perrongeluk

Het Wilhelmusje

Ook de NS heeft een WK-gadget bij haar winkeltjes. Het is de Wilhelmus: Een musje in de kleuren rood, wit, blauw en oranje. Je hebt acht verschillende Wilhelmusjes; Elk Wilhelmusje heeft een regel uit het Wilhelmus op z’n staart. Naast een tamelijk ingenieuze woordspeling, is het ook best een leuk hebbedingetje. En nog best populair ook. Je krijgt het Wilhelmusje bij aankoop van een geselecteerd actieproduct.

Twee Engelse gasten komen bij me en bestellen een Cola’tje. Het type ‘Engelse voetbalsupporter die in een Irish Pub voetbal kijkt’.

Cola ís zo’n actieproduct en met genoegen geef ik hen twee Wilhelmusjes. Twee oranje Wilhelmusjes, een onschuldige vorm van provocatie. De jongens bekijken het Wilhelmusje eens goed en kijken me vragend aan. Oei, hoe ga ik dat in het Engels uitleggen? Eerst maar een simpel antwoord, hopelijk is dat voldoende: “It’s a little orange present, the World Cup is coming up“. Daar nemen ze geen genoegen mee. “But… I assume this is a sparrow? Why a sparrow? I thought Holland has a lion or something?” Argh. M’n Engels is verre van geweldig, dus dat wordt lastig. Hoe leg je dit nou weer uit? “Okay. So this is a sparrow in English? In Holland, we call this a ‘mus’. So, sparrow is a mus in Dutch. Our national anthem is called ‘the Wilhelmus’. The Wilhel…mus. So, that little sparrow in your hands is a WilhelMus. It’s a wordplay!” De jongens kijken me verbouwereerd aan. En dan elkaar. Ik zie een zucht. En ze gaan weg.

Ingenieuze Nederlandse woordspelingen uitleggen aan buitenlanders is gewoon onmogelijk.

perrongeluk

Matig woordgrapje

Den Bosch, het waait hard.

Een man kijkt naar een vertrekbord en vraagt vervolgens in het Engels aan me waar en wanneer de trein naar Zwolle vertrekt. Ik vertel ‘m dat de eerstvolgende uitgevallen is, dus dat de volgende pas een half uur later vertrekt.
“So that train is cancelled?”, vraagt ie. “Why?”
Ik: “ha, ‘why’ … exactly”.

Jammer dat ie dit best koddige woordgrapje niet begreep.

perrongeluk

Flirtende dames

Twee vrouwen van ongeveer 70 staan hulpeloos in de stationshal. Tussen hen in staan twee zware koffers. Als ze mijn blik vangen weten ze: Ah, hulp is nabij!

En dus schuifelen ze mijn kant op. Het blijken Engelsen te zijn en ze vragen me op uiterst charmante wijze de weg naar de Keizerstraat, naar het Golden Tulip hotel. Ik schat de wandelafstand gezien hun leeftijd en koffers toch op een half uur en daarmee gaan ze akkoord. Ik pak mijn telefoon en laat hen met behulp van Google Maps zien hoe ze bij de Keizerstraat komen.

“Och, wat vriendelijk. Hulpvaardig, vriendelijk én ook nog eens een knappe jongen”. De vrouwen beginnen opzichtig met me te flirten. “Kunt u niet met ons meelopen en ons zo de weg wijzen? Zo’n leuke man als gids zou helemaal niet verkeerd zijn. Kunt u ons dit weekend niet gewoon door Breda leiden?”, glimlacht de één behoorlijk ondeugend. De ander knikt en wijst op het gebarsten beeldscherm van m’n telefoon: “Zo te zien heeft u iets te hard in uw telefoon geknepen met uw sterke handen, hihi, je hele schermpje is stuk”. De route is wat lastig te onthouden en ze bepalen dat ze het halverwege de route toch nogmaals moeten vragen aan iemand. “Maar zo’n leuke jongeman als u vinden we niet meer natuurlijk”. Ze kijkt haar vriendin aan. “Goed begin van de vakantie zo hè?”, knikt ze mijn richting op. Zwaaiend en met een knipoogje lopen ze in de richting van de Keizerstraat.

Ja, eh, het waren ook gewoon best lekkere chickies hoor! Duidelijke score!

perrongeluk

Urge to Kill

Een Engelstalige, op een stereotype Engelse hooligan lijkende man bestelt wat te drinken en ik geef ‘m een compliment over z’n robuuste, maar schattige hond. De man reageert trots. “Dank je wel, deze hond betekent alles voor me. Dankzij hem begrijp ik wat ‘houden van’ betekent”. Hij aait de hond.

“Ik heb ‘m nu drie jaar. Daarvoor was ik een ander mens. Ik had ‘a great urge to kill’, een grote drang tot doden. Opgegroeid in een liefdeloos gezin, dat idee. Nu hou ik van deze hond, ik voel liefde! Vorig jaar was ie ziek. De huisarts kon ‘m opereren voor 3000 euro. De drang om te doden kwam terug, maar ik heb het toch betaald. Iedereen die m’n hond kwaad wil doen…” Hij kijkt dreigend, maar voegt er direct aan toe: “nee nee, jij sowieso niet. Sowieso, wat fijn dat ik dit even kon vertellen, lang geleden dat ik dit verhaal zo kwijt kon, thanks…”.

Vrij vertaald uit het Engels, indrukwekkende ontmoeting.

Muse - The 2nd Law

Muse – The 2nd Law

Groot, grootser, grootst. Met The Resistance wist Muse wereldwijd een stadionband te worden. Een logisch gevolg: Debuutplaat Showbiz was een goed rockalbum, op Origin Of Symetry liet Muse vervolgens een fantastisch eigen geluid horen en het album groeide uit tot regelrechte klassieker. Met Absolution en Black Holes And Revelation werd de sound alleen maar grootser en op The Resistance hadden de Britten ook een echt hitalbum te pakken.
Meer lezen

Elbow - build a rocket boys!

Elbow – build a rocket boys!

Paar vragen vooraf bij het bekijken van Elbow’s Build A Rocket Boys! – Dutch Festival Edition. Het oorspronkelijke album verscheen in maart van dit jaar en haalde vrijwel alleen lovende kritieken. Het leek platenmaatschappij Polydor een leuk idee om het album opnieuw uit te brengen, met een tweede schijfje dat live-nummers bevat van de optredens van Elbow op Lowlands en Pinkpop. De paar vragen dan: Waarom slechts vijf live nummers? Waarom alleen nummers van Build A Rocket Boys! en niets van dat nóg sterkere album The Seldom Seen Kid? Een mini best-of was natuurlijk best leuk geweest.
Meer lezen

Stereo MC's - Emperors Nightingale

Stereo MC’s – Emperors Nightingale

Met Emperors Nightingale heeft Stereo MC’s definitief afscheid genomen van hun typerende sound. Die sound werd optimaal gevangen in de nineties-klassieker Connected uit 1992 en sindsdien breekt men die sound stapje voor stapje af. Drie jaar geleden verscheen het dubbel-album Double Bubble, waarop de0 laatste restjes Stereo MC’s oude stijl te vinden waren. Op deze nieuweling horen we weliswaar nog flarden, maar de band rond zanger Rob Birch is toch echt getransformeerd tot een weinig opwindend jaren ’80-disco bandje.
Meer lezen

The Prodigy - World's on Fire

The Prodigy – World’s On Fire

Op 24 juli 2010 gaf The Prodigy haar grootste optreden ooit, in het Britse Milton Keynes. Met Chase & Status, Pendulum, Enter Shikari, Does It Offend You, Yeah? en Zane Low als voorprogramma’s werd het concert ook omgedoopt tot het Warriors Dance Festival, met The Prodigy als absoluut hoofdprogramma. Liefst 65.000 fans waren getuige van dit spektakel en het concert is nu uitgebracht op dvd, World’s on Fire.

Maar liefst twintig full-HD camera’s filmden het concert in 5.1 surround sound en de film werd éénmalig vertoond in vijf Pathé-bioscopen in Nederland. Dat moet letterlijk een schokkende ervaring zijn geweest, The Prodigy live vanuit je bioscoopstoel. Razendsnelle camerawisselingen, de ene keer in kleur en de andere keer in zwart/wit, bijzondere camera-effecten, ingezoomd, heel ver ingezoomd en weer uitgezoomd en dat soms meerdere keren per seconde, echt rustig naar een concertfilm kijken zit er dus niet in.

Energie is eigenlijk hetgeen we te zien krijgen op deze dvd. Een fraai voorbeeld hiervan is ‘Smack My Bitch Up’, waar MC Maxim het publiek oproept gehurkt te blijven totdat de beat inslaat. Het publiek gehoorzaamt en de ontploffing die volgt als de beat eenmaal komt, is magistraal en enorm energiek. De voornaamste aankleding op het podium is een auto, maar verder visueel spektakel huist ‘m alleen in een lichtshow. Met een setlist die knallers als ‘Breathe’, ‘Smack My Bitch Up’, ‘Voodoo People’, ‘Firestarter’, ‘Out Of Space’, ‘Wheater Experience’ en overwegend nummers van Invaders Must Die bevat, is meer ook niet nodig. Het concert verveelt op die wijze geen moment en het inzoomen op het soms wat agressieve publiek versterkt de energie wel degelijk.

Als extraatje is er de Invaders Alive DVD, met wat tour-footage. We zien de leden van The Prodigy backstage en op stap in de speelstad, ondersteund door een Prodigy-nummer. Totaal oninteressant. Het wat relevantere extraatje is dat het concert in Milton Keynes ook op cd bijgevoegd zit.

World’s on Fire is een energieke registratie van een live-act die al ruim twintig jaar vele zalen en festivalweides onveilig maakt. Een onbetwiste headliner en een garantie voor een feest. Die energie wordt uitstekend gevangen op deze dvd, maar de kijker houdt er wel vermoeide ogen aan over.

Kitty, Daisy & Lewis - Smoking in Heaven

Kitty, Daisy & Lewis – Smoking in Heaven

In 2008 verrasten Kitty, Daisy & Lewis Durham ons nogal met hun titelloze debuut. Goed, dat debuut bestond uit bijna alleen maar covers, maar de jaren ’50 sound die het jeugdige drietal eraan gaf was subliem. De twee zusjes en hun broer worden live bijgestaan door hun ouders en de familie Durham straalt ook die jaren ’50 uit. De verdenking dat we hier met een gimmick te maken hebben is daarom ook een logische, maar Kitty, Daisy & Lewis klinken daar te puur voor. Want ook hun nieuwe album Smoking In Heaven is er een om in te lijsten. Ditmaal louter eigen liedjes. Het album overklast het debuut volledig. De toevoeging van trompettist Eddie ‘Tan Tan’ Thornton draagt daar zeer zeker in bij.

Net als het debuut, is ook Smoking In Heaven gewoon thuis opgenomen, in een zo simplistisch mogelijk ingerichte studio. Het effect is er naar, het album klinkt puur en het trio –aangevuld met eerder genoemde Eddie Thornton en trombonist Rico Rodriguez- etaleert haar muzikale talenten optimaal. Want dat muzikale talent is erg aanwezig; Smoking In Heaven kent erg sterke instrumentale stukken, is gevarieerd, weet met intelligente overgangen dansbaar te worden en weet invloeden uit de ska, rock en dance tot een jaren ’50 geluid te smeden.

‘Tomorrow’ is een sterke opener, waar de trompet van Thornton een prachtige rol speelt. ‘Will I Ever’ klinkt wat vertrouwder naar Kitty, Daisy & Lewis. De sound neigt meer naar het debuut. En hoewel Smoking In Heaven best wat experimenteert met meerdere genres, staan er toch nog wat oldskool nummers op, zoals ook ‘I’m Going Back’. Met ‘Baby Don’t You Know’ verrassen ze, door een rustig begin, een plotselinge overgang, de climax en een minutenlang instrumentaal dansgedeelte. ‘Paan Man Boogie’ is een volledig instrumentaal, swingend rock ’n roll nummer. Op ‘Messing With My Life’ gaan ze de popkant even op, een liedje met een kop en een staart. Trompettist Thornton weet ook op single ‘I’m So Sorry’ te imponeren. Een liedje dat (uiteraard) airplay verdient, zoals heel deze cd gehoord moet worden. ‘What Quid?’ is een ruim 7 minuten durend instrumentaal dansnummer, maar kakt toch wat vaak in. Afsluiter ‘Smoking In Heaven’ klokt bijna 9 minuten, is wederom volledig instrumentaal en is een gezellig einde van een puike cd.

Smoking In Heaven is vreselijk vrolijk en vreselijk verslavend. Op basis van hun debuut, stond de familie Durham al als voorprogramma van Coldplay en Razorlight en wisten ze de harten al te stelen van Amy Whinehouse en Chris Martin. Deze tweede cd lost alle verwachtingen ruimschoots in en is zelfs nog veel sterker dan dat debuut. In september is de band te zien in de Effenaar en de Melkweg. Gaat dat zien, live zijn ze ook ijzersterk.

Groove Armada - White Light

Groove Armada – White Light

Begin dit jaar verscheen het album Black Light van Groove Armada. Groove Armada bestaat uit dj’s Andy Cato en Tom Findlay en de twee zijn altijd al veelzijdig geweest. En dat is niet altijd een goed teken, Black Light voelde wat simplistisch aan. Geen slecht teken bij dance, dat kan namelijk ook erg lekker zijn. Maar het euvel bij Groove Armada is juist dat men in staat is enorm commerciële tracks te maken, die kunnen aanslaan bij het grote publiek. Dat doet het echter zelden, terwijl het alternatievere publiek de sound weer te commercieel vindt. Black Light was daar geen uitzondering op en was eigenlijk gewoon een zwak album.

Enkele maanden later komt White Light. Die titel is niet voor niets, op White Light worden de nummers van Black Light in een nieuw jasje gestoken. Geen remixes, maar echt nieuwe jasjes. Het lijkt erop alsof Groove Armada ditmaal naar de wensen van het publiek heeft geluisterd, want White Light komt dan wel flink overeen met Black Light, maar dit is verdomme gewoon een goed album. Dat verschil zit ‘m vooral in ‘Warsaw’. Op Black Light een nummer met een goed idee, op White Light een fenomenale track, met een geweldige groove.

We kunnen eigenlijk al concluderen dat op Black Light de ideeën vrij goed waren en op White Light deze ideeën een stuk beter uitgevoerd worden. Interessant. Dat maakt Black Light namelijk ook ineens een stuk beter dan we in eerste instantie vermoedden. ‘Time & Space’ was op Black Light al goed, maar met wat kleine ingrepen wordt ook deze track verbeterd. Voormalig Idols-winnaar in Engeland Will Young horen we op ‘History’ en daar hebben we nu ineens drie versies van, aangezien op deze White Light nog een ‘love-mix’ staat. Een uitgeklede, rustige versie. Dodelijk saai, dat ook.

Laten we het overigens allemaal niet overdrijven. Een goed album, zeker, maar de houdbaarheidsdatum van een goed Groove Armada-album is altijd al kort geweest. Je raakt er toch snel op uitgekeken. Zoveel lagen kent de muziek niet, zoveel luisterbeurten heeft een Groove Armada album niet nodig. Dit twee-luik lijkt op het eerste oog op commerciële uitbuiting (twee albums met dezelfde nummers in een jaar tijd), maar blijkt een originele zet. Het enige nieuwe nummer is het hele aardige ‘1980’, die ook uit dat jaar gekomen lijkt te zijn. De grote winst van White Light zit ‘m echter in het vernieuwde ‘Warsaw’, dat ongetwijfeld behoort tot het beste wat Groove Armada ooit gemaakt heeft.