In het Theehuis gaan de Lastige Broertjes hun bier brouwen

OOSTERHOUT – De eerste testbrouw ter plekke is twee weken geleden gedaan en gist momenteel. De ideale opstelling binnen lijkt gevonden te zijn, maar kan altijd beter. Toch: de drie bierbrouwers van De Lastige Broertjes zijn er klaar voor. Ze vieren op zondag 22 september vanaf drie uur de opening van hun brouwerijtje, op de begane grond van het honderd jaar oude Theehuis in het Floraliapark in Oosterhout. ,,De voorraad ligt elders, op deze plek brouwen en bottelen we. En dat is uiteindelijk het leukste deel van wat we doen.”

Het Floraliapark ligt er prachtig en groen bij; weldra gaat de herfst hier haar intrede doen. Het Theehuis bevindt zich ietwat verscholen achter de bomen. Het ronde gebouwtje staat sinds 1982 op deze plek, verhuisd vanaf waar nu theater De Bussel ligt. ,,Dat dit prieeltje vroeger in het centrum van Oosterhout stond vind ik het mooiste”, grijnst Peter Snoeren.

De Lastige Broertjes -Peter en Rob Snoeren, aangevuld met Ronald van Erven- zijn deze ochtend volop bezig, onderin het Theehuis. Geen grote enorme tanks voor het bier, maar een overzichtelijke opstelling waar het wel gebrouwen kan worden. ,,We zijn hobbyisten. Het idee is dat wij hier zondags aan het werk gaan en dat we toevallige passanten en gerichte bezoekers kunnen informeren over het proces. Het heeft een educatieve functie.”

Het Floraliapark wordt uitgebaat door Prospects@Work, dat een brug wil slaan tussen ondernemers en mensen met een arbeidsbeperking. En ja, ook bij De Lastige Broertjes is plek om als vrijwilliger te werken. ,,Bierbrouwen is vooral veel wachten. Maar het doppen en etiketteren is arbeidsintensief. Het mooie is dat je er als vrijwilliger dan trots raakt op het bier. Onderdeel bent van de community”, duidt Peter.

De biertjes van De Lastige Broertjes zijn onder andere te verkrijgen bij Tuincafé de Kaaipolder, aan het begin van het Floraliapark. ,,Dat zijn twee vaste biertjes en een seizoenbier. We hebben er nu in totaal negen ontwikkeld, dus we kijken nog hoe we deze in gaan zetten”, zegt Rob. Wat ze sowieso willen doen is kleine evenementjes organiseren. Rondom het Theehuis, of inhaken bij datgeen wat in het park gedaan wordt. ,,Een proeverijtje, lekker in het gras liggen met een biertje. Gewoon kleine dingetjes. Het moet passen in het park, dus het zal nooit te commercieel worden. Een beetje lazy sunday-achtig.” De evenementjes worden gecommuniceerd via social media. En op afspraak; voor proeverijtjes zetten de heren de deuren met plezier open. In theorie houden ze eens per maand brouwdag in het Theehuis. Op de zondag. ,,Het Floraliapark sluit van 1 november tot 1 april, maar wij gaan gewoon door. Hoe wij verder gaan communiceren is nog gewoon een beetje aftasten, dat gaat de tijd ons leren.”

Het gaat hen om de binding met Oosterhout. Vandaar ook de trots op de locatie. ,,Het is iets wederkerigs; wij leveren ons bier en proberen daar wat voor terug te doen.”

De mannen hebben met de gemeente de ruimte gereed gemaakt. Brandveilig. De vloer opnieuw betegeld. ,,We zijn sinds december bezig met die voorbereidingen. Het moet haar originele staat behouden en hetgeen we veranderen moet altijd een verbetering zijn.” Zo werd de voordeur vervangen. Nu kun je er doorheen kijken en de Lastige Broertjes aan het werk zien.

Bredase horeca moet vier dagen lang knallen

Bredase horeca moet vier dagen lang knallen

BREDA – De Bredase horeca bereidt zich voor op één van de drukste weekends van het jaar. ,,Het jazzfestival is als de drukste zomerdag van het jaar, met een muziekje. Het is vooral gas geven”, aldus Nanda Koomans.

Koomans is eigenaresse van ’t Hart van Breda, De Vulling en Fernanda. ,,Ik geef echt de voorkeur aan jazz, als je het vergelijkt met bijvoorbeeld het Carnaval. Dat is een complete verbouwing vooraf en herstel achteraf. Het Jazzfestival kost niet zoveel voorbereiding.” Omzettechnisch noemt Koomans het ‘vier opeenvolgende zaterdagen’. ,,En als het lekker weer is, is het een zaterdag-plus. Vergeet niet dat dit festival ook veel geld kost; het is een fors bedrag dat je betaalt aan de organisatie. Dat is echt al één dag omzet.”

Hotels

Ook voor Hotel Keyser is het jazzfestival een zwaartepunt, zij het minder dan voor de cafés in het centrum.  Manager Tommie van der Heijden schat dat dit weekend zo’n 95% van de gasten voor het festival komt. ,,En wij hebben iedere dag een afterparty. De artiesten uit de stad komen dan hierheen voor wat afterjamsessies. Dat betekent dat je ook rekening moet houden met kamerindeling, omdat er in bepaalde kamers wat geluidsoverlast kan zijn.” Ook hier geldt dat er een stuk meer omzet wordt gegenereerd, vergelijkbaar met het carnaval.

Daar is dan weer geen sprake van buiten het centrum bij Hotel Princeville. Ben Worhman noemt het zelfs het moeilijkste weekend van het jaar. ,,Het is echt in de stad te doen. Slapen en consumpties zijn zeker niet hoger dan normale weekends.” Voor café De Bruine Pij begint het festival morgen al, als het podium moet worden opgebouwd en de voorraad wordt afgeleverd. Ook voor hen is het Jazzfestival, samen met het Carnaval, de drukste periode van het jaar. ,,Er zijn genoeg losse dagen die misschien drukker of nagenoeg gelijk zijn. Maar dit is vier dagen achter elkaar vol gas”, legt Junior Manders van het café uit.

Artikel: Bougogne Kruis: lange historie, hedendaags biertje

Bougogne Kruis: lange historie, hedendaags biertje

OOSTERHOUT – ,,Toen wij in augustus 2012 Bourgogne Kruis herstartten, waren er 83 bierbrouwerijen in Nederland. Inmiddels zijn dat er ruim 450”, vertelt Paul Thuring tijdens de rondleiding door de ambachtelijke bierbrouwerij, gevestigd op een bedrijventerrein aan Wilhelminakanaal Zuid. Thuring heeft die explosieve toename nooit als bedreiging ervaren, maar juicht die opkomst eerder van harte toe: ,,We zoeken allemaal naar nieuwe smaken en naar nieuwe bieren. Het is heel goed voor de Nederlandse biercultuur.”

Bourgogne Kruis zat van 1922 tot ongeveer 1960 in Oudenbosch, de eigenaars waren familie van Paul en Willem Thuring. De sluiting toentertijd betekende het -naar nu blijkt voorlopige- einde van een langlopende brouwerij, die waarschijnlijk begon in Oud Gastel en in ieder geval in 1774 al bestond. ,,Verder terug zijn we nog niet gekomen, maar dat was niet het begin”, vermoedt Thuring. De broers Thuring mochten de naam Bourgogne Kruis gebruiken en op die manier de historie een nieuwe impuls geven. ,,Alleen de receptuur uit die tijd is helaas helemaal kwijt. Dat is niet erg; de ingrediënten uit die tijd waren van een hele andere kwaliteit, dus de smaak zou ook compleet anders zijn. Nu maken we bier dat tussen een speciaalbier en pils inzit; bier dat we zelf het lekkerste vinden.” In een vitrine staat overigens nog wel een ongeopend biertje uit die tijd. ,,Dus we zouden dat bier nog wel kunnen analyseren.”

Sinds deze maand opent de brouwerij op woensdag haar deuren. De Oosterhoutse VVV meldt het op haar website en de campings uit de omgeving hebben de drie vaste bieren van Bourgogne Kruis op voorraad en verwijzen bezoekers ook naar de rondleiding. Bourgogne Kruis is de enige brouwerij van Oosterhout en weet haar bieren op zo’n vijftig plekken te verkopen. In cafés, bierspeciaalzaken en in een tiental vestigingen van Albert Heyn in de regio. ,,En vanaf september liggen de bieren ook bij vijfentwintig Jumbo’s”, klinkt het trots.

En dat terwijl er sinds de opening in 2012 al heel wat veranderde. ,,Ik was van de hardware, de installaties. Mijn broer Willem van de publiciteit, de website. We hadden in Jan van den Bemd onze brouwmeester, maar die stopte toen de brouwerij stond; hij ging met pensioen.” De broers besloten het vak zelf te leren. Meesterbrouwer Harrie Vermeer hielp hen aan de kneepjes van het vak en de twee gingen naar school in België.

Inmiddels brouwen ze zo’n 750 liter per twee weken. ,,Dat is goed behapbaar. De grootste uitdaging is niet het brouwen zelf, maar het proces daaromheen. Ik overdrijf niet als ik zeg dat we hier vooral bezig zijn om alles schoon te houden en maken. Daar ben je zo negen van de tien minuten mee bezig; bier is bijzonder gevoelig voor infectie.”

Hartje Breda: B-Fest

B-Fest

Of de optredende bands ’s avonds ook kindvriendelijk zijn, vraagt Bas van Eijk zich op Facebook af, daags voor de derde editie van het bierfestival B-Fest op Belcrum Beach. Van Eijk zoekt een reden om zijn kroost deze zaterdag thuis te laten, ongetwijfeld opdat hij zich ongehinderd kan laven aan al dat lekkere Bredase speciaalbier dat geboden wordt. Maar er spelen tientallen kinderen in het zand van Belcrum Beach. Een kindvriendelijk bierfestival, dat vooral de intentie heeft om een gezellig kleinschalig festivalletje te blijven.

Brouwerij Bliksem en de kookverslaafden van Smaaker organiseerden zaterdagmiddag weer hun B-Fest. Bier, Burgers, Baarden en Bands op Belcrum Beach. Brouwerij Bliksem, Brouwerij Frontaal, Dorpsbrouwerij De Pimpelmeesch, De Lastige Broertjes, Witte Anker en USA Beer schonken er hun eigen biertjes en vertelden desgewenst het achtergrondverhaal ervan. ,,Het idee ontstond drie jaar geleden in een zatte bui: laten we een bierfestival organiseren!”, legt Sebastiaan van Fessem van Brouwerij Bliksem uit. ,,Het is vooral een leuk evenement hoor. Niet te moeilijk. Gewoon een biertje op dit strand, lekker muziekje erbij. Hoewel: het wordt vanavond flinke  hardrock.”

Alle Bredase -en omgeving- brouwerijen zijn welkom, maar men wil het zeker niet veel groter maken dan wat het nu is: het oppervlak bestrijkt de helft van Belcrum Beach. Op de andere helft spelen kinderen in het zand. ,,Vorig jaar hadden we zo’n 300 bezoekers. Weet je: men drinkt misschien vier tot zes biertjes. Zoiets moet je denk ik ook gewoon klein houden, voor de algehele sfeer.” Het evenement moet ook niet al te professioneel worden, wil Van Fessem maar zeggen. De bezoekers betalen €2,50 voor een statiegeldglas en €2,50 per speciaalbiertje. ,,We leggen niemand vast. De bands krijgen een bord eten en wat bier; we houden het klein en simpel. De deelnemers van B-Fest komen hier gewoon omdat ze het leuk vinden.”

 

 

Eej Kul: écht Bredaas bier

Eej Kul: écht Bredaas bier

Het is 1540 als de Gentse Pater Gustaaf op de vlucht gaat voor de Spanjaarden. Hij belandt in een klooster in de Baronie van Breda. Een van de kostbaarheden die hij bij zich heeft is een houtsplinter, afkomstig van de roervork van de Heilige Arnoldus. Een heilig object, die -zo wil de legende- er voor zorgt dat Pater Gustaaf het water uit de Mark in één nacht kan veranderen in bier.

Brouwerij Paoter Gustaaf lanceert zondag in café Publieke Werken het witbier Eej Kul; later volgen nog twee speciaalbiertjes van de brouwer.

Geestelijk vader van de onderneming is Demian Tacq. Grafisch ontwerper Joost van Dorst gaf het biertje ‘een gezicht’ met als uitgangspunt: Breda, haar tradities, dialect en cultuur. ,,Met een knipoog en cartoonesk, zodat het ook weer niet te serieus oogt”, vertelt Van Dorst. De derde man is Stan van Dongen, werkzaam bij speciaalzaak Het Bierhuis en kenner van de Bredase horeca. ,,We hebben in onze zaak een rek staan met Bredase bieren. Ik heb daar eens lege flesjes van ons ingezet om eens te peilen. Bezoekers toonden grote interesse.”

Belangrijk is dus de link naar Breda. ,,Er zijn veel meer Bredase bieren, maar wij wilden in al onze uitingen Breda uitdragen. Al onze teksten zijn ook in het Bredase dialect.” Het biertje Eej Kul zal vanaf zondag in zo’n twaalf Bredase kroegen verkrijgbaar zijn, de drie mannen pakken het professioneel aan. ,,De Eej Kul is een speciaalbiertje voor iedereen. Het moest toegankelijk zijn. We willen niet meegaan in de hype van de zelf gebrouwen hele specifieke biertjes, maar echt iets neerzetten, op de traditionele wijze.” Dat de Eej Kul van Paoter Gustaaf zondag dan ook echt gelanceerd wordt, noemen de drie dan ook ‘een uit de hand gelopen hobby’.

,,De cafés krijgen zondag hun eerste ‘doskes’ bier. In Publieke Werken hebben we een besloten persmoment, waar diaken Rob van Uden ons bier namens de Rooms Katholieke Kerk zal inzegenen.” Vanaf dinsdag is Eej Kul ook verkrijgbaar bij Het Bierhuis.

brouwerij

Burgemeester: ‘Boerderij voelt als van ons allemaal’

Burgemeester: ‘Boerderij voelt als van ons allemaal’

BAARLE-HERTOG – De twee enorme biertanks worden tegelijkertijd geopend. Rood-wit-blauwe ballonnen stijgen op uit de ene, zwart-geel-rode uit de andere. Samen nestelen zich aan het dak. Zo opende brouwerij De Dochter van de Korenaar vrijdagmiddag haar deuren aan de Oordeelsestraat in het Belgische Baarle-Hertog.

,, Die ballonnen zo gebroederlijk bij elkaar, maar toch blijven ze bij hun eigen driekleur. Ik vind het een mooi beeld”, wijst burgemeester Leo van Tilburg van Baarle-Hertog. ,,Op dit soort momenten zijn Baarle-Hertog en Baarle-Nasssau ook echt één, deze brouwerij voelt als van ons allemaal”, vult zijn Nederlandse collega van Baarle-Nassau, Marjon de Hoon-Veelenturf, hem aan. De twee burgemeesters staan gebroederlijk naast elkaar en tonen zich trots op de zojuist geopende brouwerij. ,,Dit was een oude, versleten koeienstal. Ongelofelijk dat het nu tot deze mooie brouwerij getransformeerd is”, stelt Van Tilburg tevreden.

Bierbrouwer Ronald Mengerink is in z’n nopjes. ,,We hebben tot één uur gisterennacht de puntjes op de i gezet, het resultaat mag er zijn.” De Dochter van de Korenaar kan op de nieuwe locatie beduidend meer bier dan voorheen brouwen. ,,We gaan maandag testdraaien. Het zijn grotere vaten, dus de samenstelling van het bier moet iets worden aangepast. Dinsdag hopen we dan echt te beginnen.” Mengerink begon tien jaar geleden kleinschalig met z’n brouwerij, inmiddels exporteert hij z’n bieren naar zo’n twintig landen. ,,Het blijft speciaalbier, we maken hier geen pils. Ik waak er ook voor dat m’n bier in supermarkten wordt verkocht. Daar wordt het zo anoniem en dus niet speciaal. Bij speciaalzaken krijg je nog achtergrondinformatie.”

Bezoeker René Schoofs uit Merksplas heeft veel bewondering voor Mengerink. ,,Wij hebben ook een klein brouwerijtje, maar willen zeker niet zo groot worden. Dus niet jaloers, maar ik vind het razend knap. De meeste biertjes die hier vandaan komen zijn dan ook heerlijk van smaak; ik probeer ze vandaag allemaal. Van licht naar donker.” Burgemeesters Van Tilburg en De Hoon-Veelentuf wagen zich daar dan weer niet aan. ,,Maar net als de whisky van Zuidam, geven wij de bieren van De Dochter van de Korenaar bijvoorbeeld graag als relatiegeschenk, uit trots dat dit uit ons dorp komt.”

Hartje Breda: ondertussen op de Grote Markt

In de historische kelder van Café De Boterhal aan de Grote Markt is een heuse brouwerij verrezen: Sint Joris geheten. Maanden van ideeën, uittekenen, verbouwen en installeren, tot het daadwerkelijke testen en bierbrouwen gingen eraan vooraf; woensdag ging de kelder open voor publiek, om alvast te proeven. “Dit is ons eerste vat, met nu alleen nog wit- en bitterblond bier. Die gaan we nu evalueren. We verwachten dat het vierde vat De Perfecte Biertjes zullen opleveren”, vertelt eigenaar Wouter van de Graaff. Dat belooft wat, het witbiertje smaakt nu al wonderwel. Biersommelier Jet van de Griendt geeft direct een fraaie rondleiding door de catacomben van het pand. “Het was passen en meten door deze smalle gangetjes”, bezweert ze. Daar bestaat zeker geen twijfel over. De kelder uit 1483 ademt historie, de inrichting van de ruimte ook. “We gaan helemaal mee met het verhaal van het boogschuttersgilde van Sint Joris, dat hier toen huisde. Onze biertjes gaan ook namen dragen die voortkomen uit het verhaal van Sint Joris, met een beetje eigen interpretatie”, vertelt Van de Graaff. Hoe de biertjes dan gaan heten is nog geheim, dat wordt pas bekend als Het Perfecte Biertje uit de taps stroomt. De bieren kunnen nu al geproefd worden middels een heuse proeverij. Heerlijk.

Eerder schreef ik dit artikel over brouwerij Sint Joris.

Boterhal begint eigen brouwerij

Op vrijdag 26 februari bezocht ik voor BN DeStem de Boterhal aan de Grote Markt. In de kelders van dit historische pand opent men een bierbrouwerijtje. Triggert altijd, het gaat immers over bier. Artikel hieronder. Een uitgeschreven versie vind je onder de afbeelding.

img_20160227_163048.jpg

BREDA – Medio mei. Dan hoopt speciaalbiercafé De Boterhal aan de Grote Markt haar eigen brouwerij Sint Joris operationeel te hebben. Deze wordt momenteel ingericht en startklaar gemaakt in de kelder van het monumentale pand. Na café De Beyerd is De Boterhal dan het tweede café van Breda dat haar eigen speciaalbier tapt.

Sint Joris, zo heette het boogschuttersgilde dat in de vijftiende eeuw in het pand van De Boterhal zetelde. “Het zal je vanaf nu opvallen: op de voorgevel zie je een gevelsteen met een boogschutter erop. We zitten hier in een echt historisch pand, die we ook als zodanig behandelen. Voor onze brouwerij is Sint Joris dus een perfecte naam”, vertelt eigenaar Wouter van de Graaff van De Boterhal. Hij is voornemens vijf soorten bier te gaan brouwen: drie vaste biertjes, een seizoensbiertje en een wisselend biertje. “De namen voor deze bieren zullen ook historisch zijn. De bieren zelf zullen we de komende twee maanden creëren.” Dat gebeurt samen met Wesley Aarse van Brouwerij Scheveningen, die als brewmaster zal fungeren. Van de Graaff belooft het meest zuivere biertje denkbaar. “Het bier wordt getapt in de kelders uit 1483. Hier komt geen licht bij kijken, geen zuurstof, geen filter en het wordt ook niet gepasteuriseerd. Puurder dan dit wordt het niet.” De inrichting van de brouwerij was geen makkelijke klus; het is er klein, een wat lastige plek. Maar het is gelukt, ook technisch gezien: de vijf bieren komen rechtstreeks uit de tank. “Tussen de tank en het glas gebeurt dus niets.” Het bier wordt alleen in De Boterhal getapt, er zijn geen plannen het bier verder te verspreiden. “Mensen houden van streekproducten. Straks zul je bij binnenkomst in De Boterhal de mout direct inademen. De komende tijd gaan we ervoor zorgen dat we de meest unieke receptuur ontwikkelen voor onze speciaalbieren.”

De negen flesjes bier

Een man leunt tegen een vuilnisbak aan en geniet zichtbaar van het lentezonnetje op zijn gezicht. Hij hurkt bij de plastic tas die voor hem staat en haalt er negen flesjes Heineken uit. Hij zet de flesjes met haast akelige precisie in een perfecte rij, met de labels naar voren en met precies gelijke afstanden van elkaar op een rijtje tegen de vuilnisbak aan.

Als hij daarmee klaar is, pakt hij het buitenste flesje en drinkt deze in één teug leeg. Direct opent hij het tweede flesje en hier neemt hij een bescheiden slokje van. Hij begint met het flesje bier in z’n hand rustig over het perron te slenteren en groet de andere wachtende reizigers vriendelijk. Hij kijkt verschrikt op het vertrekbord als er een trein het station binnenkomt. Zijn trein, zo blijkt.

Even is hij besluiteloos, maar hij kiest voor de trein en laat de zeven flesjes Heineken achter. Kort daarop vult het perron zich weer. Men verwondert zich over de keurig opgestelde flesjes. Een man vraagt zich af of dit een reclame-uiting van Heineken is, verwijzend naar de perfecte opstelling van de flesjes. Een andere man bietst het buitenste flesje en stopt deze, schichtig en angstig om zich heen kijkend, in z’n binnenzak. En toen waren er nog maar zes. Hij jongen met een peuk in z’n mond loopt rustig naar me toe. “Yo, heb jij een tasje hier die ik mag hebben?”, vraagt hij met een grijns. Hij kijkt om zich heen en als de kust veilig is, bergt hij alle biertjes snel op in het tasje. Wat overblijft is een kale vuilnisbak. Vele uren later loopt een man naar de vuilnisbak. Het is de man die de biertjes er neergezet had. Daar treft hij tot z’n grote teleurstelling geen biertjes meer aan. Hij schudt teleurgesteld z’n hoofd, slaat zichzelf op z’n voorhoofd en loopt weer van het perron af. Het was een enerverende dag.

 

perrongeluk

Hulpener

Het is 10 uur. Een man komt naar me toe met in z’n hand een halve liter Heineken.

Ik moed naar Dilburg, zo znel mogelijk. Ig zie dat de stoptrein over een minuut vertrekt, het beste pak ik die zeker?“, vraagt ie, duidelijk al behoorlijk zat. Ik raad het af, over zes minuten gaat er een intercity naar Tilburg, vanaf het perron waar ie nu is. De stoptrein gaat vanaf een ander perron, die haalt echt ie nooit. Toch waagt ie het erop, maar op het moment dat hij het perron verlaat, vertrekt de stoptrein het station buiten zijn zicht.

Twee uur later zie ik ‘m weer. Hij brabbelt, is inmiddels echt straalbezopen. “Magknhulpnr…“, vraagt ie. Ik versta ‘m niet. “Een Hulpener!“, roept ie geërgerd, wijzend naar het bier. Ah, een Gulpener-biertje. Ik moet ‘m teleurstellen. “Kben in fucking Maastricht en je hebt geen Hulpener?“, zegt ie met dubbele tong en boos. “U bent in Breda meneer, u heeft net de trein gemist“, breng ik voorzichtig. “Breda… Nog steeds? Waddevakman, ik dagdaddikinmaastrigwaar… Breda… Ik moet eerst naar Tilburg, welke trein moet ik dan nu nemen?