Oosterhouts Mannenkoor gaat met de tijd mee

OOSTERHOUT – ,,Het is bij ons echt mannen onder elkaar; er zijn simpelweg geen vrouwen. Waar het vroeger over voetbal, politiek of vrouwen ging, praten we nu vooral over de kleinkinderen”, glimlacht Bert Huijsmans (81). Hij is al zestig jaar tweede tenor bij het Oosterhouts Mannenkoor. Direct vanaf het begin dus: op zondag 17 november geven de heren een jubileumconcert in de Vredeskerk, ter ere van het zestigjarig bestaan.

Oosterhout groeide indertijd gestaag en om als katholieke kerk zichtbaar te blijven, werd in 1959 de Nazarethparochie gesticht. De aangewezen pastoor Gerrit Roks ging voortvarend aan de slag en wilde graag een mannenkoor oprichten: Schola Cantorum. Al snel werd de naam veranderd naar Herenkoor van de Nazarethparochie, de huidige naam draagt men sinds 2004.

Leden van het koor moesten mannen ‘van erkende vroomheid’ zijn en ‘een deugdzame levenswandel’ hebben. Zo klonken ze, zo kleedden ze zich ook: in toog en een superplie. Huijsmans weet het: hij beschreef zelf de historie van het Oosterhouts Mannenkoor bij het 50-jarig jubileum. Hoewel het koor allang afstand genomen heeft van het kerkelijke, is de sfeer hetzelfde als in die begintijd. ,,Het belangrijkste was altijd al het zingen, dat namen en nemen we heel serieus. Maar voor en vooral ná het repeteren wordt gewoon geborreld en geouwehoerd.”

Terwijl de kerk lijdt onder een leegloop -in 2004 sluit men de deuren-, blijft het Oosterhouts Mannenkoor springlevend. Op het dieptepunt zijn er weliswaar slechts vier leden, maar over het algemeen zijn er altijd rond de 35 mannen. Het roer om: geen kerkelijke liederen meer, maar profaan. Het oeuvre wordt uitbereid. Niet alleen meer Latijn en Gregoriaans, maar nu ook Duits, Russisch en meer. ,,Maar we zingen nog graag en best regelmatig in de kerk. Dan doen we klassieke stukken, zoals het Requiem van Mozart”, legt Huijsmans uit. Het koor treedt nog met enige regelmaat op in de Antoniuskerk.

Klassiek, musical en Amerikaanse folk: het algehele oeuvre is inmiddels verbreed. De liedjescommissie en dirigent Huub Leijten overleggen geregeld over nieuw materiaal. Straks ook, in de Vredeskerk. ,,We zullen beginnen met kerkelijke liederen, met het oog op onze historie. Langzaam verandert dat naar klassiek en wat populairder.” Het Mandoline Orkest Estrellita uit Molenschot geeft er ook een optreden, om de avond te vervolmaken.

Waar het mannenkoor in die jaren ’60 bestond uit mannen tussen de 18 en 42 jaar, zijn het nu voornamelijk zeventigers en ouder. Die vergrijzing is er en wordt geaccepteerd. Het betekent dat er mannen wegvallen, door ouderdom, ziekte of erger. Maar toch ook dat er nog altijd nieuwe aanwas aansluit. ,,Zo gaat dat. Natuurlijk zijn jongere zangers welkom, maar nieuwe aanwas zijn normaliter pensionado’s. Ach, uiteindelijk hebben we maar één doelstelling en dat is zingen. Blijkbaar vinden veel mannen daar pas na hun pensioen de echte tijd voor.” Huijsmans wordt onrustig. Kijkt naar de klok. De repetitie onder leiding van Leijten start haast; het fanatisme van de ervaren tenor blijkt hier onmiskenbaar. ,,Daar moet ik bij zijn, ik moet meezingen. Als er één stem wegvalt, klinkt het geheel al anders. Dat kan natuurlijk niet.”

Steven van Beek

Alle teksten op deze website zijn van Steven van Beek.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Translate »