Gooide Jaimy een flesje drinken naar een politieauto?

De 31-jarige Jaimy uit Waalwijk gaat op 23 september 2017 stappen in zijn woonplaats. Rond twee uur ’s nachts staat hij even voor het café, als een politieauto langs rijdt. Iemand gooit een flesje drinken tegen de auto aan. De agenten noteren daarop de gegevens van het uitgaanspubliek dat er staat. Een paar weken later ontvangt Jaimy een boete van 340 euro. Hij wordt als schuldige aangewezen.

Nuance

De officier van justitie opent de zaak met een kleine nuance in de aanklacht. Er is niet zozeer een flesje drinken naar de auto gegooid, maar wel een vloeistof afkomstig van een flesje.

,,We moesten allemaal onze namen opgeven. Er was namelijk een controle, het was die avond blijkbaar erg luidruchtig. Dus ja, ik heb die nacht zeker twee agenten gesproken, maar als ik echt iets tegen een politieauto gegooid zou hebben, zou ik vast wel direct opgepakt zijn, toch?” In plaats daarvan mag Jaimy gewoon weer door met zijn avond en gaat het café weer in.

Jaimy ontkent dan ook dat hij iets gegooid heeft. ,,Ik was even buiten, een luchtje scheppen. Je mag niet eens met drinken naar buiten, dus ik had in ieder geval niets bij me. Wat zou ik gegooid moeten hebben? Nou ja, ik weet in ieder geval dat ik niets gegooid heb.”

‘Ik weet het niet’

Hij wast zijn handen niet geheel in onschuld. ,,Ja, ik zou luidruchtig geweest kunnen zijn, misschien heb ik geschreeuwd. Toen ik die boete ontving, ging ik er eigenlijk vanuit dat dat het was. Hoewel: ik heb alleen mijn naam op moeten geven en ben verder nergens op aangesproken, dus ik wéét het niet.”

In het proces verbaal staat dat Jaimy weigerde een verklaring te willen geven, wat het verhaal van Jaimy volgens de officier van justitie ietwat ongeloofwaardig maakt. ,,Je zou het haast op belediging kunnen zetten: een flesje drinken naar een politieauto gooien. Ik was er niet bij, maar de politie wijst jou als schuldige aan en dat doen ze niet voor niets.” Ze eist een geldboete van 230 euro, iets waar Jaimy het uiteraard niet mee eens is. ,,Ik heb gewoon helemaal niets gedaan.”

Voor de rechter staan een aantal dingen vast. Ja, er is die avond iets gegooid naar een politieauto. ,,Maar of u dat bent geweest? Ik heb geen idee. Daar twijfel ik aan, daar is het proces verbaal echt te vaag in.” Jaimy wordt door deze twijfel vrijgesproken, de officier van justitie begrijpt de twijfel en laat het er ook bij zitten.

Tof verhaal?

Dit verhaal lees je gratis, hoewel er uiteraard wel werk in zit. Als je deze tekst waardeert en dat wil laten blijken middels een bijdrage: dat kan en wordt natuurlijk super-super-super-gewaardeerd!

Totaal: € -

Miscommunicatie tussen agent en Yassine

Op 11 november 2016 wil de 40-jarige Yassine zijn kinderen ‘s morgens bij hun school afzetten, maar het is erg druk op straat. Hij stopt toch maar en laat zijn kroost uit op een plek waar dit eigenlijk niet mag. Direct wordt hij door een agent aangesproken. Achter hen ontstaat echter al snel een kleine file, auto’s claxonneren van ongeduld. Yassine stelt voor dat hij zijn auto elders even neerzet, zodat hij in alle rust alle gegevens kan doorgeven. De agent vindt het goed: Yassine rijdt weg, parkeert zijn auto, pakt zijn tweejarige zoontje mee en loopt zo snel hij kan terug naar de agent. Die is dan echter al weg. Nu wordt Yassine ervan verdacht weggereden te zijn zonder zich te identificeren.

,,Ik werk in de veiligheidssector, ik ben daar altijd heel kien op. De motor van mijn auto stond gewoon aan op het moment dat ik aangehouden zou worden. Ik zag de agent ook al aankomen lopen en wilde hem daarom ook gewoon te woord staan”, legt hij uit. Yassine parkeert ongeveer vierhonderd meter verder weg en is binnen acht minuten terug op de plek waar de agent zou moeten staan.

,,De agent kwam erg gehaast over, dat klopt. Maar alle parkeerplekken waren vol, het lukte niet eerder terug te keren.” Op dat moment is er in het geheel nog niet gevraagd om gegevens, zegt Yassine. In het proces verbaal staat dat hij weigerde. ,,Het gaat tegen al mijn integriteit in als er staat dat ik me weigerde te identificeren. Hij gaf me duidelijk toestemming, we hadden een heldere afspraak.”

Daar zit hem duidelijk de crux. De agent weet niets van een afspraak en dat is voor de rechtbank verder niet te controleren. De officier van justitie wil Yassine 140 euro boete geven wegens het weigeren van het tonen van het identiteitsbewijs, Yassine is het daar pertinent mee oneens. ,,Het was gewoon niet mogelijk op die plek. Iedereen was aan het toeteren, ik stond in de weg en hield de boel op, dat kan ook niet de bedoeling zijn.”

De rechter vat het samen: ,,Hij wilde weten wie u was, u vond het onveilig. Er is hier duidelijk iets misgegaan, ik heb geen reden aan uw verhaal te twijfelen. Ik ben het ook niet eens met de officier dat u iets geweigerd heeft. Dit was pure miscommunicatie, ik spreek u daarom vrij.” Yassine toont zich opgelucht over de uitspraak, een uitspraak die hij alleen maar had kunnen dromen. ,,Dat ik de mogelijkheid krijg mijn verhaal te doen, dat vind ik geweldig.”

Tof verhaal?

Dit verhaal lees je gratis, hoewel er uiteraard wel werk in zit. Als je deze tekst waardeert en dat wil laten blijken middels een bijdrage: dat kan en wordt natuurlijk super-super-super-gewaardeerd!

Totaal: € -

Sander is een Petrus, geen Judas

De 26-jarige Sander* uit Sint Willibrord rijdt op 4 oktober 2018 met een kompaan naar de Turkse Yesil-moskee in Roosendaal, om het een en ander op te meten. Later, zo is het plan, zullen ze hier namelijk een aantal spandoeken op willen hangen. Een protestactie, tégen de moskee. De twee zijn aangesloten bij de extreemrechtse actiegroep Identitair Verzet.

Sander wacht in de auto, de kompaan doet de meetverrichtingen. Tot Sanders verrassing neemt hij echter een tweetal vlaggen mee: de Turkse en dat van de moskee zelf. Een Nederlandse vlag laat hij hangen. Hij zwaait er demonstratief mee en stapt in Sander’s auto. Via dat nummerbord is justitie bij Sander terechtgekomen; de actie werd vastgelegd door beveiligingscamera’s. ,,Dat stelen was niet het plan, ik was het daar ook niet mee eens”, legt Sander uit. ,,Dus u zei: leg ze eens netjes terug?”, vraagt de rechter cynisch. Want dat deed Sander niet. Ze rijden weg. De vlaggen worden later achtergelaten op een industrieterrein.

Sander is tegen stelen, zegt hij. ,,Maar u bent wel voorstander van acties die toch wel op het randje van het wettelijke balanceren?”, kaatst de rechter. Sander beroept zich op het recht van demonstreren. ,,We maken niks kapot; dat we daar spandoeken wilden ophangen zie en zag ik niet als een probleem.” De rechter vraagt of hij het prettig zou vinden als er spandoeken in zijn tuin opgehangen zouden worden. ,,Mijn tuin is mijn privé. Een moskee staat ergens voor.”

Sander vindt niet dat hij echt betrokken was bij een strafbaar feit. ,,Qua geweten niet. Ik heb niets gestolen, je kunt het mij niet aanrekenen”, stelt hij. Zijn kompaan is de dader, maar Sander weigert zijn naam te noemen. Inmiddels heeft Sander afstand gedaan van de groepering, vertelt hij. Na een goed en helder gesprek met zijn vader. En tevens baas.

Bovendien heeft hij mediation gehad: hij heeft gesprekken gehad met twee mensen van de moskee. ,,We zaten verrassend op één lijn. Dat heb ik als prettig ervaren, het leverde me nieuwe inzichten op. Ik heb echt gespróken met moslims, om het zo maar te zeggen. Dat bleken zowaar echt mensen. Dat viel me niet tegen. Wat ik dan verwacht had? Dat weet ik niet goed.”

De rechter vindt dit positief. ,,U omschrijft het goed. Je kunt inderdaad beter praten met mensen.” Volgens Sander had de moskee nog best begrip voor de op handen zijnde actie; ze balen er echter wel van dat nu niet bekend is wie de vlaggen wél gestolen heeft.

Wat hem nu het meeste dwarszit: sinds kort werkt hij in de beveiliging. Hij vreest een strafblad door dit feit en daarmee een streep door zijn Verklaring Omtrent Gedrag.

,,Jij reed. Je zorgt ervoor dat jullie ernaar toe konden. Je was erbij. Zag het gebeuren. Je wil niet zeggen wie het was. Je ziet en weet dat het fout is en neemt er geen afstand van”, begint de officier van justitie. ,,Kijk, die vlaggen zijn geen lapjes stof. Ze symboliseren de liefde voor het vaderland, de liefde voor het geloof.”

Wel is de mediation te prijzen, stelt de officier. De vervolgstappen. Het breken met de groepering. ,,Daarom pleit ik voor schuldig, zonder oplegging van straf.” Maar ja, dat betekent wél een strafblad.

,,Het moskeebestuur en hij hebben elkaars nieren geproefd”, begint zijn advocaat. ,,Er is wederzijds respect. Hij stelt hier ook: die diefstal gingen tegen de afspraken in. Ze waren daar voor het opmeten, niet voor die vlaggen. Sander is een katholiek. Een Petrus, geen Judas die verlinkt. Ik vind dat te prijzen.”

De rechter gaat echter mee met de officier van justitie: Sander krijgt een aantekening op zijn strafblad. Een zogenoemde ‘9a’, volgens de rechter komt zijn VOG daarmee niet in gevaar.

Tof verhaal?

Dit verhaal lees je gratis, hoewel er uiteraard wel werk in zit. Als je deze tekst waardeert en dat wil laten blijken middels een bijdrage: dat kan en wordt natuurlijk super-super-super-gewaardeerd!

Totaal: € -

,,Die vis was dood, het bewoog omdat het waaide!”

De 65-jarige Stanley uit Waalwijk gaat met enige regelmaat met vrienden vissen. Zo ook op 23 december 2017, vlakbij hun woonplaats. Het is kwart over tien ’s avonds en het is winderig en guur. Een buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) ziet het drietal bezig en bekijkt hen van een afstandje. Gebruikt Stanley nou levend aas? De boa ziet het gebeuren, Stanley wordt voor 370 euro beboet. Hij ontkent bij hoog en laag.

Het moet er wat klunzig uitgezien hebben, als de boa Stanley op heterdaad betrapt. De visser haalt zojuist zijn hengel op. Stanley verliest de controle en de spartelende vis belandt op zijn rug en siddert daar nog even na. Zich bewust van het toeziende oog van de boa breekt Stanley vliegensvlug zijn vistouw en gooit de vis terug in het water. ,,Die vis was dood, het bewoog omdat het waaide”, verklaart Stanley.

Stanley vist al 38 jaar. Zo’n vijf á zes maal per jaar komt er een controle, waar zij doorgaans zonder kleerscheuren vanaf komen. Of nou ja: Stanley is al eens gepakt in 2016. Hij viste toen wél met levend aas. ,,Dus ik heb al eens zo’n hoge boete gehad. Ditmaal heb ik het echt niet gedaan. Door deze boete heb ik nu een enorm huwelijksprobleem”, sombert hij.

De drie mannen waren juist bezig weg te gaan als ook zij de boa zien. Ze weten dat ze niks fout doen, dus maken ze zich geen zorgen, zegt Stanley. De auto staat al open, het visgerei wordt bij elkaar geraapt. ,,Wij controleren elkaar altijd. Een levende vis weggooien is zonde, waarom zou ik dat doen?” Hij baalt dat de dienstdoende boa niet ter zitting is gekomen; samen zouden ze ongetwijfeld tot een eenduidig verhaal zijn gekomen, vermoedt hij.

De officier van justitie en de rechter horen het verhaal van Stanley aan. De officier noemt het proces verbaal ‘overtuigend en uitgebreid’. ,,Wat ik niet snap: u ziet dat er een boa aankomt. U weet waar ze op controleren. Waarom gooit u dan de vis weg; dat was toch het ultieme bewijs dat u niets verkeerd deed?”

De opmerking van de officier zorgt voor paniek bij Stanley. ,,Ik ben arm, ik kan het niet betalen! Echt,  het waaide, die vis was dood! Doe me dit niet aan, dit overleef ik niet!”, roept hij. De rechter is echter duidelijk. ,,Het spijt me dat ik het zo moet verwoorden, maar ik geloof u niet. U breekt uw eigen lijn en gooit een dode vis weg: dat is echt totaal niet logisch.” De rechter handhaaft de boete van 370 euro, Stanley protesteert luidkeels. ,,Meneer, we gaan hier niet over in discussie of onderhandeling verder. Dit is de uitspraak.”


Tof verhaal?

Dit verhaal lees je gratis, hoewel er uiteraard wel werk in zit. Als je deze tekst waardeert en dat wil laten blijken middels een bijdrage: dat kan en wordt natuurlijk super-super-super-gewaardeerd!

Totaal: € -



Levien werd weggestuurd, maar wilde nog wat informatie

De 21-jarige Levien uit Bergen op Zoom gaat op 9 juni 2017 stappen in die stad met twee vrienden. Ze willen naar een kroeg waar entreegelden gevraagd worden. Dat willen ze niet, maar ze gaan toch niet weg en blijven zich vervelend gedragen. De portiers laten het zelfs over aan de politie en ook zij vragen de drie tot driemaal toe om weg te gaan. De jongens blijven vervelend; het komt uiteindelijk tot een aanhouding.

,,Ik en een vriend van mij zijn wél weggegaan, de derde bleef inderdaad staan. Die had gewoon zin om te kijken hoe ver hij kon gaan”, schetst Levien. ,,Wij zijn verderop op een terras een sigaret gaan roken. Na een tijdje zijn we teruggelopen om te zien waar hij bleef.”

Als de twee iets verderop de politie een arrestatie zien verrichten, herkennen ze hun vriend. Hij is geboeid, de handen op de rug. ,,We wilden daarom graag weten wat er met hem ging gebeuren, dus dat zijn we toen aan die agenten gaan vragen. Vervolgens werden wij ook opgepakt.”

Nee, dronken waren ze zeker niet, beweert Levien. Ze hadden tussen de vijf en tien biertjes op. ,,Ik ben ook gewoon gelijk weggegaan bij die kroeg. Ik vind het daarom echt onterecht dat ik opgepakt ben: ik heb gedaan wat de agenten me vroegen. Waarom word ik dan meegenomen?”

De rechter hoort het met een zucht aan. ,,Dus: de politie sommeert je niet één keer, maar meerdere keren weg te gaan. Dan snap je toch wel dat je dan niet een kwartier later alsnog kan terugkomen en dat er dan niks meer aan de hand is?”

Ook de officier van justitie vindt dat Levien gewoon vervelend is geweest. ,,Na verloop van tijd is het klaar. Die agenten hebben meer te doen dan drie vervelende jongens te waarschuwen.” En dus eist ze 370 euro boete; het oorspronkelijke bedrag dat eigenlijk al op tafel lag. De advocaat van Levien vindt dat de politie overdreven snel gehandeld heeft. ,,Ze moesten wegwezen en dat hebben ze gedaan. Ze zijn niet gearresteerd bij die kroeg, maar op een hele andere plek. Daar hadden ze nogmaals een waarschuwing moeten geven en niet gelijk hoeven overgaan op een arrestatie.”

Daar is de officier het niet mee eens. ,,Ze moesten weg uit het uitgaansgebied, niet persé bij die kroeg. Zo’n vordering blijft die nacht gewoon staan.” Daar is de rechter het mee eens. Hij matigt de boete ietsje tot 250 euro, omdat Levien een studenteninkomen heeft. Wel neemt hij mee dat Levien al vaker met justitie in aanraking gekomen is, overwegend wegens wildplassen.

Tof verhaal?

Ik zou graag vaker columns of teksten willen maken. Als je deze tekst waardeert en dat wil laten blijken middels een bijdrage: dat kan en wordt natuurlijk super-super-super-gewaardeerd!

Totaal: € -

Duwde Omar een vrouw uit het niets in het rek met bloempotten?

De 38-jarige Omar uit Tilburg is geen onbekende van justitie. Zijn strafblad beslaat dertien pagina’s met overwegend diefstallen en ditmaal zit hij terecht voor drie zaken: een diefstal bij de Primark in Tilburg op 7 februari en op 18 februari zou hij drie aanstekers bij de Jumbo gestolen hebben. Daarnaast wordt hij ervan verdacht een klant een flinke duw te hebben gegeven. Zij liep daar verwondingen bij op. In de zoektocht naar de dader werden beelden vertoond bij Bureau Brabant op Omroep Brabant. Beveiligers denken Omar herkend te hebben.

Bij Bureau Brabant werd gezocht naar de man die een vrouw zomaar omver gooide.

Over de Primark: ,,Dat was zo lomp van me, echt niet slim”, erkent hij. Hij stal er een flesje parfum, maar rekende wel de rest van zijn boodschappen gewoon af. Op dat flesje parfum stond ‘tester’, dus dacht hij dat het gratis was en dat ie deze gewoon mee mocht nemen. ,,Ik had gedronken, dacht er niet bij na. Het was ook vrouwenparfum, ik heb daar niets aan, dus dat was gewoon lomp.”

Hij steelt wel eens een aansteker bij Jumbo, geeft hij ook toe. Zijn advocaat port Omar in de zij: ,,Het gaat om díe specifieke keer, Omar.” Dat hij een vrouw zo hard geduwd heeft, kan hij zich niet herinneren. Of eigenlijk: hij ontkent het stellig: ,,Sindsdien kom ik regelmatig bij de Jumbo. Ik ben er nog nooit op aangesproken ook. Het zou raar zijn als ik dat was; ik ben er nog gewoon welkom.”

Toch: op de beelden van Omroep Brabant zou het Omar zomaar kunnen zijn. De man op beeld heeft dezelfde huidskleur. Hij is duidelijk kaal, maar draagt een petje. Omar is kaal. De man op beeld heeft een karakteristiek loopje. Dat van Omar. ,,Maar zo’n zwarte jas héb ik niet”, verdedigt hij zich. Het is simpelweg niet met zekerheid te zeggen dat dit Omar is. Het heeft er wel alle schijn van. ,,Ik keek naar hoe jij hier binnenkwam, jullie lopen echt hetzelfde”, zegt de officier van justitie.

De vrouw viel op een rek met bloempotten. Ze had pijn aan billen en benen. ,,Maar waarom ben ik dan nog nooit aangehouden? U zegt: beveiligingsmedewerkers van Jumbo hebben me herkend. Die zie ik dagelijks!”, houdt Omar vol.

Wat opvalt op zijn strafblad: er is altijd alcohol in het spel. En die alcohol zorgt ervoor dat zijn geheugen hem ook vaak in de steek laat. ,,Het gaat een stuk beter nu”, legt Omar uit. Hoe dat komt? ,,Omdat ik nu niet meer zo vaak drink.”

De officier van justitie denkt dat Omar oprecht zijn best doet om zijn leven te beteren. Ze wil een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken en hem 40 uur laten werken. Maar de gebeurtenissen in de Jumbo zijn gewoon niet te bewijzen. De beveiligers herkennen hem, maar dat kan vertroebeld zijn, legt de advocaat uit. ,,Bij de Primark zaten we de beelden te bekijken en waren met stomheid geslagen. Dat sloeg écht nergens op, dat is ook nergens te ontkennen”, zegt hij. Ook de rechter twijfelt teveel als het gaat om de Jumbo. ,,U zou het heel goed kunnen zijn, maar echt zeker? Nee. Het zou kunnen dat de beveiligers dénken dat ze u herkennen.” Hij geeft twee weken voorwaardelijke gevangenisstraf voor het Primark-incident. ,,Ik hoop dat ik u hier niet meer tegenkom”, besluit de rechter. ,,Ik wil hier ook niet meer terugkomen”, belooft Omar. En hij loopt op zijn karakteristieke wijze de rechtbank uit.

Tof verhaal?

Ik zou graag vaker columns of teksten willen maken. Als je deze tekst waardeert en dat wil laten blijken middels een bijdrage: dat kan en wordt natuurlijk super-super-super-gewaardeerd!

Totaal: € -

Een meisje, wraak; hoe Mustapha voor de rechter verscheen

,,Als u niet was gekomen, had ik u zonder enige twijfel veroordeeld.” De rechter en de officier van justitie hebben tot dan met stijgende verbazing geluisterd naar de 20-jarige Mustapha uit Tilburg. Hij zou op 20 augustus 2018 betrokken zijn geweest bij de mishandeling van twee jongens. Het proces verbaal is helder, de mishandeling een feit en wordt gestaafd met bewijs van letsel. Mustapha’s deelname wordt alleen vermeld door de twee jongens. Hij ontkent. Ze hebben een historie: eerder sloegen zij Mustapha in elkaar.

,,Weet je: ik heb geen vrienden. Ben altijd thuis. Lijd aan depressies, zat een tijdje in een inrichting”, vertelt hij nerveus zijn verhaal. Zijn eigen mishandeling levert nieuwe angsten op. De vaste route naar zijn werk durft hij niet meer te lopen.

Maar wie waren dan bij de mishandeling bij de twee jongens betrokken? Het zou gaan om drie mannen, waaronder Mustapha. Helder is het signalement niet, maar hij zou er aan kunnen voldoen. ,,Staat u eens op”, vraagt de rechter. De jongen meet een kleine 1.70. Van Turkse komaf, heeft een baardje en krullend, zwart haar. ,,Heeft u broers die op u lijken?” Ja, maar echt lijken doen ze niet. Het signalement vermeldt gemillimeterd haar. Maar ja, het is alweer een jaar geleden. Het signalement geeft geen uitsluitsel.

Mustapha werd kort na het incident ontslagen. Hij deed zijn werk niet goed, bleef soms thuis en durfde geen confrontaties aan te gaan. Feilloos lepelt hij feiten op uit het verleden. Data, tijden. ,,Ik onthoud dat soort dingen.” Mustapha plukt onrustig aan zijn haar. Een rijbewijs heeft hij niet, uit angst voor paniekaanvallen. Dat verklaart de aanwezige auto bij de mishandeling ook niet. Van wie is die Smart dan? Mustapha heeft geen idee. Bij zijn weten hebben zijn broers geen Smart.

,,Maar waaróm noemen ze u? Heeft u daar een verklaring voor?”, vraagt de officier. Die vraag houdt Mustapha ook bezig. Het gaat om een meisje, waarmee Mustapha bevriend raakte. Zij stelde hem voor aan de twee jongens. Om vrienden te maken. ,,Ik denk dat ze verliefd op haar werden. Ze begonnen me lastig te vallen. Belden en bedreigden me. Wilden haar denk ik overtuigen dat zij beter voor haar waren dan ik.”

Het meisje en hij kregen ruzie. ,,28 juli vorig jaar, ik weet het nog goed.” Sindsdien zag hij haar nooit meer. ,,Daarom ben ik toen in elkaar geslagen, om haar.” Hij deed toen geen aangifte, maar vertelde zijn verhaal bij het Fasehuis. ,,Ik denk dat ze me terug wilden pakken.”

De rechter en officier kijken naar de jongen. Hoe hij zijn verhaal vertelt, naar zijn lichaamshouding. ,,Eerlijk gezegd wankel ik”, legt de officier uit. De rechter heeft eenzelfde gevoel en spreekt hem vrij. Mustapha toont zich niet verrast en verlaat de zaal. De officier kijkt hem verwonderd na. ,,Dat zie je vaker. Een bijzondere jongen, dit. Komt hier zonder advocaat, omdat hij voor zichzelf wéét dat hij niks gedaan heeft. Ik heb niet het gevoel dat hij loog of een verhaal verzon.”

Tof verhaal?

Ik zou graag vaker columns of teksten willen maken. Als je deze tekst waardeert en dat wil laten blijken middels een bijdrage: dat kan en wordt natuurlijk super-super-super-gewaardeerd!

Totaal: € -

Hektor vond een pinpasje op straat

Het is 31 december 2018, oudejaarsdag. De Tilburgse Nel* is wat boodschappen aan het doen in haar thuisstad en ontdekt plots dat haar pinpas niet meer in haar tas zit. Tot overmaat van ramp is deze kort daarvoor al viermaal gebruikt. Nel laat haar pas blokkeren en is dan al zo’n dertig euro kwijt.

Er zijn beelden vanuit supermarktketen Plus, waar ‘een donkere meneer van alles afrekent’ met een pas van de Rabobank. De politie herkent Hektor* en traceert de pas van Nel. Hektor is zelf niet ter zitting gekomen, maar zegt de pas op straat gevonden te hebben. Hij kocht wat whisky, wat eten en drinken en stopt rond kwart over vier met het gebruik van de pas.

Nu is Hektor geen onbekende van de politie. Hij werd al eens veroordeeld omdat hij een fiets gestolen had. ,,Als je een pas op straat vindt, dan verduister je iets dat niet van jou is”, legt de officier van justitie uit. ,,En als je het dan vervolgens ook gebruikt, dan is het diefstal.” Er werd Hektor al een taakstraf aangeboden, maar deze weigert hij. Nu eist de officier een gevangenisstraf van twee weken. Bovendien heeft Nel een schadevergoeding gevraagd. De bank heeft de dertig euro vergoed, maar ze eist alsnog 250 euro. Immateriële schade. Ze heeft een onveilig gevoel opgelopen door het incident. PTSS, stelt ze, maar een psychisch rapport ontbreekt.

Dat is daarom niet vast te stellen, vindt de rechter. Als zij die pas daadwerkelijk verloren is, kan die vordering sowieso niet toegewezen worden. ,,Hoe Hektor de pas gevonden heeft, of hoe Nel die pas verloren is, is gewoon niet helder”, legt hij uit.

De advocaat van Hektor vindt een gevangenisstraf wel erg ver gaan. Hij is wat teleurgesteld in zijn cliënt, die vandaag aanwezig zou zijn. Hij pleit voor een boete of een werkstraf. Hektor zou immers wroeging gekregen hebben en de pinpas in een brievenbus gedaan hebben, in de hoop dat deze dan terug zou komen bij Nel.

De rechter vindt toch dat Hektor zich schuldig heeft gemaakt aan een ‘wegnemingshandeling’. ,,Hij bracht Nels geld in beweging. Beschikte over haar geld en bracht het naar de winkelier. Of je het pasje nu vindt of steelt: je moet vooral niet de bloemetjes buiten zetten. Het is gewoon diefstal.” En dus legt de rechter Hektor een boete op van 200 euro en bovendien krijgt hij een week voorwaardelijke gevangenisstraf.

*. = Nel en Hektor zijn gefingeerde namen.


Tof verhaal?

Ik zou graag vaker columns of teksten willen maken. Als je deze tekst waardeert en dat wil laten blijken middels een bijdrage: dat kan en wordt natuurlijk super-super-super-gewaardeerd!

Totaal: € -