Conchita en Chato

,,Ik denk”, glimlachte Tania dromerig, “dat Conchita en Chato gelijk al wisten waar dit naartoe ging. Ze observeerden ons en zwemmen nu vrolijk rond in de oceaan.” Het was al donker en we zaten buiten op het terras. Haar charmante glimlach was misschien nog wel prachtiger in dit licht. Haar speelse fantasie ontstak een vonkje bij me; ik keek haar recht in de ogen en wilde haar zoenen. Deed dat ook. Het werd beantwoord.

Die middag was ik samen met de Duitser Matthias gaan zwemmen in de zee, nabij het Mexicaanse Tulum. Het was op dat moment warm; een duik in de zee was haast noodzakelijk. Donkere wolken dienden zich echter langzaam, maar nadrukkelijk aan. Hevige regenbuien waren voorspeld, ’s middags zou het zeker losgaan.

Matthias regelde vanaf het strand zaken voor zijn terugreis, later die middag. Ik dreef alleen in het aangename water en speelde met de fijne golven. Zij liep de zee in en moest nog wennen aan de temperatuur. Wreef demonstratief over haar schouders. We keken elkaar aan, ik maakte een grapje en we raakten in gesprek. Tania was op bezoek bij haar moeder in Tulum. De dag erna zou ze teruggaan naar haar woonplaats, vlakbij Mexico City. Ze genoot van dit weer, want thuis was het maar 10 graden. ,,Ohh”, riep ze plots opgewonden en ze wees achter me. Twee enorme vissen maakten gebruik van een golf. ,,Echt, dat was prachtig”, omschreef ze haast ontroerd, want ja: bij zoiets ben je altijd te laat.

De eerste druppel voelde ik toen ik de zee uit was, een half uurtje later. Tania en haar moeder lagen dichtbij ons en bleven onverstoorbaar onder hun gezamenlijke parasol liggen. Wij besloten terug te gaan naar ons hostel, maar niet voordat ik Tania uitnodigde voor een drankje later die avond. Ja. Dat wilde ze wel.

De date werd gemaakt. Het gesprek ging als vanzelf: over haar werk als alternatief therapeut, haar vorige werk als financieel adviseur. Haar moeder, haar vader, haar broer. Dat huidige werk was een eigen praktijk in de opstartfase en ze had er haar eigen gedachtes en theorieën bij. Het leverde een inspirerend en fascinerend  gesprek op.

,,Wat denk je dat die twee vissen nu aan het doen zijn? Ik denk dat ze nu diep in de oceaan aan het praten zijn. Aan het roddelen zijn. Aan het fantaseren zijn. Over ons”, memoreerde Tania aan de twee vissen eerder die middag. Ze glimlachte vertederend. ,,We moeten hen een naam geven. Ik stel Conchita en Chato voor. Zij waren de eersten die ons zagen en wisten dat het een goede ontmoeting was.” Ik keek in haar donkere ogen, die een verlichtende werking op me hadden. Haar fantasie omtrent deze twee vissen haalde ook het beste in mij naar boven en we schreven samen een heel kinderboek. Conchita en Chato, tot dat moment met hun eigen onderlinge besognes en problemen, zwemmen nu met volle tevredenheid rond in de verre dieptes van Mexicaanse Golf. En onze eigen avond duurde tot in de verre dieptes van de Mexicaanse nacht.

Wat vond je van dit verhaal?

Al mijn verhalen zijn gratis te lezen. Maar mocht je als blijk van waardering en van vroljkheid een donatie achter willen laten: ik doe een dansje van blijdschap. Alvast zeer veel dank!!

Totaal: € -

Gratis tandarts

Gratis tandarts

Ik ging in Zuid Amerika regelmatig alleen uit eten. Uiteraard prefereerde ik gezelschap, maar dat is niet altijd voor handen. Wel in Cusco, nabij Machu Picchu. Via Tinder ontmoette ik daar Sonia. Na enkele appjes over en weer besloten we samen naar een restaurant te gaan.

Het zou maar één etentje zijn; de volgende ochtend zou ik in alle vroegte naar dat wereldwonder gaan. Sonia moest nog best een stukje met de bus om naar het centrum te komen, maar ze had er wél zin in, verzekerde ze me. Dat er geen vervolg in zou zitten namen we, kortom, voor lief.

Zij koos het restaurant; eentje die ik zelfs niet eens gevonden zou hebben. De ingang ervan was immers onopvallend, de menukaart vervolgens niet enorm aantrekkelijk. Wel goedkoop. Sonia zwoer bij deze menukaart; dit was haar favoriet restaurant.

Sonia sprak moeizaam Engels, ik moeizaam Spaans. Toch liep het gesprek goed, het leek er in ieder geval op dat we elkaar begrepen. Een blik op haar Facebook, later, bevestigde dat.

Christen en Inca

Ze werkte in Cusco als tandarts. Een baan waar ze trots op was, alhoewel het niet goed verdiende. Dat verraste me. In Europa is dat een goedbetaalde baan, waarom dan niet in Peru? Het was niet zozeer Peru, gaf ze aan. Het was dit gebied. Van de overheid was Sonia verplicht om de authentieke bevolking, de Inca’s, gratis te verzorgen. Ze moest met regelmaat de bergen in, met regelmaat een rondje doen. Erg? Nee, Sonia is Christen én Inca. Deze mengelmoes van geloof, cultuur en achtergrond zorgt ervoor dat ze vrede heeft met wat ze moet doen. Erover nadenken doet ze ook, het is ook niet zo dat ze de situatie volkomen normaal vindt. ,,Het is een eer om dit te mogen doen. Mijn werk is meer dan geld, ik haal er liefde uit, help mijn eigen mensen en het staat gelijk aan mijn geloof in de wereld.”

Santa Marta: gewapende overval

Santa Marta: gewapende overval

De tiener loopt al zeker vijf seconden naast me. ,,Hola amigo, cómo estás?”, vraagt hij plots. Hij is gekleed in het Catalaanse uitshirt van FC Barcelona en kijkt me wat gejaagd aan. Ikzelf ben bepakt en bezakt: ik verlaat met heel mijn hebben en houwen Santa Marta, op weg naar een volgende bestemming. De bus vertrekt vanuit deze buurt, die bij een eerder bezoek al ietwat gevaarlijk en ongemakkelijk aanvoelt.

,,Bien! Gracias, y tú?”, beantwoord ik naar waarheid en zo joviaal mogelijk, me terdege bewust van potentieel gevaar. ,,Bien. Tu móvil, por favor”, zegt de jongen op gedempte toon. Hij laat een glinsterend mes zien, met een lemmet van zo’n twintig centimeter. De timing van deze gewapende overval kan niet slechter: we passeren nét een restaurant; de deuren staan wagenwijd open. Zonder te twijfelen sla ik af naar rechts en loop er naar binnen. Een serveerster vangt me vrolijk op en vraagt of ik een tafeltje wens; ik ben de jongen direct kwijt. Ik geef aan dat ik zojuist ontsnapte aan een gewapende overval. Ze kijkt me ongeïnteresseerd en droogjes aan en haalt haar schouders op en gaat verder met haar werk.

Eerlijk en oprecht: ik had met enorm veel plezier deze jongen achtervolgd en hem uit willen leggen hoe hij dit een volgende keer aan moet pakken. Want dat hier lering door hem uitgetrokken zou moeten worden, dat lijkt me helder.

De grilligheid van Noord-Argentinië

De grilligheid van Noord-Argentinië

In de voorbereidingen op mijn reis vond ik de befaamde en spectaculaire Ruta 40. Van het zuiden van Argentinië tot aan de Boliviaanse grens, 5194 kilometer. Vergelijkbaar met de wereldberoemde Route 66 in de VS.

Ik had al moeite met het behalen van mijn rijbewijs, maar toch: wat lijkt me dat vét. Het kwam echter niet erg hoog op mijn lijstje en ik vergat Ruta 40.

Eenmaal in Buenos Aires wilde ik meer van Argentinië zien. Patagonië, natuurlijk, maar nog iets. Ik stuitte op Salta, in het noorden van Argentinië. Een veelzijdig gebied, met grillige landschappen, woestijn en jungle. Ik besloot er een weekje heen te gaan.

Pas na het boeken zag ik dat Ruta 40 langs Salta loopt. Een gevalletje ‘daar krijg je anders spijt van’: ik huurde een auto.

De verhuurder gaf me een kaart en mijn gewenste route bleek niet helemaal haalbaar. Delen waren alleen gangbaar met een goede jeep, niet met deze gare Chevrolet.

De eerste dag

Ik paste mijn route aan. Van Salta naar Cafayate over Ruta 68 bleek een fenomenale geasfalteerde route langs wijngaarden. Het prachtige groen werd al snel woestijn, met spectaculaire bergen, kloven en vergezichten. Vanuit Cafayate nam ik de Ruta 40 naar Cachi. Geen asfalt, talloze bochten, stijl omhoog en omlaag. Met een snelheid van maximaal 40 tufte ik gedecideerd door, gegrepen door de omgeving. Bij vlagen raakte ik ontroerd. Door die omgeving, door het feit dat ik hier reed. Ruim 7 uur in de auto en 345 kilometer verder kom ik aan in Cachi.

En dag twee

De volgende dag vervolg ik mijn weg. Van Cachi over Salta naar Purmamarca, waar de zevenkleurige berg is. Vanuit Purmamarca moet ik een stukje terug, naar de jungle van Calilegua. Een afstand van 512 kilometer, vandaag zit ik echt de gehele dag in de auto.

Maar met name dat eerste deel van deze tocht. Totaal anders dan de dag ervoor, maar minstens zo weergaloos. Ik passeer een vallei die in zijn geheel is gehuld in wolken. Het levert een sprookjesachtig beeld op; ik merk dat ik alleen maar enthousiaster word. Geen Ruta 40, maar veel enger: diepe ravijnen, maar vooral de zon maakt het hier lastig. Van de felle zon de schaduw in is moeilijk: je ziet niets. En dat geschiedt uiteraard in haarspeldbochten en her en der stroomt er een heel beperkt watervalletje waar je doorheen moet rijden.

Na Salta is het snelweg en rijd je zo met 120 kilometer per uur door.

Calilegua

Op dag 3 merk ik dat ik het beu raak. Vele uren alleen in de auto begint eenzaam te voelen. Contacten opdoen is in dit geval nagenoeg onmogelijk; ik verlang terug naar Buenos Aires. Ik arriveer in Calilegua, een klein dorpje aan de rand van de jungle. Het hotel dat ik geboekt heb is vreemd genoeg gesloten. Alles is gesloten. Ik wil wat eten vraag mensen op straat, maar de twee eetgelegenheden die er zijn, zijn inderdaad dicht.

Ik ga naar het nabijgelegen dorpje, dat is wat groter. Maar ook daar is veel gesloten, het is acht uur ’s avonds. Ik vind een snackbarachtig etablissement. Een dame is de vloer aan het schrobben en met merkbare tegenzin laat ze me binnen. Ik krijg een broodje met een stuk vlees, ham en kaas en een eitje eroverheen. Het smaakt vreselijk vet, iets waar ik niet erg blij van wordt. Mijn hotel is inmiddels open. Het blijkt een puik hotel met restaurant te zijn. Op de borden van andere gasten zie ik heerlijk eten liggen. Irritatiemomentje.

Lucas en Alfonso

De volgende dag even geen auto, dacht ik. Ik wil een stuk wandelen. Maar er loopt een prachtige (auto)route door de jungle en hoe verder en hoe hoger je komt, hoe mooier het wordt. Deze route is ruim 40 kilometer, dus wandelen is iets te veel van het goede. Als ik ergens een schitterend uitzichtpunt heb, stop ik even en ga zitten. Twee jonge gasten komen naar me toe en vragen of ik last heb van de muggen. Ik heb deet bij me, muggenrepalent, dus volgens mij zit ik goed. We raken in gesprek en de jongens blijken die dag terug te moeten naar Salta, net als ik. Lucas en Alfonso blijken hele toffe gasten en ik kan wel wat gezelschap gebruiken.

Samen vervolgen we onze weg in de jungle en hebben heerlijke gesprekken. Lucas blijkt supporter van San Lorenzo, de club die ik in Buenos Aires bezocht. Het schept een band, hij geeft me zelfs een sportbroek van San Lorenzo cadeau. Uit dankbaarheid dat ze mee mogen rijden. Eenmaal in Salta -en met ruim 1000 kilometer in drie dagen op de teller- nodigen ze me uit in hun hostel, waar ze met zes man verblijven. Ze maken echte Argentijnse empanadas en we spelen Mens Erger Je Niet. Geniaal. Hoe verrassend het kan lopen.

 

Moeizame busreis vanuit Uyuni

Moeizame busreis vanuit Uyuni

Het kleine kantoortje in Uyuni loopt langzaam vol. Over een klein uur vertrekt vanaf de voorzijde een bus naar de Boliviaanse miljoenenstad La Paz. Een nachtbus, die er zo’n 9 uur over zal doen. Ik overpeins mijn ridicule plan. Vanaf La Paz wil ik gelijk door. De Peruaanse grens over, naar Arequipa. Met andere woorden: deze 9 uur is nog niet eens de helft van de totale reis. Qua zuivere reistijd zal het neerkomen op zo’n 24 uur.

Vooroordelen

Het kantoortje is nu bomvol; buiten regent het. Een Amerikaan schept er genoegen in om op luide toon zijn leven te schetsen aan twee Engelse meisjes. Beide nationaliteiten voldoen uitstekend aan ieder vooroordeel, waardoor ik me er wel mee vermaak. Hij heeft de kenmerken van een hippie en onderkent herhaaldelijk zijn voordelen als ‘native white American’. Op verontschuldigende toon.

Protesten

Als het toch echt 8 uur is, is de bus nog steeds niet gearriveerd. Het zal te maken hebben met diverse protesten. De zoutvlaktes van Uyuni zijn deze dagen lastig bereikbaar omdat demonstranten de wegen hebben geblokkeerd uit onvrede over de zittende gouverneur, of zoiets. Het kan ook te maken met het weer: het dondert, het bliksemt, het is onstuimig.

Carnaval

Op de tv wordt live het carnaval van Oruro uitgezonden. Later zouden daar acht mensen overlijden door een gasexplosie, nu is het nog één en al vrolijkheid.

Eigen gelegenheid

Het wordt duidelijk dat de bus inderdaad niet zal komen voorrijden, maar dat deze achter de blokkades vertoeft. De mevrouw achter de balie probeert uit alle macht taxi’s te regelen, maar dat kost kennelijk moeite. Een Zwitsers meisje vat het plan op om op eigen gelegenheid naar de bus te gaan. Een zestal Europeanen -waaronder ik- besluit hierop te anticiperen. Het miezert inmiddels, het weer houdt ons niet meer tegen.

Woestijngebied

De taxi rijdt tot de blokkades. Het is donker, de omgeving van Uyuni is woestijngebied. Ik vraag me ter plekke af in hoeverre dit gevaarlijk is; in hoeverre mogen wij als toeristen deze blokkades zonder problemen passeren? En: hoe groot is de kans dat we die bus ook daadwerkelijk gaan vinden?

Het is half 11. Achter de blokkades staan tientallen vrachtwagens stil en een enkele toeristenbus. We vragen het de chauffeur: de bus naar La Paz staat 5 kilometer verderop. Ruim een uur lopen door een natte, donkere woestijn.

24 uur naar Arequipa

Tot mijn verrassing staat de bus inderdaad op ons te wachten en het duurt niet lang voordat ook de rest van de passagiers arriveren. Zij vatten kort na onze beslissing de bus zelfstandig te zoeken het zelfde plan op. Met een vertraging van ruim drie uur zetten we koers naar La Paz. 24 uur later arriveer ik in het pittoreske Arequipa, waar ik Ángela opnieuw ontmoet.

Foto’s trip San Pedro de Atamaca – Uyuni. Volg me op Instagram 🙂 https://www.instagram.com/stevenvbeek/

 

View this post on Instagram

😑.

A post shared by Steven van Beek (@stevenvbeek) on

 

View this post on Instagram

#lief #bolivia #willik #atacama

A post shared by Steven van Beek (@stevenvbeek) on

 

 

Ángela

Ángela

,,Weet je wat? Ik ga met jou mee”, roept Ángela opgewekt. ,,Anders moet ik mijn huis opruimen, dus dat is sowieso gezelliger.” Ángela is een Colombiaanse van 32 en woont in San Pedro de Atacama, in het noorden van Chili. Ze heeft een onophoudelijke, energieke en bovenal aanstekelijke glimlach en is gemakkelijk in de omgang; het is vanaf het begin gezellig.

San Pedro de Atacama

San Pedro de Atacama is een klein dorpje, dat louter vaart op het toerisme. De wijde omgeving bestaat immers uit spectaculaire natuur: woestijn, geisers, gekleurde lagunes, pelikanen, lama’s, vulkanen, besneeuwde bergtoppen en het reikt tot de Boliviaanse zoutvlaktes van Uyuni. Vanuit San Pedro zijn talloze tours te maken; het kleine centrum bestaat haast alleen uit toeristenbureautjes. Ik heb zo’n tour geboekt en gelukkig is er nog één plekje over. Voor Ángela.

Apotheker

Zijzelf werkt niet in de toeristensector. Ze is apotheker. ,,Daarmee heb je in Zuid Amerika een flinke baanzekerheid”, legt ze uit. ,,Toen ik vorig jaar het lucratieve aanbod kreeg hier als leidinggevende aan de slag te gaan, besloot ik dat te doen. Ik verdien hier ruim viermaal zoveel dan in Colombia.” Ze wil het hier nog een jaartje volhouden om op die manier een vervolgstudie te bekostigen. ,,Want uiteindelijk is het hier natuurlijk saai. Ik realiseer me echt wel dat ik nu in een bijzondere omgeving woon, maar ik kom uit de grote stad, uit Bogotá. Dan is zo’n dorpje nogal een verschil.”

Arequipa

Samen doen we een tour langs warmwaterbronnen en zien een waanzinnige zonsondergang in de woestijn. ’s Avonds is het echter alweer tijd om afscheid te nemen; ik ga die volgende ochtend naar de zoutvlaktes van Uyuni en vanuit daar zal ik mijn reis continueren naar Peru.
Van Uyuni naar Arequipa (Peru) is een busreis van 22 uur. Toevalligerwijs (ja, écht) gaat Ángela er ook heen voor een korte vakantie. ,,De consequentie is wel dat ik veertien dagen achter elkaar moet werken, veertien uur per dag. Maar dat heb ik ervoor over”, grijnst ze ter plekke. We ontmoeten elkaar daar dus weer.

Achter die glimlach

Ze mist Colombia, zeker. Vooral haar vrienden. Haar familie, met wie ze dagelijks contact heeft. ,,Die bestaat alleen uit tantes en ooms, neefjes en nichtjes”, verduidelijkt ze. Ze was een foutje; haar ouders waren bewust kinderloos en al ruim in de veertig toen ze per ongeluk zwanger raakten. Ze was van harte welkom, maar haar geboorte had zonder meer invloed op de gezondheid van haar ouders. Haar ouders sukkelen lange tijd en komen te overlijden als Ángela nog in haar vroege tienerjaren zit.

,,Ik zag mijn moeder sterven, zag dat het leven haar lichaam verliet. Ze verlangde altijd van me dat ik dagelijks tot God bad. Dat deed ik met tegenzin, omdat ik het alleen waarde vond hebben als je dat zo voelt. Ik heb tijdens de minuten van haar sterven gebeden. Het haalde niets uit. Ik ben nog steeds katholiek, maar bid alleen als ik daar een waarde in zie.” Ze kijkt me smekend aan. ,,Heb je ouders lief. Bouw herinneringen met ze op.”

Familie

Het valt me op dat haar gezicht verstart als ze over dit onderwerp praat. In combinatie met een wat ongelukkige lichtval lijkt ze ineens ruim in de 40. Haar oogopslag wordt dof, haar huid verdort, veroudert. Achter haar fijne vrolijkheid schuilt kennelijk een diep verdriet, maar ze laat het niet teveel toe. ,,Kijk”, verandert ze het onderwerp zelf en laat haar telefoon zien. ,,Dit is mijn tante. Ze stuurt me regelmatig foto’s van vroeger, van mijn ouders.” Foto’s van vroeger lijken haar te troosten en op te beuren. Vooral haar nichtjes en neefjes in het verre Colombia geven haar vreugd.

Schooluniform

,,Oh kijk!”, roept ze, swipend door haar foto’s. “Hier sta ik in mijn schooluniform, waar ik je eerder over vertelde.”
Ze doelt op mijn avontuur in Bogotá. Ángela reageerde geschrokken, teleurgesteld, maar erkende dat het niet erg uitzonderlijk was. Zijzelf maakte tot nu toe viermaal een beroving mee. Haar eerste keer staat in haar geheugen gegrift.

Beroving

,,Ik was 12 of 13 en kwam van school. Ik was op weg naar de bus en besloot mezelf te trakteren op een ijsje. Een doorgesnoven griezel kwam naar me toe en liet een blinkend mes zien. Eerst griste hij het ijsje uit mijn handen. Dat beeld vergeet ik nooit meer: ik kan me nog zo goed herinneren dat ik het onderste gedeelte van het hoorntje nog in mijn handen had en dat ik daar heel hard om moest huilen. Hij eiste al mijn geld; dat was maar 2000 pesos (zo’n 70 eurocent). Dat pakte hij van me af, maar de buschauffeur zag gelukkig dat ik heel erg van streek was en nam me gratis mee naar huis.”

Ze grijnst om mijn verbouwereerde, verontwaardigde reactie. “Ik wil er alleen maar mee zeggen: het is de realiteit, ik weet niet beter dan dat het gevaarlijk kan zijn. Om dat gevaar heen is deze stad fantastisch.”

 

Avonturen in Bogotá

Avonturen in Bogóta

,,Geef hem maar wat”, zegt Cristina op rustige toon. Kennelijk schat ik de situatie niet helemaal goed in: de jongen is klein en heel dreigend vind ik de situatie nu ook weer niet. ,,Hij zegt een mes te hebben”, fluistert Cristina in feilloos Engels.

Cristina

Ik leerde Cristina kennen op Tyrona Parc. Een prachtige Colombiaanse die het Engels uitstekend beheerst en waar het simpelweg fijn mee klikte. We hielden contact via Facebook en WhatsApp en om mijn reis te vervolgen naar Chili, besloot ik enkele dagen Bogotá te boeken. Cristina verblijft daar ook, dus een ontmoeting was logisch. ’s Avonds besloten we naar een salsatent te gaan; zij verstaat die kunst zonder meer en ik, nou ja, minder.

De overval

’s Nachts lopen we terug en worden door een man en een vrouw aangesproken. Dat ze kwade bijbedoelingen hebben is me wel helder: de vrouw zorgt ervoor dat Cristina en ik gescheiden worden, waarop de man mij onder zijn trui onder schot houdt met iets waarvan ik moet veronderstellen dat het een mes is. Het komt op mij niet heel dreigend over -ik geloof gewoon niet dat het een mes is-, maar besluit het zekere voor het onzekere te nemen.

Het stomme is echter: waar ik al sinds het begin van mijn reis heel bewust met mijn geld om ga en altijd maar een beperkt bedrag op zak heb, ben ik vandaag nogal rijk. Ik geef de jongen een biljet van 10.000 pesos (€3,-), maar hij ziet de grotere biljetten blinken en eist deze. Plots ben ik zo’n 250.000 (€90,-) lichter.

Politie

Er komt een taxi voorbijrijden. Cristina roept dat we beroofd zijn, de taxi anticipeert en claxonneert. Vrijwel direct verschijnt er een politiemotor. In volle snelheid gaan twee man achter mijn overvallers aan en binnen zo’n twintig secondes grijpen ze hen bij de kladden. Cristina legt haarfijn aan de agenten uit wat er gebeurd is en dan begint het.

De twee agenten tuigen de twee overvallers compleet af met hun wapenstokken. De jongen zakt al snel ineen en begint te krijsen. De agenten eisen het geld op, maar de twee ontkennen ons overvallen te hebben. Het meisje krijgt een stroomstoot, de jongen wordt met een blote vuist haast knock-out geslagen.

‘Bureau’

De politie neemt ons en de overvallers mee. Met een escorte van zo’n vier man politie komen we een heel nieuw gebied in. ,,Een van de gevaarlijkste plekken van de stad, dit”, weet Cristina me te vertellen. Het is nu ongeveer 12 uur. Het ziet er vreselijk uit, vooral in het donker. Al snel komen we op een soort binnenplaats, waar een tiental onfrisse figuren vertoeven. Grenzend aan deze plek hebben deze mensen een plek om te slapen en blijkbaar behandelt de politie hier ook dit soort zaken en plein public.

Nu worden de twee overvallers van elkaar gescheiden en apart van elkaar aan een muur vastgeketend met handboeien. Het meisje is aan de beurt. Ze krijgt tientallen stroomstoten en al snel zakt ze ineen en begint te kotsen. Ze begint onbedaarlijk te huilen. Haar make-up verspreidt zich over haar gezicht en ze begint er onooglijk uit te zien. Naast haar lukt het de jongen niet meer op zijn benen te slaan. Zijn inmiddels blote bovenlijf is bont en blauw. De agenten gaan echter door. Eindelijk beginnen ze te praten: ze hebben mijn portemonnee aan iemand anders gegeven. Ik laat hen daarop mijn lege portemonnee zien. ,,Je liegt dus!” en het geweld continueert.

Bizar avontuur

Na twee uur op deze schrale plek krijg ik de keuze. Of ik laat het hierbij, of ze gaan op nader onderzoek. Eerlijk gezegd wil ik slapen, maar Cristina weigert. ,,Dan doen ze het volgende week wéér. Nee, dit moeten die klootzakken maar eens voelen”, bijt ze me toe. Het meisje begint wederom te kotsen en dan, plots, ineens: nieuws. Ze hebben 150.000 pesos gevonden. Een agente overhandigt me drie perfecte briefjes van 50.000. Dat zijn zeker niet de mijne en ik heb de situatie constant nauwlettend in de gaten gehouden: geen van de twee gaf hen geld. Ik accepteer het aanbod en ga met de 150.000 pesos naar het hostel. De twee gaan ‘minstens drie weken’ de cel in, beloven de agenten. Deze hele show kostte me 40 euro en het klinkt bot, maar dat was dit bizarre avontuur nog waard ook.

Ciudad Perdida

Ciudad Perdida

Van 4 tot en met 7 januari liep ik The Lost City Trek, ofwel: Ciudad Perdida. Een vierdaagse tocht naar de verloren stad. 23,3 kilometer heen, 23,3 kilometer terug. Nog een bijnaam? ‘De Groene Hel’, of: ‘Het Groene Vuur’. En die bijnaam is niet geheel onterecht, mijns inziens.

Kort: eerst rijd je met een busje vanuit Santa Marta in anderhalf uur naar verzamelpunt Guachuca. Vanuit die plek ga je nogmaals anderhalf uur met een 4×4 de wildernis van Sierra Nevada de Santa Marta in, naar het laatste stenen dorpje Machete Pelao. Kortom, je start al ver van de echte bewoonde wereld. Eenmaal midden in de jungle hike je op de eerste dag zo’n vijf uur naar het eerste kamp. In ons geval: door de regen en de modder bergop.

Nederlanders

Ons: dat is je groepje waarbij je wordt ingedeeld. Daar moet je dus wat geluk bij hebben, want je bent -dramatisch gezegd- de volle vier dagen ‘tot elkaar veroordeeld’. Mijn groepje bestaat uit twee Amerikanen, twee Fransen, een Duitser, een Zwitser en liefst zeven Nederlanders. Die, logischerwijs, naar elkaar trekken.

,,Ik ben benieuwd. Ik was onlangs in Machu Picchu, dat was écht loodzwaar”, verzucht één van hen. Natuurlijk, de gesprekken gaan over ieders reizen tot dan toe. Logisch. Ik vertel ze mijn reis tot nu toe; onder anderen over de hectiek van Cartagena. ,,Noem je dát al hectisch? Dan ben je nog nooit in Bangladesh geweest zeker”, reageert iemand schamper. Een van hen geeft scheutig tips over Zuid Amerika aan de rest, een ander heeft de hele wereld gezien. Het levert soms interessante anekdotes op.

De trip

We komen langs vergezichten. (,,Die waren in Chili al helemáál spectaculair.”) We passeren watervallen. (,,Die zijn in Indonesië pas geweldig.”) We moeten klimmen. (,,Maar dit is niet zó heftig als Machu Picchu.”) We ontmoeten de Kogi -de indianen die hier wonen, maar wildlife zien we helaas niet. (,,Dan moet je in Bolivia zijn!”)

Ikzelf geniet met volle teugen. Geniet van iedere stap. Kijk verwonderd naar de hoge bomen, naar de wilde natuur. Slaak een vreugdekreet als ik een stroompje zie, of een wilde waterval. Word op slag verliefd op iedere koe, iedere kip, iedere vogel, ja, op iedere salamander die ik zie. Ben onder de indruk van de paadjes die er liggen, zonder dat het makkelijk wordt. Kijk hongerig rond naar alle mensen. Inhaleer, kortom, alles dat me bereikt.

Op safari

,,Vorig jaar was ik in Afrika”, klinkt het iets verveeld achter me. ,,Ja, dan ga je natuurlijk een safari doen. Ik wilde dolgraag een luipaard zien!” Haar gesprekspartner kan zich dat voorstellen. ,,Toen zag ik uiteindelijk een luipaard. Leuk. Maar ja. Dan is de tweede toch al een stuk minder spectaculair.” Ze vervolgt. ,,En toen zag ik een leeuw. Die lag dus heel saai onder een boom te slapen, dus daar doe je het ook niet voor.”

Er wordt instemmend en begripvol gereageerd. Ik weet het niet, snap het niet. Ik vond de Amerikanen leuker. Die vonden in ieder geval álles ‘awesome’.

View this post on Instagram

Filter? Neeje! #lostcity #sunrise #ciudadperdida

A post shared by Steven van Beek (@stevenvbeek) on

Stukje klantvriendelijkheid

Stukje klantvriendelijkheid

Ik maak gebruik van een Colombiaanse simkaart. Twee gig, kost tien euro. Opwaarderen is eenvoudig: er zijn verkooppunten op haast iedere straathoek in Medellín. Er is echter één probleem: mijn Colombiaanse nummer levert bij pogingen tot opwaarderen telkens een foutmelding op. Klaarblijkelijk moet ik me online registreren.

Amerikaans accent

Dan maar een nieuwe, weinig zin in zo’n ingewikkeld Spaanstalig registratieproces. Als ik in een zeer drukke supermarkt eindelijk aan de beurt ben, leg ik er een simkaart bij die daar aangeboden wordt. ,,Heb je al een account?”, vraagt het kassameisje, gevolgd door een niet te volgen uitleg. Mijn Spaans is niet toereikend, beseft het meisje ook al vrij snel. Ze staat ondanks de drukte op en gaat met de simkaart in haar hand op zoek naar hulp. Na enkele minuten komt ze terug met een jonge gast, die me met een heerlijk aangeleerd Amerikaans accent begroet. ,,Hi sir, how are you doing?”

Registratieproces

Samen met hem loop ik naar een balie. ,,Alleen hebben wij jouw provider niet. Wij verkopen alleen ons huismerk”, legt de jongen uit. Prima, als het maar internet heeft. Een tweede man komt erbij en hij vervangt de simkaart van mijn telefoon. Het werkt, nu het registratieproces. Daar moet kennelijk voor gebeld worden, met gegevens uit mijn paspoort. De ‘tolk’ legt uit dat officieel ik moet bellen, maar dat hij het nu voor me doet. Ditmaal zet hij een heel ander accent op en de vrouw achter de balie en de simkaartvervanger proesten het uit. Ook de bellende jongen grijnst zijn tanden bloot. ,,Sorry, ik doe jouw accent na. Het moet wel geloofwaardig blijven hè.”

Na een gesprek van zeker vijf minuten ben ik geregistreerd. Nu moet er nog data op de simkaart gezet worden. Ditmaal belt de vrouw achter de balie, de jongen vraagt hoeveel data ik wil. Ik ben nog maar even in Colombia, dus ik bestel één gigabyte. Vast te veel, maar ach. ,,Voor porno zal het weer te weinig zijn”, grijnst de jongen. ,,Daar heb ik wifi in het hotel voor joh”, werp ik tegen. Reden voor het baliemeisje en de simkaartvervanger om het weer uit te proesten.

Highfives

Ook dat belletje kost vijf minuten, maar nu zou ik officieel data moeten hebben. ,,Maar jij gaat niet weg voordat ik zeker weet dat het werkt”, zegt de jongen streng. De simkaartvervanger gaat aan de slag met de software van mijn telefoon en kijkt bedrukt, want het internet wil inderdaad niet. ,,Start gewoon even opnieuw op”, zegt het kassameisje resoluut. Goed idee, knikt de simkaartvervanger. Het werkt. Het kost drie man personeel en ruim een kwartier, maar het werkt. De tolk, de simkaartvervanger, het baliemeisje en ik geven elkaar een highfive. Als ik bijzonder tevreden weg wil lopen, zie ik het kassameisje naar me zwaaien. Ze steekt vragend haar duim op. Ik beantwoord met een ferme duim terug.

De intrigerende Colombiaanse

De intrigerende Colombiaanse

Tijdens mijn bezoek aan Tayrona Park ontmoette ik een Colombiaanse en een Oostenrijker (zie hier). Al snel sloten zich meer mensen bij ons aan: een Chinese, en Duitser en een vriendin van de Colombiaanse. Een mooi internationaal gezelschap dus.

Die vriendin is een stil, teruggetrokken type. Goed, ze spreekt alleen Spaans en in deze groep is Engels de voertaal, maar ook op momenten dat er Spaans wordt gesproken, blijft ze stil. Het liefste lijkt ze alleen te zijn. Het is geen verlegenheid, lijkt het. En ze begint me meer en meer te intrigeren.

Niet aantrekkelijk, gehaast ik erbij te zeggen. Het is niet het type meisje waar ik op val, vooral door haar wat onopvallende opvallende gedrag. Hoe vaker ik haar observeer, hoe meer ik in zie dat ze zeker niet verlegen is. Ze is gewoon zichzelf, een einzelgänger. En daar is niets mis mee.

China

Op het strand ontstaat een gesprek over China en dus vormt de Chinese het middelpunt. Over het land, over censuur, over seksualiteit. Ze heeft manieren om te Facebooken, te YouTuben, te Instagrammen, hoewel het officieel niet mag. Maar ja; ze mag ook niet alleen reizen. Sterker: ze is het zwarte schaap van de familie. Een ruime twintiger zonder man en kinderen is een schande. En homoseksualiteit? De Chinese geeft -ietwat ongemakkelijk- aan dat ze open zou staan voor een experiment met een vrouw, maar dat het in haar cultuur echt niet kan.

Het introverte meisje ligt ernaast en lijkt flarden op te vangen van het gesprek. Als de Chinese opstaat om in de zee haar kleding zandvrij te maken, komt ze in actie. Ze kleedt zich uit en pakt de mobiele telefoon van de knappe Chinese. Bijzonder zelfverzekerd maakt ze een paar selfies met ontblote borsten en legt vervolgens grijnzend de telefoon terug.

Eigen pad

Aan het einde gaat ieder hun eigen pad. De Chinese gaat terug naar China. De Duitser blijft nog even. De Oostenrijker en Colombiaanse gaan naar Bogota en ik ga naar Santa Marta. Het introverte meisje gaat met mij mee, want ze vliegt de volgende ochtend vanuit deze stad. We nemen een taxi en zijn nu welhaast verplicht te communiceren. Ze besluit in hetzelfde hostel te blijven als ik en ’s avonds vraagt ze me of ik een leuke bar weet om te dansen. Ik besluit haar te vergezellen, in de wetenschap dat het ongemakkelijk zal kunnen worden.

Vrouwen

Met behulp van Google Translate beginnen we te praten. Haar ouders zijn boeren in de diepe binnenlanden van Colombia en zijn teleurgesteld over haar geaardheid; haar zusje is gehandicapt en zo worden ze nooit opa en oma. Ze wil meer met dit spanningsveld doen. Ze studeert en wil de positie van vrouwen in het land te verbeteren, roept ze strijdbaar. Dan gaat het volume in de bar omhoog. Ze nodigt me uit voor de salsa, maar al snel gaat ze solo. Compleet in haar element en in haar eigen wereld danst ze de salsa tot diep in de nacht. Ik heb haar nooit meer teruggezien.