeveer drie middagen per week. Dit is een ideale plek om te werken, wat vrij uniek is in Breda. Wat dat betreft is die naam echt uitstekend gekozen”, vertelt de bewustzijncoach. Sinds 2000 heeft hij samen met z’n vrouw een eigen bedrijf, Sensability. Hiermee ondersteunt hij zowel particulieren als mensen in het bedrijfsleven hun persoonlijke ontwikkeling. “Voorheen zat ik in het bankwezen. Toentertijd was ik vaak vermoeid en verveeld. Ik liep voor m’n gevoel tegen een burnout aan. Zo ben ik in aanraking gekomen met een coach, die me liet inzien dat er meer is. Ik begeleid mensen met bepaalde vragen; kleine concrete vraagstukken, tot existentiële levensvragen. Ik geef bijvoorbeeld mindfulness, ademhalingsoefeningen en ga zo maar door.” Huysmans besloot onlangs hij alleen ’s morgens de daadwerkelijke coaching doet. “Dan heb ik hooguit twee cliënten, zodat ik in de middag in alle rust kan werken. Dan werk ik de website bij, of dan schrijf ik over het vak. Ik heb inmiddels drie boeken geschreven. Thuis heb ik een uitstekende en stille werkkamer, in deze omgeving ben ik toch beter geïnspireerd.”