Ángela

Ángela

,,Weet je wat? Ik ga met jou mee”, roept Ángela opgewekt. ,,Anders moet ik mijn huis opruimen, dus dat is sowieso gezelliger.” Ángela is een Colombiaanse van 32 en woont in San Pedro de Atacama, in het noorden van Chili. Ze heeft een onophoudelijke, energieke en bovenal aanstekelijke glimlach en is gemakkelijk in de omgang; het is vanaf het begin gezellig.

San Pedro de Atacama

San Pedro de Atacama is een klein dorpje, dat louter vaart op het toerisme. De wijde omgeving bestaat immers uit spectaculaire natuur: woestijn, geisers, gekleurde lagunes, pelikanen, lama’s, vulkanen, besneeuwde bergtoppen en het reikt tot de Boliviaanse zoutvlaktes van Uyuni. Vanuit San Pedro zijn talloze tours te maken; het kleine centrum bestaat haast alleen uit toeristenbureautjes. Ik heb zo’n tour geboekt en gelukkig is er nog één plekje over. Voor Ángela.

Apotheker

Zijzelf werkt niet in de toeristensector. Ze is apotheker. ,,Daarmee heb je in Zuid Amerika een flinke baanzekerheid”, legt ze uit. ,,Toen ik vorig jaar het lucratieve aanbod kreeg hier als leidinggevende aan de slag te gaan, besloot ik dat te doen. Ik verdien hier ruim viermaal zoveel dan in Colombia.” Ze wil het hier nog een jaartje volhouden om op die manier een vervolgstudie te bekostigen. ,,Want uiteindelijk is het hier natuurlijk saai. Ik realiseer me echt wel dat ik nu in een bijzondere omgeving woon, maar ik kom uit de grote stad, uit Bogotá. Dan is zo’n dorpje nogal een verschil.”

Arequipa

Samen doen we een tour langs warmwaterbronnen en zien een waanzinnige zonsondergang in de woestijn. ’s Avonds is het echter alweer tijd om afscheid te nemen; ik ga die volgende ochtend naar de zoutvlaktes van Uyuni en vanuit daar zal ik mijn reis continueren naar Peru.
Van Uyuni naar Arequipa (Peru) is een busreis van 22 uur. Toevalligerwijs (ja, écht) gaat Ángela er ook heen voor een korte vakantie. ,,De consequentie is wel dat ik veertien dagen achter elkaar moet werken, veertien uur per dag. Maar dat heb ik ervoor over”, grijnst ze ter plekke. We ontmoeten elkaar daar dus weer.

Achter die glimlach

Ze mist Colombia, zeker. Vooral haar vrienden. Haar familie, met wie ze dagelijks contact heeft. ,,Die bestaat alleen uit tantes en ooms, neefjes en nichtjes”, verduidelijkt ze. Ze was een foutje; haar ouders waren bewust kinderloos en al ruim in de veertig toen ze per ongeluk zwanger raakten. Ze was van harte welkom, maar haar geboorte had zonder meer invloed op de gezondheid van haar ouders. Haar ouders sukkelen lange tijd en komen te overlijden als Ángela nog in haar vroege tienerjaren zit.

,,Ik zag mijn moeder sterven, zag dat het leven haar lichaam verliet. Ze verlangde altijd van me dat ik dagelijks tot God bad. Dat deed ik met tegenzin, omdat ik het alleen waarde vond hebben als je dat zo voelt. Ik heb tijdens de minuten van haar sterven gebeden. Het haalde niets uit. Ik ben nog steeds katholiek, maar bid alleen als ik daar een waarde in zie.” Ze kijkt me smekend aan. ,,Heb je ouders lief. Bouw herinneringen met ze op.”

Familie

Het valt me op dat haar gezicht verstart als ze over dit onderwerp praat. In combinatie met een wat ongelukkige lichtval lijkt ze ineens ruim in de 40. Haar oogopslag wordt dof, haar huid verdort, veroudert. Achter haar fijne vrolijkheid schuilt kennelijk een diep verdriet, maar ze laat het niet teveel toe. ,,Kijk”, verandert ze het onderwerp zelf en laat haar telefoon zien. ,,Dit is mijn tante. Ze stuurt me regelmatig foto’s van vroeger, van mijn ouders.” Foto’s van vroeger lijken haar te troosten en op te beuren. Vooral haar nichtjes en neefjes in het verre Colombia geven haar vreugd.

Schooluniform

,,Oh kijk!”, roept ze, swipend door haar foto’s. “Hier sta ik in mijn schooluniform, waar ik je eerder over vertelde.”
Ze doelt op mijn avontuur in Bogotá. Ángela reageerde geschrokken, teleurgesteld, maar erkende dat het niet erg uitzonderlijk was. Zijzelf maakte tot nu toe viermaal een beroving mee. Haar eerste keer staat in haar geheugen gegrift.

Beroving

,,Ik was 12 of 13 en kwam van school. Ik was op weg naar de bus en besloot mezelf te trakteren op een ijsje. Een doorgesnoven griezel kwam naar me toe en liet een blinkend mes zien. Eerst griste hij het ijsje uit mijn handen. Dat beeld vergeet ik nooit meer: ik kan me nog zo goed herinneren dat ik het onderste gedeelte van het hoorntje nog in mijn handen had en dat ik daar heel hard om moest huilen. Hij eiste al mijn geld; dat was maar 2000 pesos (zo’n 70 eurocent). Dat pakte hij van me af, maar de buschauffeur zag gelukkig dat ik heel erg van streek was en nam me gratis mee naar huis.”

Ze grijnst om mijn verbouwereerde, verontwaardigde reactie. “Ik wil er alleen maar mee zeggen: het is de realiteit, ik weet niet beter dan dat het gevaarlijk kan zijn. Om dat gevaar heen is deze stad fantastisch.”

 

Ciudad Perdida

Ciudad Perdida

Van 4 tot en met 7 januari liep ik The Lost City Trek, ofwel: Ciudad Perdida. Een vierdaagse tocht naar de verloren stad. 23,3 kilometer heen, 23,3 kilometer terug. Nog een bijnaam? ‘De Groene Hel’, of: ‘Het Groene Vuur’. En die bijnaam is niet geheel onterecht, mijns inziens.

Kort: eerst rijd je met een busje vanuit Santa Marta in anderhalf uur naar verzamelpunt Guachuca. Vanuit die plek ga je nogmaals anderhalf uur met een 4×4 de wildernis van Sierra Nevada de Santa Marta in, naar het laatste stenen dorpje Machete Pelao. Kortom, je start al ver van de echte bewoonde wereld. Eenmaal midden in de jungle hike je op de eerste dag zo’n vijf uur naar het eerste kamp. In ons geval: door de regen en de modder bergop.

Nederlanders

Ons: dat is je groepje waarbij je wordt ingedeeld. Daar moet je dus wat geluk bij hebben, want je bent -dramatisch gezegd- de volle vier dagen ‘tot elkaar veroordeeld’. Mijn groepje bestaat uit twee Amerikanen, twee Fransen, een Duitser, een Zwitser en liefst zeven Nederlanders. Die, logischerwijs, naar elkaar trekken.

,,Ik ben benieuwd. Ik was onlangs in Machu Picchu, dat was écht loodzwaar”, verzucht één van hen. Natuurlijk, de gesprekken gaan over ieders reizen tot dan toe. Logisch. Ik vertel ze mijn reis tot nu toe; onder anderen over de hectiek van Cartagena. ,,Noem je dát al hectisch? Dan ben je nog nooit in Bangladesh geweest zeker”, reageert iemand schamper. Een van hen geeft scheutig tips over Zuid Amerika aan de rest, een ander heeft de hele wereld gezien. Het levert soms interessante anekdotes op.

De trip

We komen langs vergezichten. (,,Die waren in Chili al helemáál spectaculair.”) We passeren watervallen. (,,Die zijn in Indonesië pas geweldig.”) We moeten klimmen. (,,Maar dit is niet zó heftig als Machu Picchu.”) We ontmoeten de Kogi -de indianen die hier wonen, maar wildlife zien we helaas niet. (,,Dan moet je in Bolivia zijn!”)

Ikzelf geniet met volle teugen. Geniet van iedere stap. Kijk verwonderd naar de hoge bomen, naar de wilde natuur. Slaak een vreugdekreet als ik een stroompje zie, of een wilde waterval. Word op slag verliefd op iedere koe, iedere kip, iedere vogel, ja, op iedere salamander die ik zie. Ben onder de indruk van de paadjes die er liggen, zonder dat het makkelijk wordt. Kijk hongerig rond naar alle mensen. Inhaleer, kortom, alles dat me bereikt.

Op safari

,,Vorig jaar was ik in Afrika”, klinkt het iets verveeld achter me. ,,Ja, dan ga je natuurlijk een safari doen. Ik wilde dolgraag een luipaard zien!” Haar gesprekspartner kan zich dat voorstellen. ,,Toen zag ik uiteindelijk een luipaard. Leuk. Maar ja. Dan is de tweede toch al een stuk minder spectaculair.” Ze vervolgt. ,,En toen zag ik een leeuw. Die lag dus heel saai onder een boom te slapen, dus daar doe je het ook niet voor.”

Er wordt instemmend en begripvol gereageerd. Ik weet het niet, snap het niet. Ik vond de Amerikanen leuker. Die vonden in ieder geval álles ‘awesome’.

View this post on Instagram

Filter? Neeje! #lostcity #sunrise #ciudadperdida

A post shared by Steven van Beek (@stevenvbeek) on

Stukje klantvriendelijkheid

Stukje klantvriendelijkheid

Ik maak gebruik van een Colombiaanse simkaart. Twee gig, kost tien euro. Opwaarderen is eenvoudig: er zijn verkooppunten op haast iedere straathoek in Medellín. Er is echter één probleem: mijn Colombiaanse nummer levert bij pogingen tot opwaarderen telkens een foutmelding op. Klaarblijkelijk moet ik me online registreren.

Amerikaans accent

Dan maar een nieuwe, weinig zin in zo’n ingewikkeld Spaanstalig registratieproces. Als ik in een zeer drukke supermarkt eindelijk aan de beurt ben, leg ik er een simkaart bij die daar aangeboden wordt. ,,Heb je al een account?”, vraagt het kassameisje, gevolgd door een niet te volgen uitleg. Mijn Spaans is niet toereikend, beseft het meisje ook al vrij snel. Ze staat ondanks de drukte op en gaat met de simkaart in haar hand op zoek naar hulp. Na enkele minuten komt ze terug met een jonge gast, die me met een heerlijk aangeleerd Amerikaans accent begroet. ,,Hi sir, how are you doing?”

Registratieproces

Samen met hem loop ik naar een balie. ,,Alleen hebben wij jouw provider niet. Wij verkopen alleen ons huismerk”, legt de jongen uit. Prima, als het maar internet heeft. Een tweede man komt erbij en hij vervangt de simkaart van mijn telefoon. Het werkt, nu het registratieproces. Daar moet kennelijk voor gebeld worden, met gegevens uit mijn paspoort. De ‘tolk’ legt uit dat officieel ik moet bellen, maar dat hij het nu voor me doet. Ditmaal zet hij een heel ander accent op en de vrouw achter de balie en de simkaartvervanger proesten het uit. Ook de bellende jongen grijnst zijn tanden bloot. ,,Sorry, ik doe jouw accent na. Het moet wel geloofwaardig blijven hè.”

Na een gesprek van zeker vijf minuten ben ik geregistreerd. Nu moet er nog data op de simkaart gezet worden. Ditmaal belt de vrouw achter de balie, de jongen vraagt hoeveel data ik wil. Ik ben nog maar even in Colombia, dus ik bestel één gigabyte. Vast te veel, maar ach. ,,Voor porno zal het weer te weinig zijn”, grijnst de jongen. ,,Daar heb ik wifi in het hotel voor joh”, werp ik tegen. Reden voor het baliemeisje en de simkaartvervanger om het weer uit te proesten.

Highfives

Ook dat belletje kost vijf minuten, maar nu zou ik officieel data moeten hebben. ,,Maar jij gaat niet weg voordat ik zeker weet dat het werkt”, zegt de jongen streng. De simkaartvervanger gaat aan de slag met de software van mijn telefoon en kijkt bedrukt, want het internet wil inderdaad niet. ,,Start gewoon even opnieuw op”, zegt het kassameisje resoluut. Goed idee, knikt de simkaartvervanger. Het werkt. Het kost drie man personeel en ruim een kwartier, maar het werkt. De tolk, de simkaartvervanger, het baliemeisje en ik geven elkaar een highfive. Als ik bijzonder tevreden weg wil lopen, zie ik het kassameisje naar me zwaaien. Ze steekt vragend haar duim op. Ik beantwoord met een ferme duim terug.

Kaaimannen

Kaaimannen

Natúúrlijk. Ik loop in een jungle, ben de weg kwijt en Google Maps heeft geen idee waar ik ben. Of nou ja, ik krijg één en al groen te zien. Goed idee ook wel om even op avontuur te gaan en kijken of het elders ook zo mooi is. Nou ja, dat is het wel, maar de route die ik volg wordt duidelijk niet vaak betreden. En, ik ben al zeker een uur geen mens tegengekomen. Toen het pad waarop ik liep echt onbegaanbaar werd, besloot ik toch maar om te keren. Maar het goede nieuws: ik moet naar de zee en die hoor ik overduidelijk razen.

Tayrona Park

Het klinkt ook ietwat dramatisch hoor. Ik ben in Tayrona Park, volgens vele vakantiegidsen een van de mooiste gebieden op deez’ aard. De meeste paden zijn duidelijk begaanbaar, waar ik nu ben beduidend minder. Als ik het strand maar bereik, dan is het makkelijk.

Dieren

Overal zie ik salamandertjes wegschieten. Constant hoor ik de geluiden van een enorme diversiteit aan vogels. Talloze mieren zijn bezig eten van a naar b te brengen. Ik weet dat hier apen zouden rondzwieren en kaaimannen zouden in enkele wateren in dit immense park vertoeven. Zorgen? Vooralsnog niet, het is nog geruime tijd licht en het kan simpelweg niet ver weg zijn.

Waar ik nu loop is ontegenzeggelijk een pad, dat is zeker. Maar ik kom bij een splitsing: links zou een pad kunnen zijn, rechts zou een pad kunnen zijn, maar ontegenzeggelijk? Nee.

Mensen

Links kom je bij een stromend kreekje, rechts is het donker en heel moeilijk begaanbaar, maar met wat fantasie is het een pad. Links lijkt me dan ook de beste optie. Dan merk ik mensen op, een man en een vrouw. Zij zitten ook met hun telefoon te hannesen. De vrouw spreekt me aan: of ik de weg terug weet. We besluiten gedrieën voor de kreek te kiezen; schoenen uit en gaan.

Het is een avontuur. Laaghangende takken vermoeilijken de tocht, de steentjes zijn scherp en alhoewel het overal ondiep is, zijn er soms plots plekken waar de bodem niet te zien is. De vrouw is een Colombiaanse en spreekt uitstekend Engels. De man is Oostenrijks, ze kennen elkaar sinds enkele dagen via Tinder. Maar, ze gaan géén relatie beginnen, bezweren ze beiden. De vrouw weet ook dat er kaaimannen zijn hier, maar in dit kreekje? Dat lijkt ons alle drie uitgesloten.

Semi-bewoonde wereld

De tocht gaat moeizaam, maar is niet bijster lang. We komen terug in de semi-bewoonde wereld: de camping te midden van dit enorme natuurpark. We blijven bij elkaar, het klikt wonderwel. ’s Avonds zijn we zelfs met vijf. We willen het strand op om wat afgezonderd bij de rollende golven te drinken. Daar, waar het strand wordt gescheiden door diezelfde kreek, worden we tegengehouden door een politieagent. Er is een kaaiman gesignaleerd, we mogen niet verder.

(Meer foto’s: zie https://www.instagram.com/stevenvbeek/ )

Alles voor de kinderen. “Schriftjes, potloden, puntenslijpers, etuitje, rugzakje”.

Alles voor de kinderen. “Schriftjes, potloden, puntenslijpers, etuitje, rugzakje”.

GALAPA – De armoede in Galapa en het nabijgelegen dorpje Paluato was de Haagse Inten Hoek en haar Colombiaanse man Jeovanny een doorn in het oog, toen zij hier in 2002 naartoe verhuisden. Samen richtten ze in 2009 stichting ‘Mi Casa en Ipauratu’ op en zetten zich nadrukkelijk in voor de kinderen in deze omgeving.

Vrijwilligerswerk in Paluato. 

,,Vrijwilligers komen naar Colombia om echt te werken. Om wat met de kinderen te doen, hen wat te leren, iets toe te voegen. Het leuke is dat de Colombiaanse cultuur en haar warme temperatuur dat harde werken niet echt toelaat. En dat diezelfde cultuur juist iets toevoegt aan de vrijwilligers zelf”, glimlacht Inten. ,,Alle vrijwilligers sluiten hier uiteindelijk af met een rijke ervaring. Ze leren die cultuur van dichtbij kennen, een cultuur die altijd onberekenbaar is. En de kinderen hier vinden de vrijwilligers maar wat interessant. Er ontstaat gegarandeerd een wisselwerking.” Veel vrijwilligers blijven de stichting vervolgens ook steunen middels donaties.

Dat vrijwilligers hier geen echte verantwoordelijkheden krijgen is een bewuste keuze. ,,In Colombia kun je vrijwillig op koffieplantages werken. Dan neem je dus werk in van de Colombianen, ik vind dat niet kunnen.” En, bovendien: ,,Onze activiteiten moeten altijd doorgang vinden, ook zonder vrijwilligers. Het gaat per slot van rekening om de kinderen.”

Mi Casa en Ipauratu

Galapa ligt iets ten zuiden van miljoenenstad Barranquilla. Het stadje heeft zo’n 40.000 inwoners en  vanaf hier is het nog zo’n acht kilometer naar Paluato. Dit is van oudsher indianengebied, hier zat de nederzetting van Ipauratu; het museum in Galapa vertelt je er alles over.

Schoolvakantie

De stichting zette al een eigen kleuterschool op in Galapa en stelden juffrouw Rosita aan als vaste leerkracht. In januari begint het nieuwe schooljaar. ,,Daar zijn we nu volop mee bezig. Voor nu is het belangrijk dat we hele simpele zaken bij elkaar krijgen, zoals schriftjes, potloden, puntenslijpers, etuis en rugzakjes. Dat gaat dus niet over grote sommen geld, maar het is wél belangrijk”, legt Inten uit.

Op school is plek voor vijftien leerlingen. De helft daarvan heeft moeite met leren, of is wat traag. Deze kinderen worden zonder pardon van hun reguliere school gestuurd, omdat ze de rest ophouden. Zo belanden ze alsnog tussen wal en schip, terwijl ze in potentie nog wel een toekomst zouden moeten hebben. ,,Van de vijftien kinderen die we nu hebben, zijn er zeven al vier jaar bij ons. Eén van hen, Danielle, staat nu op het punt toegelaten te worden tot school. Ze is 16 en kon niet lezen of schrijven. Dus dit is echt een grote winst.” Pakweg vijftien kinderen is wel het maximum. Valt er een kind om wat voor reden dan ook weg, is diens plek vrijwel direct weer ingevuld. Er is veel vraag naar.

Kerst

Bij de stichting wordt half december de kerstviering voorbereid. Van schenkingen vanuit Nederland worden cadeaus gekocht voor de kinderen. Dit jaar haalden ze zo’n 1100 euro op, genoeg voor ruim 200 pakketjes met cadeaus. Deze worden uitgedeeld in het wijkcentrum, maar ook in de gevangenis van Barranquilla. ,,We werden benaderd door Zaida. Haar man zit er al drie jaar en kan zijn kinderen daarom geen cadeaus geven. Zij wilde daar graag iets mee doen en vroeg onze hulp. Voor hun kinderen is dat erg belangrijk.” Een week voor Kerst werden de cadeaus in de gevangenis uitgedeeld. Tot grote dankbaarheid van de mannen, die de cadeaus respectvol aannemen. Deze dag is het bovendien bezoekdag voor hun vrouw én hun kinderen en dat is reden voor feestelijke kleding, ook voor de gevangenen. Gevangen zijn in Colombia is geen schande, maar levert eerder een heldenstatus op.

Pleegouder

Rosita is de enige werknemer van de stichting. Zij biedt bovendien Spaanse lessen aan voor de veelal Europese vrijwilligers die besluiten enkele weken bij Ipauratu te verblijven. Sinds dit jaar is ze ook pleegouder -eveneens met steun van de stichting- en heeft ze vijf kinderen toegewezen gekregen door de overheid. ‘Staatskinderen’, kinderen die door de staat zijn afgenomen van hun ouders, omdat zij in nare omstandigheden leefden. Denk aan drugs, mishandeling, seksueel misbruik. De Colombiaanse regering screent de pleegouders uitgebreid, je krijgt niet zomaar kinderen toegewezen. Zo moeten ze al een vast inkomen hebben, de subsidie die zij ontvangen moet echt naar de kinderen gaan. Daar zit een strenge controle op. Rosita moet ieder uitje die ze met de kinderen wil ondernemen van te voren communiceren. De staatskinderen worden door de staat in de gaten gehouden. Beschermd.

Kinderen blijven dan ook niet lang bij één en dezelfde pleegouder en de kans op adoptie is continu aanwezig. ,,Daarin is men hier heel anders dan in Nederland. Kinderen worden hier veel eerder volwassen en zelfstandig geacht, ze mogen eigenlijk geen kind zijn. Wij hebben wel speelgoed in huis, wij vinden spelen wel belangrijk. Daarin zijn we uitzonderlijk”, legt Inten uit.

Staatskinderen

De vijf kinderen bij Rosita zijn opvallend lief en meegaand. Er klinkt geen wanklank als de bus anderhalf uur vaststaat in een file, er heerst geen teleurstelling als een waterpark plotseling gesloten blijkt te zijn en ze reageren opgetogen als ze de zee bij Porto Colombia zien. Ze lijken iedere dag te omarmen, zonder ergens oprecht naar uit te kijken: een teleurstelling is immers nooit ver weg. Alles is goed voor de kinderen; ze gedragen zich voorbeeldig.

Escarleth

De 4-jarige Escarleth is één van de vijf. Zij zoekt nadrukkelijk de aandacht van juffrouw Rosita. Verlegen en onzeker klampt ze zich vast aan haar arm. Vanuit die beschermende positie gaat ze stiekem op zoek naar nieuwe indrukken. Teveel hechting laat Rosita bewust niet toe: ieder moment zal het meisje weer verhuizen. Naar een ander pleeggezin. Of via adoptie, wellicht de beste optie. Hechting zou daarom een obstakel vormen. Traumatisch wellicht.

Escarleths moeder kreeg onlangs een nieuwe vriend, die zich diverse malen aan het kleine meisje vergreep. Daarom is ze nu staatskind. Het verklaart haar zoektocht naar aandacht wellicht. Het verklaart ook haar onzekerheid. Nog voor Kerst zal ze die ouderlijke liefde hopelijk hervinden. Op vrijdag hoort Rosita dat Escarleth geadopteerd is door een Amerikaans stel; ze zal haar leven in Oklahoma voortzetten. Op maandag vertrekt ze al. Vanaf deze dag is hechting en liefde wel weer belangrijk. Maar dan komt Colombia toch weer om te hoek kijken. Waar in Barranquilla groen licht is voor de Amerikanen, springt deze in Bogota weer op rood. De vrouw van het Amerikaanse stel is met haar 26 jaar te jong, de adoptie gaat niet door. Escarleth vliegt terug naar Rosita. Wellicht wordt het Italië. Niets is zeker.

(Wat vond je van dit verhaal? Het staat ook op Blendle á 49 cent. Wordt natuurlijk supergewaardeerd, dat snap je :-))

 

De vijf staatskinderen met Rosita (geheel rechts). Scarleth staat in het midden, met haar witte jurkje met rood en blauw.

De stichting deelt kerstcadeaus uit in de gevangenis van Barranquilla. Rechts Inten Hoek.

Ann gaat naar de school van de stichting. Haar beide ouders waren verslaafd aan drugs, waardoor ook zij verslaafd ter wereld kwam. Inmiddels is ze geadopteerd door haar tante en gaat het haar goed.

De grens van de Verenigde Staten

De grens van de Verenigde Staten

Als ik en mijn medereizigers murw gebeukt zijn door een vlucht van elf uur lang vanuit Oslo naar Miami, lopen we als zombies de grens controle in. Grenscontrole in de Verenigde Staten: we lijken als groep stilzwijgend besloten te hebben dit maar te ondergaan. Een donkere dame schreeuwt in de verder stille ruimte hoe we moeten lopen. ,,Okay, don’t pass this line! Move forward people, this way!” Er is geen andere route, maar vooruit. ,,Listen! You’re not allowed to be on the phone, or listen to music! Turn of your music immediatly!” Werkelijk niemand heeft een koptelefoon op en niemand slaat acht op haar.

Pornstache

Je wordt door diverse ruimtes geloodst. Eerst moet je wat gegevens in een automaat invoeren, vervolgens kom je in een ruimte waar het helemaal doodstil is. Daar zitten de echt strenge mannen en vrouwen. Zij kunnen je maken of breken, zij hebben bevoegdheden. Op de eerste post zit een man die in alles denkt aan die foute agent uit Orange is the New Black; George Mendez, alias Pornstache. Het uiterlijk sowieso: een vies pornosnorretje, zijn beweginkjes, het is ‘m gewoon. Maar ook de manier waarop hij mensen sommeert naar hem toe te komen, verraden een treurige persoonlijkheid. Hij knipt met zijn middelvinger en duim en als hij de aandacht eenmaal gevangen heeft, wijst hij geïrriteerd de weg.

Ernaast zit een grote, zwarte man. Hij praat bijzonder luid en dwingend. Hij zet zijn grote ogen in om te imponeren, maar geloofwaardig is het niet. Daar weer naast zit een vrouw. Net zo’n schreeuwlellijk als eerder beschreven. Iedere reiziger wordt afgeblaft, iedere reiziger ondergaat het maar. Het is één groot toneelspel. Uiteraard mag ik naar de man die ik niet kan zien, die onopvallend en onzichtbaar in zijn hokje zit. Hij is dik en zit onderuit gezakt in zijn stoel en doet alles overdreven vertraagd. Voor de tweede keer moet ik mijn vingers op een apparaatje leggen, maar het apparaat herkent mijn vingerafdrukken niet direct. Hij kijkt me bijzonder streng aan. Quasi-alarmerend. Gevolgd door een zucht en een overdreven gaap. Het is lachwekkend, ik mag door.

Machtswellustelingen

Het blijft spannend, hoewel er voornamelijk machtswellustelingen rondwandelen die niet al te serieus genomen kunnen worden. Ook een dag later, als ik Miami verlaat om naar Colombia wil gaan, is het raak. Ditmaal bij de douane, waar een enorme, donkere vrouw iedere passagier individueel afblaft en vertelt hoe men alles moet doen. Nou ja, dat is dus gewoon je spullen op de lopende band leggen, zoals op elk vliegveld. Niets anders en iedereen doet dat ook zonder dat zij tegen je gilt. Het is een voorgeprogrammeerd maniertje en het suffe is dat echt iedereen er doorheen prikt.

Niet dat het ten goede komt van de algehele sfeer in die ruimtes. Die sfeer is bedrukt, gespannen. Het is dan ook prachtig als zich na de laatste hindernis de schuifdeuren openen en ongelofelijk vrolijke Caribische muziek klinkt. Dan weet je: je bent de grens over.