Recht van de brutaalste

De bordjes met 110 erop zoeven steeds sneller voorbij. Tania’s broer Adrian gaat van 170 naar 180 kilometer per uur en blijft vrolijk doorbabbelen. Hij haalt auto’s in en blijft op de linkerbaan rijden, ook als er rechts alle ruimte is. Als er iemand op linkerrijstrook rijdt, slalomt hij even. Hup, even naar rechts, er voorbij en terug. De rijstijl van ‘de Mexicaan’ laat zich het beste omschrijven als regelloos. Het voornaamste waar zij zich zorgen om maken zijn de vele gaten in de weg. En de vele drempels. En de politie. Adrian vindt zichzelf een uitstekende chauffeur en dat ís hij ook. Voelt dat hij de volledige controle heeft over zijn auto. En klappert met zijn oren als ik hem de Nederlandse regelgeving en de daarbij horende consequenties vertel. Joh, hier is het pas sinds kort verplicht een gordel te dragen. Zelfs een autoverzekering is hier niet persé gangbaar. Zonde van het geld.

Kreukvrij

Het verkeer hier regelt zichzelf; alles dat wij in Nederland leren kun je overboord gooien. In spiegels kijken? Knipperlichten aan als je van rijbaan wisselt? Voorrang geven? Voor een zebrapad? Het gebeurt hoor, maar je kunt daar nooit zeker van zijn. Hooguit het verkeerslicht is heilig. De basisregel luidt: de brutaalste heeft de halve wereld. Als jij niet gaat, ga ik wel. Zonder duidelijke communicatie; zo werkt het gewoon. Onlangs zag ik aan de kant van de weg een aanbieding voor een rijbewijs á 400 pesos (16 euro). Hilarisch natuurlijk, maar het verraste me niet. Een rijbewijs is immers sinds kort verplicht en dat gaat niet gepaard met honderd lessen vooraf. Als je hier over de stoep loopt en auto’s geparkeerd ziet staan, valt juist degene op die geheel kreukvrij is. De rest heeft toch minstens een krasje. Een ster in een ruit is niet uitzonderlijk. Een enkeling heeft zelfs geen nummerbord. Onlangs zag ik een bus rijden met een loshangende uitlaat die het ieder moment kon begeven. Ja, daar zaten mensen in.

Fiets

Maar ja. Soms moet ik toch ook naar buiten. Ik werk bijvoorbeeld graag buiten de deur. Dan pak ik een Über naar de stad, maar vaker ga ik naar een Starbucks, hier in de buurt. Ze hebben een terras en leveren geen service. Kun je gewoon de hele dag werken. Zonnetje op het bolletje, goede WiFi en gáán.

Daar ga ik met de fiets heen, terwijl deze buurt zeker geen fietsvriendelijke omgeving is. Het is een kilometertje of twee écht oppassen geblazen. Wat ik inmiddels geleerd heb als fietser: zelfvertrouwen. Er zíjn. Duidelijke bewegingen maken. Maar niet brutaal zijn. Je er altijd van te vergewissen dat het veilig is. Want ook als je gewoon aan de zijkant fietst en er gaat een weg naar rechts, zou je van je sokken gereden kunnen worden. Alsof ze je niet zien. Iedere meter is derhalve een uitdaging. Vooralsnog gaat dat goed; het is een kwestie van het verkeer lézen. Maar de kleine lettertjes zijn ook mij nog te vaag; het is gewoon gevaarlijk en het is niet ondenkbaar dat een autobestuurder simpelweg met z’n telefoon aan het spelen is. Nóg gevaarlijker: onlangs besloot ik met de fiets naar de supermarkt te gaan, toen het al donker was. Ik heb geen licht. Dat is in Nederland al onverstandig, hier is het een zelfmoordmissie. In plaats van tien minuten, deed ik er dan ook twintig minuten over.

Knipperlicht

Concreet voorbeeld van een verkeerssituatie? Als er een auto aan komt rijden met een knipperlicht aan, zegt dat niets. Ze vergeten het gewoon af te zetten. Maakt hij inderdaad aanstalten af te slaan door voor te sorteren, dan zou het zomaar kunnen zijn dat hij afslaat. Maar niets is zeker. Remt hij af? De kans groeit. Pas als de auto daadwerkelijk afslaat, weet je het zeker. Ga nooit ergens vanuit, wil ik maar zeggen. En wacht af tot het een feit is.

Het verkeer hangt van toevalligheden aan elkaar. En dat werkt niet eens zo heel erg slecht. Zolang je maar niet vertrouwt op de ander, maar jezelf zoveel mogelijk verzekert dat het veilig is. Dan moet het toch lukken je hier zonder kleerscheuren voort te bewegen. Met de auto durf ik het nog niet aan. Met de fiets wel. Knettergek eigenlijk. Afkloppen dus.


 

Wil je me helpen? Lees dan nog even door:


Allereerst: dank voor het lezen van bovenstaand verhaal. Die las je uiteraard gratis. Dat blijft ook zo. Maar een klein beetje sponsoring zou ik echt enorm waarderen! Daar heb ik twee eenvoudige mogelijkheden voor. Eentje die jou niets kost en eentje waar je een zelfgekozen donatie aan me overmaakt.

  • Via Yoors: als je hier klikt, krijg ik daar (een beetje) geld voor. Je ziet daar ditzelfde verhaal staan. Kost jou dus verder niets :-).
    Yoors is een gratis website waar schrijvers, fotografen, videomakers, cartoonisten etc. hun werk kunnen uploaden. Jouw bezoekje levert mij wat geld op, dus met een klikje ben ik al zeer blij!

  • Via donatie: dat kan hieronder:
Totaal: € -

Steven van Beek

Alle teksten op deze website zijn van Steven van Beek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

 

 

Lees hier waarom je je zou abonneren op Uitgeverij Stofje. Of schrijf je hierboven in voor de nieuwsbrief.

Translate »