Huey and the New Yorkers - Say it to my Face

Huey Morgan & The New Yorkers – Say it to my Face

Huey, da’s Huey Morgan. Die zul je kennen als die coole frontman van Fun Lovin’ Criminals en met Say It To My Face debuteert Morgan op 44-jarige leeftijd als soloartiest. De sound van de Fun Lovin’ Criminals is nooit erg ver weg, Say It To My Face is immers niet wezenlijk verschillend en Morgans nogal karakteristieke stemgeluid heeft daar uiteraard ook mee te maken. Maar waar de Fun Lovin’ Criminals sinds hitalbum Come Find Myself (1996 alweer) hele stabiele, hele aardige, maar bepaald geen urgente albums meer afleveren, lukt Morgan dat met ondersteuningsband The New Yorkers wel. Op Say It To My Face is Morgan zichzelf; Een stoere, immer coole maar toch ook gevoelige man. Het album is een stuk gelaagder en interessanter dan de toch wat voorspelbare sound van de Fun Lovin’ Criminals.
Meer lezen

Kitty, Daisy & Lewis - Smoking in Heaven

Kitty, Daisy & Lewis – Smoking in Heaven

In 2008 verrasten Kitty, Daisy & Lewis Durham ons nogal met hun titelloze debuut. Goed, dat debuut bestond uit bijna alleen maar covers, maar de jaren ’50 sound die het jeugdige drietal eraan gaf was subliem. De twee zusjes en hun broer worden live bijgestaan door hun ouders en de familie Durham straalt ook die jaren ’50 uit. De verdenking dat we hier met een gimmick te maken hebben is daarom ook een logische, maar Kitty, Daisy & Lewis klinken daar te puur voor. Want ook hun nieuwe album Smoking In Heaven is er een om in te lijsten. Ditmaal louter eigen liedjes. Het album overklast het debuut volledig. De toevoeging van trompettist Eddie ‘Tan Tan’ Thornton draagt daar zeer zeker in bij.

Net als het debuut, is ook Smoking In Heaven gewoon thuis opgenomen, in een zo simplistisch mogelijk ingerichte studio. Het effect is er naar, het album klinkt puur en het trio –aangevuld met eerder genoemde Eddie Thornton en trombonist Rico Rodriguez- etaleert haar muzikale talenten optimaal. Want dat muzikale talent is erg aanwezig; Smoking In Heaven kent erg sterke instrumentale stukken, is gevarieerd, weet met intelligente overgangen dansbaar te worden en weet invloeden uit de ska, rock en dance tot een jaren ’50 geluid te smeden.

‘Tomorrow’ is een sterke opener, waar de trompet van Thornton een prachtige rol speelt. ‘Will I Ever’ klinkt wat vertrouwder naar Kitty, Daisy & Lewis. De sound neigt meer naar het debuut. En hoewel Smoking In Heaven best wat experimenteert met meerdere genres, staan er toch nog wat oldskool nummers op, zoals ook ‘I’m Going Back’. Met ‘Baby Don’t You Know’ verrassen ze, door een rustig begin, een plotselinge overgang, de climax en een minutenlang instrumentaal dansgedeelte. ‘Paan Man Boogie’ is een volledig instrumentaal, swingend rock ’n roll nummer. Op ‘Messing With My Life’ gaan ze de popkant even op, een liedje met een kop en een staart. Trompettist Thornton weet ook op single ‘I’m So Sorry’ te imponeren. Een liedje dat (uiteraard) airplay verdient, zoals heel deze cd gehoord moet worden. ‘What Quid?’ is een ruim 7 minuten durend instrumentaal dansnummer, maar kakt toch wat vaak in. Afsluiter ‘Smoking In Heaven’ klokt bijna 9 minuten, is wederom volledig instrumentaal en is een gezellig einde van een puike cd.

Smoking In Heaven is vreselijk vrolijk en vreselijk verslavend. Op basis van hun debuut, stond de familie Durham al als voorprogramma van Coldplay en Razorlight en wisten ze de harten al te stelen van Amy Whinehouse en Chris Martin. Deze tweede cd lost alle verwachtingen ruimschoots in en is zelfs nog veel sterker dan dat debuut. In september is de band te zien in de Effenaar en de Melkweg. Gaat dat zien, live zijn ze ook ijzersterk.