Ruzie om tatoeage loopt uit de hand

De 30-jarige Ivan* uit Roosendaal zou op 3 juli 2019 zijn vriendin meerdere klappen hebben gegeven. Hij ontkent dit, maar er is ruzie geweest. De aanleiding is een opvallende: een tatoeage.

Tatoeage

Zijn vriendin Rebecca* moet die dag naar het ziekenhuis voor een bloedprik. Ze vraagt Ivan haar op te halen, maar hij ziet die dag iets op Facebook dat hem tot waanzin drijft. Rebecca’s ex-man heeft foto’s online gezet: Rebecca heeft de beeltenis van haar ex-man en tevens vader van haar kind op haar lijf laten tatoeëren. ,,Ze at gewoon van twee walletjes, het was blijkbaar weer aan. Ja, daar sprak ik haar op aan in de auto.” Er ontstaat ruzie, maar haar slaan? Nee, dat toch niet. ,,Ik heb bij haar thuis wel een deur kapot getrapt”, geeft hij aan. Volgens zijn inmiddels ex-vriendin zou hij nadrukkelijk gedreigd hebben de tattoo van haar lijf te snijden.

Lichaamsverkleuring

Als Ivan weggaat, belt Rebecca de politie. Zij constateren een lichaamsverkleuring bij de rechteroogkas. Ivan schrikt als hij wordt geconfronteerd met deze foto. ,,Natuurlijk. Ik geef om haar. Ik weet niet hoe ze eraan komt, maar ik heb haar niet aangeraakt.”

Ivan is al eerder eens veroordeeld wegens partnermishandeling, dat pleit niet in zijn voordeel. Inmiddels heeft hij alles verbroken. Een nieuw adres, een nieuw emailadres, een nieuw telefoonnummer. Soms haalt hij nog wat post op bij haar ouders, verder wil hij zoveel mogelijk afstand houden. Opvallend is dat er een maand na het incident een OM-zitting was, waar ze als koppel verschenen. Ofwel: de relatie ging niet uit na de vermeende mishandeling.

Rebecca eist geld van haar ex-vriend. Ze lijdt aan angstklachten. Pijn. ,,Juist binnen een relatie moet iemand zich veilig kunnen voelen, vindt u niet?”, vraagt de officier van justitie. Zij eist een contact- en locatieverbod, plus een gevangenisstraf van twee weken, maar dit wel geheel voorwaardelijk. De schadevergoedingen á 300 euro moet ook worden toegekend.  Ivans advocaat ziet het anders. ,,Die tatoeage is best vreemd, ik snap best dat hij daar boos om wordt. Ze zijn met de auto bij de Jumbo geweest, bij de apotheek. Er waren diverse momenten om weg te gaan van de situatie, maar ze bleef bij hem, wat mij ook veel zegt.” Ivan zelf opteert dat het blauwe oog veroorzaakt is door ,,haar andere vriend. Die heeft losse handjes, daarom ging het in eerste instantie al uit.”

Contact

Ivan wil ook geen contact meer met Rebecca. Locatie- en contactverbod vindt hij meer dan prima. ,,Ik heb een nieuwe relatie, ik werk. Er liggen nog wat spullen van me bij haar die belangrijk zijn. Maar dat komt wel goed, dat regelen we dan op een andere manier.”

De rechter stelt vast dat er ruzie was. Ze vindt het ook zeer aannemelijk dat er geslagen is. Ze gaat mee met de officier, maar voegt daar nog een taakstraf á 30 uur aan toe. Ook moet Ivan de schadevergoeding betalen, die Rebecca van hem eist.


Tof verhaal?

Dit verhaal lees je gratis, hoewel er uiteraard wel werk in zit. Als je deze tekst waardeert en dat wil laten blijken middels een bijdrage: dat kan en wordt natuurlijk super-super-super-gewaardeerd!

Totaal: € -



Kevin spuugde naar een politieauto

Op 10 december 2018 vindt in De Graanbeurs het Scholieren Gala plaats. Het loopt uit de hand, er is veel onrust in de binnenstad. De 19-jarige Kevin is er ook: hij bespuugt een politieauto en krijgt daar een boete van 230 euro voor. Hij gaat in beroep.

,,Er was veel gedoe, veel hectiek. We werden eruit gezet. De hele stad stond vol politieauto’s. Iedereen moest weg; ik was mijn vrienden nog aan het zoeken”, weet Kevin nog van de avond. Hij praat op zachte toon en is moeilijk verstaanbaar. Of dat uit onzekerheid of uit desinteresse is, is lastig te peilen.

Het is na middernacht, officieel dus eigenlijk al 11 december. Er ontstaat op de Vismarktstraat wat slijmontwikkeling in Kevins mond, vertelt hij, die hij kwijt wil. Hij spuugt. ,,Eigenlijk zonder te kijken waarheen. Op die plek staat normaal gesproken nooit iets, maar nu stond er tot mijn verrassing een politieauto.”

Twee agenten zien het gebeuren en geven de jongen direct een bekeuring, ondanks pogingen tot discussie van Kevins kant. ,,Dus je spuugde ergens heen zonder te kijken waarheen? Er had dus ook gewoon iemand kunnen staan?”, vraagt de rechter. Kevin haalt zijn schouders op. Hij wilde het nog schoonmaken. De politieauto was verder leeg, volgens hem was het simpelweg een foutje. ,,Ik vind het allemaal moeilijk voor te stellen. Je zegt dus eigenlijk dat het een ongelukje was”, zegt de rechter.

Kevin had gedronken, zeker. Maar zeker niet veel, houdt hij vol.

Momenteel studeert hij rechten in Rotterdam. ,,Oei, dat zijn de gevaarlijkste verdachten”, grijnst de rechter. Kevin lacht niet mee en blijft onderuit gezakt op zijn stoel zitten.

De officier vraagt zich af of het geen stoerdoenerij was. ,,Ik zou mezelf nooit zo laten opnaaien, volgens mij keek niet eens iemand naar wat ik aan het doen was. Het was hectisch, het was gewoon een lomp ongelukje”, legt hij uit.

Dat gelooft de officier niet helemaal. ,,Ik vind het echt jammer dat je hier geen verantwoordelijkheid neemt. Dat stelt me teleur. Maar goed, dat is gebeurd: het is hinderlijk gedrag en daar ben je gewoon schuldig voor”, vindt hij. Hij geeft de boete van 230 euro aan Kevin, maar daarvan hoeft hij slechts 100 euro te betalen. Het overige is voorwaardelijk. ,,Ik kan niet in je hoofd kijken, maar je verhaal is nogal ongeloofwaardig”, zegt de rechter. Hij wil uitspraak doen, tot er iemand vanuit het publiek iets roept.

,,Kevin, aantekening!”, klinkt het plots vanuit de zaal. Het is de moeder van Kevin en ze bereikt haar zoon. ,,Oh ja, komt dit op mijn strafblad?”, vraagt Kevin. De officier wijst op de website van watdevog.nl, waarin staat beschreven wat nu wel en wat nu niet schadelijk zou kunnen zijn voor het vervolg van carrières.

Maar is spugen nu een belediging van een ambtenaar? Nee. Omdat de politieauto leeg was, is het een bespuugd ‘dood’ voertuig en wordt dit niet gezien als belediging. Als er politie ingezeten had, was dit een ander verhaal.


Tof verhaal?

Dit verhaal lees je gratis, hoewel er uiteraard wel werk in zit. Als je deze tekst waardeert en dat wil laten blijken middels een bijdrage: dat kan en wordt natuurlijk super-super-super-gewaardeerd!

Totaal: € -



Ömer betaalt gewoon gelijk

De 30-jarige Ömer had een aanrijding op de A58 vlakbij Breda. Toen de politie hem hierover ondervroeg, gaf hij een valse naam op.

“Ja, waarom deed ik dat… weet ik het?”, begint Ömer z’n onvoorbereide weerwoord. “Ik was denk ik in paniek. Ik moest iemand ontwijken op de snelweg, je weet toch. Toen botste ik tegen een andere auto. We schampten elkaar, het stelde niet veel voor. Maar ik heb pas geleden al eens mijn rijbewijs voor een tijdje in moeten leveren na een ander dingetje, maar ik heb die auto gewoon hard nodig voor m’n werk, snap je. Daarom denk ik dat ik dat deed, best stom natuurlijk.”

De rechter kijkt met enige verbazing naar de wat gemakzuchtige houding van Ömer . “U heeft €360,- strafbeschikking gehad, maar deze heeft u nog niet betaald. Het opgeven van een valse naam is natuurlijk gewoon een overtreding”, vertelt ze. “Hè? Heb ik nog een boete openstaan? Hoe hoog is die boete, zei u? Ik betaal mijn boetes altijd. Altijd. Maar van deze boete weet ik niets. Mijn vriendin houdt m’n post altijd in de gaten, ze is nu op vakantie dus misschien heb ik ‘m gemist ofzo?”, reageert Ömer geërgerd.

“Nou ja, er is ook al een aanmaning gestuurd, die boete is echt van meerdere maanden geleden”, reageert de rechter. “Maar… Ik zit hier dus voor het opgeven van een valse naam hè?”, verifieert Ömer . “Dat klopt. Heeft u trouwens geen last van het lage zonnetje?”, reageert de rechter op het feit dat Ömer met moeite tegen de zon in kijkt, dat via een raam de rechtszaal inschijnt. “Vrij irritant ja, dus ik wil hier eigenlijk ook zo snel mogelijk weg. Het is ook niet zo boeiend hoor. Maar even voor de helderheid: als ik die €360,- betaal, hoef ik hier dan ook niet meer te zijn toch?”, klinkt het hoopvol.

“Daar komt het feitelijk wel op neer, maar ik vraag me echt af waarom u een valse naam opgeeft. U wilde een ongeluk voorkomen, ontwijkt een auto en hierdoor botst u op een ander. Heel normaal auto-ongeluk lijkt me?”, probeert de rechter het nog.

“Zoals ik al zei, ik was in paniek. Dat was ook stom van me, zonde van het geld ook. Maar weet u wat? Ik betaal die €360, gewoon. Veel makkelijker dan dit gepraat. Stom dat ik een valse naam op gaf, dat moet ik ook gewoon niet meer doen. Het lijkt me voor ons allemaal makkelijker als ik gewoon die boete betaal, ja toch?” De rechter beaamt dat.

“Oké dan! Maak ik het vanmiddag in orde. Dank u wel!” en Ömer staat op. De rechter en de officier van justitie vinden het prima.

“Hè? Nu al? Nou, eh, oké, ja, nog een fijne middag inderdaad”, vraagt een vriend van Ömer, die op de publiekstribune zit. De twee lopen de rechtszaal uit, na één van de kortste zittingen ooit.

Teleurgestelde Gert-Jan liet zijn honden onaangelijnd uit

De 61-jarige Gert-Jan is nog altijd boos op de boete van 95 euro die hij op 27 november 2018 kreeg. Hij liet die dag zijn twee honden uit in het natuurgebied nabij de Hooglaarsestraat in Prinsenbeek. Ze liepen los en dat mag daar niet. Dat weet hij ook wel, maar: ,,Het ligt er afgelegen, daar komt niemand. Ik lijn mijn honden altijd aan als ik bij het weiland uitkom.” Ditmaal wacht hij daar echter mee en lijnt hij hen pas twintig meter na het bordje aan.

Frustratie

De frustratie zit hem vooral in de manier waarop hij beboet werd. Het is november, er is geen gevaar meer van loslopend wild, dat allereerst. Maar erger: die zomer ontmoette Gert-Jan de boswachter voor het eerst in een privé-setting. Een aardige kerel, die eveneens zijn honden daar onaangelijnd uitlaat.

,,Hij was toen niet in functie. Hij was joviaal, we verstonden elkaar goed. Maar toen ik hem in november tegenkwam was hij in functie. Een heel ander mens.” De boswachter stelt dat hij dat onderscheidend vermogen heeft. Weet welke rol hij wanneer moet spelen. ,,Ik ben nog steeds kwaad. Ook echt direct een dikke bekeuring, geen discussie. Gelijk een gele kaart, zonder discussie. Walgelijk.”

‘Zo’n wijezend, autoritair vingertje’

Hij vindt dat ‘we anno 2019 mensen niet moeten tegenwerken, maar met ze mee moeten gaan’. ,,Gelijk zo’n slecht gesprek. Zo’n wijzend, autoritair vingertje. Joh, praat met me en samen komen we er wel uit. Als hij me waarschuwt, let ik er gewoon beter op hoor”, klinkt het.

De rechter vindt dat dat een zaak is tussen de boswachter en Gert-Jan. ,,Want formeel heeft u gewoon uw honden onaangelijnd uitgelaten op een plek waar dat niet mag. U kunt niet naar eigen ratio een regel invullen.” Gert-Jan wordt bozer. ,,Je kunt óók stellen dat ik de oren en ogen ben van dat gebied. Ik kom daar regelmatig, ik ken het daar. Dat bedoel ik met meegaan.”

Maar dat is niet aan de orde, vinden de rechter en de officier van justitie. ,,Dit is niet de plek. Wij kijken alleen naar het feit. Daar mag u uw honden niet onaangelijnd hebben en dat heeft u wel gedaan.” De 95 euro blijft dan ook gewoon staan. ,,De integriteitsschending die hier plaatsvindt is behoorlijk treurig”, briest Gert-Jan. ,,Ik verlaat zéér teleurgesteld deze zaal.”


Tof verhaal?

Dit verhaal lees je gratis, hoewel er uiteraard wel werk in zit. Als je deze tekst waardeert en dat wil laten blijken middels een bijdrage: dat kan en wordt natuurlijk super-super-super-gewaardeerd!

Totaal: € -



Moet plassen!

De 64-jarige Goran werd op zaterdag 22 februari 2014 door de politie gesnapt toen hij tegen een pand aan de Bredase Karnemelkstraat urineerde. Hij beging deze overtreding vaker.

,,Meneer Milicic, weet u nog dat u tegen dat pand aan de Karnemelkstraat plaste?”, begint de rechter voorzichtig. Goran maakt een verwarde en ietwat onfrisse indruk. ,,Ja, maar het was maar plassen hè, dat moet toch soms ook gebeuren? Ik ging naar de McDonalds om daar te plassen, maar het toilet was defect. En ik moest toch ergens plassen?”, verweert de man zich. ,,En toen kwam dus de politie. Ze hielden me aan en zeiden dat het me €147,- zou kosten. Waarom zo veel? Ik moest plassen, dat is toch hartstikke normaal? Ik heb duizend keer sorry gezegd, ik heb namelijk een maagprobleem waardoor ik veel moet plassen!”

De man is moeilijk te volgen. Z’n zware accent in combinatie met een bijzonder warrig verhaal zorgt er dan ook voor dat de toehoorders ver voorovergebogen zitten om z’n verhaal goed te kunnen volgen. ,,Dus u vindt ‘sorry’ genoeg?”, vraagt de rechter. Milicic vindt van wel. ,,Ik moest gewoon plassen. Dus nogmaals sorrysorrysorry!”, roept hij paniekerig, z’n handen in de lucht.

,,Had u die dag gedronken?” vraagt de officier van justitie zich af. Milicic knikt voorzichtig. ,,Van biertjes drinken moet je veel plassen hè?”, stelt de officier. ,,Ik moet altijd plassen. Of poepen, dat komt door mijn maagprobleem!”, verheft Milicic zijn stem. De officier grijpt in. ,,Meneer Milicic, wacht even. U mag gewoon niet in het openbaar uw behoefte doen, dat zijn de regels. Het is vies en het ruikt vies. U had in het café waar u was naar het toilet kunnen gaan. Ik wil u daarom een boete geven van €200,-, waarvan €100,- voorwaardelijk. Begrijpt u dat?” De man begrijpt het niet. Of lijkt het niet te willen begrijpen. De rechter doet uitspraak: ,,U heeft medische klachten, dus u had anders in uw broek geplast. Maar dat is uw verantwoordelijkheid, u had ook in het café kunnen plassen.”

Milicic staat tijdens de uitspraak op en praat door de rechter heen. ,,Maar ik moet altijd plassen en poepen, door mijn maagprobleem!”, roept hij uit, terwijl hij ongecontroleerd met z’n armen zwaait.” De rechter maant Milicic tot rust. ,,U krijgt inderdaad een boete van €200,-, waarvan €100,- voorwaardelijk is. Als u het niet kunt betalen, moet u de gevangenis in. Dat is écht mijn uitspraak, u kunt gaan.” Milicic protesteert luidruchtig en geeft een stortvloed aan onverstaanbare argumenten, die allen met z’n maagziekte van doen lijken te hebben. De rechter heeft haar uitspraak echter gedaan. Milicic verlaat foeterend de rechtszaal. “Meneer Milicic, gewoon niet meer plassen in het openbaar”, roept de officier. Goran draait zich nog eens om. ,,Gewoon niet meer doen hè!”, herhaalt ze haar advies.

Liesbeth nam haar fiets mee in de trein

De 18-jarige Liesbeth werd nog wel gewaarschuwd, maar sloeg dat in de wind. En nu heeft ze een bekeuring gekregen van 95 euro en, erger, automatisch een aantekening op de justitiële documentatie. Vooral dat laatste baart haar zorgen.

Kunstacademie

De kunstacademiestudente stapte op 16 november in Roosendaal op de trein, richting Breda. Ze heeft haar fiets bij zich, maar het is spits; dan mag je deze niet meenemen. Tussen Roosendaal en Etten-Leur wordt ze aangesproken door een conducteur: als ze in Etten-Leur uitstapt, komt ze er met een waarschuwing vanaf. Ze moet echter naar Breda en ze besluit het risico te nemen. In Breda staan vier man haar op te wachten: ze wordt bekeurd.

Ze schrijft een uitgebreid verzet, waarin min of meer een soortgelijk verhaal in staat. Ze betwist het feit dan ook niet. ,,Maar er waren wel voldoende zitplaatsen, dus in mijn beleving was het niet zo erg.” De NS ziet in Etten-Leur zo’n zeventig mensen in de trein stappen en stelt wel degelijk dat het druk was. ,,U maakte gewoon een domme beslissing. Dat zegt u zelf ook: het was niet zo slim om te blijven zitten”, stelt de rechter.

Minsterjarigenstrafrecht

Liesbeth vindt het geld een dingetje. Ze hoopt op het minderjarigenstrafrecht; ze was immers nog maar even 18 op het moment dat het gebeurde. De officier van justitie geeft aan dat dat geen meerwaarde oplevert: voor zo’n feit worden hooguit jongeren van 16 en jonger iets milder gestraft. ,,En maakt u zich niet ongerust over de documentatie. Een fiets meenemen in de trein levert geen problemen op in uw carrière.”

Liesbeth stelt dat ze een waarschuwing kreeg, maar dat haar niet werd verteld dat daar een boete opstond. ,,En ze raadden me aan om er in Etten-Leur uit te gaan, maar ik dacht dat het toch ook niet zo heel erg zou zijn als het Breda werd. Daar moest ik zijn, uiteindelijk.”

In Breda werd ze dus aangehouden en viel het kwartje. ,,Ik dacht: wát heb ik gedaan?” De officier noemt de actie van Liesbeth ‘niet de slimste ooit’. Hij legt haar 95 euro op, maar maakt er geheel voorwaardelijk van. En omdat Liesbeth zich zorgen maakte over een aantekening op haar justitiële documentatie: op de website www.watdevog.nl kunnen jongeren -maar eigenlijk iedereen- inzien wat wel en niet belangrijk is. Een overtreding als deze zal bijvoorbeeld geen invloed hebben op een eventueel Verklaring Omtrent Gedrag (VOG).


Tof verhaal?

Dit verhaal lees je gratis, hoewel er uiteraard wel werk in zit. Als je deze tekst waardeert en dat wil laten blijken middels een bijdrage: dat kan en wordt natuurlijk super-super-super-gewaardeerd!

Totaal: € -



Boete voor hard rijden gehalveerd

De zaak: Op 14 augustus 2013 reed de 77-jarige Henk van Poppel 33 kilometer per uur te hard op de Kapittelweg in Breda. Hij protesteert.

,,Uw naam is Henk v…”, maar Henk interrumpeert de rechter direct.

,,Wat?”, begint hij op luide toon.

,,Meneer, u moet mij uit laten praten. U krijgt straks alle ruimte om te reageren”, reageert de rechter fel. ,,Oh sorry! Ik ben haast doof. Kunt u wat harder praten?”, roept Van Poppel weer op luide toon. De toon van deze zitting is gezet.

Kern van de zaak: Van Poppel is het niet eens met de hoogte van een boete van 360 euro, die hij gekregen heeft.

,,Ik kwam van de Nieuwe Kadijk af. Op deze weg mag je 70 kilometer rijden. De Kapittelweg lijkt qua inrichting op de Nieuwe Kadijk en ik heb geen bordjes gezien, dus ging ik ervan uit dat je hier ook 70 mocht rijden. Ik reed met 83 kilometer per uur dus wel te hard, maar naar mijn mening was dat slechts 13 kilometer te hard en niet 33 kilometer, zoals nu gezegd wordt.”

De officier van justitie vraagt zich af of het niet mogelijk is dat hij een bord heeft gemist.

,,Wat? Ik versta u niet!”, reageert Van Poppel. De officier gaat zitten en herhaalt zijn vraag via de microfoon. ,,Maar nee. Ik ben sindsdien nog een paar keer naar de Kapittelweg geweest; er staan daar geen borden. Dat heb ik ook in de brief gezet die ik u gestuurd heb. Ik heb deze brief anderhalf jaar geleden gestuurd, ik vind dat u zich slecht voorbereid heeft”, reageert Van Poppel geërgerd. ,,De Kapittelweg is binnen de bebouwde kom, hier geldt standaard de regel dat je hier 50 kilometer per uur mag”, geeft de officier aan.

Van Poppel erkent dat hij te hard gereden heeft, maar vindt de hoogte van de boete buitenproportioneel. De officier van justitie blijft zitten en doet zijn eis via de microfoon: ,,Wat mij betreft houden we rekening met uw verzet. U erkent te hard gereden te hebben, maar uw argumenten zijn voor te stellen. Ik vind 360 euro dan ook te veel, 250 euro lijkt me meer op z’n plaats.”

De rechter is het hiermee eens, maar halveert de oorspronkelijke boete: ,,Want ik ga helemaal met u mee en dan heeft u dus 13 kilometer per uur te hard gereden.” Van Poppel is tevreden. ,,Ik verwijt de agent die me aanhield niks, die leest z’n metertje. Ik vind de situatie op de Kapittelweg onduidelijk, dat is alles.”

De rechter sluit de zaak af en wenst Van Poppel nog een goede dag. Die loopt zonder wat te zeggen weg. Hij lijkt de afscheidswoorden van de rechter ver weg wel te horen, hapert zijn pas even, overweegt zich nog eens om te draaien, maar besluit uiteindelijk alsnog simpelweg de rechtbank uit te lopen.

Wie heeft echt schuld?

De Ettensebaan in Zundert wordt veel gebruikt door landbouwvoertuigen. Regelmatig rijdt Martijn hier met z’n tractor met aanhangwagen. “Hier ga ik linksaf, dit zandpad op. En hier ligt een verkeersdrempel, voor mij de plek om mijn richtingaanwijzer aan te zetten”, vertelt Martijn, die een Google Maps-foto bij zich heeft van de verkeerssituatie ter plekke. Ditmaal gaat dat mis. Op het moment dat hij naar links manoeuvreert, botst Paula hard op de tractor. “Hij ging ineens naar links, zonder dat z’n richtingsaanwijzer aanstond”, verdedigt Paula zich.

“Toen de politie arriveerde, stond de richtingsaanwijzer wel aan”, vertelt de rechter. “Dat lijkt me de essentie van deze zaak. Maar het is natuurlijk niet zeker dat het knipperlicht ook aanstond toen het ongeluk gebeurde.” Paula en haar dochtertje moesten naar het ziekenhuis; het ongeluk had ook daarna een flinke impact op het hele gezin. “De tractor ging eerst naar rechts, alsof hij me de ruimte wilde geven om in te halen. Ineens ging hij weer naar links, ik zag dat zandpad ook niet”, haalt Paula de situatie voor de geest. “Tja, om die bocht te kunnen maken, moet ik eerst een stukje naar rechts, anders is die bocht onmogelijk met een aanhanger. Het zandpad ligt inderdaad wat verscholen”, reageert Martijn.

Het ongeluk is helder, maar wie heeft schuld aan dit ongeluk? Martijn heeft veel schade gehad aan z’n aanhangwagen, Paula’s auto was total-loss. Bovendien is haar dochtertje maandenlang van slag geweest. De Officier van Justitie vindt dat beide schuld hebben, maar: “Het is echt een ongeluk. Deze had voorkomen kunnen worden door nóg beter uit te kijken. Dat is een strafbaar feit en ik eis dan ook een geldboete van ieder €450,-.”

De advocaten van zowel Martijn als Paula protesteren. Hoe goed moet je opletten? Is hier niet gewoon sprake van een ongeluk zonder schuldige? Martijns advocaat wijst op de snelheid van Paula, die wellicht boven de 60 lag en bovendien had Martijn toch echt z’n knipperlicht aan. Paula’s advocaat vindt beide argumenten niet bewezen en wijst op het feit dat Paula met ‘r dochtertje rijdt. “En welke moeder zou nou roekeloos rijden met haar kostbaarste schat, haar dochtertje?”

“Een moeilijke zaak”, begint de rechter, “Ja, u had beiden nóg beter op moeten letten, maar echt roekeloos bent u beiden niet geweest. De kern van de zaak is het knipperlicht, maar dat is niet te bewijzen. U bent beiden genoeg gestraft door dit ongeluk, hier is geen schuldige, dus ik spreek u beiden vrij.” Van grote opluchting is bij het verlaten van de rechtszaal geen sprake, de sfeer is bedrukt. Geen winnaar, alleen maar verliezers in deze zaak.

Opgejut door z’n passagiers

Het is 9 juni 2014, vijf uur ’s nachts. De 19-jarige Kevin is nuchter en rijdt z’n beschonken vrienden naar huis. Op de Emerparklaan merken ze op dat er een politieauto achter ze rijdt. Kevin versnelt in paniek en raakt van de weg af. Hij rijdt een paaltje aan, komt via de groenstrook op het fietspad en belandt uiteindelijk in een sloot. De politie houdt alle inzittenden aan en Kevin wordt als bestuurder als schuldige aangewezen. “U had op het moment dat de politie achter u reed toch niets fout gedaan? Was het stoerdoenerij? Angst? Waarom reed u zo hard weg?” Kevin weet het niet goed. “Ik schrok van de politie. M’n vrienden riepen dat ik hard moest wegrijden. Dat leek me een goed plan, ik vond het doodeng en het was dan ook zeker geen stoerdoenerij”, vertelt hij op monotone toon.

“Ik zie dat u nog boetes heeft openstaan voor te hard rijden?”, geeft de rechter Kevin alle ruimte. “Klopt, dat was een tijdje geleden. Papa ging naar huis met de auto, ik met de scooter en ik wilde eerder thuis zijn. Stom van me”, legt Kevin zuchtend uit. “U houdt van snelheid?”, vraagt de Officier van Justitie zich af. “Nee, dat heeft er niets mee te maken. Met m’n Twingo kan ik sowieso niet hard rijden. Dit was een achtervolging met politie, ik vond dat geen pretje”, reageert Kevin.

“Hoe is uw financiële situatie momenteel? Ik zie dat die openstaande boetes moeilijk gaan”, vraagt de Officier zich af. “Dat gaat niet goed. Ik werk bij Domino’s, maar alleen als de 16-jarige jongetjes zich ziek melden, word ik als oudere opgeroepen. Veel geld verdien ik dus niet. Ik ben gestopt met m’n studie. Na m’n eerdere veroordeling heb ik een cursus gevolgd om de rust te bewaren in het verkeer, dat helpt. Ik hoop dat u me geen rijontzegging oplegt, want…” en de jongen hapert. Z’n advocaat maakt z’n zin af: “Tja, er is bij de zus van Kevin kort geleden borstkanker geconstateerd. Ze moet daarom vaak naar Utrecht gebracht worden voor bestralingen en ze wil graag dat Kevin dit doet. Zij zijn close met elkaar, de relatie met de ouders is niet erg goed”, vertelt hij.

De rechter bepaalt: Kevin krijgt 20 uur werkstraf en een maand voorwaardelijke rijontzegging. De vader van Kevin zit ook in de zaal en zit er totaal ongeroerd bij. “Ik heb trouwens nog een vraag”, zegt hij uit het niets. “Ik wil de auto op zijn naam zetten, maar schijnbaar was dat afhankelijk van uw uitspraak. Mag ik de auto nu op zijn naam zetten?” De rechter lijkt verbouwereerd om het feit dat dit schijnbaar de voornaamste zorg is van de vader. “Géén idee, u mag altijd een auto op zijn naam zetten, daar heb ik niets over te zeggen.”

‘Waarom kocht u geen retourtje?’

“Het was geen vakantie, we waren op bezoek bij mijn man in Marokko. Bouchra wilde haar vader heel graag zien”, sputtert de 39-jarige Aïcha tegen als de rechter de zaak voorleest en daarbij het woord ‘vakantie’ gebruikt. Dat woordje zint ‘r duidelijk niet, “we moesten gewoon weer eens naar haar vader.” Het verhaal waarom Aïcha hier deze ochtend bij de kantonrechter is, is echter helder. Ze kocht twee enkele reizen naar Marokko, maar de terugreis naar Nederland bleek onbetaalbaar. Alleen de bus was betaalbaar, maar zo’n busreis duurt meer dan drie dagen. Om die reden bleef dochtertje Bouchra meerdere dagen afwezig van school, zonder opgaaf van redenen. In Nederland geldt echter de leerplicht, waardoor Aïcha nu voor het gerecht staat.

“Hier staat dat u vanuit Marokko naar de school gebeld heeft, met de mededeling dat u ziek was. Dat lijken me twee verschillende verhalen?”, vraagt de rechter zich af. Aïcha protesteert. Dat telefoontje heeft ze nooit gepleegd. En Aïcha is het er ook zeker mee eens dat Bouchra gewoon naar school moet, maar de busreis terug was onvoorzien. De reis duurde simpelweg langer dan de bedoeling en dat spijt ‘r. Ze weet dat ze in overtreding is, maar een boete kan ze nooit betalen.

Dat beaamt een begeleider van Amarant, die ook in de rechtszaal aanwezig is. Aïcha heeft liever dat de begeleider het woord doet omtrent haar financiën. “Aïcha is al een tijdje bij ons. Ze heeft flinke schulden en het water komt tot aan haar lippen, dus we zitten met haar in de schuldsanering. Ze is het overzicht totaal kwijt, we werken er hard aan om haar zaken weer op orde te brengen”, vertelt de begeleider. Aïcha zelf zit wat beschaamd op haar stoel. “Wilt u hier nog iets aan toevoegen”, vraagt de rechter. Aïcha schudt haar hoofd voorzichtig.

“U heeft een zwaar strafbaar feit gepleegd”, begint de Officier van Justitie dreigend. “U gaat op vakantie –of op bezoek, zo u wil-, maar boekt een enkele reis. Waarom boekt u geen retour? U moest toch sowieso terug? In de rechtszaal noemen wij dit luxeverzuim: U bent naar Marokko gegaan zonder absolute noodzaak, ook niet voor Bouchra. U heeft zich wél ziek gemeld bij de school, omdat u zich realiseerde dat u langer weg zou blijven. Omdat u op dit moment al in zwaar financieel weer zit, wil ik u een voorwaardelijke boete geven van €675,-. Met andere woorden: als Bouchra nogmaals zonder opgaaf van redenen wegblijft, betaalt u én deze €675,- én de boete die er voor die absentie oplegd wordt. Dat is mijn eis.”

De rechter neemt de volledige eis over. Hij herhaalt de waarschuwing haast vaderlijk en kijkt Aïcha strak in de ogen. “Vanaf nu houdt u zich aan de leerplicht voor Bouchra, afgesproken?” Dat belooft Aïcha, met een hoorbare snik in haar stem.